Weerklank 4
Nov. 4th, 2024 06:22 pmDeze keer zou ik met NPC Marco meerijden naar Weerklank. Maar toen we de straat uitreden bleek dat de versnellingspook van zijn auto automatisch terugsprong naar de derde versnelling. Hij parkeerde de auto in een parkeerhaven en kon gelukkig van zijn ANWB lidmaatschap gebruik maken. We waren zelfs nog zo dicht bij huis dat Eisirt nog even gezellig met ons kwam kletsen terwijl we wachtten.
De ANWB repareerde vakkundig de kabel tussen het motorblok en de versnellingspook en we vertrokken net na vijven met onze Fiësta, omdat Marco's Suzuki eigenlijk de snelweg niet meer op mocht. Hij kon er in ieder geval na het weekend wel weer veilig mee naar huis gaan, en omdat Eisirt niet hoefde te werken was dit een prima oplossing (anders had Eisirt moeten fietsen!).
Maar zo begon mijn weekend al met een zware chagrijnige bui. Marco is nogal praatgraag en was onderweg vooral aan het filosoferen waar hij voorzag dat het mis kon gaan op Weerklank. Nadat zijn personage was overleden tijdens een eerdere Weerklank had hij al een beetje achter de schermen kunnen meekijken, en hij had natuurlijk het plotboek gelezen, dus wist hij wat meer over de insteek. Ik vond het moeilijk om het gesprek nog een beetje de positieve kant op te sturen, maar gelukkig vroeg hij wel tussen neus en lippen door waar ik zin in had om mee te spelen.
Vrijdagavond
Gelijk na het avondeten zaten de Stamleden aan een tafel bij elkaar te handelen. Weerklank werkt nog steeds met de doelen dus tijdens het evenement moet jeColonisten van Catan spelen je best doen om voldoende voedsel en hout of stenen of andere zaken bij elkaar zien te sprokkelen om de tijd tussen de evenementen komende tijd te overleven en verder te bouwen aan het dorp. Waar het eigenlijk dus de bedoeling is dat je hier spel mee maakt en niet gewoon "mag ik twee wol ruilen voor vijf hout?" zegt.
Dus we zaten aan tafel met een aantal Scharhevenaren die handelscontacten hadden, en konden in een half uurtje alle doelen afvinken. Ik moest 12 Eindproduct Erts (!) regelen samen met Hannes voor de reparatie van de boshut. Ik kon mijn Ruwe voedsel handelen met Hendrick Meedemaaker die er dan mede van kon stoken, en zo had ik Eindproduct voedsel om de komende tijdlallend door het dorp te gaan in ieder geval mijn voedsel voor de komende tijd bij elkaar had. Hannes heeft er dus niks voor hoeven doen om onze Boshut te repareren en ik kon gewoon verder gaan spelen zonder belast te zijn door mijn doelen.
Nouja, ik moest ook bepaalde Kennis verzamelen, maar dat is al helemaal prut. Random people aanspreken is niet mijn sterkste kant en 'ken jij misschien nog onverwachte contacten' is niet een hele goede openingszin.
Bertrand (onze nieuwe mandaatschrijver) had niet stilgezeten en gaf mij een prachtig nieuw mandaat om te jagen. Er stond duidelijk in vermeld wat mijn taken waren en dat ik de wildstand op peil moest houden terwijl ik ook voedsel jaagde. Omdat Waldlisse sinds een half jaar geen expeditie meer is moest iedereen een nieuw mandaat, en ik kon er nu eentje krijgen met mijn nieuwe naam. Helemaal prima.
Buiten was het inmiddels donker, dus ging ik aan de rand van het dorp kijken. Ik sprak kort met Ino en we keken langs waar de nacht met de sterrenhemel overging in het onnatuurlijke Duister. Ik hoorde stemmen en gegil verderop en we gingen daar kijken. Wellicht reizigers die onderweg overvallen waren door Duisterlingen?
Het bleken Vrouwe Corcra en Vrouwe Eola te zijn die op weg terug waren van de Fora Supra, een belangrijke gebeurtenis voor de Foranezen. Ze waren onderweg ook andere reizigers tegengekomen die zich bij hun stoet hadden aangesloten, en Ino en ik begeleidden hen terug naar het veilige dorp.
