janestarz: (Me - Truestrike)
We begonnen het weekend in een Black Box. Er waren nog een tweetal losse eindjes om af te werken voordat Eisirt en ik het spel in mochten bij de andere spelers. Steyn en Isabella waren in januari afgereisd naar de special in de Roode Molen en hadden samen met de andere avonturiers baron Harold bevrijd van zijn moeder, de Heks Ank. De baron was die avond ook beëdigd.
Maar er was nog iets af te ronden.

Het eerste losse eindje was dat we naar de kathedraal van Raana werden gesommeerd door Bisschop Ariane van Merida. Ze was in de Roode Molen bij een speciale rechtszitting van magistraat van Tesselrode veroordeeld tot verbanning terug naar Merida wegens het ontvoeren van de kinderen van de heks Ank. Maar de Bisschop had ons opgeroepen omdat ze bij ons wilde biechten. Lianna Sterkhouder, Mikhael, Riley, Giebretius, Ethan, Arnout, Steyn en ik waren aanwezig.
Een aantal van ons werd een zwarte ravenveer in onze handen gedrukt. Ik wist niet helemaal wat ik ermee moest, maar Bisschop Ariane sprak met gebroken stem een lang pleidooi. Eén voor één riep ze ons naar voren, zodat ze kon biechten. Ze begon met Mikhael, en alhoewel ik prima kon horen wat de bisschop op te biechten had, kon ik de reactie van Mikhael niet verstaan. Na een paar zinnen legde hij zijn zwarte veer in haar uitgestoken handen. De bisschop was duidelijk ontroerd dat ze vergeven was door Mikhael.

Toen Steyn naar voren werd gevraagd, vertelde de bisschop dat hij een veer van de Raaf van Gerechtigheid vast had. Nadat Steyn ook zijn veer aan de bisschop had gegeven, was het mijn beurt. De bisschop vertelde dat ik een veer had van de Raaf van Mededogen. En dat zij nu een beroep deed op dit Mededogen. Een wervelwind van gevoelens. De bisschop had inderdaad door de kinderen mee te nemen van hun moeder een burgeroorlog ontketend, maar die moeder was een bekende heks. En alhoewel zij de hele baronie bijna in scherven had achtergelaten, besefte ik me dat boetedoening begon met het erkennen en opbiechten van je fouten.
En hoe, ongeacht mijn persoonlijke gevoelens bij datgene wat werd opgebiecht, de kern van Mededogen is dat de vergeving ook gegeven wordt als het berouw oprecht is. Ik legde mijn veer in haar handen.
Giebretius en Lianna waren de enigen die hun veer niet gaven. Ze vroegen de bisschop om haar taak nog af te ronden voordat ze de laatste twee veren in ontvangst mocht nemen. Het was een emotionele scene, en een passend afscheid van de bisschop, die de volgende ochtend aan haar reis naar Merida zou beginnen.

De tweede black box was de rechtzaak van Duncan, de witte gardist die in de Roode Molen Miranda had vermoord, de zus van Vader Johannes (geen familie). Ethan had beloofd een rapport op te stellen, maar omdat hij daar (door OC redenen) niet aan toe was gekomen mocht hij in de rechtzaal zijn bevindingen delen. Vader Johannes kwam binnen stormen. Ik had hem niet herkend en probeerde hem te weren bij de deur, maar hij wilde er niks van horen. En toen ik eenmaal doorhad wie het was, kon ik natuurlijk niet meer in de weg staan.
Johannes maakte er een groot schouwspel van, en had een van zijn sycofanten meegenomen om daar getuige van te zijn. In luide stem verkondigde hij dat hij Duncan had vergeven, omdat Duncan niet het brein achter de aanslag was geweest, maar bisschop Ariane. Het venijn spatte van zijn stem. Maar de magistraat floot hem terug: daar was geen enkel bewijs voor te vinden.
Uiteindelijk had de magistraat geen andere keuze dan Duncan ter dood te veroordelen: de man had bekend dat hij Miranda had vermoord. Vanwege zijn status als paladijn van Ranaa zou hij onthoofd worden door zijn zuster in het geloof: Lianna Sterkhouder.

Lianna was duidelijk aangedaan. Later vertelde ze me dat als Johannes niet was gekomen ze misschien de magistraat nog had kunnen overtuigen om een lichtere straf op te leggen, maar het heeft niet zo mogen zijn. In de binnenplaats van het gerechtshof zwaaide haar zwaard, en het hoofd van Duncan rolde van zijn romp.
De wolken weken voor een straal van maanlicht, die heel even het lichaam van Duncan verlichtte. De raven kraaiden een paar keer.
Ik veegde een traan weg. Dit prachtige gebaar van Ranaa als troost. Ik snapte nog steeds niet helemaal waarom Duncan de moord had gepleegd. Maar deze boodschap van Ranaa, dat zelfs een moordenaar die oprecht berouw toont nog welkom is bij Haar, was overduidelijk. Duncan mocht naar Ranaa.

Een paar (IC) dagen later kwamen we aan in de Gnoomse Vrijstaat vlakbij Wateringen. Het was al wat later op de avond en na het weerzien met Dieter en Wilhelm werd ik gelijk aan een tafel gezet met Niraiya van de Mezzaida die ons bij ging praten over de problemen met de Wereld van de Stervelingen en de andere Werelden die uit elkaar dreven. Ze gaf een samenvatting wat nu de mogelijkheden waren en wat daarvoor nodig was. We konden mogelijk een connectie maken met de Wereld van Dromen, of met de Wereld van de Overledenen of misschien met de Hal van Helden waar de gevallen helden heen mochten. We moesten een gouden spinrag hebben om het fysiek weer aan elkaar te maken, een weefgetouw aan beide zijden, ritualisten en droomlopers. De grote vraag was wie we zouden vertrouwen om deze belangrijke taak op zich te nemen.
Ik dacht er even over na, en eigenlijk was het er maar eentje: Mikhael, de priester van Ranaa die ook rituelen kon. Maar ik kende maar één droomloper, en dat was Niraiya zelf...

Ik verkocht plakjes citroencake aan de avonturiers, en inquisiteur Blanckschild betaalde voor zijn plakje cake met een heuse blauwe steen. Ik stribbelde tegen, dat het veel te gek was, maar hij wilde er niets van weten.
Ook had de baron nog een brief gestuurd dat we moesten onderzoeken of er misschien heksen onder de avonturiers waren. Daar zijn we verder niet aan toegekomen. Wel heb ik van Wolfgang zijn boekje kunnen kopiëren, hij had al een lijst met namen en de vaardigheden die de lieden wilden inzetten voor 'het grote goed'. Veel kon ik daar niet van afleiden, helaas, maar het is een begin.

En er was een jongedame, Mathilde Klaver, die beweerde dat ze een bastaard van onze familie was. Wilhelm wilde er niks van weten, en schreef direct een brief naar Simon van Erpel om meer informatie te krijgen.

Ik sloot de avond af met een gesprek met Mikhael. Hij had eindelijk tijd voor me en ik haalde snel een pakje uit de kar.
"Ik weet dat als ik mijn tijd van de maand heb, dat ik wat extra steun kan gebruiken, en aangezien het net volle maan is geweest en jij Weerwolf bent, dacht ik... nouja. Maak maar open;" stamelde ik. Mikhael maakte het pakketje voorzichtig open: een aantal chocoladekoeken met extra granen. "Om je te sterken na je transformatie..." zei ik voorzichtig. Mikhael bedankte me voor dit ontzettend lieve gebaar.
We praatten verder over relaties, en ik vertelde hem dat ik niet helemaal wist hoe ik mijn inquisiteurschap kon combineren met een relatie. Ik vertelde dat we nooit ergens lang bleven, en dat eigenlijk geen van ons ooit had geleerd om een relatie stand te laten houden. Dieter was de enige van ons die ooit getrouwd was geweest. Het botste met de druk die mijn neven oplegde: dat de bloedlijn in stand gehouden diende te worden.
Maar Mikhael leek ongeroerd door mijn aandacht. Hij was erg aardig in zijn afwijzing, maar benadrukte dat hij nog maar net uit het klooster van Ranaa was vertrokken, en hij zelf nog aan het spelen en ontdekken was wat hij nu eigenlijk wilde. Wellicht dat ik dat ook eens zou moeten proberen...

Na het ontbijt de volgende ochtend werden er voorbereidingen getroffen voor een eerste ritueel, maar mijn hulp was al niet echt meer nodig. Nadat Steyn klaar was met wat kleine reparaties kon ik het smidsevuur gebruiken om soep te maken. Ik had mensen al laten weten dat ik graag hun kruiden wilde kopen, en sprak ook van de soep. Het kopen van kruiden en het hulp inhuren om de soep te bereiden zou mijn beurs wat lichter maken, en het levert iedereen wat spel op.
Ik had al kennis gemaakt met een groepje Walvisbaaiers, en Iorek wilde me prima helpen met het raspen van de wortels. Ása en Yaromir zaten in de buurt en ik genoot van hun grappen.
Zogauw de soep klaar was kwam Talorc op de proppen met een handje kruiden, of hij die kon ruilen voor een kom soep. Ik schepte zijn grote beker vol en wees op het brood en de cake die klaar stond. Iorek kreeg natuurlijk een gratis kom omdat hij had geholpen met wortels raspen, en Yaromir betaalde gewoon voor zijn soep.

Maar Mikhael was nergens te bekennen. Ik ging de gnoomse herberg in en vond hem aan een kom 'poepemmer-soep' met pinda en taugé. Ik liet hem mijn eigen soep proeven, maar hij is niet meer naar de soep die ik had gemaakt gekomen. Wel jammer, maar die jongen heeft het gewoon veel te druk.

Ik zag hem pas weer toen het ritueel ging beginnen om de Wereld van de Dromen weer vast te maken aan de Wereld van de Stervelingen. Ze verwachtten dat er 'wezens van tijd en ruimte' zouden komen in een poging het te saboteren, maar in plaats daarvan kwamen er kannibalen die wilden proberen om de Golem die de gnooms hadden gebouwd (de Gnolem) te stelen. Het ding was gebouwd met 200 blauwe stenen die voor allerlei magische rituelen gebruikt konden worden, en ze hadden er waarschijnlijk geen goede bedoelingen mee. Omdat het ritueel een stukje van de werkplaats af was, moesten we daarom onze aandacht over twee fronten verdelen. Ik zag Mathilde op de grond liggen tijdens het gevecht, en niemand keurde haar een blik waardig. Dat liet ik niet zomaar gebeuren: zo zouden we nooit weten of ze ook familie was!
De wereld schudde een aantal keer, maar uiteindelijk lukte het ritueel en overspoelden de dromen de wereld.
Ik droomde van een midzomer jaren geleden. Gijsbrecht en Bertrand wilden allebei met Isa dansen. Het was een fijne droom. Het was immers alweer maanden geleden dat ik voor het laatst had gedroomd en toen werden onze dromen beïnvloed door de demonische kaars die we uit Arendsdorp hadden meegenomen. Ik werd wakker met een glimlach op mijn gezicht.

Toen ik Dieter en Wilhelm vroeg of ze nog wisten hoe het was gegaan al die jaren geleden, en of ze Gijsbrecht en Bertrand nog kenden, lacht Dieter blij. "Die heb ik nog aan zijn enkels boven de beek gehangen!"
Wilhelm en Dieter lachen vrolijk, maar ik denk alleen maar "Geen wonder dat ik niet weet hoe een langdurige relatie werkt..."
Uit wanhoop zocht ik Iorek, Mikhael en Ethan op en vroegg hen of ze die avond met mij zouden willen dansen. Een klein beetje balsem voor de ziel misschien. Ze stemmen in, maar met de gebeurtenissen van die avond is het er natuurlijk niet van gekomen.

Mikhael was nog erg moe van het ritueel en ik ga naast hem op het bankje zitten. Ik zoek met mijn linkerhand zijn hand op, en zo zitten we daar. Steyn heeft het vast wel gezien hoe wij daar hand in hand hebben gezeten, maar hield wijselijk zijn mond. Ethan nam onderwijl ook plaats op het bankje en klaagt dat hij moe is, dus ik stel voor dat hij zijn hoofd in mijn schoot legt, dat mocht best. Nog steeds is er geen enkele van mijn drie neven die er iets over durft te zeggen. Ik kom er later wel achter dat Wilhelm Marnix nog even goed aan de tand heeft gevoeld over wat er in de Roode Molen was voorgevallen, dus deze rust is van korte duur.

Ook werd die middag de drukpers van de Ware Stem gesaboteerd door lieden die door de Orde van de Dag waren gestuurd. De avonturiers hebben dat al snel opgelost, en Octavius schrijft de Baron over het probleem (en krijgt al heel snel antwoord!). De Baron denkt erover om de twee rivaliserende kranten te fuseren en vraagt advies over wie een geschikte hoofdredacteur zou zijn.

Ik nam ook even een momentje om Iorek bij te praten over wat er eigenlijk allemaal aan de hand is. Als nieuwe avonturiers die zich pas de vorige dag bij de andere avonturiers hadden gevoegd konden ze niet heel goed doorgronden hoe de vork in de steel zat. Ik nam even een goed half uur om de beste man bij te praten. Walvisbaaiers zijn stug volk, maar heel vriendelijk als je in hun ogen 'goed volk' bent. Ik had de drie Baaiers natuurlijk al een lekker soepje gegeven die middag, en zo kon ik nog wat meer bonuspunten scoren.

Na het avondeten wilden sommige avonturiers aan de slag met het aan elkaar naaien van de Werelden. De Wereld van Magie was te ver weg om de connectie mee te maken, maar de Wereld van de Doden was wel een optie. Ik zag Mikhael nergens meer, en geesten begonnen rond te dolen. Eén van de geesten greep mijn schouder en een ijzige kou vloeide door mijn hele lichaam, alsof mijn levensenergie door de geest werd opgeslorpt. Ik hapte naar adem, en wist gelukkig los te komen. Wapens deden natuurlijk niets op de geesten dus moesten we maar goed opletten waar ze zich bevonden in de hoop ze te ontwijken.
Maar ik maakte me zorgen om Mikhael, Lianna en Riley. Geen van de Ranaa-ploeg was te vinden en ik vermoedde dat ze door 'De Scheur' naar de Wereld van de Doden waren vertrokken. Ondanks dat de kou van de aanraking van de geest in mijn botten gekropen leek te zijn ging ik toch op zoek. Ik zag Nova inderdaad bij de Scheur zitten, wachtend op Mikhael, haar weerwolf-broeder. Ik bleef goed om me heen kijken en lette ook goed op de Scheur. Eén van de ronddwalende geesten die op zoek was naar zijn huis kon ik aanwijzen dat zijn huis zich díé kant op bevond - richting de Scheur. Met geheven hoofd en ferme tred ging die geest weer terug naar de Wereld van de Doden.
Maar ik lette niet goed op. Terwijl ik de geest nakeek en probeerde te zien of Mikhael alweer terug kwam, greep een andere geest me weer vast. De ijzige kou in mijn longen liet mijn hart een slag overslaan. Ik hapte naar adem maar kreeg geen lucht. Mijn spieren weigerden mijn gewicht nog te dragen en ik zakte in elkaar, nog steeds naar adem happend.
Ik hoorde stemmen, de stem van Dieter en die van Ethan, dacht ik, maar de kou, de ijzige kou om mijn hart bleef me verlammen. De sterke armen van mijn neef hielpen me overeind, en hij droeg me weg van de Scheur. "Tijd om naar binnen te gaan." zei Dieter in een stem die geen tegenwerpingen duldde.
We gingen terug naar de warme herberg.

Na de gevechten van die middag waren de genezers compleet uitgeput, en ik werd op een stoel gezet bij de Mezzaida. Salima boog zich bezorgd over mij heen. Zij en Niraiya beloven me een make-over. Ik deed mijn kapje af en Salima haalde het knotje uit mijn haar en begon het te borstelen. "Wat heb jij mooi haar! Zonde om het zo te verbergen!"
Na het borstelen drapeerde ze een kettinkje op mijn voorhoofd en een brokaten sjaal over mijn schouders. Niraiya gaf me ondertussen een kopje thee en serveerde koekjes. Neef Dieter is niet de enige die twee keer kijkt als ze mijn nieuwe look zien...Ook Mikhael geeft een welgemeend compliment als hij terugkomt onder de levenden, maar daarna is hij druk in gesprek met mensen. Hij is ook uitgeput maar vraagt toch om een klein beetje extra energie zodat hij verder kan gaan met de wereld redden. Ik ben best wel teleurgesteld in hem, maar ik krijg niet de kans om dat tegen hem te zeggen.
Ethan lijkt verdwenen te zijn. Van dansen komt er niks die avond.

Terwijl ik zit bij te komen van de confrontatie met de geesten bespreken de Mezzaida de stand van zaken. Salima is verbolgen over hoe Mikhael me behandelt, en sprak over het "Ranaa complex": dat Ranaa volgelingen graag de wereld willen redden, koste wat kost. Dat ze aan hun eigen leven voorbij gaan, om vooral alle anderen maar veilig te houden. Ze spoorde me aan om Mikhael maar gewoon te vergeten, die zou toch nooit tijd voor me hebben...

We spreken ook over de vijf die opgeroepen worden: Giebretius, Edith, Shareefa, Fedor of Raven. Eén van hen moet zich opofferen om de deur naar de Hal der Helden te bewaken. De Mezzaida hebben een uitgesproken mening over Hugo, die de deur van de Hal dichthoudt voor Septish helden. Shareefa bevestigt dat zij ook een aanhanger van Septish is en de kritiek op Hugo is niet te min. De Mezzaida hebben geen goed woord voor hem over.
Ik spreek kort met Giebretius en de familie, en Gieb neemt alvast afscheid. "Er is geen enkele kans dat ik Fedor dit laat doen;" zegt Giebretius stellig. "Die man heeft een zoontje van acht. Hij heeft nog iets om voor te leven." Een traan rolt over mijn wang en ik ben blij dat ik nog met hem heb kunnen spreken voor hij de keuze maakt. Niet lang daarna was Giebretius nergens meer te vinden: vertrokken in het holst van de nacht naar de troon die over de Hal der Helden waakt.

De volgende ochtend worden we gewekt door het brandalarm (te gevoelige rookmelders) om even na acht uur, een mooi moment om dus toch maar op te staan. Na het ontbijt ben ik met de kar bezig in de smidse als ik ineens Ethan uit het bos zie komen. Blijkbaar had hij zich daar verstopt de vorige avond. Hij vraagt bezorgd of het met mij ook weer gaat. Blijkbaar was hij het geweest die me had opgeraapt bij de Scheur naar de Dodenwereld. Dieter had het echter al snel van hem overgenomen.
"Je snapt, nadat ik door die geesten was aangeraakt is er niets meer van het dansen gekomen." zei ik sip.
"Daar is nog een mouw aan te passen;" reageert Ethan droog. Hij houdt zijn linkerhandhand uit, en ik leg mijn rechterhand erin. Zonder muziek, zonder familie, alleen hij en ik. Samen langzaam dansen in de smidse.
Ik keek regelmatig over mijn schouder of één van mijn neven toevallig in de buurt was. Wat ze met Ethan zouden doen als ze ons zo zouden zien, weet ik niet. Maar we maken de dans ongestoord af, een heel mooi rustig momentje voor ons samen.

We lopen apart terug naar de groep. Inquisiteur Blanckschild had ons opgedragen om de Gnolem weer op te halen die die nacht is gestolen door de kannibalen en de groep verzamelt zich. De rollen worden verdeeld en de leidinghebbenden aangewezen. Ik schaar me bij Edith en de genezers, enerzijds omdat ik natuurlijk een klein beetje kan genezen ('moet ik er even een kusje op doen?') maar ook omdat ik met mijn sabel aan mijn riem ook wel echt in staat ben om te helpen.
We reizen af naar waar de Vreters zich ophouden, maar zij staan klaar voor ons. Af en toe rijzen de kannibalen uit de aarde omhoog, en de gewonden kunnen maar moelijk bij de groep blijven. Af en toe kijk ik of Ethan het nog redt, en als we dan oogcontact maken en weten we dat alles nog in orde is met de ander.
Met Steyn, Dieter en Wilhelm gaat het minder soepel. Zij lopen met de krijgers mee en vangen de zwaarste klappen. Gelukkig komen we zonder al teveel kleerscheuren aan bij de Gnolem. Ik zie twee weerwolven het gevecht in duiken, en vraag me af welke van de twee Mikhael is.

Gelukkig weten we de Gnolem terug te veroveren, en de rode (demonen-)steen te verwijderen, zodat de Gnolem weer onder de controle van de Gnomen staat. Vanaf dat moment gaat het gevecht veel beter. De Gnolem kent commando's als 'papier drogen' en gooit dan een hete straal vuur naar voren. De Vreters kermen het uit. Uiteindelijk zijn ze allemaal verslagen en kunnen we met de Gnolem weer terugkeren naar de herberg.

Ethan belooft om ons te helpen met het vinden van een huis, zodat we niet zoveel meer hoeven rond te reizen. Iedereen begon gelijk met hun wensen te uiten. Wilhelm wilde een mooie werkkamer voor zijn boeken, Dieter wilde wel een schuur voor zijn houtbewerking en voor het wild wat hij kon jagen, en Steyn wilde wel een smidse aan huis. En ik wilde natuurlijk een keuken, maar dat was wellicht de makkelijkste eis.

Ook leende Ethan een kaart van één van de Gnomen waar allemaal goblin tunnels op staan. We krijgen ook een groot stuk papier uit de drukkerij en we zonderen ons samen af om de kaart zo netjes mogelijk over te trekken. De neven blijven buiten staan, en ik kan dus net ietsje dichterbij Ethan staan, nu er niemand is die het kan zien of het ons moeilijk kan maken.
"Ik zeg altijd als ik me voorstel 'zeg maar Isa';" zeg ik voorzichtig; "Maar vrienden en familie zeggen 'Bella'." Ik maak de zin niet af, maar Ethan snapt wat ik ermee bedoel.
janestarz: (Default)
Dit was mijn eerste keer LARP in het Kruithuis in Delft, een prachtige locatie met stapelbedden, een lange zaal voor de herberg, en een ruim buitenterrein met water en een kade zonder hek. Dat klinkt alsof het heel makkelijk is om in de plomp te vallen en dat is het ook, maar dat is (voor zover ik weet) niet gebeurd.

Voorafgaand aan het event stonden we even te kletsen en er waren best wat mensen die ik ken van Belvedère aanwezig. En toen had ik ineens nogal zin in Belvedère natuurlijk. Gelukkig kon ik met Eric kort overleggen over wat onze personages in Nouvelle France gingen doen, en complimenteerde ik Jimmy op zijn speelstijl als kardinaal Richelieu. Ik was blij verrast geweest dat hij niet verder had aangedrongen dat we het Da Vinci koper goedschiks dan wel kwaadschiks bij de Seneca moesten weghalen. "Als er vijf spelers voor je staan die allemaal voor een vreedzame oplossing gaan, dan moet ik daarin meegaan." We theoretiseerden wel dat als het de kardinaal te lang zou gaan duren, er mogelijk nog wel wat andere dingen zouden gebeuren.

Maar al snel gingen we tijd in: we werden de poort van de Roode Molen binnengelaten. Ik praatte nog even over zijn plannen met de jonge baron Harald. Hij wilde de verjaardag van zijn wijlen vader een jaarlijks feest maken, dat niemand hoefde te werken. Maar wat ging hij dan eten die dag?
Hij had ook aangegeven dat hij graag van mij nog wilde leren koken, dus ik had de oplossing. "Vraag de kok om de dag van tevoren een eenvoudige maaltijd voor te bereiden, die u makkelijk kan opwarmen."
"Oh ja!" zei Harald blij. "Dan zeg ik dat een bediende dat voor mij opwarmt, maar dan kun jij mij daarbij helpen en dan leer ik hoe je dat doet!"

Bij de deur stond een man in spreekstalmeester kostuum ons op te wachten. Blijkbaar was er een gastenlijst. De jonge baron werd voorgesteld en wuifde losjes naar de mensen om hem heen. "Dit is mijn gevolg." En zo konden Steyn en Isa met de baron mee naar binnen sluipen.
De zaal van de Roode Molen was verlicht met rossig licht, en er stonden een aantal wulpse dames in ondergoed ons te bekijken. Mogelijk dachten ze hetzelfde als wij: wat voor vlees hebben we nu weer in de kuip?
En jawel hoor, al snel kwam er muziek en een schaarsgeklede dame begon wulps te draaien en dansen. De avonturiers op de voorste rij werden af en toe licht aangeraakt door de dame in haar ondergoed. "Kan die mevrouw niet beter wat kleren aan doen?" vroeg Zoey luid. "Het is veel te koud om in je nakie rond te lopen!"

Zo in het hart van Orkenslacht kon de postbode ons wel vinden: hij had een brief voor ons. Vader Johannes (geen familie) vond het nodig om ons aan te spreken op onze functie, en sprak zijn zorgen uit over Bisschop Ariane. Hij probeerde de acties van de bisschop te zien als demoneninvloed, en sommeerde ons om de bisschop in hechtenis te nemen.
Er was geen haar op ons hoofd wat eraan dacht om dát te gaan doen. We lieten de brief aan een aantal vertrouwelingen zien: Giebretius, Mikhael, Lianna en ook de bisschop zelf, toen zij eenmaal was aangekomen. Allemaal sputterden ze over het belachelijke verzoek van Johannes. We verzekerden hen allen dat wij absoluut geen intentie hadden om te doen wat Vader Johannes van ons vroeg.

Miranda, de zus van Vader Johannes, was er ook. Zij was nog steeds met ons mee aan het reizen. We hadden haar gered in Arendsdorp, toen bleek dat ze in Molenbrug bij leenheer Georg had gewerkt, en ook de dames uit de Roode Molen kenden haar. Helaas werd zij die middag dood aangetroffen. Eén van de lichtekooien kwam de gelagzaal binnen rennen met een schreeuw: "Moord!".
Giebretius en de Witte gardisten gingen natuurlijk direct op onderzoek uit en vonden het levenloze lichaam van Miranda achter de schermen.

Giebretius stelde ons voor aan Ethan, een onderzoeker. Hij werd naar voren geschoven om de moord op Miranda te onderzoeken. Ethan bleek een goed stel hersens te hebben, en zou zich buigen over de moord op Miranda en bewijsmateriaal verzamelen.
Later op de avond werd duidelijk dat een Witte Gardist achter de moord zat. Die werd uit zijn functie gezet en leverde zijn zwaard in. Ethan zou een rapport opstellen om in te dienen bij de magistraat. (Dit gaat in down-time gebeuren)

Octavius kwam naar ons toe met een brief. Of wij ene 'Merel' kenden. Schijnbaar was dat een avonturier, maar niemand wist wie ze was. Hij had de brief zelfs open gemaakt om de inhoud te lezen, en spoorde ons aan dat ook te doen. Blijkbaar was 'Merel' goed bezig geweest (althans, dat vond de schrijver van de brief):

Beste Merel van de Avonturiers,
Wat goed dat jij en je coven van avonturiers Zwarte Vos hebben bevrijdt en de Raadsheer hebben uitgeschakeld. Dat heeft ons bijzonder goed geholpen in Molenbrug. Al hebben we wel wat tegenslag moeten verwerken. De demon van IJdelheid, Sjaanel, is door een half-elf vermoord. Bijna was Volkmar uit het Pantheon, maar deze puntoor heeft dat voorkomen. en nog erger: het is niet gelukt om Kharnun te laten opeten, waarbij Septish zijn macht is gestolen. Maar gelukkig heeft Septish wel een heilige plek in de Schoot der Goden toegeëigend met dan aan de Messaida. Deze schade kunnen jullie dus nog beperken.

Ga naar Wateringen, nabij de Gnoomse Vrijstaat. Het is jammer dat de kaars verloren is gegaan. Maar we hebben daar nog een kans om onze magie weer te herstellen. De Gnomen zijn bezig met de bouw van een Magische Perkament Machine. Die neuzen hebben daarvoor meer dan tweehonderd blauwe meteoorstenen verzameld. Dat hebben wij nodig voor ons ritueel!
Zoals jullie weten is Wateringen van ons! Daar hebben wij de stad in de grond laten zakken. Daar hebben wij het zegel gebroken en Septish bevrijd. Daar hebben we de inquisitie veranderd in ratten!

Dat verleden zullen wij herhalen. Dus breng het Gnoomse Artifact naar de Gebroken Zegel en help ons met het ritueel. En als het lukt, ook nog wat Gnoomse wetenschappers om te offeren. In ruil daarvoor leren wij jullie dan alles over onze nieuw verworven krachten.

In het ritueel verbindt Malatië zich weer aan het Rijk der Demonen. die zullen hun kracht terugkrijgen en wij onze magie.
Kaarsen Bloed en Hekserij zonder meer afhankelijk te zijn van Dinea's kruimels of de uitvindingen van een dikke vieze trol. Als dat gelukt is, kunnen we Septish weer machtig maken en zijn we weer onafhankelijk.
Tot in Wateringen,
H.X.


Ik kopieerde de brief snel in mijn boekje. Het klonk alsof 'Merel' een heks was die we maar eens kennis moesten laten maken met het gerecht. Of een lucifer. Of beide.

Gelukkig waren er ook fijne gesprekken. De Mezzaida waren erg geschokt geweest toen wij in Molenbrug ons geheim hadden geopenbaard, en ik nodigde Niraiya, Raava en Salima uit om met mij 'brood te breken'. Ik had een kleine boule zuurdesem meegenomen en de botervloot met roomboter. Het was een handreiking, en het was ook echt een heel fijn gesprek.
Ze waren vooral benieuwd naar wat een heks nou weer was, en of iedereen die kaarsenmagie deed ook een heks was. Ik legde uit hoe ik het altijd interpreteerde. Kaarsenmagie is ontzettend gevaarlijk, want een goede inzet van Kaarsenmagie kon heel eenvoudig leiden naar een iets minder onschuldig gebruik van die magie. En voor je het wist zat je diep in de zwarte magie of demonenaanbidding. Ik vertelde ook dat ik gehoord had dat bij hen in Mezzaida kaarsenmagie heel normaal en geaccepteerd was, maar dat dat hen niet direct heksen maakte.
Niraiya vroeg ook naar haar profetische dromen: of dat ook hekserij was. Ik antwoordde eerlijk: ik zag niet hoe dat zomaar als hekserij gezien kon worden. Tenzij ze andere mensen wilde beïnvloeden door hen voor te liegen over wat zij gedroomd had, en daarmee anderen schade zou berokkenen was het waarschijnlijk geen hekserij. En ik vertelde dat we wel eens een Orakel hadden aangezien voor een heks, en dat dat ons niet in dank werd afgenomen.

Gelukkig ontdooiden de dames tijdens het gesprek en konden we weer samen lachen. Niraiya bood zelfs aan om Steyn te leren flirten. En Salima had prachtige wol voor mij als dankjewel voor de omslagdoek die ik haar in oktober de Wintermaand (bij het vorige evenement, binnenspels drie dagen geleden) had gegeven.

En ik maakte kennis met Valentijn Donkervoort. Die achternaam kende ik wel: net als de Vroeghindeweitjes een criminele familie waar je maar niet teveel contact mee moest hebben. Hij kocht een snee brood met boter, legde 5 cret neer, en wilde niks weten van wisselgeld. Hij vertelde dat hij op zoek was naar een klein kistje met gesmeed beslag op de deksel.
Niet lang daarna zag ik Teske met het kistje lopen. Ik waarschuwde haar voor Valentijn en raadde haar aan het kistje zoveel mogelijk verstopt te houden. Maar Teske was ontzettend nieuwsgierig en niet zo heel voorzichtig. Ondanks dat Valentijn nog steeds binnen de Roode Molen rond bleef lopen was Teske druk bezig met het kistje. Toen ze zag dat ik opgemerkt had dat ze weer heel opzichtig met het kistje bezig had, stopte ze het weg.
"Ik wil het niet van je afpakken;" zei ik; "Ik wilde je slechts waarschuwen. De Donkervoortjes zijn slecht nieuws, en als die weten dat je het hebt kun je erg in de problemen komen." Maar Teske was vooral onnozel en ging verder met het prutsen aan het kistje.

Nadat de Bisschop was aangekomen in de Roode Molen kwam ook Ank Vroeghindewei, de regentes, aan. Ik probeerde zoveel mogelijk afstand te houden van die vuile heks. Maar kort na het vallen van de avond bleek dat Ank, de bisschop en de jonge baron Harald kwijt waren. Mikhael, priester van Ranaa was erg ontdaan. Ik legde voorzichtig een hand op zijn schouder. "We gaan 'm redden, kom. Vooruit." Hij leek de moed weer te vinden door mijn woorden.

De Magos, Parisu, wilde wel een Locate Person spreuk gebruiken, maar blijkbaar werd hij tegengewerkt door de mensen die Harald hadden meegenomen. Het was toch ook wel bijzonder dat binnen de Roode Molen niemand had opgemerkt dat de jonge baron was verdwenen. Toen zijn pogingen mislukten, overlegde Parisu met Giebretius. Gieb stelde voor om er een ritueel van te maken en het over een andere boeg te gooien. Misschien konden we met een Locate Object de baron wel vinden. Ik stak mijn hand op toen ze vroegen wie deze spreuk machtig was. Tsja, ik was op reis met drie neven die mij altijd vroegen waar hun spullen waren omdat ik blijkbaar de enige was die wist waar ze hun spullen hadden laten slingeren.
In het ritueel probeerde ik de jas van de baron voor te stellen: goud met zwart. En ik sprak hem toe: "Waar heb je hem voor het laatst gehad? Hoe kun je je mooie jas kwijt zijn? Ligt hij niet op je bed? Nee? Ligt hij niet onder je bed dan? Heb je daar al gekeken?"
Het leek eindeloos te duren en in het ritueel stapte ik rond. Misschien lag de jas wel bij de aardappels in de mand. Of bij de oven. Of in de stallen. Ik raakte behoorlijk door mijn inspiratie heen, maar uiteindelijk kreeg ik van de spelleiding een hint: Een felle ster, misschien wel de ster van Harald, die in het sterrenbeeld Ranaa stond, verplaatste zich aan de hemel en ging richting het sterrenbeeld van Septish.
Geen idee wat dat precies betekende. Maar uiteindelijk kwamen we niet verder en beëindigde Giebretius zijn ritueel.

Uiteindelijk vonden we een spoor. Het leidde naar een klein weiland achter de Roode Molen, waar een grote groene haag ons de weg versperde. De avonturiers begonnen de haag weg te hakken. In een grote ruis van takken stortte de haag in elkaar. Daarachter stonden allemaal krijgers. De ene was nog lelijker dan de andere. En ik dacht ook een trol te zien; hij torende boven de anderen uit en de stank was verschrikkelijk.
Er lagen meerdere rituele cirkels en in de binnenste zag ik een altaar. Naast het altaar zag ik bekende schimmen: de heks Ank, en ook haar man, de overleden Baron Wolfgang! Op het altaar lag Harald, en zijn lichaam was omslingerd met een vaal licht wat van hem naar zijn moeder leek te gaan. Bij zijn hoofd stond een brandende zwarte kaars.
Steyn en ik moesten Harald daar weghalen zo gauw de avonturiers de monsters hadden verslagen. Ik rende langs de monsters toen ik een momentje zag, en pakte de rechterhand van Harald en sprak hem moed toe. Niet lang daarna kwam Nova ook aangerend, en zij nam plaats bij zijn hoofd. Samen baden ze tot Ishtra. De Anmarack priester Luca ontfermde zich over de zwarte kaars.
Eén voor één kwamen er verschillende avonturiers aanlopen om Harald te genezen. De geprevelde gebeden om genezing leken wel effect te hebben, maar de nieuwe kracht die Harald werd gegeven leek door het vale licht naar zijn moeder te stromen.
En Harald sprak over opgeven.

