Maerquin 56: Moord in de Machinekamer
Mar. 17th, 2026 08:41 pmWe begonnen het weekend in een Black Box. Er waren nog een tweetal losse eindjes om af te werken voordat Eisirt en ik het spel in mochten bij de andere spelers. Steyn en Isabella waren in januari afgereisd naar de special in de Roode Molen en hadden samen met de andere avonturiers baron Harold bevrijd van zijn moeder, de Heks Ank. De baron was die avond ook beëdigd.
Maar er was nog iets af te ronden.
Het eerste losse eindje was dat we naar de kathedraal van Raana werden gesommeerd door Bisschop Ariane van Merida. Ze was in de Roode Molen bij een speciale rechtszitting van magistraat van Tesselrode veroordeeld tot verbanning terug naar Merida wegens het ontvoeren van de kinderen van de heks Ank. Maar de Bisschop had ons opgeroepen omdat ze bij ons wilde biechten. Lianna Sterkhouder, Mikhael, Riley, Giebretius, Ethan, Arnout, Steyn en ik waren aanwezig.
Een aantal van ons werd een zwarte ravenveer in onze handen gedrukt. Ik wist niet helemaal wat ik ermee moest, maar Bisschop Ariane sprak met gebroken stem een lang pleidooi. Eén voor één riep ze ons naar voren, zodat ze kon biechten. Ze begon met Mikhael, en alhoewel ik prima kon horen wat de bisschop op te biechten had, kon ik de reactie van Mikhael niet verstaan. Na een paar zinnen legde hij zijn zwarte veer in haar uitgestoken handen. De bisschop was duidelijk ontroerd dat ze vergeven was door Mikhael.
Toen Steyn naar voren werd gevraagd, vertelde de bisschop dat hij een veer van de Raaf van Gerechtigheid vast had. Nadat Steyn ook zijn veer aan de bisschop had gegeven, was het mijn beurt. De bisschop vertelde dat ik een veer had van de Raaf van Mededogen. En dat zij nu een beroep deed op dit Mededogen. Een wervelwind van gevoelens. De bisschop had inderdaad door de kinderen mee te nemen van hun moeder een burgeroorlog ontketend, maar die moeder was een bekende heks. En alhoewel zij de hele baronie bijna in scherven had achtergelaten, besefte ik me dat boetedoening begon met het erkennen en opbiechten van je fouten.
En hoe, ongeacht mijn persoonlijke gevoelens bij datgene wat werd opgebiecht, de kern van Mededogen is dat de vergeving ook gegeven wordt als het berouw oprecht is. Ik legde mijn veer in haar handen.
Giebretius en Lianna waren de enigen die hun veer niet gaven. Ze vroegen de bisschop om haar taak nog af te ronden voordat ze de laatste twee veren in ontvangst mocht nemen. Het was een emotionele scene, en een passend afscheid van de bisschop, die de volgende ochtend aan haar reis naar Merida zou beginnen.
De tweede black box was de rechtzaak van Duncan, de witte gardist die in de Roode Molen Miranda had vermoord, de zus van Vader Johannes (geen familie). Ethan had beloofd een rapport op te stellen, maar omdat hij daar (door OC redenen) niet aan toe was gekomen mocht hij in de rechtzaal zijn bevindingen delen. Vader Johannes kwam binnen stormen. Ik had hem niet herkend en probeerde hem te weren bij de deur, maar hij wilde er niks van horen. En toen ik eenmaal doorhad wie het was, kon ik natuurlijk niet meer in de weg staan.
Johannes maakte er een groot schouwspel van, en had een van zijn sycofanten meegenomen om daar getuige van te zijn. In luide stem verkondigde hij dat hij Duncan had vergeven, omdat Duncan niet het brein achter de aanslag was geweest, maar bisschop Ariane. Het venijn spatte van zijn stem. Maar de magistraat floot hem terug: daar was geen enkel bewijs voor te vinden.
Uiteindelijk had de magistraat geen andere keuze dan Duncan ter dood te veroordelen: de man had bekend dat hij Miranda had vermoord. Vanwege zijn status als paladijn van Ranaa zou hij onthoofd worden door zijn zuster in het geloof: Lianna Sterkhouder.
Lianna was duidelijk aangedaan. Later vertelde ze me dat als Johannes niet was gekomen ze misschien de magistraat nog had kunnen overtuigen om een lichtere straf op te leggen, maar het heeft niet zo mogen zijn. In de binnenplaats van het gerechtshof zwaaide haar zwaard, en het hoofd van Duncan rolde van zijn romp.
De wolken weken voor een straal van maanlicht, die heel even het lichaam van Duncan verlichtte. De raven kraaiden een paar keer.
Ik veegde een traan weg. Dit prachtige gebaar van Ranaa als troost. Ik snapte nog steeds niet helemaal waarom Duncan de moord had gepleegd. Maar deze boodschap van Ranaa, dat zelfs een moordenaar die oprecht berouw toont nog welkom is bij Haar, was overduidelijk. Duncan mocht naar Ranaa.
Een paar (IC) dagen later kwamen we aan in de Gnoomse Vrijstaat vlakbij Wateringen. Het was al wat later op de avond en na het weerzien met Dieter en Wilhelm werd ik gelijk aan een tafel gezet met Niraiya van de Mezzaida die ons bij ging praten over de problemen met de Wereld van de Stervelingen en de andere Werelden die uit elkaar dreven. Ze gaf een samenvatting wat nu de mogelijkheden waren en wat daarvoor nodig was. We konden mogelijk een connectie maken met de Wereld van Dromen, of met de Wereld van de Overledenen of misschien met de Hal van Helden waar de gevallen helden heen mochten. We moesten een gouden spinrag hebben om het fysiek weer aan elkaar te maken, een weefgetouw aan beide zijden, ritualisten en droomlopers. De grote vraag was wie we zouden vertrouwen om deze belangrijke taak op zich te nemen.