Omdat ik inmiddels een nieuw pantser had en er geen uitzicht was op een oplossing waardoor ik terug zou kunnen keren naar huis, was het tijd om dat hoofdstuk af te sluiten. Ik houd ontzettend veel van mijn man Sacha, maar ik zou hem nooit meer onder ogen kunnen komen (ook omdat mijn schoonvader een bullebak eerste klas is waar ik heel bang voor ben). Dus vroeg ik Hannes Hakker om zijn bijl te pakken en mijn oude pantser te bewerken zodat het net leek alsof Ksenja was omgekomen. Toen hij klaar was nam ik mijn dolk ter hand en sneed ik in mijn onderarm om ook wat bloed op het pantser te smeren.
Tybor was welwillend om het pantser terug te sturen naar Udmurtia. Het zou een dure aangelegenheid zijn en ik zou flink bij hem in het krijt staan. Maar hopelijk zou het ook betekenen dat ik verder kon met mijn leven zonder steeds over mijn schouder te moeten kijken. Ik had hem de brief van Boris gegeven en uitgelegd dat met het opsturen van het pantser de kous hopelijk af zou zijn, en daar wilde hij wel mee helpen. Voor een prijs dus.
Ik stelde Bertrand en Hendrick voor aan Elisabeth Boeckwachter, de nieuwe zuster uit Scharheve en zij gingen gelijk plannen maken voor een bibliotheek. Alsof de Centrale Bibliotheek al wist van Elisabeth's plannen hiervoor kwam een broeder uit Scharheve een grote lading hout brengen zodat we daarmee konden beginnen. En ik kocht een Scharhevenaarse courant. Voorpaginanieuws was dat de Centrale Bibliotheek van Wilhelm was afgebrand en er slechts een klein deel van de boeken gered had kunnen worden. Extra reden dus om voort te maken met de bibliotheek!
In de courant stonden verder nog andere berichten die me opvielen. Blijkbaar was de pasgetrouwde zoon van Boris (ja, mijn schoonvader Boris) na zijn recente huwelijk (Weerklank 3) verdwenen en was er een zoektocht op touw gezet.
Oei, een zoektocht naar Sacha? Ik hoopte dat het niets ernstigs was. Mijn hart maakte een klein sprongetje. Boris had namelijk een vermoeden dat ik in het Duister zat (omdat ik OC opzettelijk daaraan refereerde in mijn brief aan Sacha), en wat nu als Sacha naar mij op zoek was? Ik wist niet precies hoe ik zou reageren als Sacha ineens voor mijn neus zou staan. Zou hij me kunnen vergeven dat ik zijn broer had vermoord? Zou hij me in zijn armen sluiten? Of zou hij me kwaad willen doen of voor het gerecht slepen omdat ik zijn broer had vermoord.
Of tja, het kon natuurlijk ook betekenen dat de zoekpartij ineens hier aan de deur stond...
Er was ook nog een ander artikel in de courant: dat de Centrale bibliotheek op zoek was naar meer informatie over de dolk waarmee Johanna was vermoord. Dat was waarschijnlijk een directe reactie op mijn brief aan hen dat wij deze dolk gevonden hadden. Maarja, ik had hen alle informatie al gegeven in een brief. Of tenminste: de informatie die ik veilig achtte te delen in een brief die door het Duister zou gaan.
Zaterdag
Na het ontbijt stond ik klaar om het bos in te gaan. Op pad gaan om voedsel te verzamelen was eigenlijk helemaal niet nodig - de handelaars konden zat voedsel verkrijgen om iedereen eten te geven, maar al sinds Weerklank 3 wilde ik iemand anders leren hoe ik kon jagen in het Duister. Het was iets wat Amanda mij had geleerd tijdens Weerklank 1 en het zou leuk spel opleveren om dit aan anderen te leren. Zo stonden Ulat en Agnaerr klaar om mee te gaan.
Maar oh nee, het Blauwe Vogeltje... Spelleider Johan zijn plot. Vorige Weerklank was de groep van het Blauwe Vogeltje nog opgedragen om het bos in te gaan voor een meeting die net zo goed een e-mail had kunnen zijn. Ik was er nog boos van. En ook deze keer moest de hele groep van het Blauwe Vogeltje op komen draven, want we hadden allemaal dezelfde droom gehad - en deze droom moesten we deze ochtend uit gaan spelen.
Ik had daar zo geen zin in. Opdraven om een gezamenlijke droom uit te spelen? Wat een onzin. Het krampachtige en autistische van deze SL zette mijn haren recht overeind en ik wilde nu niet mijn stukje spel uitstellen, zeker niet omdat de twee heren al klaar stonden om met mij het bos in te gaan. Bovendien was de groep nog niet compleet, moest Linde nog kolven, en zouden we dus nog x tijd moeten wachten voor deze droom uberhaupt kon beginnen. No thank you.