Ik zag Meike staan, en riep haar naar me toe. Zo gauw ze erbij zat, gaf ik haar de rechterhand van Harald. "Samen zijn jullie sterker." zei ik tegen hen beiden. "Meike heeft jou nodig, en Harald heeft jou nodig." Ik probeerde de band tussen de tweeling nog maar eens met woorden te beschrijven.
Uiteindelijk werd ik weggestuurd door de wijlen baron Wolfgang. Hij wilde afscheid nemen van zijn zoon.
En uiteindelijk werd Ank overgehaald om Harald te laten gaan. Om haar plan om koste wat kost haar man terug te halen op te geven.

Nadat iedereen (sans Ank en Wolfgang) weer binnen in de Roode Molen was, kwam de magistraat binnen. Mevrouw van Tesselrode sprak Bisschop Ariane streng toe en las de aanklacht voor. De bisschop werd onder andere verdacht van landverraad. Ze mocht zich terugtrekken met haar raadslieden om een verdediging op te stellen. De magistraat sprak mij aan en eiste dat ik stoelen klaar zou zetten voor de rechtszaak.
Ik schoof met stoelen, regelde water en bekers, en zette alles klaar. Maar bij de rechtszaak hield ik me afzijdig. Vincent en Octavius hadden de zaken wel in hand. Na een korte pauze sprak de magistraat haar vonnis uit: onschuldig bevonden op alle aanklachten. Maar de Bisschop werd wel de facto verbannen, terug naar Merida waar zij vandaan kwam. En Merida ligt ver buiten de baronie, in de wilde landen waar de groenhuiden en de trollen regeren.

De jonge baron Harald wilde ook nog even met ons spreken. Hij leek niets overgehouden te hebben van het ritueel met zijn moeder, maar wellicht dat de echte klap later nog zal komen. Hij leek wel in regel-modus te zitten en vroeg naar mijn mening over kaarsenmagie. Of het inherent slecht was.
Ik koos mijn woorden zorgvuldig, en sprak over de verleiding van kaarsenmagie. Hoe een klein beetje kaarsenmagie de deur open kon zetten tot grotere werken, wat niet onschuldig zou zijn.
En hij vroeg ook naar onze geloofsbrief en onze stamboom. De kopie die Willem voor ons had gemaakt was van de originele brief van onze bet-overgrootouders. Harald beloofde dat hij een nieuwe voor ons zou maken, om te voorkomen dat we problemen zouden krijgen. De lieden die hun handtekening gezet hadden en hun goedkeuring had gegeven, waren immers al heel, heel lang overleden. En dat onze roeping overgedragen zou worden over de generaties zou minder gewicht hebben dan een nieuwe aanstelling van de kersverse baron.

Kort daarna werd de ceremonie gestart. Harald werd begeleid door twee witte gardisten, en bood de vertegenwoordigers van de goden elk een geschenk aan en vroeg om de zegening van hun god. Als eerste Shelindra en Volkmar, als allerlaatste Ranaa. Daarna nam hij plaats en brak er gejuich uit.
"Leve de baron! Leve de baronie!"
En ook Meike werd gevierd: met hun verjaardag was Harald baron, en Meike werd benoemd tot paladijn van Ranaa.

Na de feestelijkheden en het zingen van "Lang zullen ze leven" begon Marnix ineens met mij te flirten. Bij de veiling eerder die middag hadden we samen proberen te bieden op een fles prosecco, en ik was zijn vervelende tegenboden zat. Ik bood ineens 50 cret, maar hij stond erop om de helft van mij over te nemen zodat we de fles samen op konden drinken. Zijn knipoog sprak boekdelen, en de hand die hij op mijn schouder legde bekeek ik sceptisch.
We gingen aan een tafel zitten om te pokeren, en ik zette mijn helft van de fles prosecco in zodat ik mee kon doen aan het spel. Maar poker is niet echt mijn spel, en Marnix bleef tussen de rondes door maar pogingen doen om me uit te horen. Hij vertelde dat hij een hele jaloerse, sterke vriendin had, maar dat hij ook wel benieuwd was naar mijn achtergrond, en dat hij daarom met mij aan het flirten was. Ieuw.

Uiteindelijk vond ik de uitsmijter veel interessanter. Hij droeg zijn rode overhemd half opengeknoopt, en toen ik hem erop wees dat de knoopjes scheef dicht zaten, nodigde hij mij uit om daar iets aan te doen. Terwijl ik probeerde me op die taak te concentreren, bood hij me ook een slaapplek aan bij hem in bed. Nou, daar ben ik maar niet op in gegaan...

-----

Rond een uur of twee vonden we het welletjes, en we laadden de NPC die Harald speelde in. We zouden langs zijn dorp rijden en konden hem daar wel afzetten, zodat hij de zondag nog kon studeren voor zijn examens. We waren zelf om half vier thuis.
janestarz: (Me - Truestrike)
Anderhalf jaar geleden stapte Zaphira Leonie Sapphire I mijn wereld uit, en stapte ze definitief de wereld van Emphebion in om deel te nemen aan de setting. Een jaar geleden op het Winterlive ging ik NPC'en omdat ik niet wist wat ik voor nieuws wilde gaan spelen en met het afgelopen zomerlive was ik te druk bezig met klussen in het nieuwe huis. Het was dus al eventjes geleden! Gelukkig was ik bij het pannekoeken eten na het zomerlive van harte welkom, dus hoefde ik niet alle fijne vibes van alle fijne mensen te missen. Emphebion heeft toch een speciaal plekje in mijn hart.
Gaandeweg het jaar kreeg ik inspiratie voor een nieuw personage. Ik had stagiaire Manou een bruin-groene variant van mijn Ksenja tuniek laten maken. Eéntje met lange mouwen van wol, en ééntje met korte mouwen van linnen. Ik kon er ook een wat ouder dun leren hesje met konijnenbont bijdoen voor 'licht pantser', bewerkte mijn flessengroene pijlenkoker met zwarte schoensmeer zodat het iets minder fel werd, en pakte mijn boog erbij.
En oh ja, twee mantels, wollen sokken en een merino wollen longsleeve. Het is immers wel het winterlive. Kerst was dit jaar erg koud en de temperaturen doken rond en net onder het vriespunt, dus lekkere wollen onderkleding, merino wollen col, wollen baret en wollen handschoentjes waren geen overbodige luxe.

Ik had besloten om een boogschutter te gaan spelen omdat ik toch te-zoveel pijlen heb. En ik had een idee voor een personage, wat ik gelukkig voor het evenement nog even met Irma kon bespreken. Er waren namelijk geruchten dat Junkfrau Hildegard (gespeeld door Cleo) een brief had gekregen dat haar familie een echtgenoot voor haar had gevonden / gekozen en dat zij binnenkort werd verwacht om met hem te trouwen. Ik stelde voor om een boogschutter uit de persoonlijke garde of het leger te gaan spelen die dan met die potentiële echtgenoot mee zou reizen. Het was heel fijn om dit concept even met Irma van de Verhaalcommissie te kunnen overleggen, want voor hetzelfde geld hadden ze hele andere plannen met deze huwelijkspartner. Irma overwoog ook goed of Cleo dit ook wel een leuk concept zou gaan vinden. We spraken af dat als Cleo het helemaal niks zou vinden, ik met mijn nieuwe personage binnenspels een iets andere richting op zou gaan en haar de ruimte zou geven. Gelukkig kwam dat helemaal goed.

Welkom 'Vau' Leidenfrost, Verkenner in het Zoltanaxische leger.
Met twee oudere broers (Ernst (onderzoeker) en Werner (slager) en een jonger zusje (Lieselotte, nog 1 dienstjaar te gaan) was haar achtergrond korter dan een A4'tje. Vau had aanleg voor haar werk en toen haar diensttijd erop zat ging zij verder als beroepsmilitair.

Op de eerste avond was het echt heel koud; een aantal graden onder nul met een kille mist boven het veld. De gebruikelijke "kom eerst maar op de locatie"-wandeling werd daardoor ingekort tot een wandeling van vrijwillige lengte. Je mocht ook gewoon aan de rand van de weg beginnen als je dat wilde, en dan snel naar binnen om weer warm te worden.
Ik werd het spel ingestuurd met twee NPCs, beiden soldaten uit mijn regiment. We wandelden rustig van de achterkant van het veld naar de herberg, en namen een plekje in langs de bar. Ik had orders meegekregen van mijn commandant (de aanstaande van Junkfrau Hildegard): regel de overnachting, en houd de Junkfrau veilig en observeer haar. We stonden even langs de bar te kijken hoe ongeorganiseerd de avonturiers waren, wat ons niet echt verbaasde. Helmut had al snel de Junkfrau herkend en alhoewel we in Zoltanaxisch praatten (verbasterd Duits), was het voor de aanwezige avonturiers wel duidelijk dat wij op zoek waren naar de Junkfrau. Een aantal wierpen nieuwsgierige blikken onze kant op.
Gudrun en Helmut gaven aan dat zij weer terug zouden reizen naar de rest van het regiment, en ik moest achterblijven. Prima.

Ik sloot braaf aan in de rij om een kamer te bespreken en besprak voor mijzelf een plekje op de hooizolder, en voor de volgende nacht 2 plekjes op de hooizolder voor Gudrun en Helmut, en een kamer voor de majoor.
Het duurde niet zo lang of ik werd benaderd door de Junkfrau. Ze vroeg mij naar mijn doel en ik antwoordde plichtsgetrouw.
"Ah, u bent gestuurd door mijn aanstaande..." zei Hilde vertwijfeld, vissend naar een naam.
"...genau, da haben Sie recht." reageerde ik stoïcijns. Ik gaf verder geen antwoord. Zij had immers niet om de naam gevraagd, en leek van haar stuk gebracht te zijn van mijn ontwijkende antwoord.
Ik was nog niet heel erg onder de indruk van deze Junkfrau. Gedurende de avond liep ze heen en weer en praatte ze met verschillende avonturiers, maar ze leek niet heel daadkrachtig te zijn. Wellicht was zij nog jong. Ik vroeg sommige avonturiers over hun mening over de Junkfrau, en probeerde alles te onthouden. "Altruïstisch, soms ook ietsje té..."
Later op de avond vroeg de Junkfrau naar mijn naam. "'Vau' Leidenfrost, verkenner." Ik vertelde dat ik diende in het regiment van haar aanstaande, dat hij mijn commandant was. Omdat mijn briefing van tevoren nogal summier was geweest, had ik niet meegekregen wat de naam of zelfs maar de rang van de beste man was geweest, maar gelukkig werd dat door spelleiding snel gerectificeerd en kon ik de rest oplossen met meepraten met wat er door de andere spelers werd gezegd. "Hij is toch majoor?" Ja, uiteraard. Vast. Jij zal het wel weten...

Het kwam initieel niet eens in Hilde op dat 'Vau' mijn voorletter was, niet mijn voornaam. Toen ze daar (nadat het tijdens het OC eten genoemd was) naar vroeg, heb ik ontwijkend geantwoord en verteld over mijn familie. Hilde had nog niet mijn vertrouwen verdiend en ik vond het redelijk meta-gamen. Maar natuurlijk is een geheim alleen leuk als sommigen het wel weten, dus heb ik het binnenspels aan drie verschillende mensen verteld. Ik geloof niet dat deze personen het hebben onthouden. Inmiddels word ik "frau Vau" genoemd door de andere spelers.
Ik maakte ook kennis met Junkherr Ambros, ook van Zoltanax. Een statige heer van stand die geen enkele moeite had om mij aan te sturen. En tsja, het is niet mijn commandant, maar hij is toch van stand, dus ik volg braaf zijn orders op. Mits die niet conflicteren met mijn staande orders, natuurlijk.

Ik ben op de vrijdagavond vroeg naar bed gegaan, het was koud genoeg. Gelukkig is de locatie goed verwarmd en was de slaapzaal prima te doen. Wel moest ik mijn col over mijn hoofd leggen om de felle nooduitgangsbordje-verlichting een beetje af te schermen.

De tweede dag was ik natuurlijk al om acht uur klaarwakker, en na het ontbijt begon ik met een boogschiettraining. Wellicht dat het koude weer niet mee heeft geholpen; ik kwam er niet echt lekker in en mijn rechterschouder protesteerde al snel. Na twee rondjes pijlen schieten vond ik het wel best. Ik was dus niet helemaal lekker ingeschoten, en in de gevechten van de dag zat ik vaak te hoog met mijn pijlen. Er waren problemen met weerwolven en demonen, dus er was genoeg te doen. En tussen de drukte door kon ik lekker een stukje breien aan een simpele sok. Ik hield me in ieder geval best ver van het hoofdplot -- allemaal dingen die teruggrepen op eerdere evenementen waar de rest van de spelers heel druk mee leken te zijn en gedoe met de Goden (vooral de Brenger) waar ik gewoon niet zo heel veel zin in had. Ik moest nog een hoop namen leren, immers. Niet dat dát het plan was...Ik heb ontzettend veel plezier gehad om de namen van de avonturiers te verbasteren. De reactie van sommigen: "Wie is Arie?"

Toen in de middag de Junkfrau naar een rituele cirkel in het bos wilde gaan "om eens te kijken" stond ik klaar om mee te gaan. Er was echter al een groepje van zes personen verzameld, en de Junkfrau zei dat ik maar achter moest blijven. Ze zou beschermd worden door de anderen. [Dankzij de Regel van Zes worden groepen naar het bos beperkt tot zes spelers en zijn er altijd voldoende NPCs in het bos aanwezig om het een interessante encounter te maken, dus als ik echt mee had gewild moest er iemand anders achterblijven.]
Toen de Junkfrau terug kwam uit het bos zag ze er echter gehavend uit. Ik kon mezelf wel voor mijn kop slaan, en nam me voor mijn falen te rapporteren aan de Majoor, zoals proper was.

Toen ik bij de bar stond, kwam er een krijger in wit en rood mijn kant op, die zich voorstelde als Scarlet. Hij praatte in Iis en vroeg of ik die taal ook machtig was. Nu had ik bij het creëren van mijn personage wel bedacht dat ik Dosforks (de voertaal) moest kennen, en niet alleen mijn moedertaal Zoltanax, maar de vaardigheid om meer talen te kennen betekende dat je ze per 2 moest aankopen. Dosforks dus sowieso en ik had Iis met een vraagteken gezet, maar dat was dus gelijk besloten. Ik praatte inderdaad Iis.
We praatten wat en hij nodigde me uit om een kaartspelletje te spelen: Five Card Draw (een variant van poker).
Ik vertelde dat ik al bijna door mijn soldij heen was omdat ik de gereserveerde kamers alvast had moeten betalen, dus gebruikten we foci stenen van een magiër genaamd Disgee als fiches om mee te gokken, en zij deed ook gezellig mee.
Na een aantal rondjes was ik door mijn fiches heen, en ik grapte dat ongeluk in het spel, geluk in de liefde zou betekenen. Daar leek Simon the Red (Scarlet) wel oren naar te hebben.
"Ik weet niet hoe aantrekkelijk de hooizolder is..." zei ik sarcastisch.
"Gelukkig heb ik een kamer."
"Oh, maar ik dacht dat ik daar mocht slapen;" zei Disgee snel. "Mijn vader wil niet dat ik op een slaapzaal slaap..."

Ik liet mijn kaarten op tafel liggen (de fiches waren toch op) en liep naar de bar. Niet lang daarna kwam één van de bardames naar mij toe lopen met een groen kristal (waarde: 5). "Deze moest ik u geven van een meneer. Hij zei dat u wel zou weten waar het voor was."
Ik nam het kristal aan, schudde mijn hoofd, en gaf snel het kristal weer terug. "Zeg hem maar dat ik niet te koop ben. Ik werk voor mijn kristal."
Ik zag niet naar wie zij terugliep, maar ik kon het wel raden: Simon the Red...

Er waren een aantal gevechten met demonen en met weerwolven. Blijkbaar was er een macguffin achter de herberg wat licht gaf. Nog steeds hoofdplot, dus alhoewel ik meevocht met de gevechten vond ik het prima om een beeld te krijgen van de avonturiers door aan hun zijde te vechten en de besluiten door de adel te laten nemen. De kapitein Goudhaan leek daar best toe in staat, en ook Ritter David, Grrr de Ork (Gurak) en Sissyphus de Dwerg (Scorpion) stonden hun mannetje.

Heel laat in de avond kwam de Zoltanaxische delegatie pas aan, maar de majoor was er niet bij. Die was teruggeroepen, en Junkherr Garrick, de broer van Junkfrau Hilde, was met een aantal manschappen verder gereisd. Ik was blij dat ik de kamers had betaald, want er was een tekort en de bardames hadden moeite om voor iedereen plek te vinden. Nu was er echter een kamer over, dus een deel van de manschappen kon daar slapen, en voor de overgebleven plekken op de hooizolder speelden ze Schere, Stein, Papier. Met zijn allen. Tegelijk. De vibe tussen de soldaten onderling was geweldig en wij deelden Schnapps en een Wurst-Käse scenario. De Junkfrau zat een stukje verderop bij haar broer en het was duidelijk dat het huilen haar nader stond dan het lachen. Haar broer hamerde op haar Pflicht om te trouwen, en wat er van haar werd verwacht.
Ik kon nog even met Walter praten, de soldaat die met Garrick was meegereisd, en rapporteerde aan hem over de Junkfrau. Hij gaf nog wat tips mee (die ik natuurlijk buitenspels allang weer vergeten ben) en zou voor de deur van Hilde slapen in een fauteuil die daar op de gang stond en die hij wel even wat dichterbij haar deur zou schuiven.
Ik mocht zelfs even met Garrick zelf praten; hij benadrukte de keuze die Hilde had: voldoen aan haar plicht, trouwen met de kandidaat die door haar familie was uitgekozen, en kinderen baren voor de bloedlijn. Of haar plicht verzaken en nooit meer teruggaan naar Zoltanax.

De volgende dag vertelde de Junkfrau dat zij haar beslissing gemaakt had. Of nou ja, Moros-Maan (een NPC Hybard onderdeel van het plot wat ik zo kunstig aan het ontwijken was) had één van de keuzes opgegeten, dus dat was nu weg. Dus ging zij aan haar plicht voldoen en trouwen met de majoor.
Daarmee steeg zij in mijn achting. Wellicht zou het dus nog wel goed komen met haar.

Ik vroeg hulp bij het maken van een kort lijstje zodat ik niet kon vergeten wat ik nog moest rapporteren, en liet een aantal punten opschrijven:
- Slechte organisatie barpersoneel, restitutie onvoldoende
- Onvolledige informatie verstrekt over uitkomst rechtszaak Nadien
- Ongevraagd mening geuit richting de jonkheer over de rechtszaak.
Toen ik later met de Junkherr Ambros stond te praten, vroeg hij naar mijn rapport, dus natuurlijk overhandigde ik hem het lijstje. Hij bekeek de punten en corrigeerde ze. "Hoezo was de restitutie niet voldoende?" vroeg hij.
Ik legde het uit. De dames achter de bar hadden inderdaad de adelbrief van Junkherr Gerrick gezien, waardoor de kamer voor hem gratis was geweest. Maar omdat de majoor niet in staat was geweest om te komen en de kamer wel gebruikt werd, moest die gewoon betaald worden, en kreeg ik minder kristal terug dan verwacht. Ik had zelfs van de Junkherr kristal moeten lenen om alles te kunnen betalen, en ik had niet genoeg terug gekregen om hem terug te betalen.
"Das ist ja kein Problem;" wimpelde de Junkherr mijn bezwaren weg. "Ik geef jou een opdracht om die schuld terug te betalen door te werken. Als jij de Junkfrau veilig houdt, kun je mij daarmee terug betalen en hoeft het niet gerapporteerd te worden."
Ik knikte dankbaar. Die opdracht had ik ook van Majoor Siegefeuer gekregen, dus moest ik toch al doen.
"En die mening over de rechtszaak? Dat was slechts ein observatie." verbeterde de Junkherr het lijstje. Hij kraste het woord 'mening' door en gaf mij het lijstje terug. Ik ging op zoek naar iemand die Zoltanax kon schrijven om mij te helpen het rapport in te sturen. Disgee schreef het rapport voor mij, en ik betaalde mijn laatste kristal om het op te sturen naar de majoor.

In de middag werden we aangevallen door allemaal zieke lieden. Eentje liep er zelfs te schuimbekken. Echt heel smerig, maar de Junkfrau moest beschermd worden. Na dit gevecht voelden velen zich niet lekker, en de Junkfrau drukte mij ook een klein flesje met paardemiddel in mijn hand om mijn lichaam te zuiveren. Het enige nadeel was dat ik daar flink van moest overgeven.
Tijdens de gevechten had ik wel een nare aanvaring. Ik had mijn boog inmiddels weggelegd omdat het schieten zo slecht ging dat ik het niet meer vertrouwde. Ik ging verder met mijn zwaard, een heerlijke anderhalf-hander waar ik echt goed mee om kon gaan. Dat werd echter teniet gedaan toen ik vlakbij het hekje rondom de voorplaats stond en door Ed naar achter gedreven werd. Dat heb ik niet gedaan vanwege dat hekje en ik had geen zin om een gat in mijn achterhoofd te vallen. Leuk dat je kan swaffelen met je twee korte wapens, maar als ik geen stap meer kan doen, dan tel ik de hits niet. Etterbak.

En er was een uitvinder die twee spreekstenen had gemaakt. Als deze beide stenen aan een constructeurspilaar werden gekoppeld kon een boodschap die tegen de ene steen gezegd werd, naar de andere steen gestuurd worden. Daar werd de boodschap van maximaal 100 woorden dan twee keer afgespeeld. Zowel Junkherr Ambros als Junkfrau Hildegard hadden daar wel oren naar. We keken naar onze financiën. Hilde was net als Vau bijna blut, maar ik schoof mijn laatste vijf kristal naar de Junkheer zodat hij mee kon doen met de bieding. Uiteindelijk toen de veiling van start ging werd hij al snel overboden door Torg. En toen kwam ineens het winnende bod van de Meester Troubadour Luciano.
Hilde klapte blij in haar handen. Luciano had haar zijn hulp aangeboden en hij vroeg Ambross om te betalen wat hij kon, en overhandigde de stenen aan Hilde. Zo kon ze altijd een boodschap naar haar familie sturen!

Op de laatste avond stond ik op het punt om naar bed te gaan. Er was genoeg te doen geweest rondom de Brenger, de rechtszaken, en de weerwolven, maar daar had ik me afzijdig van gehouden. Toch bleef ik nog twijfelen. Het was bijna 1 uur, en dan was er waarschijnlijk geen nieuw plot meer. Toch bleef ik dralen, en ik had al een aantal keren oogcontact gemaakt met de Rakker Henrik (Blossem). Ik was er in de afgelopen dagen achter gekomen dat de bardames wel erg leuk waren en dat Vau daar geen probleem mee had (Oh, Vau is bi?), alhoewel Gudrun een beetje teleurgesteld was dat zij dat niet wist. Ook waren er een aantal dwergen geweest met echt woest aantrekkelijke baarden. Hm.
We namen plaats aan tafel. "Wat gaan we spelen?" Ik keek naar de lege tafel. "Warte mal, wat gaan we drinken?"
Ik haalde drinken voor de tafel en schoof aan. Meestermagiër Raistlin wilde een ritueel gaan doen en deelde leren zakjes uit. "Denk aan iets wat je veilig houdt, iets wat je kracht geeft, en stop dat hierin. Niet echt natuurlijk, maar de gedachte zelf."
Toen Rakker Heinrich het woord had sprak hij over een sterk zwaard, en een goede strijder aan zijn zijde en hij keek daarbij naar mij. Ik glimlachte scheef. Oh, dacht hij zo over mij? Sehr schön!
Toen het mijn beurt was, vertelde ik over mijn regiment, mijn sergeant, mijn majoor, het leger, en Zoltanax. Al die dingen gaven mij kracht. Ik probeerde me voor te stellen dat ik dat allemaal in dat kleine lederen buideltje bij mij droeg bij het volgende gevecht. Het gaf me kracht.

Daarna was het tijd voor het vrijgezelligfeestje voor Lukas (Luca), maar ik was niet uitgenodigd en werd geweerd bij de deur. Dus ging ik van buiten door de ramen kijken wat er in de haardkamer gebeurde. Lukas zat op een stoel en een schaarsgeklede dame draaide om hem heen. Op de bar zaten Meester Luciano en de ork Grr met hun beentjes te wiebelen van plezier. Maar het feestje werd al snel onderbroken door de jonkvrouwe Goudhaan, aanstaande schoonzus van de bruidegom, en het feestje droop af. Toen Rakker Henrik met de stripper van het vrijgezelligfeestje van Lukas op zijn arm de gang inliep en mij zag staan keek hij even schuldig. Blijkbaar was hij vergeten dat hij misschien al plannen had voor die avond. Ik glimlachte blij naar hem. "Zo wordt het wel héél gezellig." We zijn met zijn drieën naar de hooizolder gegaan.
Toch wel typisch dat de Jonkvrouwe Van Nimmen mij de volgende ochtend complimenteerde op mijn keuze. Ik vraag me af wie er voor haar de Rakker in de gaten hield...

De laatste dag was weer een drukte van jewelste. Een aantal schavuiten die geen lid waren van het Monsterjagersgilde waren ingehuurd door de lokale adel om het weerwolvenprobleem te verhelpen. De jagers kwamen met een geketende weerwolf aan, en de jonkvrouwe sprak recht en veroordeelde de weerwolf tot de dood. Junkfrau Hilde stond erbij, en omdat zij had toegezegd dat ze haar plicht wilde voldoen en ik zag dat ze het moeilijk had, ging ik bij haar staan om haar bemoedigend toe te spreken. "U mag niet wegkijken, houd uw rug recht. U mag wel de ogen sluiten als u het niet wilt zien. En als u zich niet goed voelt, span dan de buikspieren een beetje aan;" zei ik zachtjes. Ik zag haar inderdaad rechter op staan, en de executie werd voltrokken. De Junkfrau gaf geen krimp. Wellicht werd het nog wat met haar.

De laatste gevechten waren heftig, en alhoewel de Junkfrau eerst nog bij de herberg in de buurt bleef, was zij later afgedwaald naar het veldje erachter, naar de lichtgevende Macguffin. Ik ging snel achter haar aan en ben ook meerdere keren tussen de monsters en haar gedoken. Ondanks haar opvallende lichtblauwe kleding was ik haar op een bepaald moment toch kwijt en werd ik overrompeld door de monsters. Onze lichamen werden bij de Macguffin gelegd, en na een kort ritueel en gegrom van de monsters om ons heen vetrokken die met het lichtgevende ding. Lourens ging ons allen langs, en met een kleine handoplegging voelden we een klein beetje kracht terugkeren. Maar ik werd overspoeld door een gevoel van chaos -- iets wat absolut on-Zoltanaxisch is -- en ik schreeuwde in frustratie en het gevoel dat de Orde en Regelmaat die Zoltanax zoveel kracht geeft, nu was verloren.
We hinkten terug naar de herberg, waar we snel onze spullen bij elkaar graaiden. Ik deelde mijn hardkeks met mijn mede-krijgers, en we vertrokken van deze vervloekte plek.
janestarz: (Daisies)
Belvedère vond deze keer plaats in Kasteel Dussen, net boven Waalwijk. Marjolein en Matto kwamen mij ophalen voor een gezellige carpool, en het kasteel zou binnenspels het huis zijn van mijn wijlen opa. De Duc de Guise en zijn vrouw waren officieel wel gastheer en -vrouw, maar zij woonden er niet.

Aan het begin van de dag heb ik even kort gesproken met Theodosia Poitiers. Ik was een beetje verbaasd over haar bericht in de courant over haar aanstaande missie naar Nouvelle France, aangezien ik daar nét zelf was geweest om met de Seneca te overleggen over de handel. Maar gelukkig konden wij de handen ineen slaan: ik bood direct mijn hulp aan om het contact met de Seneca te blijven voeren, zodat er een bekend gezicht aanwezig was bij het overleg.

Toen ik één van de kamers beneden wilde betreden werd ik ontzettend verrast en overrompeld omdat ineens monsieur Ludovic Stewart tegenover mij stond. Hij glimlachte en leek blij te zijn mij te zien, en ik heb amper een correcte begroeting kunnen stamelen omdat ik echt onvoorbereid was ineens oog in oog met hem te staan. Hij was nog steeds net zo knap als toen ik hem ontmoette in de Nederlanden, al die tijd geleden. En hij wist nog precies wie ik was! Hij excuseerde zich dat hij niet op mijn brieven had gereageerd, en vertelde dat hij uitzag naar "getting re-acquainted". Ook nodigde hij mij uit om samen de lunch te nuttigen. Ik heb echt staan stamelen als een blonde bakvis, en natuurlijk zijn uitnodiging beleefd geaccepteerd.

Toen hij verder liep heb ik Duchesse de Guise even aangeklampt (met OMG OMG OMG bakvis geluiden) want ik wist oprecht niet meer wat ik moest doen. Zij positioneerde mij langs een muurtje in de centrale binnenplaats, zodat monsieur Stewart mij kon zien tijdens zijn gesprek en niet opnieuw kon vergeten.

Toen de lunch geserveerd werd haalde monsieur Stewart wat te drinken voor mij. Wij stonden net bij een tafel om te beginnen met de lunch toen Kardinaal Richelieu mij sommeerde hem te volgen. Ludovic knikte begrijpend - als de Eerste Minister roept, heb ik maar te volgen. Ik verontschuldigde mij uitvoerig, en volgde Richelieu naar een bureau in de werkkamer die hij zich toegeëigend had tijdens zijn bezoek. Cain de Montesquiou, Père René de Montesquiou, Cosimo Concini, de gouverneur van Nouvelle France Girard Desargues en ik namen allen plaats tegenover de kardinaal.
De kardinaal vroeg ons kort samen te vatten hoe ons bezoek aan Nouvelle France was gegaan. Hij benadrukte het belang van het verkrijgen van het Da Vinci koper. Toen ik vertelde dat ik met de Seneca leiders had gezeten, dat zij goud, tin, zilver en koper met ons wilden handelen in ruil voor wapens, en dat ik hen had beloofd dat Frankrijk nooit het Da Vinci koper zou mijnen omdat dat heilig was voor hen, trok hij zijn wenkbrauwen zo ver op dat zij bijna zijn haarlijn raakten. Gelukkig ging het gesprek snel verder toen ik vertelde dat ik de taal van de Seneca machtig was, als één van de weinige Fransen, en mogelijk als enige aan het hof.
Cosimo en Pere René deelden mijn mening dat wij de Seneca vooral te vriend moesten houden en dat met goede relaties het beter handelen was, en Cain de Montesquiou suggereerde dat als de relatie goed genoeg zou zijn, er misschien wel veel meer mogelijkheden zouden komen. Zoals wanneer we de vijanden van de Seneca versloegen, en diens voorraden van het Da Vinci koper konden vinden bijvoorbeeld.
Richelieu sprak zijn zorgen uit dat er wapens geleverd gingen worden aan de lokale bevolking en hoe we konden voorkomen dat deze wapens tegen ons zouden worden gebruikt. Er werd gespeeld met de gedachte wel wapens te leveren, maar slechts weinig munitie, of een kleinere hoeveelheid wapens. Cosimo was verder ook geïnteresseerd in wat ik te weten was gekomen over de vijand van de Seneca en van ons die zijn luchtschip hadden beschoten en doen neerstorten, en ik kon hem vertellen over Deyon-hek'wa-e, de vuurvogel zoals de Seneka de feniks noemden die deze vijanden op hun kleding droegen.

De kardinaal gaf ons meer tijd, om middels het initiatief van mme Poitiers de verhoudingen met de Seneca te verbeteren en de vriendschappelijke band te versterken in de hoop dat er in de toekomst mogelijk wel een bron van Da Vinci koper gevonden kon worden. Of wellicht een cadeau van de Seneca zou zijn als de betrekkingen goed genoeg zouden worden.
Mijn aanwezigheid in Nouvelle France bij de handelsmissie zou voorkomen dat de Seneca steeds verschillende mensen zouden zien, en dat anderen 'voor heel Frankrijk' zouden spreken. En blijkbaar is dat nu mijn taak geworden! Wat bijzonder hè?

Na de lunch zocht ik monsieur Stewart weer op, en omdat de Princesse de Conti, mijn tante Louise, graag een woordje met hem zou hebben, wachtten wij beleefd. Het gaf ons een momentje om over koetjes en kalfjes te keuvelen want Tante Louise was druk bezig voor de Financiële Raad. Toen dit klaar was en wij tegenover haar zaten, en na de eerste beleefdheden, vroeg tante Louise hem eens in te denken over twintig jaar, als hij zelf een dochter had, wat voor man hij voor haar zou wensen. Ludovic antwoordde beleefd en correct: dat het een man moest zijn 'in good standing' en die goed voor zijn dochter zou kunnen zorgen. Daarna vroeg tante Louise hem om te reflecteren, of hij zelf zo'n man was. Ze was beleefd genoeg, maar stelde strenge vragen. Tot ze even pauzeerde en mij er niet al te subtiel aan herinnerde dat ik had beloofd deze middag te gaan biechten. Ik werd direct gesommeerd om dat maar te gaan regelen, terwijl zij verder zou praten met Ludovic.

Ik zocht Vader Santiago op en wij gingen op een rustig plekje even privé zitten praten. Ik had eigenlijk niet zoveel te biechten, maar ik vertelde over François, hoe ik hem kende van Nouvelle France, hoe hij de naam aan had genomen van de edelman die per ongeluk was vermoord in zijn plaats, en hoe hij nu aan het hof was en eiste dat ik zijn geheim bewaarde en hem altijd Frédérique d'Ailly zou noemen. De Vader sprak rustgevende woorden hoe mij niets verweten kon worden, en hoe het zeer ongepast was dat deze man dat van mij verwachtte. Dat luchtte op. Ik vond het nog steeds wel jammer dat Frédérique niet naar het chateau was gekomen, maar Ludovic nam toch wel een groot deel van mijn gedachten in beslag.

Want toen monsieur Stewart mij vertelde dat hij op de juiste manier mij het hof wilde maken was er natuurlijk het probleem dat mijn vader in Nouvelle France woont. Ik raadde hem aan om daarom maar met de Duc de Guise te praten. Als hoofd van de familie was hij zeer betrokken bij mijn geluk, maar natuurlijk was de Duc ook een druk man. Wederom stonden Ludovic en ik braaf te wachten tot er tijd voor ons was, en ik haalde een drankje voor ons beiden. Ludovic nodigde mij uit voor een kleine wandeling later die middag, waar ik natuurlijk graag mee instemde.
Toen de Duc tijd voor ons had en Ludovic vertelde over zijn intenties mij het hof te maken, keek de Duc mij onderzoekend aan. Ik bloosde natuurlijk en knikte bescheiden. Het is zo fijn dat de Duc en al mijn familie in Frankrijk zo rekening houden met mijn gevoelens!
Ludovic verzekerde de Duc ook dat hij zijn familie, oftwel zijn neef koning James van Schotland, zou vragen, of de connectie tussen onze families zijn goedkeuring kreeg. Dat is nogal wat!