Ik dacht er even over na, en eigenlijk was het er maar eentje: Mikhael, de priester van Ranaa die ook rituelen kon. Maar ik kende maar één droomloper, en dat was Niraiya zelf...
Ik verkocht plakjes citroencake aan de avonturiers, en inquisiteur Blanckschild betaalde voor zijn plakje cake met een heuse blauwe steen. Ik stribbelde tegen, dat het veel te gek was, maar hij wilde er niets van weten.
Ook had de baron nog een brief gestuurd dat we moesten onderzoeken of er misschien heksen onder de avonturiers waren. Daar zijn we verder niet aan toegekomen. Wel heb ik van Wolfgang zijn boekje kunnen kopiëren, hij had al een lijst met namen en de vaardigheden die de lieden wilden inzetten voor 'het grote goed'. Veel kon ik daar niet van afleiden, helaas, maar het is een begin.
En er was een jongedame, Mathilde Klaver, die beweerde dat ze een bastaard van onze familie was. Wilhelm wilde er niks van weten, en schreef direct een brief naar Simon van Erpel om meer informatie te krijgen.
Ik sloot de avond af met een gesprek met Mikhael. Hij had eindelijk tijd voor me en ik haalde snel een pakje uit de kar.
"Ik weet dat als ik mijn tijd van de maand heb, dat ik wat extra steun kan gebruiken, en aangezien het net volle maan is geweest en jij Weerwolf bent, dacht ik... nouja. Maak maar open;" stamelde ik. Mikhael maakte het pakketje voorzichtig open: een aantal chocoladekoeken met extra granen. "Om je te sterken na je transformatie..." zei ik voorzichtig. Mikhael bedankte me voor dit ontzettend lieve gebaar.
We praatten verder over relaties, en ik vertelde hem dat ik niet helemaal wist hoe ik mijn inquisiteurschap kon combineren met een relatie. Ik vertelde dat we nooit ergens lang bleven, en dat eigenlijk geen van ons ooit had geleerd om een relatie stand te laten houden. Dieter was de enige van ons die ooit getrouwd was geweest. Het botste met de druk die mijn neven oplegde: dat de bloedlijn in stand gehouden diende te worden.
Maar Mikhael leek ongeroerd door mijn aandacht. Hij was erg aardig in zijn afwijzing, maar benadrukte dat hij nog maar net uit het klooster van Ranaa was vertrokken, en hij zelf nog aan het spelen en ontdekken was wat hij nu eigenlijk wilde. Wellicht dat ik dat ook eens zou moeten proberen...
Na het ontbijt de volgende ochtend werden er voorbereidingen getroffen voor een eerste ritueel, maar mijn hulp was al niet echt meer nodig. Nadat Steyn klaar was met wat kleine reparaties kon ik het smidsevuur gebruiken om soep te maken. Ik had mensen al laten weten dat ik graag hun kruiden wilde kopen, en sprak ook van de soep. Het kopen van kruiden en het hulp inhuren om de soep te bereiden zou mijn beurs wat lichter maken, en het levert iedereen wat spel op.
Ik had al kennis gemaakt met een groepje Walvisbaaiers, en Iorek wilde me prima helpen met het raspen van de wortels. Ása en Yaromir zaten in de buurt en ik genoot van hun grappen.
Zogauw de soep klaar was kwam Talorc op de proppen met een handje kruiden, of hij die kon ruilen voor een kom soep. Ik schepte zijn grote beker vol en wees op het brood en de cake die klaar stond. Iorek kreeg natuurlijk een gratis kom omdat hij had geholpen met wortels raspen, en Yaromir betaalde gewoon voor zijn soep.
Maar Mikhael was nergens te bekennen. Ik ging de gnoomse herberg in en vond hem aan een kom 'poepemmer-soep' met pinda en taugé. Ik liet hem mijn eigen soep proeven, maar hij is niet meer naar de soep die ik had gemaakt gekomen. Wel jammer, maar die jongen heeft het gewoon veel te druk.
Ik zag hem pas weer toen het ritueel ging beginnen om de Wereld van de Dromen weer vast te maken aan de Wereld van de Stervelingen. Ze verwachtten dat er 'wezens van tijd en ruimte' zouden komen in een poging het te saboteren, maar in plaats daarvan kwamen er kannibalen die wilden proberen om de Golem die de gnooms hadden gebouwd (de Gnolem) te stelen. Het ding was gebouwd met 200 blauwe stenen die voor allerlei magische rituelen gebruikt konden worden, en ze hadden er waarschijnlijk geen goede bedoelingen mee. Omdat het ritueel een stukje van de werkplaats af was, moesten we daarom onze aandacht over twee fronten verdelen. Ik zag Mathilde op de grond liggen tijdens het gevecht, en niemand keurde haar een blik waardig. Dat liet ik niet zomaar gebeuren: zo zouden we nooit weten of ze ook familie was!
De wereld schudde een aantal keer, maar uiteindelijk lukte het ritueel en overspoelden de dromen de wereld.
Ik droomde van een midzomer jaren geleden. Gijsbrecht en Bertrand wilden allebei met Isa dansen. Het was een fijne droom. Het was immers alweer maanden geleden dat ik voor het laatst had gedroomd en toen werden onze dromen beïnvloed door de demonische kaars die we uit Arendsdorp hadden meegenomen. Ik werd wakker met een glimlach op mijn gezicht.