SL Job nam me even apart. "Dan heb jij wat anders gedroomd. Jij ziet het Blauwe Vogeltje, en zogauw je die ziet, steek je die neer met de Dolk. Het is voorbij in een flits."
Ik grijnsde. Dat was een heel, heel goede nachtmerrie die prima aansloot op het nare karakter van de Moordenaarsdolk. Ik nam me voor om later met de groep van de Blauwe Vogel te overleggen wat mijn droom kon betekenen en te horen hoe hun dromen waren geweest.
Helaas bleek mijn voorgevoel correct te zijn. De spelers van de Blauwe Vogel club hebben heel erg lang moeten wachten tot ze eindelijk konden vertrekken, Linde werd achtergelaten ondanks dat haar beloofd was dat ze gewoon kon kolven en er op haar gewacht zou worden, en toen iedereen weer bij elkaar in het dorp bijeen was, had niemand echt tijd om het over deze nachtmerries te hebben, dus er is van mij uit geen spel meer mee geweest.
Met Agnaerr en Ulat liep ik het bos in en we struinden voorzichtig door het bos. Ik gaf aanwijzingen over hoe de beesten zich gedroegen in het Duister en wees plekken aan waar ik verwachtte dat konijntjes en ander klein wild door zouden sluipen. Met een pijl en boog jagen in het Duister was eigenlijk niet te doen, dus we moesten het vooral van vallen hebben. Ik deed mijn lantaartje uit en volgde mijn jagershart. Dankzij de kracht van Keh'lev voelde ik me steeds meer thuis in het Duister en kon ik veel verder zien zolang ik maar jaagde en me gedroeg als een jagend dier.
Na een tijd draaiden we om om naar het dorp terug te gaan, maar ons richtingsgevoel was niet heel goed. We dwaalden en dwaalden en kwamen al snel tot de conclusie dat we verdwaald waren. Met de laaghangende bewolking was het lastig om de zon te zien en omdat het rond het middaguur was zou die ook bijna recht boven ons hoofd staan en dus niet veel uitsluitsel kunnen bieden. En geen van ons drieën had een telefoon op zak (ik ben trots op ons, we wilden vooral genieten van het spel!).
Gelukkig kwamen we een man met een lieve hond (Liva) tegen, die ons wel de weg wilde wijzen. Hij vertelde dat zijn hond snel bang was en daarom zo blafte, en hij probeerde haar te laten wennen met veel rust en aandacht en liefde. Wij zagen er natuurlijk ook heel spannend uit, maar na een tijdje wilde Liva wel een brokje uit de hand van Heinze (Agnaerr) eten en toen was hij ineens niet eng meer.
Deze man bracht ons inderdaad terug naar de Pannenhuisstraat en we kwamen moegewandeld terug van onze jacht. Gelukkig was de spelleiding wel zo vriendelijk om ons ook Ruw Voedsel te geven voor onze tocht.
Na een welverdiende tosti sprak ik even kort met de schout Rashmardibu. Er was nog altijd geen mandaat voor mij - dus mijn aanstelling als hulpschout was nog niet rond. Wel vroeg hij mijn hulp: er was een magistraat die op zoek was naar informatie over Juan Serpentjager en het zou heel erg helpen als ik kon vertellen dat Ksenja valse geruchten had verspreid dat deze Juan een moord had gepleegd. De schout vertelde me precies wat ik zou moeten zeggen en ik luisterde goed.
Toen deze magistraat met zijn notulist met mij ging zitten voelde hij mij goed aan de tand. Ik vertelde hem dat een andere jager genaamd Ksenja mij genoeg vertrouwde dat ze mij verteld had dat ze gechanteerd werd door iemand. Dat ze van hem deze valse geruchten moest verspreiden. En dat ze in het Duister was omgekomen, waar Tybor meer over kon vertellen.
De magistraat pakte mij stevig bij mijn keel in een poging me te intimideren, maar dat lukte maar half. Hij zag er niet al te sterk uit.
De notulist schreef braaf alles op maar de magistraat hield mijn mandaat vast en weigerde deze terug te geven tot ik beloofde om meer onderzoek te doen. Te vragen aan Tybor Schoonewortal wie Ksenja kon chanteren.