Ondertussen was de missie van madame Poitiers om geld, connecties, en alle zaken die nodig waren voor haar handelsmissie naar de Seneca en Nouvelle France te bekostigen, te verzamelen. Gelukkig ging dat voorspoedig. Ik beloofde haar bij te staan als Seneca-sprekende française, en haar in contact te brengen met mijn contacten in Nouvelle France.
Maar er was een kleine kink in de kabel. Tante Louise had mij blij verteld dat zij een bal wilde organiseren voor 'de jeugd' om hen de 'hoofse frivoliteit' te leren. Zij nodigde monsieur Stewart van harte uit op Meudon om dit bal bij te wonen.
Mijn hart maakte een sprongetje, een dans met Ludovic zou echt een sprookje zijn! Maar ik was ook bang dat mijn missie naar Nouvelle France roet in het eten zou gooien. Ik wist niet hoeveel tijd dat in beslag zou nemen, en of ik wel op tijd terug zou zijn voor het bal.

Maar ook daar werd een oplossing voor gevonden. De knappe, en sterke, kapitein Maurice beloofde zijn snelste luchtschip ter beschikking te stellen zodat ik hopelijk weer op tijd terug zou zijn in Meudon voor het bal. En een chaperonne werd ook gevonden: de vrouw van kapitein Maurice, de kapitein van het hospitaalschip was ook geïnteresseerd om de Seneca bij te staan en zou meegaan naar Nouvelle France, en tante Louise stuurde ook één van haar hofdames mee zodat mijn deelname aan het project van Mme Poitiers vast stond.

Ik praatte ook even met de andere aandeelhouders in de Banque de France. Zij hadden natuurlijk gehoord van de overeenkomst die ik had gesloten met de Seneca, en wij zochten een rustig hoekje achter een aantal boekenkasten om een privégesprek hierover te voeren. Ze vroegen mij allemaal moeilijke dingen, zoals de contracten die getekend waren en wat het onderpand zou zijn. Ik legde uit dat de Seneca niet werkten met contracten. We hadden sterke drank gedronken om de overeenkomst te sluiten. En er was geen onderpand.
Fernando de Medici sprak mij streng toe: als er een lening nodig was om de beloofde wapens naar de Seneca te krijgen, moest er toch een onderpand zijn. Gelukkig wist ik de oplossing: Mme Poitiers kon de wapens leveren en de handel met de Seneca opstarten, dus een lening was niet nodig.
De andere aandeelhouders keken opgelucht. Cain de Montesquiou had tijdens de lunch bij de bespreking met de kardinaal gezeten en had zich duidelijk zorgen gemaakt om het geld. De Duc de Montesquiou was deze keer een stuk vriendelijker dan toen wij net waren toegetreden en hij duidelijk niet met mij wilde spreken. Hij nam deze keer zelfs de moeite daadwerkelijk tegen mij te praten! En Fernando de Medici beloofde om mij eens uit te leggen wat er van ons als aandeelhouders werd verwacht. Maar hij zei ook dat, omdat hij met mijn nicht Marie-Françoise ging trouwen er toch wel zorgen waren over onpartijdigheid - nu was een meerderheid van de aandelen van de Banque de facto in handen van mensen die banden hadden met de De Guises.

Tante Louise en Elouise Mauvais, de kapitein van het hospitaalschip, wilden wel optreden als chaperonne terwijl monsieur Stewart en ik een rondje door de tuin gingen wandelen. De zon was inmiddels onder en het was donker in de tuinen, maar wij konden in ieder geval nog even praten. Ik sprak de hoop uit dat hij nog wel de tijd had gehad om aan zijn eigen zaken toe te komen, omdat hij toch veel tijd had besteed om met mijn familie te praten, maar Ludovic verzekerde mij dat hij daar voldoende tijd voor had gehad en dat de zaken in Calais onder controle leken te zijn.
Ik vertelde hem over mijn familie in Nouvelle France, mijn drie jongere zusjes en mijn broertje die de jongste van het hele stel was. En we praatten over Schotland, en hoe hij daar binnenkort naar koning James zou gaan om met hem te praten over zijn gewenste connectie met mij en diens goedkeuring te vragen.

Niet lang na de wandeling was het tijd om aan te schuiven bij het diner. Ik had de tafelschikking in de gaten gehouden. De duchesse had de hele familie de Guise aan de lange tafel van de koning geplaatst. Als gastvrouwe was dat haar voorrecht, en zij had Ludovic naast mij aan tafel gezet. Aan mijn andere kant zat Federico de Medici, die verloofd is met mijn nicht Marie-Françoise. Omdat mensen gedurende de dag de tafelschikking kunnen aanpassen is er altijd een mogelijkheid dat de persoon waar je naast had willen zitten ineens verplaatst wordt, of dat jouw plek aan tafel verandert, maar gelukkig was dat niet gebeurd. Ik had nog nooit zo dicht bij de koning aan tafel gezeten. Koningin Anna zat zelfs recht tegenover Ludovic! (En hij herkende haar initieel niet! Gelukkig kon zij daarom lachen.)

Het eten was zeer uitgebreid. We kregen een bietenparfait een een glas met pastinaak-soep, beiden erg lekker. Daarna werden allerlei kleine schoteltjes tussen de gasten gezet: een stukje zalm in een lichte saus, een buikspek die ik oversloeg, en een pompoenpuree. Na deze voorgerechten was er tijd om even de benen te strekken.
Ik vroeg Ludovic nog naar zijn plannen; hij had verteld dat hij tot voor kort weinig had gereisd, en nu steeds maar tussen Frankrijk en Schotland heen en weer reisde. En dat we elkaar natuurlijk in de Nederlanden hadden ontmoet. Ik vroeg hem wat hij graag zou willen zien als hij overal in de wereld naar toe zou mogen reizen. De gesprekken tussen ons werden steeds soepeler, en mijn hart maakte een sprongetje toen Ludovic vertelde dat hij ook graag naar de Alpen wilde, maar ook eens naar Nouvelle France zou willen reizen. We keuvelden over onze reizen en hoe Nouvelle France misschien wel heel veel op Schotland leek: ongerepte natuur en nog niet zo ontwikkeld als het Franse platteland met grote velden en boerderijen. En Ludovic en ik keuvelden over onze toekomst.
Hoe spannend! ONZE toekomst! Door met mijn familie te spreken had hij wel duidelijk gemaakt hoe serieus hij was in zijn interesse, en hij had ook al beloofd om met zijn neef, koning James te spreken. Onze koning, Louis XIII, had ook scherpe ogen, en zag direct dat er meer speelde tussen Ludovic en ik. Zowel de koningin als hijzelf bogen gretig naar voren om deze sappige roddel te horen. De koning stelde voor dat Ludovic met zijn connecties in Engeland wel op kon treden als ambassadeur voor Frankrijk aan het Engelse hof. Ik klapte blij in mijn handen. Wat een compliment! Maar de koning was gewiekst: hij stelde als voorwaarde dat hij geen vrijgezel kon hebben als zijn ambassadeur. Dus moest monsieur Stewart maar snel gaan trouwen, zodat er niemand hem weg kon kapen. De koning keek betekenisvol naar mij, en ik sloeg mijn ogen verlegen neer.
De koning wilde feitelijk ons huwelijk versnellen? Begreep ik dat nou goed?
De koning droeg Ludovic op om met de minister van Buitenlandse zaken te overleggen over het ambassadeurschap, en Ludovic ging gelijk op zoek naar Père Ramon omdat wij toch nog moesten wachten tot het hoofdgerecht geserveerd zou worden. Ik trok aan tante Charlotte haar mouw. Zij beloofde even polshoogte te nemen of er inderdaad een aanzoek zou volgen. Na een kort overleg met monsieur Stewart legde ze mij de situatie uit: hij wilde eerst de goedkeuring van zijn neef, en de Duc de Guise en mogelijk ook mijn vader, voordat er een aanzoek zou komen. Duc de Guise sprak ook even met Ludovic en gaf, na een knikje van mij, één voorwaarde: dat eerst het huwelijk van Marie-Françoise en Federico de Medici voltrokken diende te zijn. Daar moest ook voldoende ruimte voor zijn en blijven.

Het hoofdgerecht was uitstekend; er waren drie keuzes geweest: en ik was voor de vis gegaan zodat ik de rode wijnsaus niet van een rundersukade hoefde af te schrapen. Het was heerlijk, en de gesprekken aan tafel vielen even stil terwijl iedereen aan het smullen was.
Ludovic vertelde dat Père Ramon zijn goedkeuring had gegeven, maar toch had Ludovic zelf nog een gedachte die hij met mij deelde. Zijn titel als Duc van Lennox was natuurlijk een Britse titel, en hij wilde niet dat er getwijfeld kon worden aan zijn loyaliteiten. Ik stelde voor dat hij afstand zou doen van die titel zodat zijn broer die taak op zich kon nemen, en om de koning te vragen hem een titel in Frankrijk te geven. De koning leek nu goedgemutst genoeg te zijn om het hem te gunnen, en hem de mogelijkheid te geven om zijn aanstaande bruid een goed huis te kunnen bieden. En een ambassadeursschap ging vast gepaard met een goede titel, toch?
Ook nam Ludovic de moeite om me nog even eerlijk te vertellen over zijn gevoelens. Dat de koning hem een duwtje in de rug had gegeven was niet de reden dat hij in mij geïnteresseerd was. Het had alleen zijn tijdslijn versneld. Hij had sowieso interesse gehad om mij beter te leren kennen en mogelijk een verbinding tussen onze families voor te stellen, het werd slechts vervroegd door wat er aan tafel door de koning was gesuggereerd.
En hij beloofde om een aantal leden van zijn persoonlijke garde met mij mee te sturen naar Nouvelle France om mij veilig te houden. Wat een heer!

Na de toetjes (pastel de nata, een pistache petit-four, en lemon meringue, en macarons - geen van allen echt mijn ding), wandelden de mensen langzaam weer door het chateau heen. De koning kondigde aan welke projecten voldoende steun hadden weten te vergaren om doorgang te vinden, en het project van Mme Poitiers was daar een van. Ook werden er twee nieuwe verlovingen aangekondigd. Gelukkig was de koning ook op de hoogte dat er nog geen verloving was afgesproken tussen Ludovic en mijzelf, dus onze namen werden niet genoemd.
De avond sloot af met het trouw zweren aan de koning. Het was mij niet helemaal duidelijk waarom dat nodig was, maar de hoofden van de adellijke huizen mochten als eersten in koor de eed zweren, daarna gevolgd door de rest. Natuurlijk waren er een aantal mensen die niet meededen omdat zij onderdanen van Spanje of de Habsburgers waren bijvoorbeeld. Maar ik deed braaf mee.

Voordat de avond tot een slot kwam, vouwde ik een zijden zakdoekje met mijn initialen in Ludovic zijn hand. "We won't be seeing eachother for quite a while, so please accept this as a token of my affection, to remember me by..."

Wat een geweldige Belvedère!
janestarz: (Text - Shut up Voices)
We beginnen het weekend in Tilburg, waar zowel Tim als Bram eerst bij ons langskomen. We mogen pas laat het terrein op, dus we kunnen nog even overleggen voor we die kant op gaan. De rit naar Oosterhout is maar kort, en ik carpool met Bram met onze kratten terwijl Eisirt met bolderkar bij Tim in de auto zit. We claimen onze favoriete slaapzaal, die voor NPCs gereserveerd blijkt te zijn, en wijken dan uit naar de grootste slaapzaal met veel open vloer die helaas luiken voor de ramen mist. Ach, eind oktober zal dat niet zo'n groot probleem zijn.

Voor tijd-in laat Giebretius ons weten dat hij zijn tas bij ons heeft gelaten, terwijl hij undercover gaat bij de Rozers. Niet lang nadat we aankomen bij het landhuis van Leenheer Georg van Molenbrug is Gieb alweer terug. We hebben niet eens tijd gehad om zijn tas te bekijken, maar ach. Die knul heeft vast geen geheimen voor ons. Niet dat hij ons vertelt wat hem is overkomen tijdens zijn geheime missie...(zucht)
Bij het landhuis worden we geweerd door de lokale wacht. We zijn eigenlijk niet welkom. Na wat geharrewar komen we erachter dat de Leenheer al 6 maanden dood op zijn stoel zit. Dit feit is verborgen gehouden voor iedereen, inclusief zijn vrouw die negen maanden zwanger is. Niet lang nadat het nieuws van de dood van de leenheer bekend wordt, komt zijn bastaardzoon Robert langs: die wil gelijk aanspraak maken op de titel. Hij is een daadkrachtige jongeman, die niet heel vriendelijk is. Later die avond komen we erachter dat er nog twee bastaarden zijn: Patrick en Wilhelm.

Zaterdag:
Boeren vallen het landhuis aan, onder leiding van Robert. Salima en ik proberen hem te sussen maar worden al snel in de rede gevallen / overruled door Vincent. Ondanks de verwoede pogingen om het te sussen escaleert de boel als Raven een baksteen naar haar hoofd gegooid krijgt en in een Rode Waas gaat. Ik stuur haar naar haar kamer, maar zij valt mij ook aan en er vallen toch twee doden bij de boeren.
Ik heb kruiden gezocht maar niet zo heel veel gevonden. De gagel die ik wel vind kan ik aan Raava verkopen.

Kort daarna geef ik mijn blauwe steen af aan Leshan om de Docent te helpen met het bevechten van demonen. Eigenlijk wilde ik mijn steen niet kwijt, maar dit is toch wel een heel goed doel. Leshan geeft mijn steen aan Pollux die de steen op één of andere manier bij de Docent kan krijgen. Als Pollux kort daarna vraagt of ik nog een blauwe steen heb word ik boos. Ik wijs hem erop dat hij zojuist mijn steen van Leshan heeft gekregen en dat hij wel eens dankbaar mag zijn. Hij verontschuldigt zich uitvoerig en zegt dat hij bij mij in het krijt staat.

Dieter en ik worden ontboden bij de docent. Ik bekijk de tekeningen op zijn tafel en zie dat de brug tussen de droomwereld en de wereld van de stervelingen ook verbroken is. Dat is best bijzonder, want onze hele familie droomt over een zomerse dag met krekels, en een zonnetje wat tussen de bladeren door schijnt.
De docent drukt ons op het hart dat we iets met de rode kaars moeten doen die we hebben meegenomen van de kaarsenmakerij. En benadrukt daarna dat we eigen wil hebben, maar dat het hem toch wel interessant zou lijken om er iets mee te doen.

Ik roep de hulp in van de Magos, Parisu, en hij bekijkt de rode kaars eens goed. Hij probeert mij ook te laten zien, iets met 'leerlingen' enzo, maar hij krijgt een hartaanval en het enige wat ik aan de kaars kon zien was wat ik in mijn dromen ook al had gezien. Ik geef hem in ieder geval 'een kusje erop', en daarna snellen andere avonturiers toe om hem verder te genezen.

De bisschop instrueert mij om te kijken of ik de Tayeren over kan halen om trouw te zweren. Ik spreek één van hun dames aan. Zij zoeken naar een plek waar zij hun belangrijke boom kunnen planten en ik zeg toe dat ik daar mijn best voor zou doen, maar houd de toezegging vaag. Volgens mij is dat hoe diplomatie werkt: net doen alsof je iets belooft zonder ook daadwerkelijk iets te beloven.

Na het eten moeten we een steentje trekken uit een pot, en mensen met een groen steentje moeten deelnemen aan de vergadering om te bepalen wie de nieuwe leenheer gaat worden. Ik heb er weinig zin in en kreun als ik daadwerkelijk, net als Fedor, Fons, Salima, Eewoud en Steyn een groen steentje trek. Uiteindelijk zitten we met acht mensen en een gnoom aan de vergadertafel. Eén voor één lees ik de brieven voor die leenheer Georg aan zijn bastaarden schreef. Elke brief vertelt iets over de zoon in kwestie. De daadkracht van Robert, de toewijding aan Ranaa van Patrick, en de besluiteloosheid van Wilhelm die het liefst elk probleem van alle kanten bekijkt. Na elke brief spreken we met de kandidaat in kwestie zodat we hem aan de tand kunnen voelen.
We doen een eerste stemming. Vijf voor Robert, drie voor Wilhelm, en één onthouding. Daarna gaan we overleggen. Een aantal mensen delen hun mening. Ik wijs uit dat de drie heren allemaal nog maar net volwassen zijn, en vrijgezel. Zij zullen ook een vrouw moeten vinden om erfgenamen te maken, en een sterke vrouw die Wilhelm aanspoort of Robert tempert zou nog wel eens het verschil kunnen maken. Patrick vond dat niet zo belangrijk, maar zou het wel doen 'omdat het nou eenmaal moet'.
Salima licht nog een stukje van de sluier op. Ze mocht er niets over vertellen, maar Theehuis de Oase wilde wel een romantische thee voor twee organiseren voor een jongedame van stand en een bepaalde sterke kandidaat.
Het duurde bij Fons en Fedor erg lang tot het kwartje viel - zo lang zelfs dat ik luidkeels uitriep "Echt, heb je nú pas door wie zij bedoelen?!" toen ze dat uiteindelijk doorhadden.
Maargoed, als Vrouwe Meike inderdaad geïnteresseerd is in Robert, kan ik me zo voorstellen dat zij hem wel op kan voeden. Mensen onderschatten haar omdat iedereen maar naar de jonge baron kijkt, maar dat moeten ze vooral niet doen. Meike heeft ook genoeg in haar mars!
We stemden nog een keer, en met de nieuwe informatie werd de uitkomst bijna unaniem: 8 voor Robert en 1 stem voor Wilhelm. Patrick kreeg geen stemmen.
En we spraken af dat er een net verslag opgesteld zou gaan worden voor de baron, zodat die kon bepalen of hij het met ons advies eens was.

Tijdens de vergadering had ik wel iets meegekregen van een opstootje, dat blijkbaar degene die Nadia Voets vergiftigde was opgepakt. Willem praatte me bij: het was de troonopvolger van de Tayeren. Zij had bekend en werd voor het misdrijf verbannen. Maar Willem had een mooie oplossing gevonden: als zij, haar bloedlijn en haar stam eeuwige trouw aan de baron zouden zweren, hield hij haar bekentenis in zijn boek en werd het niet openbaar.

Willem, Mikhail en Steyn gaan naar de Schoot der Goden, Dieter komt niet veel later een lantaarn halen omdat Steyn is verdwenen. Daarna is Mikhail kwijt, maar zijn grote zwaard is nog gevonden. Ik pak het zwaard en trek het bos in, achter hem aan. Alsof ik geen betere dingen te doen heb dan achter een jonge Ranaa priester aan te lopen die mij niet ziet staan. Ik ben toch geen avonturier!
Ik volg een half-elf (echt, waarom!?) het bos in, maar het lijkt wel alsof we aangevallen worden door het bos zelf: giftige padden, striemende takken en zelfs een of ander brandend iets. Uiteindelijk moeten we omkeren. Ik strompel terug richting het landhuis, waar Willem me opvangt en terugbrengt naar een stoel. Ik kots onderweg nog een paar keer, maar het gif blijft verder werken. Uiteindelijk moet Raven me helpen met een aderlating en een bloedtransfusie.

Als ik weer bijkom staat de bisschop bij mij en ik kan haar het goede nieuws vertellen dat de Tayeren trouw hebben gezworen aan de baron. Ik ben nog niet helemaal helder, dus veel meer dan een gemompeld: "Het is geregeld met de Tayern. Ze hebben trouw gezworen aan de baron;" komt er niet uit. Willem licht de bisschop verder in. Ze lijkt het niet helemaal eens te zijn met de methode, maar ik benadruk dat we wel hebben gekregen wat we wilden.
Ik praat ook nog even met een van de vrouwelijke Tayeren. Blijkbaar zijn de baron en de verbannen dame verliefd op elkaar. Huh.

Als Mikhail terugkeert uit het bos met wilde verhalen over dat hij een weerwolf zou zijn, vragen we Lyanna en hem even apart en lichten we ze in over ons geheim...we zijn meer dan we lijken. Het is fijn om deze mensen ook in vertrouwen te nemen, want verder weten alleen Giebretius en de bisschop van onze familie af.

Ook komen er ondoden en herauten op bezoek. De herauten zeggen dat als wij allemaal trouw zweren aan koning Deomé, de ondoden aanvallen zullen stoppen. Slechts een paar mensen roepen mee met het 'Leve Koning Deomé!' -- niet genoeg. Uiteindelijk volgt er een groot gevecht waarbij de ondoden door de ramen van het landhuis breken en ze teruggevochten moeten worden.

Zondagochtend
Huishoudster Olivia is de kok aan het uitschelden, wat natuurlijk niet kan. Ik wijs haar terecht en spreek haar streng toe. Helaas verspreek ik me en komt Olivia erachter dat de baron zich voordoet als 'Jos'. Ze raakt er maar niet over uitgepraat, en wil gelijk de zijden lakens pakken. Mijn tegenwerpingen dat 'leven zoals het gewone volk' wel goed is voor die jongen lijkt ze helemaal niet te horen.

Robert staat erop dat hij de brieven weer terugkrijgt, en Willem pulkt een zegel van één van de brieven, kopieert ze, en daarna halen we ze door de koffieprut. Ik geef de brieven terug met een verontschuldiging. "Ze waren op tafel blijven liggen, en ik vond ze in de vuilnis... blijkbaar heeft een bediende ze weggegooid."

Ook lees ik de verklaring van de Raad van Negen voor dat onze keuze op Robert is gevallen, en dat dit ons advies aan de baron is. Patrick laat mij niet eens uitpraten en stormt weg. Zo gauw ik klaar ben begint Robert gelijk met mensen ontslaan, noemt een van de aanwezige wachters een heks, en roept snelrecht uit.
Dieter slaat de handen ineen: nu is het tijd voor de tabbaarden. Een leenheer, en zeker een aspirant-leenheer, heeft hier namelijk het mandaat niet toe. Dat is een taak voor de inquisitie!
We gespen snel onze degens en tabbaarden om, en gaan erachteraan. We ondervragen de wachter, die ook Robert een heks noemt. Na een kort verhoor waarbij Willem zijn dolk onder de nagels van de wachter steekt, brengen we hem terug naar de voortuin van het landhuis. Hier moeten getuigen bij zijn. De wachter herhaalt zijn beschuldiging dat Robert een heks zou zijn niet, en wij vragen hem om zijn laatste woorden. Na een knikje van Willem, onthoofd ik de wachter en passen wij snelrecht toe.

De aanwezige avonturiers staan ons aan te gapen. Salima, Raava en de andere Mezzaida vragen voorzichtig wat dit nu weer is. Ik vrees dat hiermee, met dit 'bedrog' - ons geheim - onze vriendschap misschien wel ten einde komt. Ik hoop het niet.

Patrick keert terug met een groep gewapende devote volgelingen. We proberen hem tot kalmte te manen maar dat werkt niet. Na een kort gevecht komt de bisschop op de proppen en zij weet hem wel te kalmeren.
Uiteindelijk spreek ik de drie broers streng toe. Ze lijken te luisteren maar ik weet vrij zeker dat ze toch wel hun eigen plan gaan maken. Robert lijkt in ieder geval toe te staan dat Wilhelm aan zijn zijde als adviseur mag functioneren. Ik hoop dan maar dat zij samen wel een goede koers weten te varen voor Molenbrug. Maar de baron is nog niet eens volwassen, dus de beëdiging moet nog eventjes op zich laten wachten. Nog 3 dagen!

En Doedus komt naar mij toe; dat de Docent mij wel een geschikte kandidaat zou vinden om de werelden weer aan elkaar te verbinden met gouden spinrag. Ik had het hier even moeilijk mee, want was dit nu een OC vraag naar mijn werk of niet? "Kun jij goed naaien?" moet je mij maar niet IC vragen. Uiteindelijk bleek dit wel echt IC te zijn, maar het maakte het tot een raar gesprek.

En we komen erachter dat de rode kaars ook nodig was om de geboortepoel van de sshouk te reinigen. Maar omdat de kaars gemaakt is met demoneninvloeden moet deze eerst gereinigd worden. Hiervoor is een groot ritueel met veel blauwe stenen nodig. Eerder die ochtend was er ook al een soortgelijk ritueel om rode stenen, ook gemaakt met demoneninvloeden, te reinigen. Parisu gaat op de grond liggen als het 'vat' en de demonische energie wordt doorgestuurd naar Septis door één van de Mezzaida. In de wandelgangen vang ik op dat ze hopen dat Septis demonen gaat vreten. Dat zou lekker opruimen, maar hopelijk heeft hij daarna geen honger meer, is mijn enige gedachte daarbij.

-----

Het was een gezellig weekend met leuke ontwikkelingen. En met de grote openbaring van ons geheim: we zijn een familie van inquisiteurs. We hadden gehoopt dat het nog even verborgen kon blijven, maar met de uitspraken van de aspirant-leenheer die toch echt zijn boekje te buiten ging, was het toch wel het juiste moment. De weerzin van de Mezzaida dames was geweldig, hopelijk volgt daar nog veel meer spel uit.

Wat dat betreft: het spel met de dames is altijd geweldig en na tijd-uit hebben we het nog even gehad over hoe er toch best wel veel mannen waren die gewoon over ons heen praatten. Het incident van zaterdagochtend met Vincent was niet de enige, waarbij wij buitenspel werden gezet en een meneer het wel eventjes zou regelen. Misschien ook omdat het toch best onzekere tijden zijn zo vlak voor de polariserende verkiezingen van de Tweede Kamer.

Zaterdagavond -- het akkefietje met ondoden die 'door de ruiten' kwamen en ineens in de kamer stonden was ontzettend onhandig. De lange tafels waren in lange rijen opgesteld en er was al te weinig plek om rond te lopen. Ik stond vlak bij het raam en kon geen kant op. Oh ja, en dat was ook nog eens gevaarlijk! Binnen moet je niet willen knokken.
Raymon wierp tegen dat de avonturiers zich allemaal binnen aan het verstoppen waren, en ik wierp tegen dat het niet raar was. Het is koud en vochtig buiten, ze zitten alcohol te drinken, en je geeft ze nog geen twee minuten om in de benen te komen. Wat verwacht je nou precies?

Ook had ik zondagochtend een raar akkefietje: ik stapte terug en stootte op een nare wijze mijn hoofd tegen een tak. Eerst dacht ik even dat ik door een NPC op mijn hoofd geslagen was (wat niet mag). En dat vonden de andere NPCs blijkbaar het perfecte moment om mij ook van twee kanten aan te vallen. Toen ben ik even boos uit het spel gestapt. Ik word op mijn hoofd geslagen [door een boom, of all things] en dat is een goed excuus om mij in elkaar te kloppen? Doe even normaal!
Toen de boogschutter van de NPCs over een tak struikelde legde ik het spel even stil zodat zij op kon krabbelen, en pas nadat ze zei dat alles in orde was en we verder konden spelen, gingen we verder. Volgens mij is dat toch de manier om met dat soort dingen om te gaan...

LARP-dip

May. 26th, 2025 09:38 pm
janestarz: (Default)
Het is lang geleden dat ik zo'n heftige LARP-dip heb gehad. Wat niet meehelpt is dat ik me niet echt kan concentreren op ingewikkelde taken op het werk, en ik dus simpelere taken oppak waarbij mijn hoofd vrij rond kan dwalen in de herinnering aan Belvedère.
Vanavond heb ik gelijk mijn verslag ingestuurd. Daarmee kan de spelleiding de rollen voor volgende Belvedère invullen en een richting suggereren waar je in kan gaan met je spel.

Het verslag wat ik opstuurde is vrijwel identiek aan het verslag wat hier op LJ Dreamwidth staat, met een paar kleine toevoegingen.
Want ik kreeg in de familie-groepsapp terug van Anne (Tante Charlotte): "Je bent meer in de gaten gehouden dan je dacht en die trapper is uitgebreid besproken zal ik maar zeggen"

En ja, van dat soort updates word ik blij. Want hoe vrij ik deze Belvedère kon bewegen, blijkbaar hadden 'de Tantes' het allemaal wel door. En dat betekent dat ik daar dus nog Vragen over ga krijgen. Want wie is die Frédérique nu eigenlijk?

Op de verslag-vraag "Zijn je loyaliteiten veranderd?" antwoordde ik:
"Mijn familie heeft natuurlijk echt wel door dat ik met Frédérique (François) heb gepraat en houden me streng in de gaten. Ik ben bang dat ik volgende keer heel erg in de problemen ga komen en dat ik Frédérique niet meer mag zien. Maar ik ben ook afhankelijk van ze, dus mijn loyaliteit naar de familie De Guise is niet veranderd.

Dit soort drama vind ik OC heel erg geweldig, ik heb me heerlijk in de nesten gewerkt en ik verwacht er echt nog wel een staartje van te krijgen. Bring it!"

Vanavond vond ik op Discord ook de Matthijs die François/Frédérique speelde. En niet alleen kwam het gesprek gelijk goed op gang, ook kwamen er een aantal plannen, wilde plannen, en hele slechte wilde plannen voorbij.
En tot overmaat van voorpret heeft Josh die Ludovic Stuart speelt zich ook ingeschreven... en vermoed ik dat Tante Charlotte ook nog wel wat andere kandidaten mijn kant op gaat werpen.
En zo heb ik alleen nog maar veel, veel meer zin in Belvedère 14. Nog maar 6 maandjes wachten.
janestarz: (Me - Truestrike)
Deze Belvedère werd in het centrum van Eindhoven gehouden en daarmee behoudt Arcana de trofee van “Reizen Naar Een LARP Op De Fiets”. Ik parkeerde mijn fiets in de ondergrondse stalling bij de Heuvelgalerij en liep een straat verder naar Domus Dela, een voormalig klooster die omgebouwd was tot hotel, zalencentrum en restaurant.
Ik kleedde me snel om: allereerst mijn prachtige Oxfords van American Duchess, daarna chemise en corset, japon, haarnetje en geborduurde fichu. Helaas was mijn zijden geborduurde zakdoekje verdwenen, waar je een binnenspelse uitleg aan zou kunnen hangen, maar ik weet oprecht niet waar het ding gebleven is.

Ik had het geluk dat nog maar weinig mensen klaar waren voor hun portret dus er stond niet eens een rij bij de fotolocatie van Marcel in het sfeervolle trappenhuis van het klooster.
En de spelleiding had me een geweldige briefing geschreven, dus ik ging vol goede moed het spel in. Mijn personage is een jonge nicht van de familie De Guise en zij was twee jaar geleden uit Nouvelle France (Canada) gekomen om hulp voor het handelshuis van haar ouders te vragen. Eenmaal aan het hof werd wel duidelijk dat het een hele andere wereld was, en Oriana is altijd een dom blondje naïeve jonge dame geweest die alles ze tegenkomt maar al te graag probeert.

Zo had ik ten tijde van Belvedère 10 (anderhalf jaar geleden) Ludovic Stuart ontmoet, een Franse adellijke die voor de koning van Engeland werkte. Maar sindsdien had ik hem niet gezien, niets meer van hem gehoord, en op mijn brieven kwam maar geen antwoord. Mijn familie had me wel gewaarschuwd voor de Engelse ambassadrice, Mme Somerset, en dat ik maar niet met haar moest gaan praten, maar nu was de maat vol. Ik vroeg haar of ze wellicht een momentje had en we gingen aan de zijkant van de grote zaal even praten. Lange gordijnen zorgden ervoor dat niet iedereen vol in het zicht was als je langs de zijkant ging praten, dus dat kwam me heel goed uit. Ik had geen zin om weer op mijn vingers getikt te worden door één van mijn ooms of tantes.
Mme Somerset beaamde dat Fort Brittanica inderdaad heel slecht te bereiken was, en dacht dat ik daarom wel niets had gehoord op mijn brieven. Ik vroeg haar of zij nog iets had gehoord van Ludovic, maar zij had ook niets gehoord. Ik zuchtte dat ik me zorgen maakte. Zij wilde best eens navraag doen. En ze raadde me aan om 'ongenaakbaar' te zijn, wat dat dan ook mag betekenen. Ze beloofde me iets te laten weten als ze meer wist.

Père René de Montesquiou benaderde mij met een hulpvraag: hij wilde een project opstarten om in Nouvelle France te onderzoeken of er mijnbouw opgestart kon worden. Omdat ik uit Nouvelle France kwam vond hij mij daarvoor een geschikte persoon, wat ik alleen maar kon beamen.

Bij de kaart van Nouvelle France waar Cosimo Concini een update gaf over zijn recente reis daar naartoe zag ik een bekend gezicht: François Picaud! Ik sprak hem aan en vroeg hem wat hij aan het hof deed, maar hij ontkende in alle toonaarden dat hij François was! Hoe durft hij mij zomaar te vergeten! En mij een leugenaar te noemen!
Dat vond ik echt verschrikkelijk, dus ik heb dat tegen hem gezegd en ben boos weggelopen. Daarna ben ik naar Helène de Medici en Sophiya de Vermillione-Rojas gegaan om mijn hart te luchten. Misschien had ik me wel vergist. En ik heb het ook tegen oom Florent gezegd, want als iemand weet wat ik daarmee zou moeten, dan is hij het wel. (Want hij is toch een beetje mijn surrogaat-papa aan het hof!).
Florent heeft voorzichtig bij François proberen te vissen "want hij zag er zo bekend uit" maar François heeft de vragen deftig ontweken en Florent liep al snel weg.

Maar niet lang daarna kwam François bij mijn tafel staan en zei hij "Oriana we moeten even praten. Privé." Dus hij wist wél wie ik was! Hij vertelde mij dat Frédérique d'Ailly sprekend op hem leek, en dat er mensen in Nouvelle France dachten dat Frederiqe hem was. François had gokschulden en die mannen hebben per ongeluk Frédérique vermoord! En toen vond hij het alleen maar passend dat hij naar Frankrijk zou gaan om voor de familie van Frédériqe te zorgen. Ik vroeg hem of de vrouw en kinderen van Frédérique dat niet door zouden hebben, ik had hem toch ook direct herkend dat hij François was? Maar Frédérique was niet getrouwd en had geen kinderen. En diens moeder was recentelijk overleden!
Maar hij loopt dus wel gevaar, dus moest ik maar voorzichtig zijn wie ik vertelde dat hij François was.
En hij wist *alles* nog. Van de mooiste bevervellen die hij aan mij gaf. En van de soep die wij aten! En hij bood zijn excuses aan mij aan dat hij zo gemeen was geweest. Wat een heer hè?!

Tante Louise (Princesse de Conti) wilde mij bij een gesprek hebben met Mme. de Rohan en Mme. D'Albert en M. De Medici. Zij vertelden dat mijn aanwezigheid als vennoot in de bank vertrouwen gaf. En er was ook iets met 'belangenverstrengeling' maar Tante Louise verzekerde de dames dat zij mij alleen adviseerde. Of zoiets. Maar ik snapte niet helemaal waar het gesprek verder over ging.

Honorat de Bueil stelde voor dat ik misschien maar naar Tours moest komen, daar waren ook genoeg vrijgezelle mannen maar daar had ik niet zo'n trek in dus ik heb alleen gezegd "Wellicht." Bovendien mag dat vast niet van Tante Louise.

En Robert Denard (die ik ook nog ken uit Nouvelle France, van lang geleden!) vroeg mij om naar zijn feestje in Parijs te komen. En bood ook aan een "afleiding" te regelen zodat ik aan mijn chaperonne kon ontsnappen. Maar ik had hem ook verteld dat ik François had herkend, en dat liet hij niet meer los. Ik had hem proberen af te wimpelen dat ik me vergist had (want ik wilde François/Frédérique niet in gevaar brengen), maar Robert wilde het niet loslaten. Hij zou wel even een brief sturen naar Nouvelle France om navraag te doen, en mijn naam noemen. Maar dat wilde ik natuurlijk helemaal niet. Wat zou mijn papa wel niet denken! Dus hij beloofde mijn naam niet te noemen maar wel navraag te doen.
Ik waarschuwde François hier ook over, maar die wuifde mijn zorgen weg. "François Picoud is vermoord in Nouvelle France. Dat is alles wat hij zal horen."