Toen ik Dieter en Wilhelm vroeg of ze nog wisten hoe het was gegaan al die jaren geleden, en of ze Gijsbrecht en Bertrand nog kenden, lacht Dieter blij. "Die heb ik nog aan zijn enkels boven de beek gehangen!"
Wilhelm en Dieter lachen vrolijk, maar ik denk alleen maar "Geen wonder dat ik niet weet hoe een langdurige relatie werkt..."
Uit wanhoop zocht ik Iorek, Mikhael en Ethan op en vroegg hen of ze die avond met mij zouden willen dansen. Een klein beetje balsem voor de ziel misschien. Ze stemmen in, maar met de gebeurtenissen van die avond is het er natuurlijk niet van gekomen.
Mikhael was nog erg moe van het ritueel en ik ga naast hem op het bankje zitten. Ik zoek met mijn linkerhand zijn hand op, en zo zitten we daar. Steyn heeft het vast wel gezien hoe wij daar hand in hand hebben gezeten, maar hield wijselijk zijn mond. Ethan nam onderwijl ook plaats op het bankje en klaagt dat hij moe is, dus ik stel voor dat hij zijn hoofd in mijn schoot legt, dat mocht best. Nog steeds is er geen enkele van mijn drie neven die er iets over durft te zeggen. Ik kom er later wel achter dat Wilhelm Marnix nog even goed aan de tand heeft gevoeld over wat er in de Roode Molen was voorgevallen, dus deze rust is van korte duur.
Ook werd die middag de drukpers van de Ware Stem gesaboteerd door lieden die door de Orde van de Dag waren gestuurd. De avonturiers hebben dat al snel opgelost, en Octavius schrijft de Baron over het probleem (en krijgt al heel snel antwoord!). De Baron denkt erover om de twee rivaliserende kranten te fuseren en vraagt advies over wie een geschikte hoofdredacteur zou zijn.
Ik nam ook even een momentje om Iorek bij te praten over wat er eigenlijk allemaal aan de hand is. Als nieuwe avonturiers die zich pas de vorige dag bij de andere avonturiers hadden gevoegd konden ze niet heel goed doorgronden hoe de vork in de steel zat. Ik nam even een goed half uur om de beste man bij te praten. Walvisbaaiers zijn stug volk, maar heel vriendelijk als je in hun ogen 'goed volk' bent. Ik had de drie Baaiers natuurlijk al een lekker soepje gegeven die middag, en zo kon ik nog wat meer bonuspunten scoren.
Na het avondeten wilden sommige avonturiers aan de slag met het aan elkaar naaien van de Werelden. De Wereld van Magie was te ver weg om de connectie mee te maken, maar de Wereld van de Doden was wel een optie. Ik zag Mikhael nergens meer, en geesten begonnen rond te dolen. Eén van de geesten greep mijn schouder en een ijzige kou vloeide door mijn hele lichaam, alsof mijn levensenergie door de geest werd opgeslorpt. Ik hapte naar adem, en wist gelukkig los te komen. Wapens deden natuurlijk niets op de geesten dus moesten we maar goed opletten waar ze zich bevonden in de hoop ze te ontwijken.
Maar ik maakte me zorgen om Mikhael, Lianna en Riley. Geen van de Ranaa-ploeg was te vinden en ik vermoedde dat ze door 'De Scheur' naar de Wereld van de Doden waren vertrokken. Ondanks dat de kou van de aanraking van de geest in mijn botten gekropen leek te zijn ging ik toch op zoek. Ik zag Nova inderdaad bij de Scheur zitten, wachtend op Mikhael, haar weerwolf-broeder. Ik bleef goed om me heen kijken en lette ook goed op de Scheur. Eén van de ronddwalende geesten die op zoek was naar zijn huis kon ik aanwijzen dat zijn huis zich díé kant op bevond - richting de Scheur. Met geheven hoofd en ferme tred ging die geest weer terug naar de Wereld van de Doden.
Maar ik lette niet goed op. Terwijl ik de geest nakeek en probeerde te zien of Mikhael alweer terug kwam, greep een andere geest me weer vast. De ijzige kou in mijn longen liet mijn hart een slag overslaan. Ik hapte naar adem maar kreeg geen lucht. Mijn spieren weigerden mijn gewicht nog te dragen en ik zakte in elkaar, nog steeds naar adem happend.
Ik hoorde stemmen, de stem van Dieter en die van Ethan, dacht ik, maar de kou, de ijzige kou om mijn hart bleef me verlammen. De sterke armen van mijn neef hielpen me overeind, en hij droeg me weg van de Scheur. "Tijd om naar binnen te gaan." zei Dieter in een stem die geen tegenwerpingen duldde.
We gingen terug naar de warme herberg.
Na de gevechten van die middag waren de genezers compleet uitgeput, en ik werd op een stoel gezet bij de Mezzaida. Salima boog zich bezorgd over mij heen. Zij en Niraiya beloven me een make-over. Ik deed mijn kapje af en Salima haalde het knotje uit mijn haar en begon het te borstelen. "Wat heb jij mooi haar! Zonde om het zo te verbergen!"
Na het borstelen drapeerde ze een kettinkje op mijn voorhoofd en een brokaten sjaal over mijn schouders. Niraiya gaf me ondertussen een kopje thee en serveerde koekjes. Neef Dieter is niet de enige die twee keer kijkt als ze mijn nieuwe look zien...Ook Mikhael geeft een welgemeend compliment als hij terugkomt onder de levenden, maar daarna is hij druk in gesprek met mensen. Hij is ook uitgeput maar vraagt toch om een klein beetje extra energie zodat hij verder kan gaan met de wereld redden. Ik ben best wel teleurgesteld in hem, maar ik krijg niet de kans om dat tegen hem te zeggen.