Nadat de magistraat me met rust liet rapporteerde ik terug aan Rashmardibu. We spraken kort met Tybor en stelden hem op de hoogte van dit onderzoek. Omdat Tybor toch ook niet al te netjes is met de regeltjes knikte hij gretig - hij wilde ons hier best mee helpen. Als de magistraat hem zou vragen of ik nog bij hem geweest was en gevraagd had naar Ksenja, kon hij dit inderdaad beamen. Hij was natuurlijk op de hoogte dat Ksenja nu officieel dood was, en ik stond diep bij hem in het krijt.
Tybor vroeg Rashmardibu: "Heb je nog iets van mij nodig?"
De schout antwoordde dat hij en Zenobia nog voedsel nodig hadden voor de rest van de week, en Tybor knikte. "Dat kan Katya wel voor jullie regelen." Hij keek betekenisvol naar mij. Ik verwachtte niet dat dit het enige was wat hij van mij verwachtte als terugbetaling voor de gunst en dat er nog veel meer gevraagd zou worden in de toekomst, maar dit kon ik direct regelen.
Ik stond op en liep naar Herm Dio om voedsel te kopen. Binnen vijf minuten was ik terug met een aantal versgebakken broden voor Rashmardibu en Zenobia. "Dan is dat vast geregeld. Ik zie het nog wel gebeuren dat er morgen iets tussenkomt waardoor ik niet op jacht kan..."
Hannes kwam naar me toe. Hij had hulp nodig: de Blauwe Vogel groep moest iets gaan doen met de Dolk en daarvoor moesten ze door een portaal, maar met de Dolk op zak mocht hij niet door de ruimte waar de portalen openden. Dus als ik de Dolk tijdelijk in bewaring kon nemen, kon hij door de deur en kon ik die daarna afleggen. De Dolk was namelijk nog steeds erg kieskeurig: ik mocht de Dolk bij mij dragen, maar zo gauw iemand anders de Dolk oppakte was de Dolk direct weer bij Hannes. Dus we spraken af dat ik dat zou doen.
Ik vond het nog steeds jammer dat de Dolk bij Hannes was, maar zo gauw ik hem door de deur zag stappen en hij verdween, gaf ik de Dolk aan Gijsbrecht, die verrast opkeek toen deze direct verdween zogauw hij hem aanpakte.
Er verschenen precies op dat moment een aantal monsters. Eén daarvan had grote schubben en horens, een andere had een geheel zwart gezicht. Ik baalde dat ik mijn pijlenkoker had afgelegd na onze boswandelingdwaling, en ik probeerde met mijn twee messen de beesten op afstand te houden. Gelukkig waren de dorpelingen snel paraat met hun wapens en zo snel er een monster viel verdween het lijk. We konden dus niet zien of onderzoeken wat het precies waren voor wezens. Misschien Duisterlingen?
En daarmee was het (voorlopig) tijd uit voor mij. Ik werd verwacht bij de 70e verjaardag van Bernadette dus ik ging me omkleden in nette kleren en richting Rotterdam. Het was al na tienen toen ik terugkeerde bij het evenement.
Ik was nog wel op tijd voor de bruiloft van Hannes en Aurelia, die bij het graf van Leonardo trouwden. Ik verzekerde ze dat ik die nacht elders zou slapen zodat zij samen in de boshut konden liggen en niet gestoord zouden worden. Daarna ben ik met Rashmardibu en Zenobia in de taveerne de Blauwe Lantaarn gaan zitten om wat te snacken, voor het tijd was om naar bed te gaan.
En er was nog een confrontatie met een of ander beest, wat onze wil overnam en Rashmardibu en mij met getrokken wapens tegenover elkaar zette. Hij dreigde dat we elkaar zouden neersteken.
Rashmardibu zei "Dit is niet de dag dat ik sterf."
Ik zei "Ik vertrouw je."
Eeeeeen toen verdween het monster weer.
Zondag
's Morgens na het ontbijt zag ik Peter van Hephaestus Aperture met zijn camera al paraat staan en ik vroeg hem een aantal foto's te maken van mij in mijn fijneKsenja Katya kostuum. Ik had mijn boog en pijlen klaar en schoot op 20 meter op een boom. De doffe plof van een pijl die op de stam van de boom stuiterde was heel bevredigend. Dit waren de eerste pijlen die ik dit weekend had gelost.
Ik ging ook op de foto met Rashmardibu en Zenobia, de schout en zijn hulpschoutjes.