Marie-Françoise vertelde mij trots dat ze mij aan haar tafel had geplaatst met het diner, en ik was even bang want ik had gezien dat ik naast François zou zitten, maar gelukkig was dat nog steeds zo. Zo kon ik nog af en toe een heimelijke blik op hem werpen, en we maakten af en toe oogcontact. Het was weer net als vroeger. En mijn familie die aan tafel zat was heel erg afgeleid omdat de kinderen van Florent en Marie-Jeanne ontvoerd waren door Marie de Medici. Echt heel verschrikkelijk.
Na het diner liep iedereen weer terug naar boven en zijn François en ik naar de koffiekamer ontsnapt. Ik ben wel heel braaf op afstand gebleven: hij stond bij de tafel in het midden van de kamer, en ik langs de muur. Als er dan toch iemand binnen zou lopen zou ik toch niet zo heel veel problemen hebben? We hebben het daar nog even over gehad, wat normaal zijn Tante Charlotte en Tante Louise en de Duc en Oom Florent heel beschermend, maar nu waren ze nergens te bekennen. Het was wel heel jammer dat Girard Desargues ineens binnen kwam lopen, die heeft ons betrapt, maar die heeft er niets van gezegd dat ik zomaar met een onbekende man alleen in een aparte kamer was. Misschien dacht hij dat het niet zijn plaats vond om daar iets van te zeggen, maar ik ben wel bang dat hij Tante Louise op de hoogte gaat brengen.

En het mijnbouwproject van Père René de Montesquiou was helemaal klaar om te beginnen. Ik had Tante Charlotte gevraagd of Sophiya de Vermillion Rohas mee mocht als mijn beschermer en chaperonne en Sophiya wilde dat ook best wel, ze kon dat met Père Santiago wel regelen. Maar toen we dat tegen Tante Louise vertelde was ze niet zo blij. Sophiya is niet van stand en kon dus niet als mijn chaperonne optreden. Toen ik daarover zuchtte bood Mme. de Nevers aan dat zij ook wel naar Nouvelle France zou gaan met haar verloofde, de gouverneur Girard Desargues, maar die komt pas later aan.
Omdat Marie de Medici was ontsnapt besloot Tante Charlotte ook naar Nouvelle France te gaan, want Marie de Medici kende haar nog van vroeger en ze leek niet geinteresseerd te zijn in een hereniging met Mme. de Medici. En Tante Charlotte is natuurlijk wel een geschikte chaperonne! Dus staat niets meer in de weg van mijn reis naar Nouvelle France om als onderhandelaar op te treden in het project van Père de Montesquiou. Ik weet zeker dat ik dat ook heel goed kan, net als vennoot zijn in de bank!

Ik vroeg François/Frédérique ook of hij nog naar Nouvelle France terug ging, maar hij zou niet meegaan met deze expeditie. Dus heb ik hem een van mijn haarlinten gegeven als aandenken.
Het is maar goed dat mijn familie niet weet wat ik allemaal gezegd heb want ik weet zeker dat ze boos zouden worden dat ik zo vrijpostig ben geweest. Maar ik heb echt wel mijn best gedaan om als ik met een man aan het praten was, dat in vol zicht van andere mensen heb gedaan, dus dan kunnen ze het toch niet echt afkeuren?

Kortom: Belvedère was echt geweldig. Ik heb me fantastisch vermaakt!

((En dan was er ook nog: Helène die bedreigd werd door die slang: Justine Concini, en Marie-Jeanne die door Marie-Geneviève de les gelezen werd dat nee, natuurlijk was er geen toetje in het klooster!))
janestarz: (Me - Truestrike)
Ik droomde over Weerklank. Het evenement komt er weer aan en na 4 keer Weerklank (en teleurstelling op teleurstelling) ga ik niet meer terug. Het verhaal van Ksenja is op en heeft een open einde gekregen.
Geen wonder dus dat ik er nu mee bezig ben. Ik twijfelde of ik nog iets zou laten weten aan de andere stamleden en ik heb uiteindelijk Ruben (Hannes Hakker) een berichtje gestuurd zodat in ieder geval iemand iets zou weten.

Maar vannacht droomde ik dus over Weerklank. Ik liep toch op het evenement rond in mijn volledige kostuum, maar ik was niet van plan om mee te spelen. Wel vond ik het nodig om toe te lichten waarom.
Ik probeerde mijn gedachten over het evenement te delen, te vertellen waarom ik niet meer terugkwam, maar mijn stem deed het niet. Ik was schor en kon niet harder praten dan een hese fluister, hoe hard ik ook probeerde te schreeuwen naar de deelnemers.
Ik somde toch op waarom ik er niet meer bij zou zijn. Ik kan niet alle argumenten die ik benoemde herinneren, behalve de laatste. Dat je zonder jager in het dorp wel geforceerd was om je voedsel bij elkaar te sprokkelen om een Boerschappen bestelling bij de handelaar te plaatsen. Succes daarmee.

Misschien was het cathartisch om nog één keer te dromen over Weerklank en het daarmee los te laten. Ik hoop het.
janestarz: (Me - Truestrike)
Het was een grote verrassing om Dieter te zien bij de handelspost aan de rand van het Mistmoeras. Hij had ons toch gevonden en omhelsde Steyn en mij warm.
Door de sshouk handelaarster werd ons opgedragen toch wel snel weer verder te reizen. De Sshouk waar ik mee sprak benadrukte dat de Baron dit had toegezegd, dus natuurlijk, knikte ik, natuurlijk zouden we verder reizen.
Ik ruilde al mijn verzamelde kruiden voor een viertal Basisblad, voor de handelaarster waarschijnlijk wel een hele goede ruil, maar Basisblad was schaars en Rava van de Mezzaida had het nodig voor haar genezende drank. Zogauw ik klaar was met de shhouk zocht ik Rava op en drukte ik de kruiden in haar handen. "Wat wil je ervoor hebben?" vroeg ze nog verbouwereerd.
"Niets. We zijn toch vrienden?"

Octavius had de nieuwste krant van onze nieuwe drukpers. Zoals beloofd stonden er twee advertenties in: eentje voor Steyn's smidse en eentje voor mijn keuken. Leuk!

De volgende ochtend kwam ik erachter dat ik mijn blauwe steen kwijt was. Stom. Zondser die steen kon ik geen Kusje Erop doen en dat was naast mijn keukenprinses vaardigheden wel zo'n beetje het enige wat ik in strijdgewoel zou kunnen bijdragen. Ik lichtte de spelleiding in. Waarschijnlijk had ik de steen bij het zoeken naar kruiden uit mijn buidel gehaald en ergens laten liggen. En omdat blauwe stenen best zeldzaam en kostbaar waren liet men zo'n geschenk niet zomaar liggen.

Na het ontbijt vertrokken we door het moeras en ik liep naast Rava. Af en toe sloegen we een mug dood als die op onze huid ging zitten, maar we misten er waarschijnlijk nog veel meer. Ineens zag ik iets uit de lucht voor mij in de modder plonsen. Een blauwe steen! Wat een gelukje!
Toen we even halt hielden om op adem te komen en de gewonden te verzorgen (niet iedereen was ongehavend over de slangenput heen gekomen) zocht ik Leshan op, ook een sshouk. Hij was een priester van Dinea en ik vroeg hem om advies. "Er viel een blauwe steen voor mijn voeten tijdens onze reis, en ik denk dat het een geschenk van Dinea is. Maar hoe kan ik haar danken? Hoe zou ik een dankgebed aan haar richten?"
"Dat hoeft niet heel uitgebreid;" zei Leshan; "Dinea is veel te druk met kennis en magie dus je kunt het gewoon kort houden."
Ik sprak een kort dankgebed uit.
We spraken nog even kort over Dinea en de blauwe stenen. Ik vertelde Leshan dat de Magos van de Mezzaida zei dat het delen van een meteoriet waren die door Dinea was gestuurd om de verbinding met de wereld van magie weer te herstellen.
"Dat klopt. En je moet de steen goed gebruiken, want net als een gaatje waar water doorheen sijpelt, hoe meer water erdoor heen gaat, hoe makkelijker het gaat."

We vervolgden onze wandeling en kwamen uiteindelijk aan in een nederzetting noordelijk van het Mistmoeras. Daar werden we verwelkomd door vrolijke mensen die bloemenkransen om onze nek hingen. Hun hoofdman genaamd Arend heette ons welkom en vertelde dat zij alles met elkaar deelden.
We zetten de bolderkar met onze kookspullen en Steyn zijn smidsegereedschap bij een vuurplaats en ik begon aan het maken van bloemkoolsoep.

Omdat ik geen rooster had meegenomen moesten we de pan gewoon tussen het hout zetten, waardoor het veel te snel ging koken. Ik was heel even weggelopen om de tas met boodschappen te pakken en in die tijd kookte het water al. Eisirt probeerde de pan voorzichtig uit het vuur te halen met twee stokken, maar het hete metaal verbrande zijn handen (omdat hij zijn handschoenen was vergeten aan te doen). Niet zo handig!

Terwijl ik me over mijn bloemkoolsoep boog kwamen er af en toe mensen voor reparaties of een nieuwe dolk. Steyn ging aan de slag en liet de klanten allemaal met mij afrekenen. Uiteindelijk was het tijd om de bloemkoolsoep op te dienen. Ik had 'm gepureerd met een stamppotstamper dus er waren nog herkenbare stukjes bloemkool te zien, maar het smaakte heel erg goed. We serveerden het met brood en gezouten boter voor 5 cret voor een kom soep en meerdere spelers en spelleiders kwamen er lekker van meegenieten.

Rond theetijd was ik klaar met koken en zette ik nog een pot kamillethee, maar daarna was het tijd voor een klein middagdutje. Ik dommelde eventjes weg maar werd wakker omdat de NPCs druk met vuurballen aan het gooien waren. Tegen etenstijd kwam Eisirt me wakker maken en moest ik weer het spel in, maar dat kleine dutje was toch heel erg fijn geweest.

Dieter, Eewoud en Steyn hadden meer onderzoek gedaan en Dieter had meer informatie verzameld over de kaarsen die daar gemaakt werden. Elke kleur had een eigen uitwerking:
Bruin - verzwakken
Zwart - leven en dood
Rood - emoties
Groen - levenskracht
Wit - genezing
Paars - verplaatsing

Maar wat nog veel verontrustender was: de dorpelingen werden opgeofferd en hun lichamen werden gebruikt voor het maken van de kaarsen. Alle 'restjes' die niet voor de kaarsen nodig waren, werden tot worst gemaakt en opgegeten. En de dorpelingen waren verslaafd gemaakt door thee met alruin, waardoor ze rustiger werden en graag meededen aan het offerritueel.
Ook was er een demonische invloed aanwezig.

De helden waren druk bezig met alles uit te zoeken, en Eewoud, Dieter, Steyn en ik waren vooral bezig om bewijs te verzamelen zoals de bisschop in haar brief (tijdens de Baravond in januari) had gevraagd. We staken meerdere kaarsen bij ons: drie bruine kaarsen, een witte kaars en een spiegel die gebruikt kon worden om met een demon te communiceren.

Ik had een interessant gesprek met Varu, die vertelde dat hij door een Magos thuis in Mezzaida was opgedragen om mee te doen aan een ritueel, waardoor hij was veranderd. Nu was het net alsof hij twee Varu's was. Eén was kamelendrijver, en de andere was ook een Magos. En wat de ene meemaakte, daar wist de andere niet zoveel van.
Hij vroeg mijn advies: hij had Rava iets aangedaan als 'zijn andere Varu' en wilde het graag goed maken, maar Rava zei dat dat niet nodig was. Ik vertelde hem dat Rava echt wel snapte dat hij geen invloed had op de acties van 'de andere Varu' en dat hij het daarom niet goed kon maken. Dat kon alleen de 'andere Varu' maar die zou er waarschijnlijk geen behoefte aan hebben.

Even later kwam Witte Gardist Mikhael aan mijn tafel staan met een hele grote rode kaars in zijn handen. "Lianna zegt dat u te vertrouwen bent."
Ik knikte. "Als zij dat zegt, dan zat dat wel zo zijn."
Hij vroeg mij om de kaars te bewaren, ergens verstopt, dus ik plaatste hem tussen mijn voeten onder tafel.

Lando kwam ook aan tafel zitten. We spraken over magie. Ik had met de Magos Parishu al wat gepraat tijdens de baravond over de aanleg voor magie, maar hij had niet de moeite genomen om me te testen en ik wist ook niet zo goed wat ik moest doen als ik wél aanleg voor magie zou hebben. Ik vroeg aan Lando hoe we daarachter zouden kunnen komen.
Lando legde mij het idee achter magische bescherming uit en vroeg hoe ik dat zou aanpakken.
Ik had hem al verteld over het Kusje Erop (zoals moeders dat ook altijd al deed) en vertelde hem dat ik dat waarschijnlijk zou doen net als moeders: doe je wel een muts op, want ik heb het koud.
Steyn toverde een gehaakte muts uit zijn tas om me te helpen. Ik frommelde wat met de muts, en deed die bij Lando op zijn hoofd. "Doe je wel voorzichtig, jongen?" vroeg ik.
Lando glimlachte breed. "Volgens mij is dat precies wat je moet doen."

[[ Spelleider Karin was hierbij, en die vond het een geweldig idee om dus al mijn magie vanuit een bemoederende houding te doen. Het nadeel is dan dat ik ze aan moet kopen als innate of fast casting vaardigheid, maar het is zo'n geweldige insteekhoek voor Isabella dat ik daar graag in mee ga. Ik ben toch niet zo'n held met regelsystemen, ik ga toch altijd voor het spel. ]]

De volgende ochtend was het tijd om te vertrekken. De barrière die Arend had opgeworpen om vuige types buiten te houden had ons ook belemmerd te vertrekken, maar na de dood van Arend en het verstoren van zijn kaarsen werd de barrière langzaam zwakker. We stonden klaar om te gaan, met de bolderkar weer ingeladen. We hadden allemaal een bruine of een witte kaars op zak, en in de bolderkar lagen de grote rode kaars van Arend en de demonenspiegel verstopt. Zelfs als er dan iets met één van ons zou gebeuren, of met de kar, dan zouden we nog genoeg bewijs hebben voor de bisschop.
Als laatste acties hebben Eewoud, Dieter en Steyn de vaten met vet lekgestoken en heeft Dieter een brandende fakkel in de kelder van de kaarsenmakerij gegooid. Het hele gebouw stond in lichterlaaie toen we vertrokken.

Zogauw we buiten de barrière een boodschapper konden vinden, zou ik haar een brief sturen met het bericht. En zo trokken we gauw naar Mazreel in de hoop haar daar te vinden.
janestarz: (Default)
Bij het over volplannen van januari wees Eisirt (terecht) uit dat we op de 24e onze trouwdag zouden kunnen vieren. 11 jaar bij elkaar en inmiddels alweer 3 jaar in het huwelijksbootje. Natuurlijk moeten we dat vieren!
Maar de vrijdag had ik al een lezing met Roos en Claire gepland en had hij diezelfde dag een whiskyproeverij. dus zouden we het de zaterdag gaan vieren. Tegelijk met de Maerquin ALV en baravond.

Nu werd al aangekondigd dat ze voor de ALV 3 uur hadden gereserveerd en de baravond later in de avond zou plaatsvinden. Dus boekten wij een gezellig restaurantje vooraf en zouden we daarna doorrijden naar de baravond.
We gingen naar Loetje in Breda omdat dat dichtbij de locatie van de baravond zou zijn. Ik had wel eens eerder bij Loetje gegeten in Rotterdam. Goede biefstuk die geserveerd werd op een bord wat verder vol lag met jus. Lekker en zout.
Hoe meer ik erover nadacht, hoe goedkoper ik de trucs van Loetje vind. Ze serveren de biefstuk standaard met 2 sneden brood per persoon, zodat je net als vroeger van moeders mocht, de jus op kon soppen met je bammetje. De frietjes die we bij de biefstuk bestelden werden geserveerd op een glazen schaal (heel jaren 70, bruin-geel glas) waar de mayonaise al op was gespoten voor het volgeladen werd met frietjes.
Ja, het is lekker. Maar ergens voelt het heel goedkoop. De biefstuk is goed gebakken, maar door de jus, de nostalgie, en de evolutionair aantrekkelijke zout-en-vet combinatie vinkt het alle vakjes aan die je maar kunt vinden.
Cheap tricks.
(Maar wel lekker gegeten. )

De baravond was gezellig. Bram ging voor het eerst mee naar Maerquin en had zijn personage Eewoud Slimmebroer geschreven als kennis van onze familie.
De bisschop Ariane schreef Steijn en Isabella een heuse brief. Ze gaf ons een opdracht: meer uitzoeken over kaarsenmagie bij de plaatstelijke kaarsenmakerij en of die magie wellicht ook voor goede doeleinden gebruikt kon worden. In haar postscriptum schreef ze dat ze Gibretius dezelfde opdracht had gegeven, maar dat ze het ook aan ons oordeel liet of wij dat aan hem zouden vertellen.

Gibretius had het heel erg druk, maar kwam uiteindelijk bij ons aan tafel zitten en liet mij de brief lezen. Ik knikte naar Steijn dat het inderdaad dezelfde brief was, maar dan zonder PS. We boden hem onze hulp aan. Eewoud ging samen met mij even met onze gastvrouwe praten, een sshoek (hagedisvrouw), maar die vertelde dat de kaarsen die brandden gekocht werden bij een handelaar, en wist ons niets meer te vertellen over een kaarsenmakerij die in de omgeving zou zitten. Niet iets wat we dus ter plekke op konden lossen.
Ik schreef de bisschop een kleine brief terug: dat we met haar opdracht bezig gingen maar dat de plaatstelijke sshoek niets wisten. Dat we meer onderzoek zouden gaan plegen en haar zouden berichten over onze bevindingen.

Gibretius had ook een brief gekregen met een afgehakt hoofd van een Witte Gardist die een aanslag op de Regentes Anke Vroeghindewei zou hebben gepleegd. Na onderzoek berichtte hij dat de aanslag in opdracht van Yohannes (geen familie) was gepleegd.

De speculaastaart die ik had gebakken voor de avond vond gretig aftrek, en de Mezzaida van theehuis de Oase die het volle maanfeest organiseerden betaalden me maar al te graag 3 muis per snede, dus in totaal net iets meer dan 3 cret. Geen groot bedrag, maar zeer zeker welkom. Na alle vragen die ik tijdens ons verblijf in het landhuis had gehad of ik met de maaltijden geholpen had kon ik nu eindelijk wijzen op waar ik als kok mee bezig was geweest.

Er kwam ook een delegatie van twee Rozers die een brief van de leenheer van Koeterwaal kwamen voorlezen die aan Vrouwe Meike was gericht. Hij vroeg haar om haar hand in de hoop de burgeroorlog te beëindigen. Vrouwe Meike leek hier geen interesse in te hebben.

De Orde van Dag stond bomvol met leugens en laster over de baron. Hij leek er zelf ook niet van onder de indruk te zijn, en al snel kwam er een plan. Een aanwezige vrouw genaamd Aagje kende wel een dame die voorheen bij de Orde van de Dag had gewerkt, misschien kon zij een nieuwe krant opzetten? Octavius greep dit plan aan en kwam rond om crets te verzamelen om de nieuwe drukpers te financieren.
Ik graaide diep in mijn buidel en Steijn legde nog wat geld van zijn smidse bij. Zo investeerden we 50 cret in de nieuwe drukpers.
Niet lang daarna kondigde de baron aan van zijn eigen grootse gebaar om de nieuwe drukpers te financieren. Hij had wel vijftig cret ingelegd! Ik lachte stiekem achter mijn hand. Dat maakte ons net zo gul en vrijmoedig als onze kersverse, jonge baron.

Ik nam ook de tijd om even met de grootvizier van de Mezzaida te praten over magie. Nu ik erachter was dat de blauwe stenen die uit een meteoriet van Dinea uit de lucht kwamen vallen mensen in staat stelden om magie te doen en ook ervoor zorgden dat mijn kusje weer deed wat ik verwachtte, kon ik wel concluderen dat het kusje ook magie was. Maar wat voor magie?
Hij vertelde dat ik getest kon worden ("maar ik ben al zo vaak getest..." zei ik zwakjes) om te kijken of ik aanleg voor de magie had. En dat ik maar even moest nadenken wat ik zou doen als ik daar een antwoord op had. Iets om over na te denken.
janestarz: (Me - The Eye)
Na het Zomerlive van 2024 waar ik mijn personage Zaphira Lady Leonie Sapphire I had beëindigd was ik van plan om te gaan NPCen deze Emphebion (en mogelijk de volgende weer). Na beide NPC dagen te hadden bijgewoond had ik een goed idee van wat het plot was en vond ik het zonde van het papier om alle 67 pagina's plot uit te printen.

Ik zal niet teveel van het verhaal hier bloggen omdat het voor de spelers wellicht niet helemaal duidelijk is geworden hoe de vork nu in de steel zat, maar ik kan wel vertellen hoe ik mijn rollen heb beleefd en hoe het ging.

Bij Emphebion hebben de NPCs een vaste rol die ze tussen de plotjes door gewoon kunnen spelen om ook een band met de spelers op te bouwen en af en toe op terug te kunnen vallen. Zo was ik ingedeeld als Kerris, een tempelwachter van de Orde van de Witte Eenhoorn die afgereisd was naar herberg 't Vat om daar te helpen met de informatieverzameling. Er waren nogal wat aanvallen geweest op de verschillende ordes van de Heer van het Licht en men was via de krant verzocht om informatie hierover te delen via Postduif 3171 bij Herberg 't Vat. En zo kwamen er tijdens het evenement steeds nieuwe brieven en rapporten binnen hoe de verschillende ordes van de Heer van Het Licht waren getroffen...door iets?
Het was namelijk nog niet helemaal duidelijk wat er aan de hand was, maar wellicht dat met het verzamelen van deze informatie dat duidelijker werd.

Ik spoorde de aanwezige avonturiers aan om zich met de informatie bezig te houden en de kaarten van Dosforks en de Mark. Ze speldden braaf de brieven op het prikbord en spanden koordjes om de plaatsen aan te geven waar deze rapporten vandaan kwamen. Waar het op de eerste avond nog leeg was, stroomden de berichten al snel binnen en ik kon meerdere spelers ontwaren die zich daar op richtten.

Kerris was voor mij echter niet zo boeiend. Het idee was dat ik met Mulgar (Bram) Kaelon (Joris) aan was gekomen en met leden van de Naakte Handpalm en het Wakend Oog de spelers zou opvangen als zij wilden praten over hun leven. Een soort paladin-meets-therapist waar ik enigzins terughoudend over was. Ik heb al vaak genoeg dat buren in Plan-B hun problemen bij mij neerleggen terwijl ik daar niet direct op zit te wachten. Maar daar had ik niet bang voor hoeven te zijn. De spelers trokken vooral naar elkaar en de aanwezige Fae toe en ik had al snel door dat Kerris eigenlijk een stukje behang was. Niet erg, maar ook niet echt nuttig of motiverend om te spelen.
We hebben nog wel een mooie mis voor de Heer van het Licht opgedragen waar Kaelon een mooie preek uitsprak, dat was leuk spel.

Het gaf me wel een prachtige mogelijkheid om te zien hoe Nadine een brief kreeg van Stanislav met een boek van zijn hand: 'De woorden van Stanislav Romanesko' - een verhaal wat hij geschreven had om afscheid te nemen van zijn personage en wat ook beschreef hoe zijn leven was veranderd doordat hij Zaphira was tegengekomen. In de brief die hij meestuurde met het boek vroeg hij Nadine om het boek op te nemen in haar bibliotheek, en ik zag hoe ze tranen wegveegde terwijl ze de pagina's voorzichtig omsloeg.

Later de eerste avond en de dagen erna werden er door de Goden ook Servitars gestuurd vanwege wat er aan de hand was. Ik was gecast als Silene, een engel van het Wezen van het Leven en mocht met Geranis (Bram) anderen proberen de spelers te motiveren om te achterhalen wat er nu precies aan de hand was. De wezens die de Fae aanvielen zouden een probleem kunnen zijn, dus als de spelers aan hun kant gingen onderzoeken dan zouden wij dat aan onze kant ook doen.
Een dag later kwamen wij terug en deelden de spelers en servitars hun informatie met elkaar. Door de hoeveelheid servitars (2 per god) en de hoeveelheid volgelingen van het Wezen van het Leven (eentje) was het grote werk al snel door anderen gedaan. Toch heb ik met Silene echt heel erg leuk spel gehad.

Het contrast tussen Geranis (een demon compleet met hoorntjes) en Silene was opmerkelijk en waar Silene vooral sereen was stond Geranis regelmatig te stuiteren als de spelers iets van hem wilden en er een dealtje te sluiten was.
We hebben goed ons best gedaan om de vragen van Ilvarin te beantwoorden. "Willen de goden dat de stervelingen hen aanbidden?" was zijn eerste vraag.
"Je kunt de goden zien als kinderen die van snoepjes houden. En dan vraag je hen 'wil je misschien nog een snoepje?'" *mysterieuze glimlach*
En een dag later: "Maar waarom zouden stervelingen de goden aanbidden?"
"...als een kindje je aardig vindt, wil die misschien zijn snoepjes wel met je delen..."

Ook heb ik heel leuk spel gemaakt met Cleo's personage Hilde, over de brief van haar ouders over het huwelijk wat haar in de maag gesplitst werd en de strubbelingen die zij had met de Vader der Vergankelijkheid. Ik heb daar steeds anderen bij proberen te betrekken, van haar vrienden tot andere servitars tot spelers die ook wel nieuwe vriendjes konden gebruiken.

Ik was als rakker Femmie de Wit met de Hermandat en de monsterjagers mee om een plotje voor Meester Tiberius en Blossem wat meer body te geven, wat echt een leuke pauze was.

Eén van de dingen waar ik erg naar uit had gezien waren de nachtmerries die ten tonele zouden verschijnen. Ik mocht me nog één keertje in de kroningsjapon hijsen (ik had met kerst minder moeten eten...oef!) voor een scene met Stanislav.
De bode die met ons mee was kondigde me aan "The Sapphire Empress, Lady Leonie Sapphire de Eerste!" en opende de deur. Ik schreed de herberg binnen. Mensen om ons heen waren verrast en bogen diep. Ik zag vrouwe Van Nimmen en bedankte haar voor haar brief en dat ze Blossem naar mij toe had gestuurd om erbij te zijn ondanks dat zij verhinderd was, en beloofde later nog even met haar te gaan zitten. Ik schreed langzaam verder de ruimte in, verbouwereerde gezichten alom. Nadine verkondigde luid dat we niet nu alweer terug konden zijn. We waren pas net vertrokken en er was nét een brief van Stanislav aangekomen...

En toen pakte Stanislav ruw mijn arm. Zijn dolk sneed over mijn keel en met een rauwe stem hoorde ik hem zichzelf nog uitroepen tot Keizer van Iis voor ik neerstortte op de vloer.
Mensen gilden en riepen om genezers om zich naar mij toe te haasten, maar het mocht niet meer baten. De Keizerin lag dood op de vloer van de herberg en toen duidelijk was dat ze mij niet meer konden genezen werd ik op een bankje opgebaard. Hilde wilde het echter niet opgeven, en ik hoorde Torg huilen 'Ze heeft me alles geleerd van genezen'.
Na een tijdje kwam SL Miranda bij mijn hoofd zitten. "Heeft Irma jou gebriefd over wanneer je weg moest poefen?"
Ik antwoordde dat dat niet was besproken, maar dat de scene prima nog eventjes kon duren, de spelers waren er nog druk mee. "Misschien kun je straks wel even opstaan als zombie..." suggereerde Miranda.
En zo ging het. Hilde wilde een Herrijzenisritueel doen maar kreeg mijn ziel niet te pakken. Het leek zich elke keer weer terug te trekken als ze ernaar greep. En toen kreeg ik een nudge om op te staan als zombie en was Zombiephira ontstaan.
Na een paar wankele stappen kwam ik erachter dat ik een waaier in mijn hand had en dat ik gewend was daarmee ook te bewegen. Het resultaat was een bizarre zombie, die met elke stap een wankelende wapper met de waaier gaf. Ik probeerde bij Hilde te komen, maar die was in angst weggevlucht, dus ik draaide me om.
En daarna beëindigde ik de scene door mijn hand op te steken en naar het NPC hok te gaan om Bram een hele warme knuffel te geven (en hem hopelijk niet teveel onder het nepbloed te smeren).
Arme Hilde, die al zoveel moeite had gehad met de Vader der Vergankelijkheid, met het niet goed genoeg zijn om iedereen en de hele wereld te genezen....

Gedurende de avond kwamen er allerlei nachtmerries het spel in, waaronder de stiefvader van Linde (Anniek) die luid verkondigde "ik heb eindelijk een man gevonden die met je wil trouwen!", een archivaris die zijn kennis niet wilde delen en dus de boeken maar in de open haard ging verbranden, en de ouders van Nadine die langzaam in dwergen veranderden.

De spelers hadden bedacht dat de Fae losgekoppeld moesten worden van het Pantheon omdat M daar te makkelijk bij ze kon komen. 's Avonds deden ze een indrukwekkend ritueel om de Fae weer buiten het Pantheon te plaatsen maar wel te verbinden aan de natuur. Het was voor het Wezen van het Leven wellicht niet de fijnste oplossing, maar voor de Fae waarschijnlijk wel de veiligste. Als servitars was onze taak vooral om de spelers zelf een oplossing te laten kiezen en te benadrukken dat het snel moest gebeuren. Oberon en Titania waren zelf met M aan het knokken om hun volk veilig het houden, dus er was haast bij.
Terwijl alle servitars toe stonden te kijken deden de spelers hun best om dit voor elkaar te krijgen. De special effects van rook, licht en donderslagen maakten het een ontzettend indrukwekkend geheel.

Ook greep Moros de mogelijkheid aan om nog een zegening van het Wezen van het Leven te vragen. Silene heeft hem de zegening gegeven 'de wil om te leven, koste wat kost' wat mogelijk nog problematisch kan zijn. *angelic smile*

Op de laatste dag werden de nachtmerries steeds tastbaarder. Als NPCs werden we gevraagd om de nachtmerries van de dag ervoor als eindbuts in te zetten. Ik voelde me niet 100% (en daar werd tijdens het hele evenement heel goed rekening mee gehouden! Kudos!!) en wilde dus niet op het slagveld staan, maar ik bedacht een rolletje die ook teruggreep op de nachtmerrie van de archivaris die kennis wilde verzamelen maar niet delen: een boekendief.
En inderdaad: alle spelers gingen naar buiten het veld op, en terwijl de genezers een vechter aan het opereren waren kon ik mijn slag slaan. Ik moest even wachten tot Sophia bij haar koffertje weg liep, maar daarna had ik vrij spel. Ik had het boekje van Nadine ('De woorden van Stanislav Romanesko') en een brief uit de infodump van de Ordes al in mijn riem gestoken, maar was er niemand meer die in de weg kon gaan staan. Ik vond een boekje in een linnen tas, dus die kon ik snel over mijn schouder slaan, maar er waren zoveel boeken dat ik niet alles zomaar in de tas kon proppen. De stapel was zo hoog als een pak melk groot is, misschien nog wel groter, en ik liep op vrouwe van Nimmen af, die nog in haar boekje aan het schrijven was. Voordat ik haar boekje kon wegpakken, griste ze het naar haar toe. En ook het andere boekje wat op tafel lag haalde ze voor mijn neus weg.
Dat was het moment dat ik er vandoor moest gaan.

Ik liep rechtstreeks naar de buitendeur en baande tussen de spelers door. Helaas werd ik tegengehouden door een aantal dames (Mira, Disgee) tegengehouden die mijn boeken weer afpakten. "Wij houden deze kennis wel veilig..." Ik kon ze niet echt tegenhouden.
Toen de hele stapel boeken uit mijn handen was genomen keek ik vluchtig om me heen, pakte ik de tas stevig vast en zette ik het op een lopen.
"Ze heeft nog een tas!!"
Ik rende langs de eindbuts en verdween een stukje verderop, waarbij de tas met boeken in het struikgewas kletterde. Een zeer geslaagd idee wat echt mooie gevolgen had. (Ik heb Mira/Elmi aan het rennen gekregen!)

En daarna kon ik naast Irma op de bankjes onder de overkapping genieten van de eindbuts die zich voor mijn ogen afspeelde. Hilarisch en ontzettend gaaf om te zien. Vooral Caspar Goudhaan die door de nachtmerrie van haar eigen vader een Vinger des Doods op zich kreeg was amazing.

Omdat de eindbuts iets vroeger op de middag was konden de spelers daarna nog uitgebreid elkaar helpen met hun fysieke en psychologische verwondingen. In het NPC hok konden we alvast bijtanken en de hele stash opruimen. Alle monsterkleding heeft een nummer en moet in de juiste bak opgeborgen worden, en de 30+ bakken worden aan het einde van het live nagelopen, opgevouwen en dan weer gesloten zodat alles op de juiste plek is opgeborgen en weer in de bus kan. Het fijne was dus ook dat bij het tijd-uit praatje het monsterhok al grotendeels was opgeruimd!

Het was een hele leuke ervaring om eens bij de NPCs mee te lopen en ook een hele fijne. Dat de monstercrew zo groot was betekent ook dat je echt goed op jezelf kunt letten - er waren zat NPCs die wel in de vrieskou het bos inwilden en je kunt ook de rollen spelen waar je zin in hebt. Mijn grootste overweging was dat ik geen inspiratie had om een personage te bedenken en ik heb wel een beetje een idee, maar geen uitgekristalliseerd plan. Voorlopig blijf ik nog even NPCen.

Na de opruim kon ik mijn carpoolplannen aanpassen omdat de auto van Leandra toch te vol zat en wilde Heinze me wel naar huis brengen. Kudos! Maar eerst pannekoeken met een hele club om mee af te sluiten.

En zoals elk jaar is het heel bizar om van monsters en nachtmerries in een wereld met kerstlichtjes en vuurwerk te komen. Het blijft me verbazen dat dat de echte wereld is, want zo voelt het soms niet.

Weerklank 4

Nov. 4th, 2024 06:22 pm
janestarz: (Me - Truestrike)
Deze keer zou ik met NPC Marco meerijden naar Weerklank. Maar toen we de straat uitreden bleek dat de versnellingspook van zijn auto automatisch terugsprong naar de derde versnelling. Hij parkeerde de auto in een parkeerhaven en kon gelukkig van zijn ANWB lidmaatschap gebruik maken. We waren zelfs nog zo dicht bij huis dat Eisirt nog even gezellig met ons kwam kletsen terwijl we wachtten.
De ANWB repareerde vakkundig de kabel tussen het motorblok en de versnellingspook en we vertrokken net na vijven met onze Fiësta, omdat Marco's Suzuki eigenlijk de snelweg niet meer op mocht. Hij kon er in ieder geval na het weekend wel weer veilig mee naar huis gaan, en omdat Eisirt niet hoefde te werken was dit een prima oplossing (anders had Eisirt moeten fietsen!).

Maar zo begon mijn weekend al met een zware chagrijnige bui. Marco is nogal praatgraag en was onderweg vooral aan het filosoferen waar hij voorzag dat het mis kon gaan op Weerklank. Nadat zijn personage was overleden tijdens een eerdere Weerklank had hij al een beetje achter de schermen kunnen meekijken, en hij had natuurlijk het plotboek gelezen, dus wist hij wat meer over de insteek. Ik vond het moeilijk om het gesprek nog een beetje de positieve kant op te sturen, maar gelukkig vroeg hij wel tussen neus en lippen door waar ik zin in had om mee te spelen.