Ethan lijkt verdwenen te zijn. Van dansen komt er niks die avond.
Terwijl ik zit bij te komen van de confrontatie met de geesten bespreken de Mezzaida de stand van zaken. Salima is verbolgen over hoe Mikhael me behandelt, en sprak over het "Ranaa complex": dat Ranaa volgelingen graag de wereld willen redden, koste wat kost. Dat ze aan hun eigen leven voorbij gaan, om vooral alle anderen maar veilig te houden. Ze spoorde me aan om Mikhael maar gewoon te vergeten, die zou toch nooit tijd voor me hebben...
We spreken ook over de vijf die opgeroepen worden: Giebretius, Edith, Shareefa, Fedor of Raven. Eén van hen moet zich opofferen om de deur naar de Hal der Helden te bewaken. De Mezzaida hebben een uitgesproken mening over Hugo, die de deur van de Hal dichthoudt voor Septish helden. Shareefa bevestigt dat zij ook een aanhanger van Septish is en de kritiek op Hugo is niet te min. De Mezzaida hebben geen goed woord voor hem over.
Ik spreek kort met Giebretius en de familie, en Gieb neemt alvast afscheid. "Er is geen enkele kans dat ik Fedor dit laat doen;" zegt Giebretius stellig. "Die man heeft een zoontje van acht. Hij heeft nog iets om voor te leven." Een traan rolt over mijn wang en ik ben blij dat ik nog met hem heb kunnen spreken voor hij de keuze maakt. Niet lang daarna was Giebretius nergens meer te vinden: vertrokken in het holst van de nacht naar de troon die over de Hal der Helden waakt.
De volgende ochtend worden we gewekt door het brandalarm (te gevoelige rookmelders) om even na acht uur, een mooi moment om dus toch maar op te staan. Na het ontbijt ben ik met de kar bezig in de smidse als ik ineens Ethan uit het bos zie komen. Blijkbaar had hij zich daar verstopt de vorige avond. Hij vraagt bezorgd of het met mij ook weer gaat. Blijkbaar was hij het geweest die me had opgeraapt bij de Scheur naar de Dodenwereld. Dieter had het echter al snel van hem overgenomen.
"Je snapt, nadat ik door die geesten was aangeraakt is er niets meer van het dansen gekomen." zei ik sip.
"Daar is nog een mouw aan te passen;" reageert Ethan droog. Hij houdt zijn linkerhandhand uit, en ik leg mijn rechterhand erin. Zonder muziek, zonder familie, alleen hij en ik. Samen langzaam dansen in de smidse.
Ik keek regelmatig over mijn schouder of één van mijn neven toevallig in de buurt was. Wat ze met Ethan zouden doen als ze ons zo zouden zien, weet ik niet. Maar we maken de dans ongestoord af, een heel mooi rustig momentje voor ons samen.
We lopen apart terug naar de groep. Inquisiteur Blanckschild had ons opgedragen om de Gnolem weer op te halen die die nacht is gestolen door de kannibalen en de groep verzamelt zich. De rollen worden verdeeld en de leidinghebbenden aangewezen. Ik schaar me bij Edith en de genezers, enerzijds omdat ik natuurlijk een klein beetje kan genezen ('moet ik er even een kusje op doen?') maar ook omdat ik met mijn sabel aan mijn riem ook wel echt in staat ben om te helpen.
We reizen af naar waar de Vreters zich ophouden, maar zij staan klaar voor ons. Af en toe rijzen de kannibalen uit de aarde omhoog, en de gewonden kunnen maar moelijk bij de groep blijven. Af en toe kijk ik of Ethan het nog redt, en als we dan oogcontact maken en weten we dat alles nog in orde is met de ander.
Met Steyn, Dieter en Wilhelm gaat het minder soepel. Zij lopen met de krijgers mee en vangen de zwaarste klappen. Gelukkig komen we zonder al teveel kleerscheuren aan bij de Gnolem. Ik zie twee weerwolven het gevecht in duiken, en vraag me af welke van de twee Mikhael is.
Gelukkig weten we de Gnolem terug te veroveren, en de rode (demonen-)steen te verwijderen, zodat de Gnolem weer onder de controle van de Gnomen staat. Vanaf dat moment gaat het gevecht veel beter. De Gnolem kent commando's als 'papier drogen' en gooit dan een hete straal vuur naar voren. De Vreters kermen het uit. Uiteindelijk zijn ze allemaal verslagen en kunnen we met de Gnolem weer terugkeren naar de herberg.
Ethan belooft om ons te helpen met het vinden van een huis, zodat we niet zoveel meer hoeven rond te reizen. Iedereen begon gelijk met hun wensen te uiten. Wilhelm wilde een mooie werkkamer voor zijn boeken, Dieter wilde wel een schuur voor zijn houtbewerking en voor het wild wat hij kon jagen, en Steyn wilde wel een smidse aan huis. En ik wilde natuurlijk een keuken, maar dat was wellicht de makkelijkste eis.
Ook leende Ethan een kaart van één van de Gnomen waar allemaal goblin tunnels op staan. We krijgen ook een groot stuk papier uit de drukkerij en we zonderen ons samen af om de kaart zo netjes mogelijk over te trekken. De neven blijven buiten staan, en ik kan dus net ietsje dichterbij Ethan staan, nu er niemand is die het kan zien of het ons moeilijk kan maken.