Ik greep elke kans aan om het kersvers getrouwde stel tips te geven. Zo raadde ik Hannes aan om zijn Aurelia rustig te laten liggen na de daad, en dat het wellicht zou helpen als zij een kussentje onder haar billen zou leggen, en haar knieën gebogen omhoog, om het zaad des Wilhelms de tijd te gunnen om eenen vruchtbaaren bodem te vinden. En ik raadde Aurelia aan om minstens vier eieren per dag te eten om de vrucht een goede voedingsbodem te geven. (En meer van dat soort ontzettende cringy tips!)
Er kwam een delegatie Duisterlingen uit het woud lopen. Vrouwe Corcra bood Raven, de leider van de Duisterlingen, een sjaal aan om hen veilige doorgang te beloven in het dorp, zolang zij zich aan de wetten en regels zouden houden.
Op dat moment riep Tybor als volksvertegenwoordiger een vergadering uit, zodat de Scharhevenaren niet aanwezig zouden zijn bij deze onderhandelingen, waar de vlam nog wel eens in de pan kon slaan.
De Scharhevenaren kwamen samen en we bespraken de belastingen en Tybor kondigde aan dat hij wilde stoppen als Volksvertegenwoordiger. Hij ging een rol vervullen die met de belastingen samen zou hangen en hij wilde niet dat er twijfel zou ontstaan dat er belangenverstrengeling zou zijn.
Hannes, Hendrick en Baarent wilden zich wel kandidaat stellen, en uiteindelijk werd Baarent verkozen. Zijn connecties met het handelshuis zou daarin ook helpen.
De altijd drukbezette Vrouwe Corcra had nog één momentje tijd om ein-de-lijk mijn mandaat tot hulpschout te ondertekenen.
En initieel was het een cadeau van Raven die ons een vrijgeleide door hun gebied zou geven en ik had wel oren naar zo'n vrijgeleide. Kleine Raaf zei dat ze mij eerst beter wilde leren kennen voor ik ook een vrijgeleide zou krijgen, dus gingen we samen in het Duister jagen. Ze vertelde mij dat het veel te maken had met wie de grootste jager in het Duister was. Ze bood mij een plek aan, maar ik had nog teveel gevoel bij mijn mede stamleden.
Hendrick zou diezelfde middag nog in het huwelijk treden met Corina Regelneef en Martine Vroomzijnde. Helaas heb ik daarvan de ceremonie en het voorlezen van de akte gemist (het mooiste deel van de ceremonie!). Maar ik was precies op tijd om hen te feliciteren toen er TIJD UIT werd geroepen.
-----
Ik kon maar weer moeilijk aarden op Weerklank. Heel veel van het spel gaat aan mij voorbij, en het soort spel wat er is kan ik me maar moeilijk in vinden. Zingen en dansen bij het graf van een gevallen engel? Nee dank je. Er zijn echt veel momenten geweest dat ik echt niet wist wat ik kon doen. Tijmen en Eva (Rashmardibu en Zenobia) hadden daar ook een beetje last van.
Ook de Doelen leveren niet echt spel op - er is voedsel zat en je kunt voor alles handelen, dus ik hoef echt het Duister niet in om te jagen. Voedsel laat je gewoon met een handelaar komen.
En ik was ook niet nodig om mensen door het Duister te begeleiden. Door de portalen kon iedereen zomaar van het ene naar het andere punt en het Duister is verder te eng om het dorp te verlaten. Mijn binnenspels nut is dus non-existent.
Ik was ook heel blij dat ik me kon losscheuren van het Blauwe Vogeltjesplot. Ik zat daar heel erg mee in mijn maag en dit was echt een bevrijding. Maarja, als het Blauwe Vogeltjesplot dan ook het enige plot was waar ik bij aan kan haken blijft er weinig over.
Wat dat betreft: rondlopen in pantser met een zware pijlenkoker en een boog die bij elke hoek in de weg zitten is geen pretje. Het is ook heel logisch dat ik in het dorp dat ding niet draag. Maarja, als er dan een buts is kan ik ook niet schieten. Ach, er waren welgeteld TWEE butsen dit evenement, waarvan ééntje 's nachts plaatsvond. Dus ja, jammer dat ik de boog niet klaarstond, maar ergens ook een hele valide en fijne keuze. (Het pantser en schapevachtje wat ik draag zijn op zich al oncomfortabel genoeg.)
Ik had zo'n hoop voor dit evenement. Ik had een brief geschreven dat we die Dolk hadden gevonden, maar daar werd echt niets mee gedaan. Nouja, er stond een advertentie in de krant met een oproep om informatie te delen met de bibliotheek. Niet iets waar op dat moment dus spel uit zou komen.