Vrijdagavond
Gelijk na het avondeten zaten de Stamleden aan een tafel bij elkaar te handelen. Weerklank werkt nog steeds met de doelen dus tijdens het evenement moet je Colonisten van Catan spelen je best doen om voldoende voedsel en hout of stenen of andere zaken bij elkaar zien te sprokkelen om de tijd tussen de evenementen komende tijd te overleven en verder te bouwen aan het dorp. Waar het eigenlijk dus de bedoeling is dat je hier spel mee maakt en niet gewoon "mag ik twee wol ruilen voor vijf hout?" zegt.
Dus we zaten aan tafel met een aantal Scharhevenaren die handelscontacten hadden, en konden in een half uurtje alle doelen afvinken. Ik moest 12 Eindproduct Erts (!) regelen samen met Hannes voor de reparatie van de boshut. Ik kon mijn Ruwe voedsel handelen met Hendrick Meedemaaker die er dan mede van kon stoken, en zo had ik Eindproduct voedsel om de komende tijd lallend door het dorp te gaan in ieder geval mijn voedsel voor de komende tijd bij elkaar had. Hannes heeft er dus niks voor hoeven doen om onze Boshut te repareren en ik kon gewoon verder gaan spelen zonder belast te zijn door mijn doelen.
Nouja, ik moest ook bepaalde Kennis verzamelen, maar dat is al helemaal prut. Random people aanspreken is niet mijn sterkste kant en 'ken jij misschien nog onverwachte contacten' is niet een hele goede openingszin.

Bertrand (onze nieuwe mandaatschrijver) had niet stilgezeten en gaf mij een prachtig nieuw mandaat om te jagen. Er stond duidelijk in vermeld wat mijn taken waren en dat ik de wildstand op peil moest houden terwijl ik ook voedsel jaagde. Omdat Waldlisse sinds een half jaar geen expeditie meer is moest iedereen een nieuw mandaat, en ik kon er nu eentje krijgen met mijn nieuwe naam. Helemaal prima.

Buiten was het inmiddels donker, dus ging ik aan de rand van het dorp kijken. Ik sprak kort met Ino en we keken langs waar de nacht met de sterrenhemel overging in het onnatuurlijke Duister. Ik hoorde stemmen en gegil verderop en we gingen daar kijken. Wellicht reizigers die onderweg overvallen waren door Duisterlingen?
Het bleken Vrouwe Corcra en Vrouwe Eola te zijn die op weg terug waren van de Fora Supra, een belangrijke gebeurtenis voor de Foranezen. Ze waren onderweg ook andere reizigers tegengekomen die zich bij hun stoet hadden aangesloten, en Ino en ik begeleidden hen terug naar het veilige dorp.

Omdat ik inmiddels een nieuw pantser had en er geen uitzicht was op een oplossing waardoor ik terug zou kunnen keren naar huis, was het tijd om dat hoofdstuk af te sluiten. Ik houd ontzettend veel van mijn man Sacha, maar ik zou hem nooit meer onder ogen kunnen komen (ook omdat mijn schoonvader een bullebak eerste klas is waar ik heel bang voor ben). Dus vroeg ik Hannes Hakker om zijn bijl te pakken en mijn oude pantser te bewerken zodat het net leek alsof Ksenja was omgekomen. Toen hij klaar was nam ik mijn dolk ter hand en sneed ik in mijn onderarm om ook wat bloed op het pantser te smeren.
Tybor was welwillend om het pantser terug te sturen naar Udmurtia. Het zou een dure aangelegenheid zijn en ik zou flink bij hem in het krijt staan. Maar hopelijk zou het ook betekenen dat ik verder kon met mijn leven zonder steeds over mijn schouder te moeten kijken. Ik had hem de brief van Boris gegeven en uitgelegd dat met het opsturen van het pantser de kous hopelijk af zou zijn, en daar wilde hij wel mee helpen. Voor een prijs dus.

Ik stelde Bertrand en Hendrick voor aan Elisabeth Boeckwachter, de nieuwe zuster uit Scharheve en zij gingen gelijk plannen maken voor een bibliotheek. Alsof de Centrale Bibliotheek al wist van Elisabeth's plannen hiervoor kwam een broeder uit Scharheve een grote lading hout brengen zodat we daarmee konden beginnen. En ik kocht een Scharhevenaarse courant. Voorpaginanieuws was dat de Centrale Bibliotheek van Wilhelm was afgebrand en er slechts een klein deel van de boeken gered had kunnen worden. Extra reden dus om voort te maken met de bibliotheek!

In de courant stonden verder nog andere berichten die me opvielen. Blijkbaar was de pasgetrouwde zoon van Boris (ja, mijn schoonvader Boris) na zijn recente huwelijk (Weerklank 3) verdwenen en was er een zoektocht op touw gezet.
Oei, een zoektocht naar Sacha? Ik hoopte dat het niets ernstigs was. Mijn hart maakte een klein sprongetje. Boris had namelijk een vermoeden dat ik in het Duister zat (omdat ik OC opzettelijk daaraan refereerde in mijn brief aan Sacha), en wat nu als Sacha naar mij op zoek was? Ik wist niet precies hoe ik zou reageren als Sacha ineens voor mijn neus zou staan. Zou hij me kunnen vergeven dat ik zijn broer had vermoord? Zou hij me in zijn armen sluiten? Of zou hij me kwaad willen doen of voor het gerecht slepen omdat ik zijn broer had vermoord.
Of tja, het kon natuurlijk ook betekenen dat de zoekpartij ineens hier aan de deur stond...

Er was ook nog een ander artikel in de courant: dat de Centrale bibliotheek op zoek was naar meer informatie over de dolk waarmee Johanna was vermoord. Dat was waarschijnlijk een directe reactie op mijn brief aan hen dat wij deze dolk gevonden hadden. Maarja, ik had hen alle informatie al gegeven in een brief. Of tenminste: de informatie die ik veilig achtte te delen in een brief die door het Duister zou gaan.

Zaterdag
Na het ontbijt stond ik klaar om het bos in te gaan. Op pad gaan om voedsel te verzamelen was eigenlijk helemaal niet nodig - de handelaars konden zat voedsel verkrijgen om iedereen eten te geven, maar al sinds Weerklank 3 wilde ik iemand anders leren hoe ik kon jagen in het Duister. Het was iets wat Amanda mij had geleerd tijdens Weerklank 1 en het zou leuk spel opleveren om dit aan anderen te leren. Zo stonden Ulat en Agnaerr klaar om mee te gaan.

Maar oh nee, het Blauwe Vogeltje... Spelleider Johan zijn plot. Vorige Weerklank was de groep van het Blauwe Vogeltje nog opgedragen om het bos in te gaan voor een meeting die net zo goed een e-mail had kunnen zijn. Ik was er nog boos van. En ook deze keer moest de hele groep van het Blauwe Vogeltje op komen draven, want we hadden allemaal dezelfde droom gehad - en deze droom moesten we deze ochtend uit gaan spelen.

Ik had daar zo geen zin in. Opdraven om een gezamenlijke droom uit te spelen? Wat een onzin. Het krampachtige en autistische van deze SL zette mijn haren recht overeind en ik wilde nu niet mijn stukje spel uitstellen, zeker niet omdat de twee heren al klaar stonden om met mij het bos in te gaan. Bovendien was de groep nog niet compleet, moest Linde nog kolven, en zouden we dus nog x tijd moeten wachten voor deze droom uberhaupt kon beginnen. No thank you.
SL Job nam me even apart. "Dan heb jij wat anders gedroomd. Jij ziet het Blauwe Vogeltje, en zogauw je die ziet, steek je die neer met de Dolk. Het is voorbij in een flits."
Ik grijnsde. Dat was een heel, heel goede nachtmerrie die prima aansloot op het nare karakter van de Moordenaarsdolk. Ik nam me voor om later met de groep van de Blauwe Vogel te overleggen wat mijn droom kon betekenen en te horen hoe hun dromen waren geweest.
Helaas bleek mijn voorgevoel correct te zijn. De spelers van de Blauwe Vogel club hebben heel erg lang moeten wachten tot ze eindelijk konden vertrekken, Linde werd achtergelaten ondanks dat haar beloofd was dat ze gewoon kon kolven en er op haar gewacht zou worden, en toen iedereen weer bij elkaar in het dorp bijeen was, had niemand echt tijd om het over deze nachtmerries te hebben, dus er is van mij uit geen spel meer mee geweest.

Met Agnaerr en Ulat liep ik het bos in en we struinden voorzichtig door het bos. Ik gaf aanwijzingen over hoe de beesten zich gedroegen in het Duister en wees plekken aan waar ik verwachtte dat konijntjes en ander klein wild door zouden sluipen. Met een pijl en boog jagen in het Duister was eigenlijk niet te doen, dus we moesten het vooral van vallen hebben. Ik deed mijn lantaartje uit en volgde mijn jagershart. Dankzij de kracht van Keh'lev voelde ik me steeds meer thuis in het Duister en kon ik veel verder zien zolang ik maar jaagde en me gedroeg als een jagend dier.

Na een tijd draaiden we om om naar het dorp terug te gaan, maar ons richtingsgevoel was niet heel goed. We dwaalden en dwaalden en kwamen al snel tot de conclusie dat we verdwaald waren. Met de laaghangende bewolking was het lastig om de zon te zien en omdat het rond het middaguur was zou die ook bijna recht boven ons hoofd staan en dus niet veel uitsluitsel kunnen bieden. En geen van ons drieën had een telefoon op zak (ik ben trots op ons, we wilden vooral genieten van het spel!).
Gelukkig kwamen we een man met een lieve hond (Liva) tegen, die ons wel de weg wilde wijzen. Hij vertelde dat zijn hond snel bang was en daarom zo blafte, en hij probeerde haar te laten wennen met veel rust en aandacht en liefde. Wij zagen er natuurlijk ook heel spannend uit, maar na een tijdje wilde Liva wel een brokje uit de hand van Heinze (Agnaerr) eten en toen was hij ineens niet eng meer.
Deze man bracht ons inderdaad terug naar de Pannenhuisstraat en we kwamen moegewandeld terug van onze jacht. Gelukkig was de spelleiding wel zo vriendelijk om ons ook Ruw Voedsel te geven voor onze tocht.

Na een welverdiende tosti sprak ik even kort met de schout Rashmardibu. Er was nog altijd geen mandaat voor mij - dus mijn aanstelling als hulpschout was nog niet rond. Wel vroeg hij mijn hulp: er was een magistraat die op zoek was naar informatie over Juan Serpentjager en het zou heel erg helpen als ik kon vertellen dat Ksenja valse geruchten had verspreid dat deze Juan een moord had gepleegd. De schout vertelde me precies wat ik zou moeten zeggen en ik luisterde goed.
Toen deze magistraat met zijn notulist met mij ging zitten voelde hij mij goed aan de tand. Ik vertelde hem dat een andere jager genaamd Ksenja mij genoeg vertrouwde dat ze mij verteld had dat ze gechanteerd werd door iemand. Dat ze van hem deze valse geruchten moest verspreiden. En dat ze in het Duister was omgekomen, waar Tybor meer over kon vertellen.
De magistraat pakte mij stevig bij mijn keel in een poging me te intimideren, maar dat lukte maar half. Hij zag er niet al te sterk uit.
De notulist schreef braaf alles op maar de magistraat hield mijn mandaat vast en weigerde deze terug te geven tot ik beloofde om meer onderzoek te doen. Te vragen aan Tybor Schoonewortal wie Ksenja kon chanteren.

Nadat de magistraat me met rust liet rapporteerde ik terug aan Rashmardibu. We spraken kort met Tybor en stelden hem op de hoogte van dit onderzoek. Omdat Tybor toch ook niet al te netjes is met de regeltjes knikte hij gretig - hij wilde ons hier best mee helpen. Als de magistraat hem zou vragen of ik nog bij hem geweest was en gevraagd had naar Ksenja, kon hij dit inderdaad beamen. Hij was natuurlijk op de hoogte dat Ksenja nu officieel dood was, en ik stond diep bij hem in het krijt.
Tybor vroeg Rashmardibu: "Heb je nog iets van mij nodig?"
De schout antwoordde dat hij en Zenobia nog voedsel nodig hadden voor de rest van de week, en Tybor knikte. "Dat kan Katya wel voor jullie regelen." Hij keek betekenisvol naar mij. Ik verwachtte niet dat dit het enige was wat hij van mij verwachtte als terugbetaling voor de gunst en dat er nog veel meer gevraagd zou worden in de toekomst, maar dit kon ik direct regelen.
Ik stond op en liep naar Herm Dio om voedsel te kopen. Binnen vijf minuten was ik terug met een aantal versgebakken broden voor Rashmardibu en Zenobia. "Dan is dat vast geregeld. Ik zie het nog wel gebeuren dat er morgen iets tussenkomt waardoor ik niet op jacht kan..."

Hannes kwam naar me toe. Hij had hulp nodig: de Blauwe Vogel groep moest iets gaan doen met de Dolk en daarvoor moesten ze door een portaal, maar met de Dolk op zak mocht hij niet door de ruimte waar de portalen openden. Dus als ik de Dolk tijdelijk in bewaring kon nemen, kon hij door de deur en kon ik die daarna afleggen. De Dolk was namelijk nog steeds erg kieskeurig: ik mocht de Dolk bij mij dragen, maar zo gauw iemand anders de Dolk oppakte was de Dolk direct weer bij Hannes. Dus we spraken af dat ik dat zou doen.
Ik vond het nog steeds jammer dat de Dolk bij Hannes was, maar zo gauw ik hem door de deur zag stappen en hij verdween, gaf ik de Dolk aan Gijsbrecht, die verrast opkeek toen deze direct verdween zogauw hij hem aanpakte.

Er verschenen precies op dat moment een aantal monsters. Eén daarvan had grote schubben en horens, een andere had een geheel zwart gezicht. Ik baalde dat ik mijn pijlenkoker had afgelegd na onze boswandelingdwaling, en ik probeerde met mijn twee messen de beesten op afstand te houden. Gelukkig waren de dorpelingen snel paraat met hun wapens en zo snel er een monster viel verdween het lijk. We konden dus niet zien of onderzoeken wat het precies waren voor wezens. Misschien Duisterlingen?

En daarmee was het (voorlopig) tijd uit voor mij. Ik werd verwacht bij de 70e verjaardag van Bernadette dus ik ging me omkleden in nette kleren en richting Rotterdam. Het was al na tienen toen ik terugkeerde bij het evenement.

Ik was nog wel op tijd voor de bruiloft van Hannes en Aurelia, die bij het graf van Leonardo trouwden. Ik verzekerde ze dat ik die nacht elders zou slapen zodat zij samen in de boshut konden liggen en niet gestoord zouden worden. Daarna ben ik met Rashmardibu en Zenobia in de taveerne de Blauwe Lantaarn gaan zitten om wat te snacken, voor het tijd was om naar bed te gaan.

En er was nog een confrontatie met een of ander beest, wat onze wil overnam en Rashmardibu en mij met getrokken wapens tegenover elkaar zette. Hij dreigde dat we elkaar zouden neersteken.
Rashmardibu zei "Dit is niet de dag dat ik sterf."
Ik zei "Ik vertrouw je."
Eeeeeen toen verdween het monster weer.

Zondag
's Morgens na het ontbijt zag ik Peter van Hephaestus Aperture met zijn camera al paraat staan en ik vroeg hem een aantal foto's te maken van mij in mijn fijne Ksenja Katya kostuum. Ik had mijn boog en pijlen klaar en schoot op 20 meter op een boom. De doffe plof van een pijl die op de stam van de boom stuiterde was heel bevredigend. Dit waren de eerste pijlen die ik dit weekend had gelost.
Ik ging ook op de foto met Rashmardibu en Zenobia, de schout en zijn hulpschoutjes.

Ik greep elke kans aan om het kersvers getrouwde stel tips te geven. Zo raadde ik Hannes aan om zijn Aurelia rustig te laten liggen na de daad, en dat het wellicht zou helpen als zij een kussentje onder haar billen zou leggen, en haar knieën gebogen omhoog, om het zaad des Wilhelms de tijd te gunnen om eenen vruchtbaaren bodem te vinden. En ik raadde Aurelia aan om minstens vier eieren per dag te eten om de vrucht een goede voedingsbodem te geven. (En meer van dat soort ontzettende cringy tips!)

Er kwam een delegatie Duisterlingen uit het woud lopen. Vrouwe Corcra bood Raven, de leider van de Duisterlingen, een sjaal aan om hen veilige doorgang te beloven in het dorp, zolang zij zich aan de wetten en regels zouden houden.
Op dat moment riep Tybor als volksvertegenwoordiger een vergadering uit, zodat de Scharhevenaren niet aanwezig zouden zijn bij deze onderhandelingen, waar de vlam nog wel eens in de pan kon slaan.
De Scharhevenaren kwamen samen en we bespraken de belastingen en Tybor kondigde aan dat hij wilde stoppen als Volksvertegenwoordiger. Hij ging een rol vervullen die met de belastingen samen zou hangen en hij wilde niet dat er twijfel zou ontstaan dat er belangenverstrengeling zou zijn.
Hannes, Hendrick en Baarent wilden zich wel kandidaat stellen, en uiteindelijk werd Baarent verkozen. Zijn connecties met het handelshuis zou daarin ook helpen.

De altijd drukbezette Vrouwe Corcra had nog één momentje tijd om ein-de-lijk mijn mandaat tot hulpschout te ondertekenen.

En initieel was het een cadeau van Raven die ons een vrijgeleide door hun gebied zou geven en ik had wel oren naar zo'n vrijgeleide. Kleine Raaf zei dat ze mij eerst beter wilde leren kennen voor ik ook een vrijgeleide zou krijgen, dus gingen we samen in het Duister jagen. Ze vertelde mij dat het veel te maken had met wie de grootste jager in het Duister was. Ze bood mij een plek aan, maar ik had nog teveel gevoel bij mijn mede stamleden.

Hendrick zou diezelfde middag nog in het huwelijk treden met Corina Regelneef en Martine Vroomzijnde. Helaas heb ik daarvan de ceremonie en het voorlezen van de akte gemist (het mooiste deel van de ceremonie!). Maar ik was precies op tijd om hen te feliciteren toen er TIJD UIT werd geroepen.

-----

Ik kon maar weer moeilijk aarden op Weerklank. Heel veel van het spel gaat aan mij voorbij, en het soort spel wat er is kan ik me maar moeilijk in vinden. Zingen en dansen bij het graf van een gevallen engel? Nee dank je. Er zijn echt veel momenten geweest dat ik echt niet wist wat ik kon doen. Tijmen en Eva (Rashmardibu en Zenobia) hadden daar ook een beetje last van.

Ook de Doelen leveren niet echt spel op - er is voedsel zat en je kunt voor alles handelen, dus ik hoef echt het Duister niet in om te jagen. Voedsel laat je gewoon met een handelaar komen.
En ik was ook niet nodig om mensen door het Duister te begeleiden. Door de portalen kon iedereen zomaar van het ene naar het andere punt en het Duister is verder te eng om het dorp te verlaten. Mijn binnenspels nut is dus non-existent.

Ik was ook heel blij dat ik me kon losscheuren van het Blauwe Vogeltjesplot. Ik zat daar heel erg mee in mijn maag en dit was echt een bevrijding. Maarja, als het Blauwe Vogeltjesplot dan ook het enige plot was waar ik bij aan kan haken blijft er weinig over.

Wat dat betreft: rondlopen in pantser met een zware pijlenkoker en een boog die bij elke hoek in de weg zitten is geen pretje. Het is ook heel logisch dat ik in het dorp dat ding niet draag. Maarja, als er dan een buts is kan ik ook niet schieten. Ach, er waren welgeteld TWEE butsen dit evenement, waarvan ééntje 's nachts plaatsvond. Dus ja, jammer dat ik de boog niet klaarstond, maar ergens ook een hele valide en fijne keuze. (Het pantser en schapevachtje wat ik draag zijn op zich al oncomfortabel genoeg.)

Ik had zo'n hoop voor dit evenement. Ik had een brief geschreven dat we die Dolk hadden gevonden, maar daar werd echt niets mee gedaan. Nouja, er stond een advertentie in de krant met een oproep om informatie te delen met de bibliotheek. Niet iets waar op dat moment dus spel uit zou komen.
Ik had toch een priester of paladijn verwacht die ons aan de tand kwam voelen hoe we aan die Dolk kwamen, of hoe ik die Dolk uberhaupt had herkend. Ook had mijn brief onderschept kunnen worden door het Duister en hadden er dieven kunnen komen om die Dolk te stelen. Maar niets van dat alles.

Of die brief die we vorige Weerklank hadden verstuurd, waarin gevraagd werd of Hannes en Katya paladijnen mochten worden? Daar hebben we ook nooit meer iets van terug gehoord.

En dan het verhaal dat Sacha verdwenen was. Natuurlijk mis ik Sacha nog steeds - Ksenja was verknocht aan hem - maar twee jaar na het begin van dit evenement is het toch ook logisch dat Ksenja verder gaat met haar leven. Ik kan niet eindeloos huilie-huilie blijven doen en me als slachtoffer gedragen. Nee, ik had de knoop doorgehakt om een nieuw leven op te gaan bouwen. Daarom zou een confrontatie met Sacha (of anderen uit het dorp) echt een perfecte scène geweest zijn. Boosheid, verdriet, drama, verzoening?
Nee. Het was een berichtje in de krant en daarna geen kik meer.

Stiekem was het verdwalen in het bos toch wel één van mijn hoogtepunten dit live. En dat is best triest.

Voorlopig was dit dus mijn laatste Weerklank. Ik houd het voor gezien. Er zijn echt nog wel nieuwe aanknopingspunten te bedenken. Zo kunnen de schout, Zenobia en ik een prima terreurslag uitvoeren door op alle vooroordelen te ageren. Er is iets verdwenen? Dan zetten we alle Splitters bij elkaar om te zien wie het gedaan heeft want de Splitters zijn allemaal vuile dieven.
En alhoewel Ksenja getrouwd was, is Katya dat natuurlijk niet. Toen de Scharhevenaren dat doorhadden, deden bijna alle heren me een voorstel. (Tybor als eerste, want die had die loophole bedacht.) Dit was bij tijd-uit, en zou dan volgend evenement gaan gebeuren.

Jammer, maar helaas. Ik ga het niet meer doen. Fini.
janestarz: (Me - Truestrike)
Het is al heel lang geleden dat ik voor het laatst op een Maerquin was, maar met de wisseling van het plotteam zat Donijs aan het creatieve roer, en zoals ik al aan Mascha (zijn vrouw) had beloofd: als Donijs in het plotteam komt, kom ik weer spelen.
Ik maakte er goed werk van om anderen ook enthousiast te krijgen. Idealiter zou ik met de familie weer ten tonele verschijnen maar dat zat er niet in. Tim had het druk met van alles en nogwat en zou waarschijnlijk eind volgend jaar pas aan kunnen sluiten, en Bas (Eferil) had geen vrije dagen meer. Familieleden Betje en Fager zouden niet meer aansluiten. Betje door de scheiding, en Fager omdat hij naar het buitenland was verhuisd (en mij uit de Anarquendor had gewerkt). Van Johannes (Floor) hoorden we niks.

Maar tot mijn grote vreugd was Eisirt wel te porren om zijn rol als Steijn weer op te pakken en na ruim acht jaar geen LARP meer te hebben gespeeld ging hij weer eens een poging doen. We pasten de kostuums nog steeds (of alweer) en Eisirt kocht nog een mooie gesmeedde ketting en een smidsehamer en werp-aambeeld van Calimacil voor bij zijn smid. Ik maakte een (ge-wel-di-ge) St. Birgitta's cap als Mal Mutsje voor Isa en we besloten om het kookgerei maar achterwege te laten. Het zou zaterdag flink gaan regenen en ik zag het niet zitten om in de regen bij een kampvuurtje wat te gaan koken.
Gelukkig viel dat mee! Het was zaterdag droog en prachig herfstweer en we hebben heerlijk kunnen genieten van het buitenzijn bij Kamphuis Ahoy.

De laatste Maerquin waar we deze personages hadden gespeeld was Maerquin 35 geweest, en met hulp van de spelleiding zetten we de personages om naar het nieuwe regelsysteem. Ik had in de wandelgangen al gehoord dat de magie, zowel goddelijk als elementair, niet werkte. Maar bij de incheck kreeg ik een 'blauwe steen' en de briefing dat als ik de steen in mijn hand hield en me concentreerde, mijn kusje erop wel gewoon leek te werken.

We reisden op verzoek van Bisschop Ariane af naar een gebied in de Baronie, en onderweg reisden we mee met anderen die ook daarheen onderweg waren. We maakten kennis met Zoey, een priesteres van Anmarack die zich heel onveilig voelde in de bossen en er was een dreiging van half-elven.
Eenmaal aangekomen bij de locatie waren er veel gewonden en doden, en ik leende Zoey mijn blauwe steen uit. Want natuurlijk kun je een priester van Anmarack vertrouwen, en zij kon de doden niet ten ruste leggen zonder mijn hulp. Fijn dat dat zo dus wel kon. Ze vertelde dat de stenen heel zeldzaam waren, en liet ook zien dat zij een zegening van Goovarr (God van Ziektes) over zich had grekregen. Zo leerde ik ook Vincent kennen, een priester van Goovarr die er te schoon en smetvrij uitzag om een échte priester van Goovarr te zijn -- maar je kunt maar beter voorzichtig zijn.

Tijdens het gesprek verdween ik ineens en zat ik ergens anders aan tafel. De gelagzaal was verdwenen en ik zat in een kamertje met een man die zichzelf voorstelde als 'de Docent'. Hij had veel vragen en vroeg mij ook wat ik dan wilde. Hij vertelde dat de blauwe steen afkomstig was van Dinea (godin van Magie) maar Zoey had ons verteld dat het van een meteoriet afkwam. Misschien was het beiden; dat Dinea de meteoriet had gestuurd en in duizend stukjes had geslagen om ons te helpen.
Toen ik weer terugkwam in de gelagzaal merkte Vincent ook al op dat hij met de Docent had gesproken en dat het net was alsof die vragen stelde alsof hij een bepaald antwoord verwachtte, maar je niet vertelde welk antwoord dat was en of jouw antwoord wel goed was.

Ook was de inquisitie aanwezig. Ze waren op zoek naar avonturiers die een heks hadden uitgeleverd en daarom 150 cret beloning zouden krijgen. Niemand sprong op om die enorme som geld te innen, dus het vertelde veel over de monetaire situatie van de avonturiers. Uiteindelijk gingen een mens en een hagedisman met hen praten.
Daarna kwamen ze bij ons zitten. Steijn en Isa zaten even alleen, en de inquisiteurs vertelden dat ze op de hoogte waren van onze achtergrond. Sommeerden ons om Priester Johannes in de gaten te houden. Hij was de biechtvader van Bisschop Ariane.
Om geen argwaan te wekken bij de avonturiers verlieten ze het gesprek met aantijgingen dat ik een heks zou zijn, wat ik stellig tegensprak. Zo hoopten we te voorkomen dat de avonturiers zouden denken dat wij met de inquisitie heulden.

Bij een afscheidsceremonie voor de gevallenen begon de Bisschop ineens bloed op te hoesten. Ze bleek behekst te zijn door een bruine kaars, en de middelen om die kaars te maken waren verzameld door een uienverkoopster die we de avond ervoor hadden ontmomet. Steijn vertelde dat hij had gezien hoe zij het zweet van de Bisschop haar voorhoofd had gedept, maar niet direct achterdochtig was geworden.
De kaars werd gevonden en onderzocht. Hij stond op een speciale kandelaar die ervoor zorgde dat de kaarsenmagie bleef werken, net zoals de steen dat ook deed. Toen de band met de kandelaar was verbroken en de magie teniet gedaan werd, begon de bisschop langzaam te herstellen. Lianna Sterkhouder en ik bekommerden ons om haar en Lianna stuurde me erop uit om dingen te regelen zoals een kom bouillon om weer aan te sterken.

Terwijl ik daarmee bezig was werd een brief voor de Bisschop bezorgd. Fedor nam deze in ontvangst en verbrak direct het zegel. Hij kon de kleine lettertjes niet lezen en vroeg mij dat voor hem te doen. Ik sputterde tegen, maar luisterde braaf. Nadat ik de brief voorgelezen had gingen we samen naar de slaapkamer van de Bisschop om de brief nogmaals voor te lezen.
Er was een klop op de deur. Johannes stond daar! Ik schudde mijn hoofd "we zijn even in gesprek." en sloot de deur weer. Dat vond ik echt heel eng om te doen, maar Lianna was ook bezorgd over de intenties van Johannes en had Steijn ook gevraagd om hem af te leiden zodat hij niet teveel bij de Bisschop in de buurt kon komen.

Later merkte Fedor nog op dat ik zo kordaat had gehandeld. Dat ik me niet gedroeg als een simpele kok, maar meer als een avonturier. Ik ontweek zijn vraag. "Maar de bisschop had gevraagd of wij haar konden helpen, dus dan doe ik dat."
Voordat hij verder kon vragen werd hij weggeroepen, en daarna is hij er gelukkig niet meer op terug gekomen.

Met de dames van Theehuis de Oase, allen uit Mezzaida, ging ik kruiden zoeken. Omdat mijn loresheet nog niet geprint was (en mijn charactersheet ook niet, problemen met de printer) plukte ik alle kruiden die ik vond. Toen de sheet eenmaal geprint was heb ik uit de stapel die ik geplukt had degene die ik herkende gehouden, en de rest heb ik teruggezet voor andere spelers.
Ik kon met Rava van de Mezzaida overleggen over de kruiden waar zij wat mee kon brouwen. We handelden voor wat kruiden, maar één van de kruiden die ze nodig had was nergens te vinden. Uiteindelijk kwamen we tot een overeenkomst: ik zou kruiden aan haar geven en zo zouden we spel hebben. Het is toch altijd goed om een beetje goodwill te kweken en zo hebben andere spelers er ook spel mee. (En het zijn leuke spelers!)

De bisschop vertrok naar het front, waar de legers van Anke Vroeghindewei verzameld waren om de kinderen van de baron te ontvoeren. Anke, een heks, mocht haar kinderen natuurlijk niet zomaar in de klauwen krijgen, en Bisschop Ariane was gebrand om ze veilig te houden. Ze sommeerde de avonturiers om op de jonge baron Harald en zijn tweelingzusje Meike te letten, en vertrok.
Die avond organiseerden de Mezzaida een kamelenrace wat erg veel bekijks trok en de jonge baron ook goed bezig hield. Dat was heel tof om te zien!

De volgende dag hoorden we dat Johannes (die met de bisschop mee was gereisd) waarschijnlijk ontvoerd was, en die werd gemarteld en verminkt teruggevonden. Hij is in de boeien geslagen en verzorgd, maar wat er nu precies met hem moest gebeuren was niet duidelijk.

Uiteindelijk hebben we de jonge Baron en zijn zus vermomd als Mezzaianen en hebben we de reis naar het Illistermoeras ondernomen. Onderweg kwamen we een leger Gele Rozers tegen, die op zoek waren naar het tweetal. Het was een flink gevecht waarin ik vooral oplette of de kinderen veilig waren. Uiteindelijk wisten Steijn en ik te ontkomen met de Mezzaianen en de kinderen, maar niet alle avonturiers zijn ontkomen aan de Rozers...

-----

Het was fijn om weer op Maerquin te zijn. De kennis van de setting die ik nog heb van Nieske en Marianne is bij tijden handig. Zo kan ik Eisirt af en toe bijpraten van feitjes en geruchten die het volk allemaal waarschijnlijk wel weet, maar niet direct op de website staat. Zoals de geruchten dat de oude Baron Wolfgang onder invloed stond van de IJzeren Graaf, de Baron van de naburige baronie die vol is van ondoden en ander gespuis.

We hebben een goede basis gelegd voor als we volgend event met meer familieleden zijn. Ook heb ik een aantal kleine genezingen verricht. Mijn 'kusje erop' gimmick is wellicht maar 1 hp genezen, maar het geeft heel leuk en verrassend spel voor andere spelers en zo weten er een aantal mensen dat ik ook iets nuttiger ben dan alleen kruiden zoeken en koken (wat ik dit keer niet eens kon doen).

Helaas was ik niet fit en ben ik beide avonden voor middernacht naar bed gegaan. Het was ook fijn om me terug te trekken met een breiwerkje in een rustig hoekje. Maar het was een fijne herintrede van onze personages en ik zie uit naar het volgende event.
janestarz: (Me - Truestrike)
Mijn carpool voor de baravond had buikgriep en in plaats van mij 2½ uur met het OV te laten reizen wilde Eisirt wel naar zijn werk fietsen en kon ik met de auto naar Muiden rijden. Op de heenweg zag ik dat vanwege werkzaamheden op de A2 de A27 helemaal op slot stond tussen Utrecht en Everdingen, dus ik voorzag al flinke drama voor de zondag. Ik nam me voor om op tijd te stoppen met spelen en gewoon heel verstandig 's nachts het hele eind naar huis te rijden en zo de file te vermijden.

De baravond was in de Westbatterij, vlakbij het Muiderslot, een onderdeel van de Nieuwe Waterlinie om Amsterdam te beschermen. Het kleine fort was vooral in gebruik geweest door scouting en er was (rommelig en vies) sanitair beschikbaar, inclusief een sticker op de spiegel boven de wasbak met de instructie 'niet aan likken'.
Oh, ok. Was ik niet van plan.

Ik was één van de eersten en haalde mijn krat met kostuumspullen uit de auto. Het scheelde alweer dat ik geen bed op hoefde te maken op de betonnen vloer, en ik legde mijn schapenvachtje neer als vloerkleed terwijl ik me omkleedde tot Katya. We aten een hele simpele maar smaakvolle pastasalade als avondeten, en gingen toen tijd-in.
Ik kreeg nog een speciale scene buiten (IC: tijdens de jacht in het Duister) die zich af had gespeeld niet lang na het laatste event, dus een aantal weken geleden.

Er zat een konijn in mijn val. Ik aaide het lange gras aan de kant en pakte mijn dolk. Een ferme slag met het handvat maakte een einde aan het leven van het beestje. Zo zou het geen bloed druppen op mijn kleding en kon de leerlooier de vacht voorzichtig afstropenzonder rekening te moeten houden met grote verwondingen.
Een kriebelend gevoel verspreidde zich door mijn hand. Het leek een beetje op het gevoel van toen ik de Dolk waarmee Johanna was vermoord vast had gehouden.
Ik hoorde een stem.
"Keh'lev is dood, en jij hebt daaraan bijgedragen." Een windvlaag, of een zucht? "Als je wilt, mag je een deel van zijn kracht. Wil je dat?"
Ik hoefde er niet lang over na te denken. "Ja." reageerde ik direct.
Een zwarte schaduw, met dat kriebelende gevoel verspreidde zich van mijn hand naar boven. Het verdween onder mijn mouw en trok naar mijn borst. De schaduw verdween en mijn arm zag er weer normaal uit. Maar toen ik verder keek in de duisternis kon ik ineens veel verder kijken. Het was alsof het Duister zicht niet meer zo voor mij afsloot. Ik kon om me heen kijken en zien alsof het helder daglicht was.

In de verte bewoog iets. Een schim? Nee, een vrouw. Ze was gekleed in een zwarte mantel met vierkante schouders, en ze droeg een masker van een vogel hoog op haar voorhoofd. Haar ogen priemden door het duister onder het masker door.
"Was jij dat?" riep ik haar toe.
Ze draaide zich naar me toe, maar antwoordde niet.
"Die stem, was jij dat?"
Toen ze nog steeds niet antwoordde, stelde ik een andere vraag. "Ben je ons in de gaten aan het houden?"
"Dat zou je kunnen zeggen."
Ik hm'de. "Wat is je naam?"
Ze keek verward, en omdat ze niet antwoordde ging ik verder: "Als je ons in de gaten houdt zullen we elkaar nog wel eens vaker zien. Het is toch handig als ik dan weet hoe ik je mag noemen."
Ze mompelde iets. Ik kon het niet echt verstaan.
"Zwarte Soep?" vroeg ik met twijfel in mijn stem. "Dat is hoe je genoemd wilt worden? Rare naam, maar goed. Hoor jij bij de Raven?"
Ze ontkende, en was erg terughoudend. Ik kon er niet veel uithalen, en uiteindelijk liep ze weer weg, het Duister in. Ik kon haar lang volgen, nu mijn ogen versterkt waren met de kracht van Keh'lev.