"Ik zeg altijd als ik me voorstel 'zeg maar Isa';" zeg ik voorzichtig; "Maar vrienden en familie zeggen 'Bella'." Ik maak de zin niet af, maar Ethan snapt wat ik ermee bedoel.
Maar er was nog iets af te ronden.
Het eerste losse eindje was dat we naar de kathedraal van Raana werden gesommeerd door Bisschop Ariane van Merida. Ze was in de Roode Molen bij een speciale rechtszitting van magistraat van Tesselrode veroordeeld tot verbanning terug naar Merida wegens het ontvoeren van de kinderen van de heks Ank. Maar de Bisschop had ons opgeroepen omdat ze bij ons wilde biechten. Lianna Sterkhouder, Mikhael, Riley, Giebretius, Ethan, Arnout, Steyn en ik waren aanwezig.
Een aantal van ons werd een zwarte ravenveer in onze handen gedrukt. Ik wist niet helemaal wat ik ermee moest, maar Bisschop Ariane sprak met gebroken stem een lang pleidooi. Eén voor één riep ze ons naar voren, zodat ze kon biechten. Ze begon met Mikhael, en alhoewel ik prima kon horen wat de bisschop op te biechten had, kon ik de reactie van Mikhael niet verstaan. Na een paar zinnen legde hij zijn zwarte veer in haar uitgestoken handen. De bisschop was duidelijk ontroerd dat ze vergeven was door Mikhael.
Toen Steyn naar voren werd gevraagd, vertelde de bisschop dat hij een veer van de Raaf van Gerechtigheid vast had. Nadat Steyn ook zijn veer aan de bisschop had gegeven, was het mijn beurt. De bisschop vertelde dat ik een veer had van de Raaf van Mededogen. En dat zij nu een beroep deed op dit Mededogen. Een wervelwind van gevoelens. De bisschop had inderdaad door de kinderen mee te nemen van hun moeder een burgeroorlog ontketend, maar die moeder was een bekende heks. En alhoewel zij de hele baronie bijna in scherven had achtergelaten, besefte ik me dat boetedoening begon met het erkennen en opbiechten van je fouten.
En hoe, ongeacht mijn persoonlijke gevoelens bij datgene wat werd opgebiecht, de kern van Mededogen is dat de vergeving ook gegeven wordt als het berouw oprecht is. Ik legde mijn veer in haar handen.
Giebretius en Lianna waren de enigen die hun veer niet gaven. Ze vroegen de bisschop om haar taak nog af te ronden voordat ze de laatste twee veren in ontvangst mocht nemen. Het was een emotionele scene, en een passend afscheid van de bisschop, die de volgende ochtend aan haar reis naar Merida zou beginnen.
De tweede black box was de rechtzaak van Duncan, de witte gardist die in de Roode Molen Miranda had vermoord, de zus van Vader Johannes (geen familie). Ethan had beloofd een rapport op te stellen, maar omdat hij daar (door OC redenen) niet aan toe was gekomen mocht hij in de rechtzaal zijn bevindingen delen. Vader Johannes kwam binnen stormen. Ik had hem niet herkend en probeerde hem te weren bij de deur, maar hij wilde er niks van horen. En toen ik eenmaal doorhad wie het was, kon ik natuurlijk niet meer in de weg staan.
Johannes maakte er een groot schouwspel van, en had een van zijn sycofanten meegenomen om daar getuige van te zijn. In luide stem verkondigde hij dat hij Duncan had vergeven, omdat Duncan niet het brein achter de aanslag was geweest, maar bisschop Ariane. Het venijn spatte van zijn stem. Maar de magistraat floot hem terug: daar was geen enkel bewijs voor te vinden.
Uiteindelijk had de magistraat geen andere keuze dan Duncan ter dood te veroordelen: de man had bekend dat hij Miranda had vermoord. Vanwege zijn status als paladijn van Ranaa zou hij onthoofd worden door zijn zuster in het geloof: Lianna Sterkhouder.
Lianna was duidelijk aangedaan. Later vertelde ze me dat als Johannes niet was gekomen ze misschien de magistraat nog had kunnen overtuigen om een lichtere straf op te leggen, maar het heeft niet zo mogen zijn. In de binnenplaats van het gerechtshof zwaaide haar zwaard, en het hoofd van Duncan rolde van zijn romp.
De wolken weken voor een straal van maanlicht, die heel even het lichaam van Duncan verlichtte. De raven kraaiden een paar keer.
Ik veegde een traan weg. Dit prachtige gebaar van Ranaa als troost. Ik snapte nog steeds niet helemaal waarom Duncan de moord had gepleegd. Maar deze boodschap van Ranaa, dat zelfs een moordenaar die oprecht berouw toont nog welkom is bij Haar, was overduidelijk. Duncan mocht naar Ranaa.
Een paar (IC) dagen later kwamen we aan in de Gnoomse Vrijstaat vlakbij Wateringen. Het was al wat later op de avond en na het weerzien met Dieter en Wilhelm werd ik gelijk aan een tafel gezet met Niraiya van de Mezzaida die ons bij ging praten over de problemen met de Wereld van de Stervelingen en de andere Werelden die uit elkaar dreven. Ze gaf een samenvatting wat nu de mogelijkheden waren en wat daarvoor nodig was. We konden mogelijk een connectie maken met de Wereld van Dromen, of met de Wereld van de Overledenen of misschien met de Hal van Helden waar de gevallen helden heen mochten. We moesten een gouden spinrag hebben om het fysiek weer aan elkaar te maken, een weefgetouw aan beide zijden, ritualisten en droomlopers. De grote vraag was wie we zouden vertrouwen om deze belangrijke taak op zich te nemen.