Ik had toch een priester of paladijn verwacht die ons aan de tand kwam voelen hoe we aan die Dolk kwamen, of hoe ik die Dolk uberhaupt had herkend. Ook had mijn brief onderschept kunnen worden door het Duister en hadden er dieven kunnen komen om die Dolk te stelen. Maar niets van dat alles.
Of die brief die we vorige Weerklank hadden verstuurd, waarin gevraagd werd of Hannes en Katya paladijnen mochten worden? Daar hebben we ook nooit meer iets van terug gehoord.
En dan het verhaal dat Sacha verdwenen was. Natuurlijk mis ik Sacha nog steeds - Ksenja was verknocht aan hem - maar twee jaar na het begin van dit evenement is het toch ook logisch dat Ksenja verder gaat met haar leven. Ik kan niet eindeloos huilie-huilie blijven doen en me als slachtoffer gedragen. Nee, ik had de knoop doorgehakt om een nieuw leven op te gaan bouwen. Daarom zou een confrontatie met Sacha (of anderen uit het dorp) echt een perfecte scène geweest zijn. Boosheid, verdriet, drama, verzoening?
Nee. Het was een berichtje in de krant en daarna geen kik meer.
Stiekem was het verdwalen in het bos toch wel één van mijn hoogtepunten dit live. En dat is best triest.
Voorlopig was dit dus mijn laatste Weerklank. Ik houd het voor gezien. Er zijn echt nog wel nieuwe aanknopingspunten te bedenken. Zo kunnen de schout, Zenobia en ik een prima terreurslag uitvoeren door op alle vooroordelen te ageren. Er is iets verdwenen? Dan zetten we alle Splitters bij elkaar om te zien wie het gedaan heeft want de Splitters zijn allemaal vuile dieven.
En alhoewel Ksenja getrouwd was, is Katya dat natuurlijk niet. Toen de Scharhevenaren dat doorhadden, deden bijna alle heren me een voorstel. (Tybor als eerste, want die had die loophole bedacht.) Dit was bij tijd-uit, en zou dan volgend evenement gaan gebeuren.
Jammer, maar helaas. Ik ga het niet meer doen. Fini.
De ANWB repareerde vakkundig de kabel tussen het motorblok en de versnellingspook en we vertrokken net na vijven met onze Fiësta, omdat Marco's Suzuki eigenlijk de snelweg niet meer op mocht. Hij kon er in ieder geval na het weekend wel weer veilig mee naar huis gaan, en omdat Eisirt niet hoefde te werken was dit een prima oplossing (anders had Eisirt moeten fietsen!).
Maar zo begon mijn weekend al met een zware chagrijnige bui. Marco is nogal praatgraag en was onderweg vooral aan het filosoferen waar hij voorzag dat het mis kon gaan op Weerklank. Nadat zijn personage was overleden tijdens een eerdere Weerklank had hij al een beetje achter de schermen kunnen meekijken, en hij had natuurlijk het plotboek gelezen, dus wist hij wat meer over de insteek. Ik vond het moeilijk om het gesprek nog een beetje de positieve kant op te sturen, maar gelukkig vroeg hij wel tussen neus en lippen door waar ik zin in had om mee te spelen.
Vrijdagavond
Gelijk na het avondeten zaten de Stamleden aan een tafel bij elkaar te handelen. Weerklank werkt nog steeds met de doelen dus tijdens het evenement moet je
Dus we zaten aan tafel met een aantal Scharhevenaren die handelscontacten hadden, en konden in een half uurtje alle doelen afvinken. Ik moest 12 Eindproduct Erts (!) regelen samen met Hannes voor de reparatie van de boshut. Ik kon mijn Ruwe voedsel handelen met Hendrick Meedemaaker die er dan mede van kon stoken, en zo had ik Eindproduct voedsel om de komende tijd
Nouja, ik moest ook bepaalde Kennis verzamelen, maar dat is al helemaal prut. Random people aanspreken is niet mijn sterkste kant en 'ken jij misschien nog onverwachte contacten' is niet een hele goede openingszin.
Bertrand (onze nieuwe mandaatschrijver) had niet stilgezeten en gaf mij een prachtig nieuw mandaat om te jagen. Er stond duidelijk in vermeld wat mijn taken waren en dat ik de wildstand op peil moest houden terwijl ik ook voedsel jaagde. Omdat Waldlisse sinds een half jaar geen expeditie meer is moest iedereen een nieuw mandaat, en ik kon er nu eentje krijgen met mijn nieuwe naam. Helemaal prima.