In de herberg de Blauwe Lantaarn waren een aantal mensen verzameld, waaronder Vrouwe Corcra en Iisrael. Ze bespraken de Anioliërs en wat die nu wilden. Ik snapte er niet zoveel van, en vond het niet bijster boeiend. Ik had nooit veel met Anioliërs te maken gehad, en blijkbaar waren ze heel gehecht aan vaste plekken om dingen te doen. Ze hadden een eiland voor het maken van boten, een ander eiland om te eten, en weer een ander eiland om te slapen. Dat wij alles door elkaar deden, vonden ze maar raar. Vrouwe Corcra vroeg of ik misschien een plek wist waar de Anoliërs een bloedoffer konden doen, misschien een grote platte steen. Hij/zij was gevraagd door de regering van Forena om hen een plek te bieden, en als ik daarbij kon helpen was dat fijn. Maar het was wel duidelijk dat we de Anioliërs nooit moesten laten weten dat er een Bloedkathedraal in de buurt was.

Later kon ik ook even een gesprek met Vrouwe Corcra hebben. Ik wilde eigenlijk met Tybor Schoonhewortal praten, maar hij was door zijn rug gegaan en kon er niet bij zijn die avond. Ik vertelde dat ik mijn man zo miste en dat ik niet terug naar huis kon. Vrouwe Corcra stelde voor dat mijn man wellicht naar Waldlisse kon komen om bij mij te zijn.
"Heb jij een tweede smid nodig dan? Arut werkt zo hard dat het me bijna niet nodig lijkt." wierp ik tegen. Ik kon het me niet voorstellen hoe het zou zijn als Sacha hier zou komen. Zou hij blij zijn om me te zien?
"We hebben ontzettend veel spijkers nodig om al die huizen te bouwen, en Arut heeft nu ook nieuwe taken gekregen. Een extra smid zou zich echt niet hoeven vervelen. En denk aan de verdediging: zwaarden, pantsers..."
"Sacha weet niet waar ik ben;" zei ik snel. "En mijn schoonvader ook niet. En dat wil ik heel graag zo houden. Ik was met de broer van Sacha op pad gestuurd, met een mandaat, om een boek van Wilhelm te gaan zoeken. Ilya is daarbij omgekomen. Ik durdfe niet terug naar huis te gaan."
Ik vertelde niet hoe Ilya was omgekomen. Dat er drie pijlen nodig waren om mijn woede te koelen. Dat die drie pijlen mijn leven voorgoed op zijn kop hadden gezet.

Ik haalde de brief die Amanda mij had gegeven uit mijn buidel en bood hem aan vrouwe Corcra aan. Hij/zij las de brief en vroeg voorzichtig: "Maar jij had toch niets te maken met de dood van Ilya. Waarom zou je niet naar huis kunnen?"
Ik ontweek de vraag. "Ilya is het oogappeltje van mijn schoonvader, Boris Wilhelmshaamer Stamvaader. Dat Boris een zoon zou verliezen... hij is geen makkelijke man. Hij is pachter van de rustplek, en regeert daar met een ijzeren vuist. Iemand die tegen zijn zin in zou gaan...dat is ondenkbaar.
"Ik wilde Tybor Schoonhewortal vragen om een brief terug te schrijven aan Boris. Dat hij mij heeft ontmoet maar dat ik gevallen ben in de strijd of iets dergelijks. Zodat ze me niet meer zoeken. Misschien mijn dolken meesturen als bewijs. Iets wat Sacha zou herkennen."
Mijn hart weende. Dat zou betekenen dat ik Sacha nooit meer zou kunnen zien, dat ik voor altijd hier moest blijven. Ik drukte mijn gevoel weg. Ik kon niet blijven hopen dat het goed zou komen, ik moest een nieuw leven opbouwen hier in het Duister, in Waldlisse. Ik kon niet vasthouden aan een verleden wat voor altijd buiten mijn bereik zou blijven.
"Wat als Sacha ineens op komt dagen om me te zoeken, en niet wil blijven als smid?" vroeg ik voorzichtig. "We kunnen een brief sturen dat ik overleden ben of hem te vragen hier te komen werken, maar niet allebei. Deze twee opties sluiten elkaar uit, en zogauw hij weet dat ik hier ben kan hij niet meer vertrekken."
"Dan is er wel een oplossing te bedenken. Een cel. Tot hij van gedachten is veranderd." Corcra dacht na. "Tybor Schoonhewortal...weet je wat voor persoon hij is? Zijn vrouw is opgevangen in Forena."
Ik knikte. "Tybor vertelde dat ze bewaakt wordt voor haar eigen bescherming." Ik zei er niet bij dat hij had gezegd dat ze in een gevangenis zat om haar veilig te houden. Dat ik vermoedde dat Tybor een crimineel was.
"Ik denk dat het verstandig is als ik bij dat gesprek met Tybor aanwezig ben, ook om Tybor te laten weten dat ik op de hoogte ben."
Ik hoorde wat Corcra tussen de regels impliceerde: dat Tybor geen misbruik kon maken van de situatie en mij voor zijn karretje kon spannen omdat Corcra erbij was en op de hoogte was.
Het gesprek liep op zijn einde, en ik ging richting de deur, maar draaide me terug. "Weet je dat de schout informatie over jou aan het verzamelen is?" vroeg ik. "Over wat er met de Anioliërs is gebeurd die een tijd geleden in Waldlisse aankwamen, onder andere."
"Ja, dat weet ik." zuchtte Corcra. "Natuurlijk zul je hem helpen met zijn onderzoek."
"Absoluut." knikte ik. "En als er bepaalde informatie is die de schout nodig heeft, dan hoor ik graag van jou welke informatie ik de schout kan geven."
Ik hoopte dat Corcra de hint oppikte. Ik wilde best de schout valse informatie toespelen, als dat betekende dat Corcra achter mij zou staan. Veel duidelijker dan dit kon ik het niet maken.

Gedurende de avond kwamen er af en toe personen de herberg binnen, en terwijl Corcra met een gravin zich terugtrok hield Arut de wacht bij de deur. De rest van ons bleven buiten staan zodat ze niet gestoord zouden worden. Elke keer dat het gesprek over Keh'lev of de dolk ging, kriebelde mijn arm weer, en krabde ik afgeleid aan mijn arm.

Er kwamen ook twee reizigers uit het Duister binnen. Een broeder en zuster uit de stammen! Ik verwelkomde ze en we praatten kort. De dame wilde een bibliotheek gaan stichten, dus ik stoorde Corcra even (die inmiddels in een ander gesprek zat) om dit aan hem/haar door te geven. Corcra zei toe dat er een klein, tijdelijk gebouw voor geplaatst zou kunnen worden, zodat de Scharhaevenaren daar hun avondgebed aan Wilhelm konden richten, en de boeken daar opgevangen konden worden. Dit rapporteerde ik weer aan de nieuwe Scharhaevenaren.
Ik somde op welke broeders van Scharhaeve nog meer in Waldlisse aanwezig waren, en vertelde over de dolk.
De man, een paladijn op doorreis, bleef maar vragen stellen over de dolk. Ik vroeg hem of hij, als hij weer terug naar Scharhaeve zou reizen, wellicht mijn verslag mee zou kunnen nemen over de dolk. Zodat ook bij de Bibliotheek van Wilhelm bekend zou zijn dat de Dolk die Johanna had vermoord was gevonden en veilig gehouden zou worden in een heuse bibliotheek in Waldlisse.
Het wordt hoog tijd dat ik die brief dus ga opstellen!

Daarna liep ik nog even langs Job en Anneloes om te vertellen dat ik naar huis zou vertrekken, en ik gaf een opsomming van mijn gesprekken door aan Job, die helemaal stond te stuiteren. Hij gaf me een compliment dat ik als Katya echt heel veel van mijn achtergrond vertelde en alles eigenlijk open op tafel lag, maar niet al te veel details prijs gaf waardoor het voor andere spelers heel moeilijk te zien was dat ik inderdaad the bad guy ben.

Ik ging gewoon in mijn kostuum in de auto zitten (riem en wapens af) en reed richting huis. De benzinemeter stond redelijk laag, dus die ging ik in de gaten houden. Gelukkig was het op de A27 heel rustig en er was geen file meer. Precies zoals ik al hoopte.
Bij Den Bosch ging het lampje op het dashboard branden: meestal is dat een teken dat je nog 50 kilometer kan rijden met de benzine die je nog hebt, maar toen ik dat raadpleegde op het dashboard zei de auto dat hij nog rustig 78 kilometer kon gaan. Volgens de routeplanner was het een stuk minder ver naar huis, dus ik reed rustig verder. Tegen de tijd dat ik bij Boxtel kwam was het verhaal heel anders. Waar ik eerst een marge van 50 kilometer 'over' had, werd die marge steeds kleiner. Net na de afslag Boxtel-Liempd is het laatste tankstation voor thuis, en omdat ik het zo in de gaten hield, durfde ik die niet voorbij te rijden. Ik stopte bij het tankstation en tankte 5 liter benzine zodat ik zeker thuis zo komen.
Na het tanken schepte de auto op: hier kon ik nog makkelijk 150 kilometer mee rijden.
Jaja, nou ik weet heel zeker dat we geen 1 op 30 rijden maar meestal 1 op 18...

Ik was even na middernacht thuis, waar ik Eisirt nog wakker aantrof. En we kropen lekker samen in een zacht bed wat niet op de betonnen vloer van een fort was.
janestarz: (Me - Edwardian)
Met het afgelopen Zomerlive van Emphebion is er echt een einde gekomen aan de reis van Zaphira. Tenminste, een einde aan de reis die ik met haar maak. Zaphira is nu onderdeel geworden van de setting van Emphebion en leeft voort in de achtergrond. Wat ze nu nog gaat meemaken is in principe niet iets wat ik zelf mag bepalen.

Het roze barbiedromen einde wat ik gekregen heb van de spelleiding spreekt enorm tot de verbeelding.
Zaphira begon als Naamloos, zoekende naar wie zij was en hoe zij heette. Ze adopteerde een naam ("Ze noemen mij Zaphira") en vond een ring en een ketting, waardoor zij uiteindelijk op het pad kwam van de oude bloedlijn van Osdorxka. Ze heeft lang geworsteld met die verantwoordelijkheid, en of ze het waard was, en of ze wel genoeg mensen had die achter haar stonden.

Vorige winterlive kwam ze er eindelijk achter wie ze nou was geweest. En datgene wat haar altijd al verteld was: 'Misschien is het niet belangrijk om te weten wie je voor dat ongeluk met de ketel was. Want je laat genoeg zien van jezelf om te weten dat je iemand bent met het hart op de juiste plek'. Uiteindelijk liepen die twee waarheden niet heel ver uit elkaar. Toen zij Nilaya was ging zij een vergetelheidsdrank maken voor een bevriende elf, die niet kon leven met de afschuwelijke herinneringen. Wellicht wilde Nilaya zelf ook wel wat van die drank. Dat was de aanleiding van het ongeluk, waardoor Zaphira haar geheugen verloor. Ze is er nooit achter gekomen of ze vroeger familie had...

De zorgzaamheid van Zaphira werd een rode draad door haar leven. Ook toen ze van adel was, stond ze regelmatig tot haar ellebogen in het bloed om de avonturiers op te lappen. Ze moest kiezen wie er snel op zijn pootjes gezet moest worden, en wie alleen een verbandje kreeg om het bloeden te stelpen. Maar ook die moeilijke keuze kon ze maken. Daarin is ze echt volwassener geworden.

En dan Stanislav. Haar trouwe lijfwacht waar ze altijd op kon bouwen. Misschien heeft ze er zelf nooit over durven nadenken of er meer was tussen hen. Maar als hij binnengedragen werd in de ziekenboeg zorgde Zaphira wel dat ze hem direct ging genezen. Ze hield geneeskrachtige kruiden achter, gewoon voor het geval dat hij gewond zou raken.
Na veel hints van de kozakken die ons kwamen bezoeken durfden we er serieus over na te denken. Hoe je beste vriend, je trouwe lijfwacht, toch ineens je hart steelt. Dát verhaal is er eentje die we allemaal kennen en ook heerlijk van kunnen genieten.
Het was niet vooraf gepland maar zowel Bram als ik stonden ervoor open, en we hebben na het event toch wel heel veel bleed gehad van ons binnenspelse huwelijk. De kleine gebaren die geliefden naar elkaar maken hakken er toch wel diep in.

Uiteindelijk zijn we samen de ondergaande zon tegemoet gereden. Gesterkt door vrienden die ons bijstaan, door de liefde die onze personages deelden een onzekere toekomst tegemoet.

Het wrange is: ik kan niet wachten tot ik het volgende hoofdstuk mag lezen. Maar dat hoofdstuk is niet meer voor mij om te schrijven, te beleven. Vanaf nu ben ik een betrokken bijstaander. De kans dat Zaphira als NPC nog een keer ten tonele verschijnt is klein -- daarvoor is Iis echt veel te ver weg.

Gisterenavond heb ik de gebeurtenissen van Zaphira's laatste zomerlive opgeschreven in mijn IC boekje. Een afsluiting van een levensverhaal. Toen de laatste zin geschreven was voelde ik me leeg. Het is klaar, het is op. Het is goed zo. Het was een perfecte, zoete afsluiting van een mooi personage.
janestarz: (Spiritual)
Omdat ik ruim voor het Winterlive 2023 al aan had gegeven bij de spelleiding dat ik wilde gaan stoppen met Zaphira, kwam er tijdens dat live een brief uit Iis. Ze waren blij dat ik mijn afkomst erkende en graag zouden ze een ontmoeting met mij willen hebben. Er werd in een andere alinea gesproken over een 'ceremonie' maar wat dat precies inhield was nog steeds een raadsel.
Voorafgaand aan het zomerlive werkte ik met de hulp van Marjolein, Elise en Cleo aan alle zaken die achter de schermen en voorafgaand aan het evenement geregeld moesten worden. Er was toestemming dat het evenement plaats zou vinden in het jachthuis van de familie Goudhaan (familie van Elise's personage Caspar Goudhaan). Ik maakte een lijst van welke kostuums ik wilde dragen, we stelden een gastenlijst samen (met meer mensen erop dan als Zaphira dit in haar eentje mocht beslissen), en ik maakte uitnodigingen. Als kersje op de taart maakten we ook bloemetjes die op de tafels van het jachthuis zouden pronken en ik borduurde een tafelloper met mijn officiële zegel. Als last minute toevoeging werd ons door de verhaalcommissie ook gevraagd om de aanwezige kamers te verdelen onder de gasten én de NPC gasten. Nadat iedereen van de gastenlijst een slaapplek was gegeven, was er nog welgeteld één vrije slaapplek, dus als er notabelen zouden komen party-crashen zou dat een potentieel probleem zijn.

(Disclaimer...mijn geheugen is abominabel als altijd, dus ik weet niet 100% zeker dat alles in de juiste volgorde genoemd staat, maar de hoofdlijnen kloppen wel.)

Eén voor één kwamen de gasten aan, en ik stond op van mijn tafel om ze te begroeten. Nadine deelde de sleutels uit en ik praatte kort met sommige lieden. Iedereen van stand, of het adellijken of gildemeesters waren, werden persoonlijk begroet. Sommigen hadden vragen, en ik kon ze ook niet veel meer vertellen: we zouden wachten op de delegatie uit Iis, maar wat die precies hier kwamen doen was uit hun brief niet heel duidelijk geworden.

Er waren ook verrassingen die avond. Lourens had speciaal koekjes met pecannoten en kaneel gebakken als dankjewel voor de uitnodiging. Stanislav zat naast mij, en nam de koekjes in ontvangst. Ik had vroeger nogal eens enthousiast dingen aangepakt of een armband onnadenkend om mijn arm gesloten voordat deze zaken getest konden worden, en inmiddels was ik een prominent genoeg persoon dat ik niet meer klakkeloos van de goedheid van de mensen uit kon gaan. Iemand anders zou de koekjes moeten voorproeven voordat ik ze kon proberen.

Blossem kwam aan met twee brieven in zijn hand: de originele uitnodiging met zijn naam erop, en een brief van Jonkvrouwe Van Nimmen. Ik vertelde hem dat de uitnodiging voor hemzelf was, niet voor mij.
"Maar ik kan helemaal niet lezen. Ik wilde eigenlijk gewoon gaan vissen." zei Blossem.
Ik las hem zijn uitnodiging voor, maar Blossem vond het wel een beetje raar dat ik hem zou uitnodigen voor iets belangrijks. Ik was in ieder geval blij dat hij er was.
De brief die hij bij zich had van Jonkvrouwe van Nimmen was een afmelding. Zij kon er helaas niet bij zijn, en gaf aanwijzingen dat Blossem mij maar even bij moest staan bij deze festiviteiten. Dat was wel heel vriendelijk van haar.

Ik haalde een zakje uit mijn mandje en pakte één van de speldjes uit die ik had laten maken. Het speldje met een vergeetmenietje erop speldde ik op Blossem's tuniek als teken dat hij nu bij mij in dienst was. Ik gaf de rest van de speldjes aan Meester Tiberius, om uit te delen aan zijn monsterjagers. Tiberius had het een prima plan gevonden als de monsterjagers een oogje in het zeil zouden houden. Nieuws over de bijeenkomst in Gostherfell had ook in de krant gestaan, dus er was kans dat er ook ongenode gasten zouden komen. Om over de delegatie uit Iis maar niet te spreken. Naar verluid is dat land opgebroken in oorlogsvoerende stadstaten, en er reizen allerlei soorten gespuis rond: ondoden, vampieren demonen... Het was fijn dat de monsterjagers daar op voorbereid waren.

Een bode kwam mij nog twee brieven brengen. De ene herkende ik direct: het was mijn uitnodiging voor Epke van de IJzeren Toren. De andere brief had een zegel wat ik niet herkende. Ik vouwde deze nieuwsgierig open, en keek snel naar wie hem ondertekend had.
Roland Wildekind.
Ik vouwde de brief weer dicht, en besloot eerst de brief van Epke te lezen, het plezier van een langverwachte brief van Roland uit te stellen.
Het zegel van mijn uitnodiging aan Epke was verbroken en het perkament hergebruikt voor een reactie. De brief zat vol vlekken en was verder onverzegeld. Epke zei dat het hem speet dat hij er niet bij kon zijn, maar dat hij in Iis zat en niet terug kon reizen voor deze gelegendheid. Tjsa.
Ik vouwde de brief van Roland open. Het was een jaar geleden dat ik hem voor het laatst had gezien en een brief had gestuurd, en daarna had ik nooit meer van hem gehoord. Ik was heel erg aan het twijfelen geweest over welke woorden ik zou gebruiken om hem uit te nodigen, en had uiteindelijk de meest warme woorden gebruikt. Ook had ik de ketting met zijn portret weer omgehangen, voor het geval hij toch zou komen. Ik vouwde zijn brief open en las:

Lieve Saphira,
Hartelijk dank voor uw brief. Het doet me deugd om van u te horen en ik feliciteer u van harte met uw aanstaande huwelijk en uw nieuwe titel als Erfgenaam van het Keizerrijk Osdorxka.
Helaas moet ik u meedelen dat ik door onvoorziene omstandigheden niet in staat zal zijn om persoonlijk aanwezig te zijn bij de ceremonie op de achtste dag van de zevende maand van het jaar 635 in Gostherfell. In mijn plaats zal een kleine delegatie van het monsterjagersgilde uw prachtige gelegenheid bijwonen.
Ik wens u een schitterende ceremonie toe en veel geluk voor de toekomst. Weet dat u altijd een plek in mijn gedachten zal hebben.
Met oprechte groet,
Roland Wilderkind
Gildemeester der Monsterjagers


Mijn emoties ontvlamden en ik wist niet goed waar ik eerst boos over zou worden. Over het feit dat na mijn eerste brief ik nooit meer wat van hem had gehooord? Over de formele toon van 'hartelijk dank voor uw brief'? Het 'aanstaande huwelijk' waar ik niets van wist? Of de 'plek in mijn gedachten' en niet in zijn hart?
Ik wilde mijn schaal met koekjes van de tafel afvegen, maar ik ademde diep in, borg de brief op in mijn mandje en trok de ketting met zijn portret van mijn hals. De ketting gooide ik op de tafel waar Nadine de sleutels aan het verdelen was bij de gasten.
"Wat was dat?" vroeg iemand voorzichtig, mijn licht ontvlambare humeur in acht nemend.
"Een prachtig stuk kunst wat nu waardeloos is."
Ik zag Nadine voorzichtig de ketting oppakken en veilig wegstoppen, maar ik kon er niet meer om malen.

Sommige gasten klaagden over de rovers die in de bossen zaten, en Blossem was zijn zwaard verloren bij één van de schermutselingen. Aangezien hij bij mij in dienst was, pakte ik dat gelijk op en beloofde ik hem dat ik een nieuw zwaard voor hem zou regelen. Ik kocht bij Torg metaal en vroeg de dwerg Moira om een zwaard te smeden. Ze kwam later bij mij terug. Voor een zwaard was meer metaal nodig, dus ik moest nog meer grondstoffen vinden. Voordat ik dat kon regelen, had Blossom zijn eigen zwaard alweer terug gekregen door met zijn dolken net zo lang rovers neer te steken tot hij het zwaard weer terug had.
Maar ik verdien Blossem niet. Ik maakte 's avonds wederom de verspreking om hem een goede nachtrust te wensen. Ik zag zijn blik verstarren en realiseerde me dat ik het wéér had gedaan. Voor de val van het oude Pantheon was dat hoe volgelingen van de Brenger der Nachtmerries anderen verwensten, Blossem zit nog vast in die oude geloven en is verwoed vechter tégen de Brenger. Ik moet leren om gewoon 'Welterusten' te zeggen. Arme Blossem.

Het weer op zaterdag dinsdag was warm en het zou die dag broeierig worden, met donderwolken in de avond. 's Morgens begon de dag al slecht: mijn ketting (van de troonopvolgster) was van het nachtkastje uit mijn kamer gestolen. Ik stelde Stanislav, Caspar en Tiberius op de hoogte. "Jij slaapt in mijn kamer vanavond." zei Stanislav direct.
Ik knikte. "Ik zal een palletbed op de grond laten neerleggen. Ik wil dat je bij mij in de kamer slaapt, voor het geval ze terugkomen."
Tiberius nam het heel serieus op. Hij deed een uitgebreid sporenonderzoek van de slaapkamer, maar vond weinig. Het enige wat hij me kon vertellen was dat de dader via de deur naar binnen was gekomen, en de ketting snel had meegegrist van het nachtkastje. Ik was allang blij dat er geen moordaanslag was gepleegd, maar vroeg me wel af wat erachter zat. Caspar liet me de loper zien. Die hing aan haar riem en was niet van haar zijde geweken. Iemand had het slot opengemaakt, puur om de ketting te stelen...

Een korte tijd later kwam er een delegatie van de Orde van de Timmersteek aan, die op zoek was naar Luca. Ze vertelden dat ze op een pad in het bos een ketting hadden gevonden. Caspar hield de ketting naar mij uit, en ik liet mijn handen langs mijn zij vallen. "Ik wil dat Raistlin eerst onderzoekt of er iets mee gedaan is, voordat ik deze weer draag. Zou jij daar zorg voor willen dragen?"
Na het onderzoek kwam ze terug met de ketting. Meester Raistlin had niets nieuws aan de ketting kunnen ontdekken. Wel dat er een demon in de ketting had opgesloten gezeten en dat het een antiek juweel was. Slechts de sporen waar ik al van wist, en ik hing gerustgesteld de ketting weer om mijn hals.

De Fae hadden deze plek ook uitgezocht voor één van hun vieringen. Ze wilden een nieuwe kampioen van het Woud verkiezen, en daarvoor werden er spelen georganiseerd. De verschillende fae courts kozen (vroegen) elk een kampioen om voor hen deel te nemen aan de spelen, en de court wiens deelnemer het spel won, kreeg een stem om uit te brengen.
Toen Caspar de Fae zag aankomen schreeuwde ze mijn naam. "Waarom is Puk hier! We hadden afgesproken dat je die niet zou uitnodigen."
"Ik heb hem ook niet uitgenodigd." zei ik eerlijk. "Waarom hij juist nu hier is, weet ik niet."
Puk bevestigde dat hij niet uitgenodigd was, maar dat hij oprecht meegekomen was met de Regelmeester voor de spelen. Hij leek niet verbaasd te zijn dat er nu een groot aantal gasten aanwezig was voor een andere viering, en daar zou hij wel gretig gebruik van maken. Ik bood hem de koekjes aan die Lourens had gebakken, en Linde schonk een kopje thee voor hem in.

De rovers uit het bos kwamen ineens richting het jachthuis. Een deel van de gasten waren het bos in gegaan, dus ik voegde me achter de linie van strijders die ons veilig probeerden te houden. Het viel me op dat de rovers niet allemaal vatbaar waren voor mijn magie, en ik werd hard geraakt op mijn rechterflank. Binnen enkele seconden stond Hilde naast me, en ze riep het Wezen van het Leven aan om me te genezen.
Nadat ik de andere gewonden verbonden en behandeld had, spraken de monsterjagers even over waarom de rovers zo sterk waren, waarom zij ons aanvielen. Het was niet direct duidelijk, maar we gingen erop letten. Wat de Fae was opgevallen was dat de rovers minder emoties voelden dan verwacht. Ze stonden zij aan zij met hun maten, die gewelddadig afgeslacht werden door de avonturiers, maar ze reageerden er bijna niet op. Elke andere rover zou daar toch wel even op zijn achterhoofd krabben of zijn levenspad wel de juiste kant op ging, maar deze jongens bleven maar doorgaan ondanks dat het hun lijf en ledematen zou kosten...

Omdat de kruiden (zoals altijd) wel schaars waren, moesten we toch even het bos in voor een wandeling. Stanislav wilde wel mee, maar hij leek uit zijn hum te zijn. Hij was kortaf en gromde zijn antwoord. Rowena was met ons mee, en haastte zich om Ridder David bij te houden, die een soortgelijke houding had.
"Ik denk dat hij vergiftigd is." zei ze, terwijl ze in een drafje Ridder David volgde. "Ik zal wel een test doen om te kijken wat het probleem is."
Ik overlegde met Stanislav, maar hij was nog steeds niet te genieten. "Blijf bij me uit de buurt;" snauwde hij.
Ik stapte terug en volgde hem op een afstandje. Ik geloofde niet dat Stanislav zijn wapen zou heffen om me aan te vallen, maar ik wilde hem ook niet in een situatie brengen dat hij dingen deed waar hij later niet mee zou kunnen leven. Voorkomen was in dit geval het allerbeste, en totdat Rowena tijd zou hebben om te kijken hoe dit op te lossen zou ik op een afstand blijven.
Toen we terugkwamen bij het jachthuis stopte Stanislav bij de bosrand. "Blijf hier, tot er een oplossing is;" beval ik hem. "Anders verspreidt het als een olievlek onder de gasten."
Ridder David was inmiddels weer genezen van de aandoening, maar omdat Rowena zijn bloed had getest was zij besmet geraakt. Dat schoot natuurlijk niet op.
Ik zocht snel Luca op en vroeg om raad. Hij kwam direct met mij mee. "Het is het syndroom van Ban'ur, en dat maakt mensen heel agressief. Hij moet zijn wapens afleggen. Deze aandoening wordt overgedragen door bloed, en als er nog bloedspetters op zijn sabel zitten, kan hij daarmee opnieuw geïnfecteerd worden. En ik wil niet dat hij mij aanvalt."
Ik knikte naar Stanislav, en hij bromde en gromde een antwoord, maar deed wel wat er van hem gevraagd werd. Luca riep de Heer van het Licht aan om de aandoening te genezen, en maakte er een langdradig gebed van. Toen Luca klaar was met zijn speech, vroeg ik Stanislav voorzichtig hoe hij zich voelde.
Stanislav zuchtte diep. "I was ready to strike at you." zij hij in Iis, schaamte in zijn stem.
"But you didn't." Het was ondenkbaar wat er was gebeurd als hij dat wel had gedaan, en ik was blij dat we op tijd ingegrepen hadden en Stanislav nu genezen was.

Ik had Torg gevraagd of hij een momentje had, en hij kwam aan mijn tafel zitten. Linde schonk hem thee in en ik schoof de schaal met cake dichter naar hem toe. En ik had een cadeau voor hem: een set runestenen die in hout gebrand waren. Ik wist dat het dwergenschrift ook uit runen bestond. Torg bewonderde de stenen en vertelde dat hout onder de bergen juist heel schaars is en dat het een prachtig cadeau was.
"Ik hoop dat met deze gift ik de banden tussen de Dwergenbergen en Iis kan versterken, en we in de toekomst kunnen handelen. Wanneer mijn positie daar zeker is, en het land opgebouwd wordt hebben we goede handelspartners nodig."
Torg stond daar wel voor open. Hij nodigde ook de andere dwergen Moira en Scorpion uit bij ons aan tafel. Ik had niet zoveel op met Scorpion sinds hij me in mijn gezicht had geslagen toen ik hem probeerde te genezen, maar hij had inmiddels zijn excuses aangeboden en ging nu elke keer op zijn handen zitten als ik hem moest genezen zodat het niet nog een keer kon gebeuren.
Dit keer hadden we een prettig gesprek, en ik bedankte hen alledrie voor hun openhartigheid. Ik verwachtte dat het handelen met de dwergenbergen, zogauw ik in Iis gesettled was, wel zou gaan gebeuren.

Terwijl wij nog zaten te wachten op de delegatie uit Iis kwam de markheer Konstantin Goudhaan met zijn oudste dochter Frederique ook langs. Natuurlijk had hij ook een uitnodiging gekregen, en het was heel fijn om hem in persoon te ontmoeten. Frederique had ik al wel eens ontmoet maar ze was ontzettend snibbig en had me geen blik waardig gekeurd. Nu kon ze niet om me heen: haar vader had op aanraden van zijn jongste dochter toegestaan dat ik gebruik maakte van zijn jachthuis.
Ik sprak lovend over Caspar en zag dat de Markheer straalde van trots. Als een man gezegend met alleen maar dochters had hij het niet makkelijk om voor hen allen goede partners te vinden, en Kaptein Markvrouwe Caspar was uitstekend in alles wat zij deed. Toen ik zei dat Caspar naadloos kon schakelen tussen dame van stand en weerbare kapitein, snoof Frederique van minachting. "Ze heeft nog heel wat te leren." Alsof Caspar nog een hoop van háár kon leren over het zijn van een dame van stand.
Ik bedankte de Markheer en Frederique uitvoerig voor hun gastvrijheid en hintte naar betere betrekkingen met het nieuwe Iis. Ik kan me van het verdere gesprek niet veel herinneren helaas. De markheer en zijn dochter trokken zich terug naar de kamers die voor hen gereserveerd waren en lieten mij verder gaan met het verwelkomen van de gasten.

Tegelijk met de boyar van de kozakken kwam ook Antoinette de Welgeborene kwam aan, en Stanislav ging met de boyar zitten terwijl wij plaatsnamen aan een andere tafel. Ik had haar verkeerd aangeschreven, want zij was inmiddels Burggravin, maar ze was nog altijd erg vriendelijk. Jaren geleden was ze ook voor mij opgekomen, en had ze mij beschermd van de expeditieleden uit Iis die op zoek waren geweest naar mij. Nu was ze wederom hartelijk en warm, en ik voelde me direct gerustgesteld.
Ze vroeg of de gasten uit Iis al waren aangekomen.
"Helaas niet. Ik weet niet precies wanneer ze hier zullen zijn, maar ze hebben natuurlijk een lange reis gemaakt."
Ik vertelde dat Gildemeester Wilderkind in zijn brief schreef over een huwelijk, en vroeg voorzichtig of zij daar wellicht meer van wist.
"Rechten en plichten van de adel;" reageerde ze. "De plicht van een dame van stand is het produceren van nazaten. Ik heb daarin een voorrechtspositie, voor mij werkt het anders. Maar voor alle andere adellijke dochters is het belangrijk dat er een goede match wordt gevonden, en de bloedlijn kwan worden voortgezet."
Ik begon me zorgen te maken. Wat nu als de delegatie uit Iis inderdaad direct op de proppen kwam met een huwelijkspartner, waar ik geen inspraak in zou hebben?

Stanislav kwam energiek uit het gesprek met de Boyar en hij wilde me graag aan ze voorstellen. Eén van hen, een reus van een kerel met een grote baard, sprak ons beiden toe. "Als u wilt voorkomen dat de delegatie van adellijken uw een huwelijk in duwt waar u niet meer uit komt, kunt u dat natuurlijk heel simpel afvangen. Wees ze voor. Zoek zélf een goede man uit. Het lijkt me dat u wel een geschikte kandidaat kent." Hij keek betekenisvol naar Stanislav. "U moet tonen dat u kracht heeft, dat u een vuist kan maken en doorzettingsvermogen heeft. Met de kozakken achter u zit dat wel snor."
Het was niet de eerste keer dat een kozak deze aanname maakte. Ik herinnerde me nog een koude winternacht waarbij de overleden familie van Stanislav precies hetzelfde had verwacht. We durfden hen niet teleur te stellen, maar hadden het nerveus weggelachen. Misschien waren we wel te bang om erover na te denken en die stap te nemen.
Ik keek naar Stanislav. Trouw tot in de dood. Zijn loyaliteit en devotie stond buiten kijf. Een sterke man die nooit klaagde en zich altijd zorgen maakte over mij.
Ik kon het heel veel slechter treffen.
En als ik eerlijk was, gaf ik ook heel veel om hem. Ik maakte me altijd zorgen als er een gevecht was en hij probeerde om de rovers of ondoden weg te houden bij waar ik mijn ziekenboeg had ingericht. Het gevoel dat hij veilig was, altijd een enorme opluchting. Een vlaag van paniek als hij onder het bloed binnengedragen werd. Mijn zachte handen die hem weer oplapten.
Zijn gezicht die dankbaar naar mij keek als ik zijn wonden verbond. Die zachte blik.
"Stanislav." Ik had mijn beslissing gemaakt. "Would you honour me to be my husband?" vroeg ik in Iis.
Hij knielde op één knie, en knikte. "Yes, my Lady." Hij trok zijn sabel, en bood die aan mij aan. "If you allow me to be your husband, I will protect you with my life, as I have always done. I offer you my life, my love, and my immortal soul. I will stand beside you as your strong arm, my saber is yours to direct. I vow stand by you until the end of days."
"I accept your vow and will stand by you always." zei ik formeel. "I promise you will always have meat and mead at my table. Wear this in my service." Ik gaf hem zijn sabel terug and lachte hem warm toe. "I will love you until the end of my days."