Ik dacht er even over na, en eigenlijk was het er maar eentje: Mikhael, de priester van Ranaa die ook rituelen kon. Maar ik kende maar één droomloper, en dat was Niraiya zelf...
Ik verkocht plakjes citroencake aan de avonturiers, en inquisiteur Blanckschild betaalde voor zijn plakje cake met een heuse blauwe steen. Ik stribbelde tegen, dat het veel te gek was, maar hij wilde er niets van weten.
Ook had de baron nog een brief gestuurd dat we moesten onderzoeken of er misschien heksen onder de avonturiers waren. Daar zijn we verder niet aan toegekomen. Wel heb ik van Wolfgang zijn boekje kunnen kopiëren, hij had al een lijst met namen en de vaardigheden die de lieden wilden inzetten voor 'het grote goed'. Veel kon ik daar niet van afleiden, helaas, maar het is een begin.
En er was een jongedame, Mathilde Klaver, die beweerde dat ze een bastaard van onze familie was. Wilhelm wilde er niks van weten, en schreef direct een brief naar Simon van Erpel om meer informatie te krijgen.
Ik sloot de avond af met een gesprek met Mikhael. Hij had eindelijk tijd voor me en ik haalde snel een pakje uit de kar.
"Ik weet dat als ik mijn tijd van de maand heb, dat ik wat extra steun kan gebruiken, en aangezien het net volle maan is geweest en jij Weerwolf bent, dacht ik... nouja. Maak maar open;" stamelde ik. Mikhael maakte het pakketje voorzichtig open: een aantal chocoladekoeken met extra granen. "Om je te sterken na je transformatie..." zei ik voorzichtig. Mikhael bedankte me voor dit ontzettend lieve gebaar.
We praatten verder over relaties, en ik vertelde hem dat ik niet helemaal wist hoe ik mijn inquisiteurschap kon combineren met een relatie. Ik vertelde dat we nooit ergens lang bleven, en dat eigenlijk geen van ons ooit had geleerd om een relatie stand te laten houden. Dieter was de enige van ons die ooit getrouwd was geweest. Het botste met de druk die mijn neven oplegde: dat de bloedlijn in stand gehouden diende te worden.
Maar Mikhael leek ongeroerd door mijn aandacht. Hij was erg aardig in zijn afwijzing, maar benadrukte dat hij nog maar net uit het klooster van Ranaa was vertrokken, en hij zelf nog aan het spelen en ontdekken was wat hij nu eigenlijk wilde. Wellicht dat ik dat ook eens zou moeten proberen...
Na het ontbijt de volgende ochtend werden er voorbereidingen getroffen voor een eerste ritueel, maar mijn hulp was al niet echt meer nodig. Nadat Steyn klaar was met wat kleine reparaties kon ik het smidsevuur gebruiken om soep te maken. Ik had mensen al laten weten dat ik graag hun kruiden wilde kopen, en sprak ook van de soep. Het kopen van kruiden en het hulp inhuren om de soep te bereiden zou mijn beurs wat lichter maken, en het levert iedereen wat spel op.
Ik had al kennis gemaakt met een groepje Walvisbaaiers, en Iorek wilde me prima helpen met het raspen van de wortels. Ása en Yaromir zaten in de buurt en ik genoot van hun grappen.
Zogauw de soep klaar was kwam Talorc op de proppen met een handje kruiden, of hij die kon ruilen voor een kom soep. Ik schepte zijn grote beker vol en wees op het brood en de cake die klaar stond. Iorek kreeg natuurlijk een gratis kom omdat hij had geholpen met wortels raspen, en Yaromir betaalde gewoon voor zijn soep.
Maar Mikhael was nergens te bekennen. Ik ging de gnoomse herberg in en vond hem aan een kom 'poepemmer-soep' met pinda en taugé. Ik liet hem mijn eigen soep proeven, maar hij is niet meer naar de soep die ik had gemaakt gekomen. Wel jammer, maar die jongen heeft het gewoon veel te druk.
Ik zag hem pas weer toen het ritueel ging beginnen om de Wereld van de Dromen weer vast te maken aan de Wereld van de Stervelingen. Ze verwachtten dat er 'wezens van tijd en ruimte' zouden komen in een poging het te saboteren, maar in plaats daarvan kwamen er kannibalen die wilden proberen om de Golem die de gnooms hadden gebouwd (de Gnolem) te stelen. Het ding was gebouwd met 200 blauwe stenen die voor allerlei magische rituelen gebruikt konden worden, en ze hadden er waarschijnlijk geen goede bedoelingen mee. Omdat het ritueel een stukje van de werkplaats af was, moesten we daarom onze aandacht over twee fronten verdelen. Ik zag Mathilde op de grond liggen tijdens het gevecht, en niemand keurde haar een blik waardig. Dat liet ik niet zomaar gebeuren: zo zouden we nooit weten of ze ook familie was!
De wereld schudde een aantal keer, maar uiteindelijk lukte het ritueel en overspoelden de dromen de wereld.
Ik droomde van een midzomer jaren geleden. Gijsbrecht en Bertrand wilden allebei met Isa dansen. Het was een fijne droom. Het was immers alweer maanden geleden dat ik voor het laatst had gedroomd en toen werden onze dromen beïnvloed door de demonische kaars die we uit Arendsdorp hadden meegenomen. Ik werd wakker met een glimlach op mijn gezicht.
Toen ik Dieter en Wilhelm vroeg of ze nog wisten hoe het was gegaan al die jaren geleden, en of ze Gijsbrecht en Bertrand nog kenden, lacht Dieter blij. "Die heb ik nog aan zijn enkels boven de beek gehangen!"