Buiten was het inmiddels donker, dus ging ik aan de rand van het dorp kijken. Ik sprak kort met Ino en we keken langs waar de nacht met de sterrenhemel overging in het onnatuurlijke Duister. Ik hoorde stemmen en gegil verderop en we gingen daar kijken. Wellicht reizigers die onderweg overvallen waren door Duisterlingen?
Het bleken Vrouwe Corcra en Vrouwe Eola te zijn die op weg terug waren van de Fora Supra, een belangrijke gebeurtenis voor de Foranezen. Ze waren onderweg ook andere reizigers tegengekomen die zich bij hun stoet hadden aangesloten, en Ino en ik begeleidden hen terug naar het veilige dorp.
Omdat ik inmiddels een nieuw pantser had en er geen uitzicht was op een oplossing waardoor ik terug zou kunnen keren naar huis, was het tijd om dat hoofdstuk af te sluiten. Ik houd ontzettend veel van mijn man Sacha, maar ik zou hem nooit meer onder ogen kunnen komen (ook omdat mijn schoonvader een bullebak eerste klas is waar ik heel bang voor ben). Dus vroeg ik Hannes Hakker om zijn bijl te pakken en mijn oude pantser te bewerken zodat het net leek alsof Ksenja was omgekomen. Toen hij klaar was nam ik mijn dolk ter hand en sneed ik in mijn onderarm om ook wat bloed op het pantser te smeren.
Tybor was welwillend om het pantser terug te sturen naar Udmurtia. Het zou een dure aangelegenheid zijn en ik zou flink bij hem in het krijt staan. Maar hopelijk zou het ook betekenen dat ik verder kon met mijn leven zonder steeds over mijn schouder te moeten kijken. Ik had hem de brief van Boris gegeven en uitgelegd dat met het opsturen van het pantser de kous hopelijk af zou zijn, en daar wilde hij wel mee helpen. Voor een prijs dus.
Ik stelde Bertrand en Hendrick voor aan Elisabeth Boeckwachter, de nieuwe zuster uit Scharheve en zij gingen gelijk plannen maken voor een bibliotheek. Alsof de Centrale Bibliotheek al wist van Elisabeth's plannen hiervoor kwam een broeder uit Scharheve een grote lading hout brengen zodat we daarmee konden beginnen. En ik kocht een Scharhevenaarse courant. Voorpaginanieuws was dat de Centrale Bibliotheek van Wilhelm was afgebrand en er slechts een klein deel van de boeken gered had kunnen worden. Extra reden dus om voort te maken met de bibliotheek!
In de courant stonden verder nog andere berichten die me opvielen. Blijkbaar was de pasgetrouwde zoon van Boris (ja, mijn schoonvader Boris) na zijn recente huwelijk (Weerklank 3) verdwenen en was er een zoektocht op touw gezet.
Oei, een zoektocht naar Sacha? Ik hoopte dat het niets ernstigs was. Mijn hart maakte een klein sprongetje. Boris had namelijk een vermoeden dat ik in het Duister zat (omdat ik OC opzettelijk daaraan refereerde in mijn brief aan Sacha), en wat nu als Sacha naar mij op zoek was? Ik wist niet precies hoe ik zou reageren als Sacha ineens voor mijn neus zou staan. Zou hij me kunnen vergeven dat ik zijn broer had vermoord? Zou hij me in zijn armen sluiten? Of zou hij me kwaad willen doen of voor het gerecht slepen omdat ik zijn broer had vermoord.
Of tja, het kon natuurlijk ook betekenen dat de zoekpartij ineens hier aan de deur stond...
Er was ook nog een ander artikel in de courant: dat de Centrale bibliotheek op zoek was naar meer informatie over de dolk waarmee Johanna was vermoord. Dat was waarschijnlijk een directe reactie op mijn brief aan hen dat wij deze dolk gevonden hadden. Maarja, ik had hen alle informatie al gegeven in een brief. Of tenminste: de informatie die ik veilig achtte te delen in een brief die door het Duister zou gaan.
Zaterdag
Na het ontbijt stond ik klaar om het bos in te gaan. Op pad gaan om voedsel te verzamelen was eigenlijk helemaal niet nodig - de handelaars konden zat voedsel verkrijgen om iedereen eten te geven, maar al sinds Weerklank 3 wilde ik iemand anders leren hoe ik kon jagen in het Duister. Het was iets wat Amanda mij had geleerd tijdens Weerklank 1 en het zou leuk spel opleveren om dit aan anderen te leren. Zo stonden Ulat en Agnaerr klaar om mee te gaan.