Ik deelde het blijde nieuws met Caspar, Nadine en Hilde. Nadine hupte enthousiast van de ene op de andere voet. Maar we moesten eerst nog een bruiloft regelen! Omdat Stanislav een volgeling van de Hoeder was, vroegen we Ridder David om de ceremonie die avond te voltrekken. David vroeg ons om een spiekbriefje voor hem te maken hoe de ceremonie eruit moest komen te zien, en met onze volledige namen en titels zodat hij geen fouten kon maken. Nadine gaf ons het papier en een potlood en het was al snel klaar. Ik wist niet zo goed hoe een huwelijksceremonie eruit zag, maar Stanislav vulde de details aan volgens kozakken traditie.
Nadat de avond gevallen was kleedde ik me om in een andere mooie jurk en ik voegde een konijnenbonten manteltje toe in herinnering aan Majanska, de moeder van Stanislav. Samen regelden we de getuigen en liepen daarna Ridder David tegemoet. Hij begon met het aanroepen van de voorouders om getuige te zijn van de ceremonie, en daarna de goden. Hij verbond onze handen met een handfasting koord en vroeg Stanislav om zijn huwelijksgelofte af te leggen, en Stanislav trok wederom zijn sabel om die aan mij aan te bieden. Ik sprak mijn huwelijksgelofte uit. Daarna bracht Abe ons een beker met merrie melk waar we omstebeurt van dronken. Uiteindelijk verklaarde Ridder David dat wij in het aanzien van de Goden en de voorouders gehuwd waren.
We kusten.
Een aantal gasten snelden naar ons toe om te feliciteren. Sommigen wilden ook een huwelijkscadeau geven. Onze landgenoot Lex stond schuchter in de rij. Hij had de dag ervoor al zijn dank uitgesproken dat hij was uitgenodigd bij deze ceremonie, en kon wellicht zijn geluk nu ook niet geloven. Hij beloofde ons een set prachtige zadels voor onze hengsten, een groots cadeau!
Harman was zacht zoals hij altijd naar mij was. Hij wenste ons het allerbeste en gaf Stanislav een mannelijke omhelzing. Ik hoorde hem zachtjes fluisteren: "Take care of her."
Ook de Fae waren aan het genieten van het huwelijk. Als wezens die zich voeden met de emoties van anderen was elke sterke emotie welkom, en wij maakten een waar feestmaal voor hen klaar. De Sterrenwichelaar Fae wees ons een ster, die speciaal voor ons zou schijnen, en die we altijd konden volgen op onze reis.
"We hebben afgesproken dat jullie vannacht geen nachtmerrie krijgen, zij blijft bij jullie weg." zei de Fae van Goede Dromen, wijzend op haar vriendin.
"En zij zal jullie een goede droom schenken vannacht." zei de Fae van de Nachtmerries, wijzend op haar vriendin.
"Dankjulliewel." lachten we; "Maar ik denk niet dat we echt aan slaap toekomen vannacht."
Eén Fae stapte naar voren en trok alle aandacht naar zich toe. Hij was de Fae van het einde der dingen, en ik had niet veel tijd gehad om met hem te praten. Nu waren alle ogen op hem gericht.
"Omdat er zoveel mooie cadeaus worden gegeven, wilde ik ook iets geven. Een tipje van de sluier oplichten, om zo te zeggen."
Zijn ogen rolden naar achter, en alleen het wit was nog zichtbaar. Zijn stem brak, en met een schorre schreeuw bracht hij ons een profetie.
"Muren zullen breken en bloed zal vloeien!" (Ik heb slechts dit kleine beetje onthouden, maar zijn profetie was echt langer)
De andere gasten keken onthutst, maar ik hoorde slechts de woorden van hoop. Ik verwachtte niet anders dan dat Iis in een burgeroorlog gestort zou worden nu ik opstond als erfgename en keizerin wilde worden. Het zou bloederig worden, maar daaruit putte ik slechts hoop. De profetie garandeerde dat er in ieder geval iets zou veranderen in Iis, en dat was hard nodig. Die gedachte dat gaf me kracht.
Nadat alle gasten die dat wilden ons hadden gefeliciteerd was het tijd om naar de slaapkamer begeleid te worden en Stanislav sloot resoluut de deur zodat we samen konden zijn.

Portrait of Stanislav and Zaphira
Stanislav and Zaphira
picture credit: Narsaela (who plays Abe)


De volgende ochtend kwam eindelijk de delegatie uit Iis aan. Een aantal bewapende wachters, een kuis geklede kamenierster, en een aantal hooggeplaatste dames en heren. Het was een drukte van jewelste, en ik kreeg maar heel kort van tevoren waarschuwing dat ze er zouden zijn. Linde was weer zo vriendelijk om thee te regelen en er stond lekkers op tafel. De namen van de delegatieleden gingen in een waas aan me voorbij. Ik stelde Stanislav aan ze voor als mijn gemaal, en een korte blik van paniek gleed over het gezicht van de bisschop van de Hoeder. Wellicht had hij inderdaad één of meerdere huwelijkskandidaten op het oog gehad, maar die plannen konen nu direct de prullebak in.
Ik was aan het hoofd van mijn tafel komen te zitten, met links van mij de bisschop en een adellijke dame uit Iis. Rechts van me zaten twee gildehoofden. Allen waren ze geïnteresseerd in mijn plannen voor Iis.
"Ik weet weinig van Iis. Verhalen van die kant zijn schaars. Ik weet dat het land is opgesplitst in stad-staten, elk met een eigen politieke agenda. Dat het land lijdt onder ondoden, vampieren en demonen en de gewone man...;" ik draaide richting de gildemeesters; "...hard moet werken om te overleven."
De adellijke dame beaamde dit. Ze vertelde over hoe het land verscheurd was en vroeg me hoe ik het wilde verenigen.
Ik had daar geen antwoord op. "Ik kan nu alvast plannen gaan maken, maar die plannen zijn afhankelijk van hoe het er daadwerkelijk aan toe gaat. Hoe het volk reageert. Of de adel zich aansluit, of zich verzet."
De gezichten aan tafel stonden in blikken van vertwijfeling. Hiermee ging ik ze niet over de streep trekken, maar ik wist niet precies hoe ik het beter kon vertellen. Ik had geen leger, maar ik wist dat de kozakken zich aan mijn zijde wilden scharen. Ik hoopte dat ik het volk kon overtuigen om achter me te staan. Ik wilde hoop geven. Maar het was allemaal heel vaag.
"Ik spreek graag later met u over de details, maar u snapt dat ik deze op dit moment gewoon nog niet vast staan." sloot ik af. "U wilt vast rusten en opfrissen na de lange reis. Nadine regelt de vertrekken, er zijn kamers voor u gereserveerd."

Er kwam een man uit het bos wandelen, helemaal in zijn eentje, en hij groette mij bij naam. (Omdat ik OC niet wist welke rol Ed speelde kon ik de geste niet retourneren, maar hij zei al dat hij zich eerst even ging opfrissen. Later kwam ik erachter dat het Ridder Boudewijn, volgeling van de Vrouwe der Verandering, was).
Ik dankte de Ridder dat hij de moeite had genomen om helemaal af te reizen naar Gostherfell, en we praatten kort. Meer dan een jaar geleden had ik hem vertrouwd met mijn verhaal over de ring, de ketting en de bloedlijn, en toen was hij al enthousiast geweest om zijn hulp aan te bieden. Zijn godin stond immers voor Verandering, en als ik mijn claim zou uitspreken en in Iis aan de slag zou gaan, dan zou Verandering zeker komen. Al snel kwam hij ter zake en hij bood wederom zijn hulp aan. Hij wilde zelfs meereizen naar Iis en mij daar bijstaan.
Ik hoefde er niet lang over na te denken: een ridder aan mijn linkerhand, en Stanislav aan mijn rechter? Heel graag. Ik zorgde dat hij een ketting met mijn zegel omkreeg om aan te geven dat hij onderdeel van mijn hofhouding was.
Hij raadde me aan dat ik het volk aan mijn kant moest krijgen, en sprak net als Stanislav over mijn rol als de Moeder van het volk. Ja, er zijn verwachtingen, maar er zijn ook kansen. Alleen als de hele familie meewerkt krijgen we het allemaal beter.

Ik wist van tevoren al dat alle adellijken hun eigen agenda zouden hebben, en hun steun afhankelijk zou zijn van wat ik hen kon bieden als tegenprestatie. Dat was niet hoe ik bedacht had om een keizerrijk op te bouwen. Het volk moest achter mij staan, en wat ik nu had om mee te werken waren twee gildemeesters, die het volk vertegenwoordigden. Met de adviezen van Ridder Boudewijn had ik een beter idee wat ik tegen ze kon zeggen. Ik sprak kort met hen beiden, maar kon natuurlijk nog steeds geen garanties bieden. Ze leken terughoudend te zijn, zelfs toen ik vertelde "Iedereen moet een kans krijgen om te verbeteren. Samen moeten wij groeien."
Oké, dat was misschien een stom idee zonder details. Maar toen één van de gildelieden vroeg wanneer ik op pad wilde gaan naar Iis om daar orde op zaken te zetten, verwachtte hij vast niet mijn antwoord: "Ik zou vanavond al kunnen afreizen."
Zijn wenkbrauwen schoten omhoog, en hij knikte goedkeurend. Blijkbaar wist ik van doorpakken. En eerlijk is eerlijk: nu de beslissing was gemaakt en de delegatie er eindelijk was, had ik geen zin om langer te wachten. Ik wilde orde op zaken gaan stellen. Er lag een berg werk voor ons in Iis, dus we konden maar beter snel beginnen. De gildelieden beloofden nog met anderen te spreken die mij al wat langer kenden, en gingen snel aan de slag. Blossem wilde aanvankelijk niets zeggen, totdat ik hem daartoe goedkeuring gaf.

De gildelieden waren de enigen waar ik de tijd voor nam om persoonlijk te spreken, maar dat weerhield de magiër er niet van om een voorstel te doen. Er was namelijk in Iis nog iemand anders die was opgestaan als erfgenaam, en deze Lady Catherine wilde heel graag met mij spreken. De magiër zou een connectie maken waardoor wij elkaar konden zien en spreken in een ritueel. Of ik daar aan mee wilde doen? Het moest wel redelijk stilletjes gebeuren, want teveel afleiding en ruis zou het ritueel verstoren.
"Of course I would like to speak with Lady Catherine. I would like my husband to be present in the circle. And perhaps Blossem can guard it from the outside."
Ik had de voorbereidingstijd die de magiër nodig had gebruikt om me om te kleden in mijn prachtige fluweelblauwe japon. Ik wilde een goede indruk maken op Lady Catherine en goed voor de dag komen.
Ridder Boudewijn gaf me nog wat tips voor ik bij de cirkel was. "Ze kan jou proberen aan haar zijde te krijgen, of ze kan direct proberen of ze aan jouw kant kan komen te staan. Let wel, als ze dat probeert, dan heb je gelijk een adder in je nest zitten."

Eenmaal klaar voor het ritueel stapten Stanislav en ik de cirkel in. Ridder Boudewijn knikte me bemoedigend toe, en hield net als Blossem een oogje in het zeil. Nadine was een stukje verderop gaan zitten om het ritueel te schetsen. Stanislav zat aan mijn rechterhand, en vóór mij was een lege stoel. Een vloerkleed met een drakenwapen, vermoedelijk het zegel van Lady Catherine, lag voor me op de grond.
De magiër vroeg mij om het kleed en het zegel aan te raken, en startte het ritueel. Ineens zag ik iets voor me bewegen. In de stoel voor me was een dame verschenen. Ze had een prachtige azuurblauwe jurk aan, en keek geïnteresseerd naar mij. Om haar arm prijkte een armband: het derde deel van de set kroonjuwelen --- de armband die ik maar wat graag zou willen bezitten.
De dame stelde zich voor als Lady Catherine en ze vertelde me kort over haar situatie. Af en toe draaide ze weg om tegen iemand bij haar in de kamer streng toe te spreken, maar die kon ik niet zien of horen. Het was duidelijk dat Catherine eigenlijk niet veel tijd had, want ze refereerde aan mensen - wezens? - die voor de poort stonden.
Ze sprak kort over haar situatie, en hintte dat een zwaard in haar buik haar onvruchtbaar had gemaakt. Dat maakte haar situatie nog penibeler. Als de laatste paar dagen me iets duidelijk was geworden was het wel dat er kinderen moesten komen om de bloedlijn zeker te stellen. Stanislav en ik waren bij onze huwelijksnacht gelijk begonnen aan die plezierige taak. Ik kon me voorstellen dat het voor Lady Catherine een probleem was. Haar claim als ergename werd natuurlijk niet serieus genomen als ze geen kinderen kon krijgen, en het zou ook het verkrijgen van bondgenoten ernstig bemoeilijken.
"So, dear cousin;" Cathine glimlachte wrang; "How do you see your future in Iis. What role will you play?"
"I will be empress." zei ik resoluut.
Catherine verbrak ons oogcontact en knikte. Ik kon er niet helemaal uit opmaken of ze daarmee mijn claim bevestigde of haar positie als ondergeschikt erkende.
Ze stelde voor dat ik met mijn gevolg naar haar zou komen, en ik sprak mijn intentie uit om haar te bezoeken. Met Lady Catherine aan mijn zijde werd mijn claim alleen maar sterker. Er waren echter nog andere zaken die geregeld moesten worden. Lady Catherine had niet alleen de magiër betaald, maar ook de bisschop van de Hoeder mijn kant op gestuurd. Ze vertelde dat er een ceremonie gehouden zou worden om mijn claim te erkennen, en daarna wilde ze haar loyaliteit aan mij zweren.
"We shall speak again later." sloot Catherine af.
"I look forward to it, dear cousin."

We gingen weer terug naar de hal van het jachthuis, maar ineens zag ik een bekend gezicht. Tabitha had mijn uitnodiging gekregen en was ook gekomen! We omhelsden elkaar en spraken kort. Alles leek nu ineens haast te hebben. Ik vertelde haar dat ik later die dag zou gaan vertrekken naar Iis, en Tabitha bood direct aan om mee te gaan. Dat was een aanbod wat ik maar al te graag aannam. Ik wist dat Hilde niet mee zou reizen en Tabitha was ook een begenadigd genezer die die taak over kon nemen. Hilde gaf haar ketting met mijn zegel aan Tabitha, en daarmee was zij officieel deel van mijn hofhouding.

Ik wilde nog even afscheid nemen van Abe. Al die jaren geleden was hij één van de eersten geweest die met mij had gepraat, en nu was hij erbij om me uit te zwaaien als ik wegging uit de Mark. Abe keek bezorgd. Hij was duidelijk iets aan het overpeinzen.
Hij vertelde dat hij al jaren aan het rondreizen was, en steeds maar weer op dezelfde plek uitkwam. "Het maakt niet uit hoeveel goeds ik in de wereld doe, ik kan mezelf nooit vergeven voor wat er in het verleden is gebeurd." sprak hij. "Elke keer kom ik daar weer uit."
"Misschien weet je die cirkel ooit te doorbreken." zei ik sussend.
"Misschien." hij keek in zijn glas. "Misschien is het tijd om een andere route te nemen. Anders blijf ik maar ronddolen in de Mark. Een tripje naar Iis bijvoorbeeld."
"Je bent welkom om met ons mee te reizen, Abe. Meer dan welkom." reageerde ik. "Misschien dat het je een ander doel in het leven geeft."
We praatten nog eventjes door, maar Abe had eigenlijk zijn beslissing al gemaakt. Hij zou meereizen naar Iis in de hoop zijn verleden eindelijk achter zich te kunnen laten. Ik zou het hem zó gunnen.
Ik stond op van onze tafel en vroeg kapitein Caspar om even plaats te nemen bij ons. "Ik wil dat je Abe inlicht over de taken van een Kapitein van de Wacht, en dat je hem jouw ketting met mijn zegel geeft. Hij zal met ons meereizen naar Iis en jouw functie overnemen."

Ik nam nog een momentje rust voor mezelf. Ik wilde nog een reactie schrijven naar Roland Wildekind, iets politiek corrects zodat de lijnen van communicatie open konden blijven. Meester Tiberius had ook al aangeboden dat het Monsterjagersgilde een dependence in Iis wilde gaan oprichten. Ik probeerde een brief op te stellen, maar het was niet eenvoudig om de juiste zinnen te formuleren, zeker niet omdat de delegatie uit Iis door wilde gaan met de ceremonie. Nadine pende snel mee met wat ik dicteerde. Uiteindelijk stond er in ieder geval iets op papier, en ze sloot af met mijn titels. "Bearer of the ring, the necklace and the bracelet."
"Maar Nadine, de armband heb ik nog niet."
"Maar dat komt zeer binnenkort goed." zei Nadine hoopvol. Ik hoopte het ook.

En toen was het tijd voor de ceremonie. De bisschop had me kort ingelicht over wat de bedoeling was en me de paperassen laten lezen. Ik wist wat er verwacht werd.
Stanislav stond natuurlijk aan mijn rechterhand in de cirkel die getrokken was. De magiër had weer een connectie gemaakt met Iis en Lady Catherine zat tegenover mij. Ze had een flinke bloeduitstorting op haar voorhoofd en haar rechterhand zat in het verband. Ze had duidelijk zelf de wapens ter hand genomen om de onrust bij haar poort op te lossen.
"Lady Leonie Sapphire the First, swear to uphold the laws of Iis and serve to the best of your abilities?" vroeg de bisschop.
"I do so swear."
"Do you swear you are here of your own free will, free of outside influence of undead, vampires, demons, or nekrocht?"
"I do so swear."
Er kwamen nog meer vragen, en op elke vraag beantwoordde ik hetzelfde. "I do so swear." Ik voelde een diepe rust op mij neerdalen. Dit was waar ik al jaren tergend langzaam naartoe aan het kruipen was, vooral gehinderd door mijn eigen twijfel. En dankzij mijn raadgevers en de mensen en elven en dwergen die aan mijn zijde stonden voelde ik me sterk genoeg om op te staan. Ik kon niet alleen mijn titel opeisen, maar ook diep in mij erkennen dat dit het juiste en het enige pad was wat ik wilde lopen. Gesterkt door de sterke kozak aan mijn rechterhand. Gesteund door de verwachtingsvolle blikken van de delegatie uit Iis. Zelfs als zij nog een moment van verwijfeling hadden, zij stonden daar met mij.
Nadat de eed was afgelegd, ging Stanislav als eerste op de knie, nog voor de magiër of de bisschop kon knielen. Hij bood mij weer zijn sabel aan, zijn eeuwige trouw en liefde. Ik accepteerde zijn gelofte met mijn hele hart.
De bisschop, Lady Catherine, de magiër, de gildelieden. Eén voor één knielden ze voor mij en zwoeren ze trouw. Ik sprak ze één voor één aan met hun naam en een acceptatie van hun gelofte die passend was bij de persoon. Ik beloofde met mijn troepen Lady Catherine te bezoeken, zodat we haar landerijen konden ontzetten van de dreiging van ondoden weg te nemen zodat de horigen hun land weer konden bewerken.

Ik voelde een warme wind over mijn schouders strijken. Als luchtmagiër was ik altijd al gespitst geweest op veranderingen in luchtstromen, en ik draaide me direct naar de bron.
De servitar stond naast me. Hij stapte langzaam tussen mij en Catherine in.
"Ben je er klaar voor?"
Ik hield mijn linkerhand uit en eisde: "Je beloofde me de armband."
"En die zul je krijgen. Je hoeft hem alleen maar op te halen."
Ik vouwde mijn hand dicht en liet hem hangen langs mijn zijde. "Dan laat ons vertrekken."

Er was nog een kort moment om afscheid te nemen, en sommige gasten maakten er gretig gebruik van. Zowel Nadine als Hilde en Caspar vielen me om mijn nek en gaven me een dikke knuffel. Nadine leek wel bijna te huilen. Ze pakte iets van een tafel, het portret waar ze eerder aan had geschilderd. Het was een prachtig statieportret geworden, met twee waaiers als vleugels achter mij. Ik bedankte haar uitvoerig.
"J'ai un cadeau pour toi aussi." zei ik in Pallax. Ik pakte mijn kopie van The Books of Tradition. Ik kende de inhoud inmiddels uit mijn hoofd, maar ik had nog een andere kopie laten maken die mij kon begeleiden tijdens mijn reis. "Voor je bibliotheek. Mira heeft het origineel, en dit is slechts een kopie, maar dit boek is mijn leidraad."
Mijn afscheid van Luca was minder zoet. Hij had tranen in zijn ogen toen hij afscheid kwam nemen. Maar ik was streng voor hem. "Wanneer ga je met Caspar trouwen?" vroeg ik hem. "Het wordt niks met jou als je niet een vrouw hebt die je vertelt wat je moet doen. Het is de hoogste tijd dat je verstandig wordt en naar haar gaat luisteren."
Luca knikte braaf, en zijn stem brak. "Het ga je goed, Zaphira."

En zo liepen we richting de stallen. Stanislav en ik hand in hand. Ridder Boudewijn, de servitar, Abe en Tabitha. De delegatie uit Iis op onze hielen. Aan het einde van het pad draaide ik me nog één keer om. De avonturiers waar ik zo lang mee had meegereisd waren inmiddels allemaal weer druk aan het overleggen. Nu moesten ze het zelf oplossen.
Stanislav en ik gingen onze toekomst tegemoet. Samen.
janestarz: (Me - Edwardian)
Terwijl Eisirt naar de Randstad afgereisd was voor tabletop OdM met zijn vrienden, maakte ik me op voor Belvedère. 's Morgens de wekker vroeg gezet, even kort gedouchet en dan in de make-up. Tip van stagiaire Manou was: doe een primer onder je foundation om je huid te beschermen. En dat mocht best zonnebrand zijn. Dus ik snel mijn gezicht en hals ingesmeerd met zonnebrand, en daarna twee boterhammen gegeten voor het ontbijt zodat dat goed kon intrekken. En toen weer terug naar de badkamer voor de BB cream.

Ik dacht dat mijn BB cream heel goed zou zijn, die heb ik jaren geleden gekocht maar het is een groenige creme zodat het de roodheid uit mijn huid zou camoufleren. Nadat ik mijn hele gezicht in had gesmeerd leek ik een sinasappel. Mijn gezicht werd er heel geel van, dus ik heb het er gauw met water en zachte zeep weer afgewassen. Dan maar geen BB cream (en dus ook geen zonnebrand). De tube ging de prullenbak in, en ik smeerde wat dunne foundation (bleker dan bleek en absoluut niet geel) onder mijn ogen om de wallen een beetje te camoufleren.
Thuis je haarnetje (met parels) en je make-up doen is fijn, dan zit dat alvast en hoef je op locatie niet te vechten om de spiegel. Mijn kostuum inclusief stays zat in een rolkoffertje en Marjolein en Matto kwamen mij ophalen en we reden naar Alhpen a/d Rijn, naar de Romeinse herberg in het Archeon voor het event.

Belvedère 11 )

Marjolein en Matto en ik reden weer terug naar Best, waar Eisirt al voor de deur stond te wachten. Zijn OdM sessie was goed verlopen en hij kwam me daar weer ophalen, maar eerst konden we nog eventjes nakletsen. Er waren best een aantal spelers, waaronder Mick (Jeannot de Montmorency), die blij vertelde over het duel. Het is altijd fijn om nog even na te gloeien met lieve mensjes voordat je tevreden je bed weer inrolt.

Weerklank 3

May. 3rd, 2024 10:27 pm
janestarz: (Text - Shut up Voices)
Het was weer tijd voor Weerklank, en na het vorige event had ik al mijn zorgen geuit aan de spelleiding. "Ksenja is een stoere vrouw en als we over een heel weekend drie butsen hebben vind ik dat erg weinig."
Deze Weerklank was er nog minder buts. Ik heb daadwerkelijk twee keer een half gevecht meegekregen. Maar er was gelukkig nog genoeg ander spel om me zoet te houden.
Het hele weekend speelde Take me to Church van Hozier in mijn hoofd, en die blijft maar in mijn hoofd rondzingen...

Op vrijdagavond begon het al goed. Ik had een gesprek met Tybor over het betalen van belasting - iets wat we deze keer graag wilden doen. In het dorp zijn veel verschillende culturen bij elkaar en de Stamleden zien het als een voorrecht om belasting te betalen. We waren al een hele tijd op deze locatie, en het begon ongemakkelijk te voelen dat we al zo lang geen belasting betaald hadden.
Maar tegelijk was er een zorg: bij het betalen van belasting en de census die Tybor op wilde stellen, zou mijn echte naam gebruikt worden. Daar was ik niet zo blij om. We praatten over onze verledens. Tybor vertelde over zijn vrouw en kinderen, dat ze voor veel geld veilig gehouden worden en hij zoveel mogelijk geld probeert te verdienen zodat ze naar Forena kunnen verhuizen. Ik vertelde dat mijn schoonvader waarschijnlijk op zoek was naar mij.
"Ik was op expeditie om een boek van Wilhelm te vinden, maar mijn zwager is daarbij overleden." zei ik ontwijkend. "Ik weet niet zeker of ik al mijn pijlen heb meegenomen."
"Dus iemand probeert jou zwart te maken?" Tybor interpreteerde mijn woorden verkeerd, maar ik wist niet zeker of dat opzettelijk was.
Hij stelde voor om een mandaat aan te vragen om Hannes en mij tot aspirant-paladijn aan te stellen. Dat zou een prima reden zijn om mijn naam te veranderen. Dan kon ik met mijn nieuwe naam belasting betalen en op de census genoteerd worden.

Ook was het Blauwe Vogeltje weer aanwezig. Zo af en toe fluistert het vogeltje mij in of krijg ik het gevoel dat ik naar het bos toe moet. Zo ook deze avond. Ik verzamelde wat anderen zoals Cas, Luna en Amanda om het bos in te gaan. We vonden daar een groep reizigers die helemaal de draad kwijt waren. Nadat we hen naar Waldlisse hadden teruggeleid vroeg Theor of we nog terug gingen. "Marietje is weggelopen van de groep en ze is niet hier. Zij was ook onderweg naar het dorp. Gaan jullie haar nog zoeken?"
Ik maakte rechtsomkeert en vroeg Theor om mee te gaan omdat hij wist hoe Marietje eruit zag. De meeste reizigers (behalve Theor dus) gingen de herberg binnen, en de meesten van de Blauwe Vogelgroep gingen mee om Marietje te zoeken.
Mijn jachtinstincten en de aanwijzingen van Theor leidden me naar de plek waar Marietje voor het laatst gezien was. Daar hing hele diepe Duisternis. Ik onderzocht de plek en kon plots niets meer horen. Gelukkig was het effect maar tijdelijk. Daarna vroeg ik aan Hannes of we wellicht een gebed aan Wilhelm en Theresia konden wijden zodat Marietje begeleid zou worden naar Wilhelm. We verzamelden aan de rand van de diepe Duisternis, en we riepen Wilhelm en Theresia aan.
En het leek effect te hebben. Waar de Duisternis eerst hongerig het licht van onze lantaarns leek op te slurpen leek het nu in toom gehouden te worden. Wilhelm had ons gehoord, en zijn zegening over ons uitgesproken!

Ik had een aanvaring met Israel, die man is af en toe echt onverstaanbaar. Hij mompelde iets over een appel?
Hannes bleek een weddenschap met Israel aangegaan te zijn die hij heeft gewonnen omdat ik niet boos werd. Zucht.

Corcra en Eola gingen met Gijsbrecht een groep Annioliers het duister in, wederom zonder lantaarn. Ik uitte mijn zorgen naar Tybor. Hij vertelde van zijn band met Corcra, een band van wederzijds vertrouen. Ze deelden zelfs elkaars boekhouding met elkaar. Tybor zei dat Corcra geen baat heeft bij sterker Duister en dat hij op de hoogte was van wat Corcra doet, maar hij wilde mij niet vertellen wat het Duister wil in de overeenkomst met Corcra om mij te beschermen. "Het Duister ziet heel veel en jij komt daar al heel vaak."

Die nacht droomde ik: Het lichaam van Marietje veranderde in een boek. Theresia was daar en zij knikte naar mij. Ik pakte het boek en las de laatste passage. Marietje wilde een vrouw redden, maar ziet hoe die vrouw geofferd wordt en wordt dan zelf geofferd. Ik werd wakker en bedacht me dat dit boek (of in ieder geval de kennis uit het boek) naar de centrale bibliotheek van Wilhelm moet want daar verzamelen ze boeken.

Na het ontbijt stelde Tybor een verzoekschrift op om zowel Hannes als mij aan te dragen tot aspirant-paladijn. Hij vroeg welke naam er in de brief moest komen te staan. "Katya Rustbrengher" verzon ik ter plekke. Een naam die op twee manieren uitgelegd kan worden: ik leg je ten ruste, of ik vraag Theresia om zich over jou te ontfermen na je dood. Het is maar net hoe je hem interpreteert. Enigzins onwennig tekende ik het verzoekschrift. Het is raar om een nieuwe naam aan te nemen en de spelling is me nog vreemd.

Ik praatte die dag met veel mensen. Er zijn paladijnen van Wilhelm op zoek naar Zijn geschriften, overtuigd dat deze in het Duister verborgen kunnen zijn, dus ik sprak met hen. Ook was er een vrouwelijke paladijn genaamd Martina Vroomzijnde die met haar zielenzuster Corina Regelneef op reis was. Dat hoor je niet vaak. Meestal zijn het de paladijnen, de Verwervenden, die rondreizen. Dat een Maakende met hen meereist is bijzonder. Corina fluisterde me toe dat zij beiden ongehuwd zijn en hopen samen een geschikte man te vinden, zodat ze samen kunnen blijven. De stamleden kwamen al snel met een interessant plannetje op de proppen: Corina en Martina aan Hendrick Meedemaacker te koppelen zodat hij met hen beiden kan trouwen.

Toen de Stamleden allemaal bij elkaar waren, deelde Corina verder mede dat met het vestigen van een nederzetting en die de naam Waldlisse te geven er nu definitief een einde was gekomen aan de expeditie en dus alle mandaten die geschreven zijn voor de expeditie ook ten einde zijn gekomen. Mijn mandaat om te jagen voor voedsel voor de expeditie, het verhandelen van het gejaagde, en zelfs mijn mandaat om de expeditie te beschermen waren dus allemaal aan vervanging toe.
Waar Tybor de mandaatschrijver voor de expeditie was, werd er nu besloten dat er een nieuwe mandaatschrijver aangesteld diende te worden voor Waldlisse. Zowel Tybor Schoohnewortal als Bertrant Kwiekvoet hadden daar wel oren naar. We besloten om hier (later) over te gaan stemmen.

Arut Hoefslag, de smid, gaf een training waarin de mensen met schilden leerden zich in een linie op te stellen. Ik zat initieel met Corcra langs de zijlijn te kijken maar Arut sprak ineens over boogschutters dus moest ik aantreden. Agnaerr stond met een schild in de linie, en Amanda was nergens te bekennen, dus het viel aan mij om de personen in de linie te laten zien hoe wij boogschutters ons gedragen in de strijd.
Na de training ging ik nog even verder met trainen, alleen dan een schiettraining met de boog. Agnaerr pakte zijn boog er ook bij en schoot gezellig mee. Voor een Splitter is hij nog niet de kwaadste.

Rashmardibu benaderde me en vertelde dat hij Corcra wilde vragen of hij aangesteld kan worden tot schout. We praatten kort over wat dat in zou houden, en ik besloot hem in vertrouwen te nemen over mijn verdenkingen. Als hij inderdaad aangesteld zou worden als schout was het belangrijk dat hij op de hoogte was van de capriolen van Vrouwe Corcra en Vrouwe Eola. Dat zij al twee keer het Duister in zijn getrokken zonder licht, en dat ik de laatste keer niet met hen mee mocht om ze te beschermen. Rashmardibu beloofde dat hij hiernaar zou gaan kijken.
Maar omdat Rashmardibu nog geen mandaat had gekregen, kon ik hem natuurlijk niet echt zien als schout. Ik vroeg later wel aan Corcra of Rashmardibu inderdaad schout zou gaan worden, en die beaamde dat zij het een goed idee vond, maar dat het nog officieel gemaakt moest worden op een later moment.

Een andere dorpeling waarschuwde me dat Israel het bos ingerend was zonder licht. Omdat Israel mijn leven een keer gered heeft, wilde ik direct achter hem aan gaan, maar nog voordat ik bij het Schemer kwam, zag ik Israel alweer teruglopen. Hij was erg geagiteerd en raaskalde. Het hielp natuurlijk niet mee dat de beste man altijd al moeilijk te verstaan is. Ik probeerde hem te kalmeren, maar ineens werd ik overspoeld door een warm gevoel. Ik voelde me charmeerd door Israel, zo'n grote, sterke man.
Ik stapte dichterbij hem, frutselde aan de sluitingen van zijn hes. Mijn rechterhand frummelde met de riem waar mijn pijlenkoker aan hangt. Dat ding hangt altijd in de weg en belet me om zo dichtbij Israel te komen als ik wilde zijn. Israel probeerde me weg te duwen, maar ik negeerde hem; ik was toch veel sterker dan hem.
Twee sterke handen rond mijn schouders pakten me vast en ik werd ruw weggetrokken van Israel. Mijn hoofd klaarde, en ik keek verward naar de mensen om me heen.
"Blijf van me af!" beet ik de roodharige man en Israel toe. Wat was er aan de hand? Wat gebeurde er eigenlijk?
Israel rommelde in zijn buidel en stak me een briefje toe. Het was het briefje met mijn gunst. "W...w...wil je dan dee...deee....deze terug?"
Mijn gezicht vertok. "Waag het niet om mij mijn gunst terug te geven!" schreeuwde ik. "Die heb ik je om een reden gegeven. Denk je dan dat mijn leven me zo weinig waard is?"
Ik stampte weg, de rest achter me latend.

Israel had iets met het graf van Leonardo (een engel die voor de taveerne een graf had) gedaan, en daardoor leek hij bevlogen te zijn, maar waardoor wist ik ook niet. Anderen waren er ook bij geweest, waaronder Corcra en zijn zus Eola, dus ik waarschuwde Gijsbrecht maar vast. En ik overlegde met Hannes. Als er iets was wat Leonardo beinvloedde, dan kon Leonardo wel profiteren van de bescherming van Wilhelm. Dus Hannes en ik deden een korte dienst bij het graf van Leonardo om Wilhelm te vragen over Leonardo te waken en Theresia te vragen om hem bij te staan. De stamleden voegden zich bij ons, en gezamenlijk vroegen we Wilhelm en zijn godinnen om Leonardo bij te staan.
Maar het was niet de stem van Wilhelm die antwoordde. Het was een stem op de wind, iemand die iets met kapitein John te maken had. De wind bood ons een windval, een ruggesteuntje aan. Ik herinnerde mij nog dat iemand me de avond ervoor had gewaarschuwd dat dat soort dealtjes gevaarlijk waren en niets dan narigheid op zou leveren, dus ik sloeg, net als de andere stamleden, het aanbod af.

Ook wilde de Blauwe Vogel ons in het bos spreken. Ik kende inmiddels de gezichten van de groep wel, van de dorpelingen die door de vogel bij elkaar werden geroepen. Luna, Cas, Prisma (die er niet was deze keer), Amanda en nog een aantal anderen. De Blauwe Vogel riep ons bij elkaar... **)

**) Het was ergens heel sneu; de spelbegeleider die het Blauwe Vogeltjesplot doet, is hier niet altijd even handig in. Deze keer werden we eerst net na het ontbijt bij elkaar geroepen en moesten we eigenlijk al het spel waar we mee bezig waren laten varen en het gesprek wat we op dat moment hadden onderbreken om met de Blauwe Vogel het bos in te gaan. Onhandig van de spelers was ook dat ik de enige was die op dat moment een lantaarn bij me had. Dus moesten er een aantal spelers stante pede weer terug om een lantaarn te halen, zodat we niet zonder licht het Duister in zouden lopen. (Dit is iets wat er bij de spelers dus gewoon echt nog niet in gebakken zit.)
Toen we in het bos kwamen, waren we ineens 'op een andere plek' (dus de Blauwe Vogel kan ons teleporteren ofzo, maar dit snapt mijn personage nog niet) en er stond een NPC als vertegenwoordiging van de Blauwe Vogel klaar. De Spelbegeleider in kwestie zegt dan niet 'je ziet het Blauwe Vogeltje staan', nee, die zegt: "deze ken je wel". Um, ok.
Om vervolgens het kleine clubje spelers mede te delen dat er iets staat te gebeuren. "Ik heb jullie over een paar uur nodig om iets voor me te doen."
En daarna mochten we weer terug naar het dorp.
Ik had nooit verwacht om de uitspraak This meeting could have been an e-mail te moeten gebruiken op een LARP, but there you go.
Maar LARP gaat ook over lift, en ik wil niet te kritisch zijn op deze spelbegeleider, dus we spelen braaf mee.