Wilhelm en Dieter lachen vrolijk, maar ik denk alleen maar "Geen wonder dat ik niet weet hoe een langdurige relatie werkt..."
Uit wanhoop zocht ik Iorek, Mikhael en Ethan op en vroegg hen of ze die avond met mij zouden willen dansen. Een klein beetje balsem voor de ziel misschien. Ze stemmen in, maar met de gebeurtenissen van die avond is het er natuurlijk niet van gekomen.
Mikhael was nog erg moe van het ritueel en ik ga naast hem op het bankje zitten. Ik zoek met mijn linkerhand zijn hand op, en zo zitten we daar. Steyn heeft het vast wel gezien hoe wij daar hand in hand hebben gezeten, maar hield wijselijk zijn mond. Ethan nam onderwijl ook plaats op het bankje en klaagt dat hij moe is, dus ik stel voor dat hij zijn hoofd in mijn schoot legt, dat mocht best. Nog steeds is er geen enkele van mijn drie neven die er iets over durft te zeggen. Ik kom er later wel achter dat Wilhelm Marnix nog even goed aan de tand heeft gevoeld over wat er in de Roode Molen was voorgevallen, dus deze rust is van korte duur.
Ook werd die middag de drukpers van de Ware Stem gesaboteerd door lieden die door de Orde van de Dag waren gestuurd. De avonturiers hebben dat al snel opgelost, en Octavius schrijft de Baron over het probleem (en krijgt al heel snel antwoord!). De Baron denkt erover om de twee rivaliserende kranten te fuseren en vraagt advies over wie een geschikte hoofdredacteur zou zijn.
Ik nam ook even een momentje om Iorek bij te praten over wat er eigenlijk allemaal aan de hand is. Als nieuwe avonturiers die zich pas de vorige dag bij de andere avonturiers hadden gevoegd konden ze niet heel goed doorgronden hoe de vork in de steel zat. Ik nam even een goed half uur om de beste man bij te praten. Walvisbaaiers zijn stug volk, maar heel vriendelijk als je in hun ogen 'goed volk' bent. Ik had de drie Baaiers natuurlijk al een lekker soepje gegeven die middag, en zo kon ik nog wat meer bonuspunten scoren.
Na het avondeten wilden sommige avonturiers aan de slag met het aan elkaar naaien van de Werelden. De Wereld van Magie was te ver weg om de connectie mee te maken, maar de Wereld van de Doden was wel een optie. Ik zag Mikhael nergens meer, en geesten begonnen rond te dolen. Eén van de geesten greep mijn schouder en een ijzige kou vloeide door mijn hele lichaam, alsof mijn levensenergie door de geest werd opgeslorpt. Ik hapte naar adem, en wist gelukkig los te komen. Wapens deden natuurlijk niets op de geesten dus moesten we maar goed opletten waar ze zich bevonden in de hoop ze te ontwijken.
Maar ik maakte me zorgen om Mikhael, Lianna en Riley. Geen van de Ranaa-ploeg was te vinden en ik vermoedde dat ze door 'De Scheur' naar de Wereld van de Doden waren vertrokken. Ondanks dat de kou van de aanraking van de geest in mijn botten gekropen leek te zijn ging ik toch op zoek. Ik zag Nova inderdaad bij de Scheur zitten, wachtend op Mikhael, haar weerwolf-broeder. Ik bleef goed om me heen kijken en lette ook goed op de Scheur. Eén van de ronddwalende geesten die op zoek was naar zijn huis kon ik aanwijzen dat zijn huis zich díé kant op bevond - richting de Scheur. Met geheven hoofd en ferme tred ging die geest weer terug naar de Wereld van de Doden.
Maar ik lette niet goed op. Terwijl ik de geest nakeek en probeerde te zien of Mikhael alweer terug kwam, greep een andere geest me weer vast. De ijzige kou in mijn longen liet mijn hart een slag overslaan. Ik hapte naar adem maar kreeg geen lucht. Mijn spieren weigerden mijn gewicht nog te dragen en ik zakte in elkaar, nog steeds naar adem happend.
Ik hoorde stemmen, de stem van Dieter en die van Ethan, dacht ik, maar de kou, de ijzige kou om mijn hart bleef me verlammen. De sterke armen van mijn neef hielpen me overeind, en hij droeg me weg van de Scheur. "Tijd om naar binnen te gaan." zei Dieter in een stem die geen tegenwerpingen duldde.
We gingen terug naar de warme herberg.
Na de gevechten van die middag waren de genezers compleet uitgeput, en ik werd op een stoel gezet bij de Mezzaida. Salima boog zich bezorgd over mij heen. Zij en Niraiya beloven me een make-over. Ik deed mijn kapje af en Salima haalde het knotje uit mijn haar en begon het te borstelen. "Wat heb jij mooi haar! Zonde om het zo te verbergen!"
Na het borstelen drapeerde ze een kettinkje op mijn voorhoofd en een brokaten sjaal over mijn schouders. Niraiya gaf me ondertussen een kopje thee en serveerde koekjes. Neef Dieter is niet de enige die twee keer kijkt als ze mijn nieuwe look zien...Ook Mikhael geeft een welgemeend compliment als hij terugkomt onder de levenden, maar daarna is hij druk in gesprek met mensen. Hij is ook uitgeput maar vraagt toch om een klein beetje extra energie zodat hij verder kan gaan met de wereld redden. Ik ben best wel teleurgesteld in hem, maar ik krijg niet de kans om dat tegen hem te zeggen.