Later die middag riep de Blauwe Vogel ons dus bij elkaar voor een speciale missie. We werden gevraagd naar een gevaarlijke plek te gaan en daar iets op te halen. De laatste keer dat we zoiets voor de Blauwe Vogel moesten doen gingen we een lijst ophalen die bewaakt werd door een soort van golems (die term ken ik binnenspels niet volgens mij). Nu gingen we in het gebouwtje voor de taveerne door een deur en kwamen in een in een kamer van een groter gebouw, en de volgende deur was op slot. Met spiegels moesten we een lichtstraal zo weerkaatsen dat die op een sleutelgat in de deur kwam, en toen konden we verder naar de volgende kamer.
Het was heel onhandig dat ik mijn pijlen en boog bij me had...de kamers waren groot genoeg, maar we waren met best een groepje mensen, maar ik had niet doorgehad dat we binnen zouden zijn.
In de volgende kamer ging de groep gelijk bezig met de volgende deur openen. Ik werd afgeleid door een kleine shrine op een tafeltje. Er stonden kaarsen en er lag een zwarte ijzeren dolk op tafel. En die dolk herkende ik!
Ik dacht terug aan de droom die ik een half jaar geleden had. Hoe ik Wilhelm had gezien, en hoe Johanna werd vermoord. Ze was in haar rug gestoken door deze dolk!
Ik stak voorzichtig de dolk bij me. Er was geen enkele twijfel dat ik dit belangrijke relikwie moest meenemen en naar de tempel van Wilhelm zou moeten brengen.
De anderen waren inmiddels in de laatste kamer gekomen. Daar lagen paperassen en er stond een man die een sjaal om zijn hoofd had gedrapeerd. Ze noemden hem de Informant, en ze moesten nog een puzzel oplossen. De Informant vertelde dat als ze niet snel genoeg de puzzel zouden oplossen er mensen zouden komen om ons allemaal, en hem ook, om te leggen. De anderen waren ervan overtuigd dat de Informant informatie over ons verzamelde en die doorspeelde aan de Moordenaar. Ik had zo mijn vermoedens dat deze Moordenaar ook degene was geweest die Johanna had vermoord, maar daar bewijs voor verzamelen zou waarschijnlijk onmogelijk zijn.
Een aantal van ons gingen bij de open deuren staan, zodat die niet dicht en op slot konden vallen en ons op zouden sluiten. Amanda probeerde verwoed de puzzel op te lossen.
"Hoe lang hebben jullie nog?" vroeg ik. Ik kon de zandloper niet zien vanaf waar ik de tussendeur open hield.
"Niet lang, niet lang!" riep ze terug. "Een minuut misschien."
"Dan moeten we nu gaan, voor die wachters hier voor de deur staan! Neem alles mee." riep ik.
We maakten dat we terugkwamen in het gebouwtje voor de taveerne. Ik greep de Informant in zijn nekvel en nam hem over van Luna, zodat ze haar handen vrij had en kon vechten. In zulke kleine kamers kon ik met mijn boog toch niet veel uithalen.

Terwijl we door de deur terug gingen naar het kleine gebouwtje voor de taveerne, kwamen de wachters achter ons aan. Ik schoot één pijl terug naar binnen op de bewakers die ons achtervolgden terwijl we haastig wegrenden. Eenmaal weer terug bij de Blauwe Lantaarn stelden de dorpelingen zich snel op in een schildlinie, en in mijn hoofd bedankte ik Arut voor de training van eerder die ochtend.
(Dit was het eerste halve gevecht. Het liep met een sisser af, volgens mij deels omdat er niet genoeg plek was voor een gevecht.)
Toen het gevaar eenmaal geweken was, konden we ons richten op de Informant. Ik probeerde te luisteren, maar ik hoorde gefluister. Ik kon echter niet helemaal plaatsen waar het vandaan kwam. Het duurde bijna een kwartier, en het gefluister werd steeds duidelijker. Het was de dolk die me probeerde in te fluisteren dat ik de Informant maar moest vermoorden.
De mensen om me heen hadden inmiddels ook wel door dat er iets niet in de haak was, en keken bezorgd toe hoe ik me probeerde weg te draaien van de stem. Het was natuurlijk hopeloos -- er was geen persoon waar ik me van weg kon draaien, en die dolk wilde ik niet afleggen. Het fluisteren was moordlustig en de dolk vertelde me dat ik de Informant moest neersteken.
"IK BEN GEEN MOORDENAAR!" schreeuwde ik.
Om me heen keken mensen verschrikt op. "Nee, eh..." stamelde ik, net zo verbaasd als de mensen om me heen. Wat ik zei was domweg niet waar. "Nee...eh...Negeer mij!"
Ik stormde naar buiten, en de rest ging weer door met de Informant aan de tand voelen. Alleen Baarent liep achter me aan.
"Je weet dat je nu aan een hele kamer vol mensen hebt bekend dat je feitelijk dus wel een moordenaar bent hè?" vroeg hij bezorgd. Ik had Baarent al een jaar eerder verteld over het lot van Ilya en hoe ik gevlucht was.
Ik schudde mijn hoofd, maar zei niets.

Baarent bleef me in de gaten houden, en de dolk bleef maar op me in praten. Het werd steeds indringender. Langzaam liep ik weer naar binnen. Inmiddels had ik mijn hand op het lemmet gelegd en toen ik de Informant in het oog kreeg, trok ik de dolk. De dolk wilde heel graag dat ik de Informant zou omleggen, en zou het niet al onze problemen oplossen? De Informant had maandenlang, zo niet jarenlang, informatie verzameld over het dorp en die informatie doorgespeeld aan de Moordenaar. We wisten natuurlijk niet of alle informatie al bij de Moordenaar was, of dat er nu nieuwe informatie was waarvan we moesten voorkomen dat het doorgespeeld zou worden. En was de Moordenaar degene die iets met de Duisterlingen te maken had? We wisten het eigenlijk niet. Ik wist het al helemaal niet. En die stem bleef maar doorpraten.
Ik keek snel naast me. Hannes stond daar. Stoere, sterke Hannes, een broeder uit de Stammen. In mijn rechterhand de dolk die maar door bleef fluisteren dat het bloed wilde.
Blind stak ik de dolk naar achteren, maar dan wel zo, dat het lemmet plat op de borst van Hannes lag en hem niet kon verwonden. Ik kon niet heel veel langer meer weerstand bieden aan de stem van de dolk, en Hannes pakte de dolk over.

Het duurde niet lang of ook Hannes begon de stem te horen.
Nu mijn gedachten een momentje hadden om tot rust te komen, kon ik verwerken wat de dolk me had ingefluisterd. De Moordenaar dienen, de dolk hanteren. Het was niet niks! Deze dolk had een godin vermoord. Hoe krachtig zou ik zijn als ik die dolk zou hanteren?
Hannes keek verward naar de grond. Aan zijn houding kon ik zien dat hij niet blij was, en ik vermoedde dat hij de stem ook hoorde. Hij schudde af en toe met zijn hoofd en keek dan vluchtig naar de Informant, die nog steeds aan de tand gevoeld werd door Luna en Cas.
Ik ging naast Hannes staan en probeerde tot hem door te dringen. Zou hij de dolk weer terug willen geven? Ik dacht van niet, hij leek wel erg onder de invloed te zijn van het ding, en ik had hem verteld welke dolk het was. Hannes stapte naar voren, naar waar de Informant stond te praten.
Ik ging half tussen Hannes en de Informant in staan, maar de Informant nam ook een stapje richting Hannes. Hij was niet echt een mens, en niet echt in leven. Zou het zo erg zijn als we hem zouden vermoorden?
Ik legde mijn hand over die van Hannes heen. Hannes nam nog een stapje naar voren.
"Kom. Dan doen we het samen." fluisterde ik Hannes in. Met mijn vrije hand pakte ik de Informant weer bij zijn nekvel. Hij stribbelde niet eens echt tegen. Hannes en ik staken samen de dolk met kracht in het hart van de Informant.
Ik voelde een warme gloed uit de Informant door de dolk, over mijn hand heenvloeien, en daarna doorgaan naar Hannes.
De Informant zakte in elkaar. Hannes keek geshockeerd, en Luna gooide haar handen gefrustreerd in de lucht. Corcra stond ook in de kamer, maar leek in het geheel niet geïnteresseerd te zijn dat we iemand voor diens ogen neergestoken hadden.

We hadden gedaan wat de dolk wilde. De informatie die we hadden suggereerde dat de kracht van de vermoorde persoon door de dolk naar de moordenaar (of de Moordenaar?) zou gaan. Dat wilde ik nog wel eens testen. Zou de kracht bij Hannes zijn, of naar de Moordenaar gaan?
"Hannes. Sla me."
Hannes schrok op uit zijn gedachten en keek me verward aan.
"Echt. Ik meen het. Sla..." Voor ik mijn zin af kon maken, haalde Hannes met een vuist uit. Ik vloog van zijn klap een stuk naar achteren en landde pijnlijk tegen het houten bouwsel.
Ik had Hannes nog nooit zo hard voelen slaan, maar hij is natuurlijk een houthakker. En hij had me nog nooit geslagen. Het was dus maar moeilijk bepalen of Hannes inderdaad sterker was geworden.

Tijdens het avondeten schoof Corina Regelneef aan bij ons aan tafel en de stamleden aten allemaal samen. Het was duidelijk dat Bertrand Kwiekvoet en Tybor Schoonhewortal beiden de functie van mandaatschrijver op zich wilden nemen, en de Stamleden deelden hun stem uit. Ik krabbelde mijn naam onder die van Hannes zonder echt te kijken op wie ik mijn stem uitbracht en creëerde daarmee onbedoeld een patstelling. Ik maakte me uit de voeten voordat er ingewikkelde vragen gesteld gingen worden en ik hoorde nog net dat Bertrand mij vroeg wat Tybor me had geboden om mijn stem op hem uit te brengen.
Ik ging snel naar buiten om bij Hannes in de buurt te blijven. De dolk praattte nog steeds tegen hem, dus ik besloot hem in de gaten te houden. Nadat Hannes had geprobeerd om de bloedlust te stelpen door in zijn hand te snijden werd het duidelijk dat de dolk uit was op hartebloed en niet zomaar al het bloed zou 'lusten'. Mijn suggestie of ik de dolk niet beter bij het jagen kon gebruiken werd direct afgewezen door de stem.
Ik nam me voor dat ik nog beter een oogje op Hannes ging houden. Onderwijl probeerde Hannes uit hoe de dolk veilig kon blijven. Op het moment dat hij de dolk weglegde en iemand anders de dolk wilde oppakken, verdween de dolk en verscheen die direct weer bij Hannes. De enige persoon die de dolk wel op kon pakken naast Hannes was ik. Maar als ik de dolk bij mij wegstak verscheen de dolk weer bij Hannes. Ik moest de dolk echt in mijn hand houden, ik kon hem niet loslaten.
Ah, dus dat wij de Informant samen hadden vermoord, had wel iets van resultaat gehad. Ook was duidelijk geworden dat als Hannes niet het hartebloed zou regelen voor de dolk, Hannes bovenaan de lijst zou komen det staan (om vermoord te worden?). En ik zou dan waarschijnlijk op nummer 2 staan.

Bertrand en Tybor gingen een vriendschappelijke wedstrijd aan om te bewijzen wie de beste mandaatschrijver zou zijn. Corina Regelneef daagde hen beiden uit een mandaat te schrijven voor mij als jager, en zette een zandloper klaar zodat het mandaat binnen een bepaalde tijd geschreven moest zijn om aan de verwachte werkdruk te kunnen voldoen. Beide heren schreven driftig, en na het bekijken van beide mandaten besloot Corina dat Bertrand de nieuwe mandaatschrijver zou worden. Zij overhandigde het geschreven mandaat (eentje zonder einddatum nota bene!) en droeg Tybor op het duplicaat mandaat te vernietigen.
Ook werd Tybor wederom aangesteld als volksvertegenwoordiger, bij gebrek aan andere kandidaten.

Bij het graf van Leonardo werd een bonte avond georganiseerd en er waren zelfs Duisterlingen uitgenodigd! Hannes besloot een lied ten gehore te brengen. De rare stem die we eerder hadden gehoord kwam niet terug, en ook Leonardo leek niet te reageren op de liederen die ten gehore werden gebracht. Er waren twee dames uit Forena (denk ik) die een populairiteitswedstrijd van vrouwe Corcra organiseerden, wat ik maar raar vond.

Ik droomde over een graf. Op de grafsteen stond een onbekende naam en "vermoord door Ksenja". Het graf straalde rust uit en ik riep Theresia aan. Naast mij stond een man met muntjes in zijn handen. (De Moordenaar?)

Vrouwe Corcra vroeg de aandacht van de aanwezigen en stelde Rashmardibu aan als officiële schout. Rashmardibu knikte naar mij en vroeg of ik hem kon helpen bij zijn werk, als een ordehandhaver die aan de schout rapporteert. Ik vroeg hem naar het mandaat daarvoor. Die had hij nog niet kunnen regelen. Zijn mandaat voor het schout-schap was ook nog niet geregeld, maar (omdat Katya een boefje is) kon ik daar nog wel mee leven, de intentie van Corcra was in ieder geval duidelijk genoeg voor mij. Dat mandaat was nog slechts een formaliteit.
Ik gaf aan bij Rashmardibu dat ik wel een echt geschreven mandaat wilde voor mijn nieuwe functie, en ik dus eigenlijk nog niet aan het werk kon gaan. We onderhandelden kort, en uiteindelijk ging hij ermee akkoord dat in ruil voor een gunst van niveau 2 (ha, zijn we toch weer Catan aan het spelen!) ik hem wel bij wilde staan bij dit werk totdat het mandaat was geregeld. Ook vroeg Rashmardibu wat ik een goed salaris zou vinden, maar daar had ik nog geen antwoord op.

Daarna maakten de vechters zich klaar om weer door het kleine houten gebouwtje door die rare deur te gaan waardoor je naar allerlei bestemmingen kan gaan. Het plan was om naar de boshut van Hannes en mij te gaan en daar met het grote beest te vechten wat af en toe uit het Duister kwam. Hannes had al bedacht dat hij de dolk kon gebruiken om het beest te vermoorden, zodat de bloeddorst van de dolk gesust zou worden.
Maar Hannes mocht van de eigenaar (?) van het kleine houten gebouwtje (Tempel? Werkplaats?) niet meer daar naar binnen, dus we besloten door het schemer naar de boshut te gaan. Amanda rende met ons mee.
Uiteindelijk kwamen we aan bij de boshut. De vechters van het dorp waren nog druk bezig, en het grote beest (Keh'lev) rende op ons af. Ik loste een pijl en dacht nog dat die mis zou gaan, maar doordat het beest op volle snelheid aan kwam rennen, rende hij recht het schot in en landde mijn pijl in zijn knie. Het beest struikelde en stortte ter aarde. Agnaerr maakte het beest af en hakte zijn kop eraf.
Ik keek naar dit beest, wat voorheen onkwetsbaar was geweest voor mijn wapens. De grote klauwen wiens sporen ik in het Duister vaak genoeg was tegengekomen en dacht aan de onschuldigen die geofferd waren aan het Duister.

Terug in dorp hing er een schaduw bij het graf van Leonardo. Israel lag neer, en werd door genezers de Blauwe Lantaarn ingedragen.
Ik zocht Rashmardibu op. Ik vertelde hem dat we wellicht de gunst beter konden terugbrengen naar een Niveau 1 omdat niet veel gedaan had in het gevecht. Hij knikte dankbaar.

Vlak voordat Amanda en Herm Dio vertrokken op een korte reis, drukte ze me een brief in handen. "Deze heeft Kim onderschept, en ze dacht dat het om mij ging, maar dat was niet zo. Ik denk dat je deze moet lezen."

Geachte Tybor Schoohnewortal,

Ik op zoekende zijnde naar eenen waarachtige moordenares. Haaren bestaen ende levendig zijn beestigd zijnde door haaren zelve misstappen.
Eenen mandaat geregeld zijnde voor haaren gevangh, dood danwel levende zijnde, bij het centraale orgaan. Voor haaren ontdeckinghe alleen al zal eenen rijcke beloonginhe verstrekkende zijnde.

Deezer moordenares herkenbaer zijnde aan haaren lange statuur, donkeren blonde haaren en neergeslaaghene blikke. Eenen boog hare wapen des doods zijnde, evenals jaaghersmessen.

Benaader haare niet alleene, het gevaere te groot zijnde.

Bericht mij terstonds,
Boris Stamvaader Wilhelmshaamer


Mijn hart zonk in mijn schoenen. Mijn brief aan Sacha (Weerklank 2) was duidelijk aangekomen en ineens dacht ik terug aan twee dagen geleden toen Baarent mij een gerucht vertelde dat er gezocht werd naar een Scharhevense moordenaar. Ik had toen niet begrepen dat hij het over mij had...
Amanda stelde me enigzins gerust: deze brief was nooit bij Tybor afgeleverd. En ze rende naar haar familie om op pad te gaan.

-----

Nu is Weerklank weer achter de rug en zijn er dingen om te doen in downtime:
Ik wil graag een brief opstellen (in prhooooper Scharhaevenaers) over het einde van Marietje en het boek wat ik in mijn droom had gevonden, zodat ik deze kennis naar de Bibliotheek van Wilhelm kan sturen.
Tevens wil ik een brief opstellen voor de bibliotheek dat wij de dolk waarmee Johanna is vermoord, hebben gevonden. Dat zou toch wonderen moeten doen voor mijn paladijnschap?! Hoe kunnen ze me nu nog afwijzen?!

Ook is met het gevecht bij de boshut onze boshut helaas ingestort. Hannes en ik delen die hut, dus die moeten we herbouwen in down-time, dus daar gaat wel wat tijd en moeite nog inzitten. Toch jammer dat we niet echt een blokhutje kunnen bouwen, maar je kan niet altijd hebben wat je wil...

Het weekend begon in ieder geval goed - er waren mensen zat die met me wilden spreken en daardoor heb ik amper stilgezeten. Het spel begon voor mij pas dood te vallen rond de zaterdagavond. En omdat er echt bijna geen buts is vraag ik me af waarom ik eigenlijk nog in pantser rondloop en moeite doe om mijn pijlenkoker en boog bij me te dragen...

De dreiging dat Boris (mijn IC schoonvader) steeds dichterbij komt, geeft een prachtige spanning voor mijn personage, maar ik weet niet echt waar dat naartoe zal gaan. Misschien komt mijn Sacha wel een keer langs op een volgend evenement...wie weet!

En volgende keer hebben we natuurlijk ook nog zat op te lossen rondom die nare dolk. Wordt vervolgd.
janestarz: (Me - Truestrike)
Emphebion is altijd een beetje een rare eend in de bijt: een LARP evenement wat een dag langer loopt dan andere larps en doordat ze aan het einde van het jaar tussen kerst en oud & nieuw een event hebben, is het maar de vraag op welke dagen dit zijn. Zo is het altijd erg desoriënterend dat de laatste dag niet altijd een zondag is bijvoorbeeld. Dit jaar was het van woensdag tot en met zaterdag, en wederom in de fijne locatie de Kievit in Esbeek. En Emphebion zat vol. De wachtlijst werd dankzij de vele zieke mensen toch aangesproken en het was zeker een goed bezocht evenement.

Welkom in het Klooster van de Vader )
En zo kwam er aan het winterlive 2023 een einde.

Ik had een tijdje geleden de verhaalleiding geschreven dat ik wilde stoppen met Zaphira en dat uiterlijk Zomerlive 2024 er een punt achter wilde zetten. Ik heb er later nog een mailtje achteraan gestuurd dat het niet per se een rozengeur en maneschijn einde hoefde te zijn. Blijkbaar ben ik maar raar dat er van alles stoms met mijn poppetje mag gebeuren -- veel LARPers zijn verbolgen als hun personages iets naars overkomt.
Ik ben echter net als Maartje (Rowena) eentje van de "harder, daddy" filosofie. Dat mag best. Het mag best een goed verhaal zijn, kom maar op met de drama! Zoals deze live al aangeeft: het hoeft niet een goed einde te hebben om een goed verhaal te zijn. De eerste ontmoeting met Stanislav's familie was zo bitterzoet en perfect.

Het lijkt wel duidelijk te zijn: zomerlive 2024 wordt de laatste voor Zaphira. Er komt een delegatie uit Iis, en die gaat mij formeel erkennen. Waarschijnlijk zullen er onverwachte gasten zijn die allemaal hun plasje eroverheen willen doen, een politiek slaatje eruit willen slaan en natuurlijk mij willen naaien. Het zal niet makkelijk worden, maar zeker wel interessant!
janestarz: (Me - Edwardian)
Eerlijk gezegd had ik helemaal geen zin in Belvedère tot het moment dat ik door de poort van het Openluchtmuseum in Arnhem liep. Toen begon er wat te kriebelen. We zouden spelen in de kasteelboerderij van het Openluchtmuseum, en iedereen liep lekker te stuiteren.
Omdat de organisatie had gewaarschuwd dat er weinig plek zou zijn om tassen op te bergen en iedereen aanraadde om zoveel mogelijk hun kostuum al aan te doen, had ik een kleine tas bij me met mijn corset, wat omslagdoeken, een paar tussendoorhapjes en mijn make-up. Mijn chemise en japon had ik al aan, mijn haar zat al in de krul en mijn make-up was al klaar. Alleen de japon moest dus even uit om het corset aan te doen op locatie. In een auto zitten met corset is echt niet te doen, je kunt niet rechtop genoeg zitten. En natuurlijk is een hele dag in stays rondlopen meer dan lang genoeg, dus elk uurtje waarin het niet hoeft, is mooi meegenomen.

We kwamen aan in het druilerige Holland en koning Louis XIII en Maurits van Nassau (de man die de hele hofhouding van Koning Louis in Holland ging bezoeken), heetten ons welkom. Gauw naar binnen, en ik streek al snel neer bij Tante Charlotte. Ik had haar leren kennen in Meudon, het landgoed van Tante Louise, de Princesse de Conti. Tante Louise was veelal te druk geweest om het huishouden te bestieren en gaf mij dan opdrachten om de staf aan te sturen, zodat ik kon laten zien dat ik dat kon. Stom.

Tante Charlotte keuvelde gezellig met mij, en ze herkende een knappe jongeman met donker haar. Ze zei dat hij erg op ene Stuart leek ofzo. En dat bleek te kloppen! Hij stelde zich heel netjes aan ons voor als Ludovic Stewart, Hertog van Lennox. Tante Charlotte overlaadde hem met complimentjes, dat ze zijn vader goed gekend had, en condoleerde hem met zijn verlies toen bleek dat de oude Stewart was overleden.
Het was een prettig gesprek want de heer was zeer welbespraakt in het Frans, ondanks zijn titel uit Schotland. Ik zat erbij en glimlachte vriendelijk want ik had niet zoveel toe te voegen.

Daarna praatte ik nog eventjes met Oom Florent en Tante Charlotte over de plannen voor Nouvelle France. Ik zocht Mme d'Laval op, die een weeshuis bestiert. Ik legde haar uit dat Nouvelle France wel veel gelukszoekers aantrekt, maar dat er geen gezinnen die kant op gaan. Vooral alleenstaande mannen. We hadden daar ook goede katholieke vrouwen en gezinnen nodig! Wellicht kon haar weeshuis uitkomst bieden?
We spraken af om nog even de koppen bij elkaar te steken later die dag, met Oom Florent en natuurlijk Girard Desargues, de nieuwe gouverneur van Nouvelle France.

Het was binnen erg warm en bedompt en eigenlijk wilde ik een wandelingetje gaan maken. Maar dat kon ik natuurlijk niet alleen doen. Ik had al eventjes met Fernando de Medici gesproken, maar hij leek me niet echt een wandelend type met zijn mooie jas en chique schoenen. De heer de Medici zocht een katholieke Franse bruid om hem veel kinderen te baren, en mijn pogingen van eerder (in het fort op Belvedère 9) waren niet echt succesvol geweest.
Tante Louise sprak me streng toe. Als ik een wandelingetje ging maken mocht ik niet alleen gaan lopen. Ik moest een chaperonne meenemen, het liefst iemand van de familie. "Ja tante Louise." zei ik bedeesd.
Nog geen twee minuten later sprak tante Charlotte vrijwel dezelfde waarschuwing uit. "Ja tante Charlotte." herhaalde ik braaf. Met twee tantes die me als een havik in de gaten houden maakte ik natuurlijk geen enkele kans om rustig een rondje te lopen.

Ik bendaderde de hertog van Lennox. Omdat het een non-native speaker was praatten we vooral in het Engels (IC was dat gewoon Frans). "Would you think me very forward if I invited you for a turn around the gardens?" vroeg ik hem. Toen hij me complimenteerde dat het een goed idee was, moest ik natuurlijk nog op zoek naar een chaperonne. Gelukkig wilde Marie-Jeanne de Guise-Bethune, de vrouw van Oom Florent, wel met me mee. Maar zij werd benaderd voor een gesprek door de Duc de Guise. Gelukkig was ze zo slim om Henri de Guise dan mee te vragen op de wandeling. Dan hadden zij ook even privacy van de rest van het hof. Monsieur Stewart hield heel netjes de deur voor mij open en we gingen naar buiten.

We liepen achter de Duc en mijn tante Marie-Jeanne aan, en de twee voor ons waren diep in gesprek en letten eigenlijk niet op ons. Monsieur Stewart was heel beleefd en vriendelijk en vertelde dat hij opgegroeid was in Frankrijk, maar dat hij na het overlijden van zijn vader ook zijn titel had geërfd. Nu moest hij een moeilijke keuze maken: of hij die titel zou accepteren of aan zijn jongere broer zou geven. Dat leek me maar een moeilijke keuze. Hij vertelde ook dat hij regelmatig brieven schreef met koning James van Schotland, en dat die meneer zijn second cousin was!
Hij vertelde over de schoonheid van Schotland en ik vertelde over Nouvelle France, dat ik daar geboren en opgegroeid was. En ik vertelde dat tante Charlotte echt heel blij was om hem te zien, dat het bij haar een hoop blije herinneringen had opgeroepen aan zijn vader, waar ik hem dankbaar voor was. Het was een hele fijne wandeling en toen we weer terugkwamen bij het landhuis kuste hij heel netjes mijn hand.
De Duc en Marie-Jeanne waren nog druk in gesprek en maakten nog geen aanstalten om naar binnen te gaan. Wij praatten daarom ook nog even verder. Toen het moment van afscheid toch echt aangebroken was, kuste hij mijn hand nogmaals! Heel kuis en proper, maar mijn hart maakte een klein sprongetje.

Tante Charlotte was natuurlijk bijzonder geïnteresseerd hoe onze wandeling was gegaan en hoe ik de heer Stewart vond. Ik vond het heel moeilijk te omschrijven, want ik kende de beste man nog maar net, maar hij was zeker heel aardig en vriendelijk en knap en dapper en sterk en hoffelijk en vriendelijk en had ik al gezegd dat hij ook heel knap was?
Tante Louise vroeg vervolgens ook of ik er nog aan gedacht had om te vragen of hij wel katholiek was. Maar daar was ons gesprek helemaal niet over gegaan! Ze zuchtte dat ik beter mijn best had moeten doen, en ze liep gauw door naar haar volgende gesprek.

Ik vond gouverneur Girard en mevrouw Georgina d'Laval en we praatten over de plannen voor de wezen die naar Nouvelle France konden gaan. Georgina drukte ons op het hart dat de wezen wel goed terecht moesten komen. Ze moesten wel een echte samenleving hebben om ze op te vangen. Dat snapte ik wel. Je kunt de wezen wel op een boot naar de nieuwe wereld zetten, maar als ze niemand zouden hebben die ze daar op zou vangen, zou dat heel wreed zijn. Ze vertelde dat de wezen wel een vak leerden tijdens hun tijd in het weeshuis, maar het zou het beste zijn als ze toch bij een vakman in de nieuwe wereld of bij een familie geplaatst konden worden. Girard knikte, en benadrukte ook dat het zijn doel was om de gemeenschap in Quebec te laten groeien, voor het goed van allen daar.

Terwijl ik nog eens bij de deur stond te wachten of er misschien nog een rondje gewandeld kon worden, kwam Fernando de Medici op me af. Ik had Mme de Nevers en Georgina ingelicht over De Medici en ze wilden graag met hem praten, maar nu knoopte hij met mij een praatje aan! Dat was niet de bedoeling. Ik maakte verontschuldigingen dat ik even mijn neus zou gaan poederen en maakte dat ik weg kwam. Mme de Nevers stond klaar om hem aan te spreken, maar Fernando de Medici was sneller. Hij deed de buitendeur open en ging naar buiten nog voordat mme de Nevers met hem kon praten.

Tante Louise vond tussen haar gesprekken door nog een momentje om me voor het blok te zetten. "Kun je me aan die jongeman van Lennox voorstellen?" vroeg ze. Dus dat deed ik netjes. Ze sprak hem al aan, en het lukte me nog net om er tussendoor te zeggen "May I present the Princesse de Conti?" en tante Louise sprak al over mij heen terwijl ik mijn zin "and my aunt Louise;" nog af probeerde te maken.
"May I ask, sir, are you a catholic?" eiste ze van monsieur Stewart. Hij was niet van zijn à propos te brengen, en beantwoorde geduldig alle vragen. Hij was inderdaad katholiek, en tante Louise knikte streng.

Bij het vallen van de avond hield ik de tafelschikking goed in de gaten. Er werd van tevoren bepaald wie bij elkaar aan tafel zou zitten naar hun status. Het verbaasde mij niks dat ik heel ver van de koning en de hoge tafels zou zitten. Maar ik zat wel met Oom Florent en de mme d'Laval, de moeder van Georgina aan tafel. De hertog van Lennox zat echter wel aan één van de hoge tafels.
Gelukkig kon ik daar nog wat aan doen. Ik kon een courtier vragen om de tafelschikking aan te passen, als ik haar in contact bracht met enkele mensen die ik kende in Nouvelle France. Zo had ik in het fort ook de heer de Medici bij mij aan tafel laten zetten voor het diner. Nu wilde ik graag dat de hertog van Lennox bij mij aan tafel kwam.
Eén dame hield me nauwlettend in de gaten, en ze zei dat ze mij best wel wilde helpen. Volgens mij stelde ze zich voor als Comtesse de Bethune, maar ik weet het niet zeker meer. Ze verplaatste het naamkaartje van de hertog van Lennox naar mijn tafel, en de man die op zijn plek zat ging naar de hoge tafel. "Ik heb de tafelschikking gemaakt;" knipoogde de Comtesse; "Dus ik kan 'm ook zo aanpassen voor je."
Ik bedacht me wel dat het een beetje raar was dat ze daar niets voor wilde hebben, maar tja, misschien komt dat ooit nog?

Het avondeten werd geserveerd en samen met de mensen met allergieën voegde ik me bij het buffet terwijl de rest direct aan tafel geserveerd werden. Het voorgerecht was een veel te simpel soepje voor ons, terwijl de rest van de tafel kleine hapjes kregen. Van ravioli tot gestoomde groenten met een sausje. Mijn groentenbouillon was, net als de 'pokebowl' voor de lunch, eigenlijk best wel karig.
Gelukkig was de hoofdgang een stuk beter. Veel groene salade en een quinoa-salade, gebakken aardappeltjes, en kip. Er was voor ons zoveel dat ik nog een keertje terug kon gaan voor meer.

Oom Florent aan onze tafel was veel aan het woord, en hield de hertog van Lennox geëngageerd. Hij sprak over religie (heeft de automaton een ziel?), de oorlog en allerlei onderwerpen die niet zo geschikt waren voor aan tafel. Ik hield mijn mond maar, want ik wist toch niet zo goed wat ik moest zeggen. Ik vroeg me ook af of de hertog van Lennox het wel een fijn gesprek vond. We konden tussendoor nog af en toe wat praten, maar ik voelde me niet echt op mijn gemak. Gelukkig stuurde hij het gesprek ook naar een ander onderwerp. Hij had een onschuldig man vrij weten te krijgen omdat hij nieuw bewijs had aangeleverd om zijn onschuld te bewijzen. Ik complimenteerde hem op zijn goede werk. Ook kon ik wat vertellen over het plan om de wezen van Frankrijk een nieuw leven te bieden in Nouvelle France, en hij complimenteerde mij op dat plan.
Aan het einde van de maaltijd bedankte hij mij. "Thank you for the invitation to dinner."
Oh.
Dus hij had precies door gehad dat ik geregeld had dat hij aan mijn tafel kwam te zitten. En hij vond het blijkbaar niet zo erg dat hij wilde klagen. Maar hij wilde wel dat ik wist dat hij het wist!

Na het eten werd het wat rustiger. Het lukte me nog om weer een wandeling te maken, dit keer met Bernardino de Mendoza de Parades, de ambassadeur van Spanje. Onze chaperonne liep deze keer wel heel erg snel, en ik kon me maar slecht concentreren op de ambassadeur. We praatten over Spanje, geloof ik.
Verder ving ik op dat tante Louise heel druk was geweest om de doop van het eerste kind van Oom Florent en Tante Marie-Jeanne te regelen, die lang uitgesteld was geweest. Ook was Jeanne-Marie benoemd tot Gravin voor de diensten die hij het koninkrijk had gedaan, dus daar feliciteerde ik haar mee. Een hele eer voor haar!

Tante Charlotte kwam nog eventjes voorzichtig polsen wat ik van monsieur Stewart vond. En ook de Duc zelf vroeg hoe het met mij ging. Dat vond ik heel bijzonder.
En de koning schoot uit zijn slof over iets, en vroeg zijn kapitein om een handschoen! Nou, dan weet je het wel. Ik weet niet precies wie hij heeft uitgedaagd voor een duel, maar ik hoorde wel dat die man de handschoen heeft opgepakt en dus het duel heeft aanvaard. Pfoe, wat een spanning.
Ook heeft Allejandra, de duchesse de Guise, me verteld wat een minnares is. Daar zijn blijkbaar heel veel verschillende termen voor. Maar nu snap ik het, denk ik. En weet ik gelijk waarom er een chaperonne met mij mee moet als ik met een man een rondje wil wandelen.

---

Dus ondanks dat ik niet zoveel zin had in Belvedère, heb ik toch een geweldig evenement gehad. Ik ben nog helemaal niet thuis in alle moeilijke namen (alle Marietjes en Jeannetjes en Jeanne-Marietjes) of de politieke intrige tussen de huizen en hun spelers. Maar ik kan wél heel erg genieten van het persoonlijke spel binnen de familie, want met al die politieke intrigues is het heel belangrijk dat onze familie samen sterk staat. En de roze Barbie-dromen van romantische wandelingen met hertogen...dat is het kersje op de taart.

Profile

janestarz: (Default)
janestarz

April 2026

S M T W T F S
    1234
5 678 910 11
12 1314 15 161718
19202122232425
2627282930  

Syndicate

RSS Atom

Tags

Style Credit

Expand Cut Tags

No cut tags
Page generated Apr. 17th, 2026 05:09 pm
Powered by Dreamwidth Studios