Ethan lijkt verdwenen te zijn. Van dansen komt er niks die avond.
Terwijl ik zit bij te komen van de confrontatie met de geesten bespreken de Mezzaida de stand van zaken. Salima is verbolgen over hoe Mikhael me behandelt, en sprak over het "Ranaa complex": dat Ranaa volgelingen graag de wereld willen redden, koste wat kost. Dat ze aan hun eigen leven voorbij gaan, om vooral alle anderen maar veilig te houden. Ze spoorde me aan om Mikhael maar gewoon te vergeten, die zou toch nooit tijd voor me hebben...
We spreken ook over de vijf die opgeroepen worden: Giebretius, Edith, Shareefa, Fedor of Raven. Eén van hen moet zich opofferen om de deur naar de Hal der Helden te bewaken. De Mezzaida hebben een uitgesproken mening over Hugo, die de deur van de Hal dichthoudt voor Septish helden. Shareefa bevestigt dat zij ook een aanhanger van Septish is en de kritiek op Hugo is niet te min. De Mezzaida hebben geen goed woord voor hem over.
Ik spreek kort met Giebretius en de familie, en Gieb neemt alvast afscheid. "Er is geen enkele kans dat ik Fedor dit laat doen;" zegt Giebretius stellig. "Die man heeft een zoontje van acht. Hij heeft nog iets om voor te leven." Een traan rolt over mijn wang en ik ben blij dat ik nog met hem heb kunnen spreken voor hij de keuze maakt. Niet lang daarna was Giebretius nergens meer te vinden: vertrokken in het holst van de nacht naar de troon die over de Hal der Helden waakt.
De volgende ochtend worden we gewekt door het brandalarm (te gevoelige rookmelders) om even na acht uur, een mooi moment om dus toch maar op te staan. Na het ontbijt ben ik met de kar bezig in de smidse als ik ineens Ethan uit het bos zie komen. Blijkbaar had hij zich daar verstopt de vorige avond. Hij vraagt bezorgd of het met mij ook weer gaat. Blijkbaar was hij het geweest die me had opgeraapt bij de Scheur naar de Dodenwereld. Dieter had het echter al snel van hem overgenomen.
"Je snapt, nadat ik door die geesten was aangeraakt is er niets meer van het dansen gekomen." zei ik sip.
"Daar is nog een mouw aan te passen;" reageert Ethan droog. Hij houdt zijn linkerhandhand uit, en ik leg mijn rechterhand erin. Zonder muziek, zonder familie, alleen hij en ik. Samen langzaam dansen in de smidse.
Ik keek regelmatig over mijn schouder of één van mijn neven toevallig in de buurt was. Wat ze met Ethan zouden doen als ze ons zo zouden zien, weet ik niet. Maar we maken de dans ongestoord af, een heel mooi rustig momentje voor ons samen.
We lopen apart terug naar de groep. Inquisiteur Blanckschild had ons opgedragen om de Gnolem weer op te halen die die nacht is gestolen door de kannibalen en de groep verzamelt zich. De rollen worden verdeeld en de leidinghebbenden aangewezen. Ik schaar me bij Edith en de genezers, enerzijds omdat ik natuurlijk een klein beetje kan genezen ('moet ik er even een kusje op doen?') maar ook omdat ik met mijn sabel aan mijn riem ook wel echt in staat ben om te helpen.
We reizen af naar waar de Vreters zich ophouden, maar zij staan klaar voor ons. Af en toe rijzen de kannibalen uit de aarde omhoog, en de gewonden kunnen maar moelijk bij de groep blijven. Af en toe kijk ik of Ethan het nog redt, en als we dan oogcontact maken en weten we dat alles nog in orde is met de ander.
Met Steyn, Dieter en Wilhelm gaat het minder soepel. Zij lopen met de krijgers mee en vangen de zwaarste klappen. Gelukkig komen we zonder al teveel kleerscheuren aan bij de Gnolem. Ik zie twee weerwolven het gevecht in duiken, en vraag me af welke van de twee Mikhael is.
Gelukkig weten we de Gnolem terug te veroveren, en de rode (demonen-)steen te verwijderen, zodat de Gnolem weer onder de controle van de Gnomen staat. Vanaf dat moment gaat het gevecht veel beter. De Gnolem kent commando's als 'papier drogen' en gooit dan een hete straal vuur naar voren. De Vreters kermen het uit. Uiteindelijk zijn ze allemaal verslagen en kunnen we met de Gnolem weer terugkeren naar de herberg.
Ethan belooft om ons te helpen met het vinden van een huis, zodat we niet zoveel meer hoeven rond te reizen. Iedereen begon gelijk met hun wensen te uiten. Wilhelm wilde een mooie werkkamer voor zijn boeken, Dieter wilde wel een schuur voor zijn houtbewerking en voor het wild wat hij kon jagen, en Steyn wilde wel een smidse aan huis. En ik wilde natuurlijk een keuken, maar dat was wellicht de makkelijkste eis.
Ook leende Ethan een kaart van één van de Gnomen waar allemaal goblin tunnels op staan. We krijgen ook een groot stuk papier uit de drukkerij en we zonderen ons samen af om de kaart zo netjes mogelijk over te trekken. De neven blijven buiten staan, en ik kan dus net ietsje dichterbij Ethan staan, nu er niemand is die het kan zien of het ons moeilijk kan maken.
"Ik zeg altijd als ik me voorstel 'zeg maar Isa';" zeg ik voorzichtig; "Maar vrienden en familie zeggen 'Bella'." Ik maak de zin niet af, maar Ethan snapt wat ik ermee bedoel.