Maar oh nee, het Blauwe Vogeltje... Spelleider Johan zijn plot. Vorige Weerklank was de groep van het Blauwe Vogeltje nog opgedragen om het bos in te gaan voor een meeting die net zo goed een e-mail had kunnen zijn. Ik was er nog boos van. En ook deze keer moest de hele groep van het Blauwe Vogeltje op komen draven, want we hadden allemaal dezelfde droom gehad - en deze droom moesten we deze ochtend uit gaan spelen.
Ik had daar zo geen zin in. Opdraven om een gezamenlijke droom uit te spelen? Wat een onzin. Het krampachtige en autistische van deze SL zette mijn haren recht overeind en ik wilde nu niet mijn stukje spel uitstellen, zeker niet omdat de twee heren al klaar stonden om met mij het bos in te gaan. Bovendien was de groep nog niet compleet, moest Linde nog kolven, en zouden we dus nog x tijd moeten wachten voor deze droom uberhaupt kon beginnen. No thank you.
SL Job nam me even apart. "Dan heb jij wat anders gedroomd. Jij ziet het Blauwe Vogeltje, en zogauw je die ziet, steek je die neer met de Dolk. Het is voorbij in een flits."
Ik grijnsde. Dat was een heel, heel goede nachtmerrie die prima aansloot op het nare karakter van de Moordenaarsdolk. Ik nam me voor om later met de groep van de Blauwe Vogel te overleggen wat mijn droom kon betekenen en te horen hoe hun dromen waren geweest.
Helaas bleek mijn voorgevoel correct te zijn. De spelers van de Blauwe Vogel club hebben heel erg lang moeten wachten tot ze eindelijk konden vertrekken, Linde werd achtergelaten ondanks dat haar beloofd was dat ze gewoon kon kolven en er op haar gewacht zou worden, en toen iedereen weer bij elkaar in het dorp bijeen was, had niemand echt tijd om het over deze nachtmerries te hebben, dus er is van mij uit geen spel meer mee geweest.
Met Agnaerr en Ulat liep ik het bos in en we struinden voorzichtig door het bos. Ik gaf aanwijzingen over hoe de beesten zich gedroegen in het Duister en wees plekken aan waar ik verwachtte dat konijntjes en ander klein wild door zouden sluipen. Met een pijl en boog jagen in het Duister was eigenlijk niet te doen, dus we moesten het vooral van vallen hebben. Ik deed mijn lantaartje uit en volgde mijn jagershart. Dankzij de kracht van Keh'lev voelde ik me steeds meer thuis in het Duister en kon ik veel verder zien zolang ik maar jaagde en me gedroeg als een jagend dier.
Na een tijd draaiden we om om naar het dorp terug te gaan, maar ons richtingsgevoel was niet heel goed. We dwaalden en dwaalden en kwamen al snel tot de conclusie dat we verdwaald waren. Met de laaghangende bewolking was het lastig om de zon te zien en omdat het rond het middaguur was zou die ook bijna recht boven ons hoofd staan en dus niet veel uitsluitsel kunnen bieden. En geen van ons drieën had een telefoon op zak (ik ben trots op ons, we wilden vooral genieten van het spel!).
Gelukkig kwamen we een man met een lieve hond (Liva) tegen, die ons wel de weg wilde wijzen. Hij vertelde dat zijn hond snel bang was en daarom zo blafte, en hij probeerde haar te laten wennen met veel rust en aandacht en liefde. Wij zagen er natuurlijk ook heel spannend uit, maar na een tijdje wilde Liva wel een brokje uit de hand van Heinze (Agnaerr) eten en toen was hij ineens niet eng meer.
Deze man bracht ons inderdaad terug naar de Pannenhuisstraat en we kwamen moegewandeld terug van onze jacht. Gelukkig was de spelleiding wel zo vriendelijk om ons ook Ruw Voedsel te geven voor onze tocht.
Na een welverdiende tosti sprak ik even kort met de schout Rashmardibu. Er was nog altijd geen mandaat voor mij - dus mijn aanstelling als hulpschout was nog niet rond. Wel vroeg hij mijn hulp: er was een magistraat die op zoek was naar informatie over Juan Serpentjager en het zou heel erg helpen als ik kon vertellen dat Ksenja valse geruchten had verspreid dat deze Juan een moord had gepleegd. De schout vertelde me precies wat ik zou moeten zeggen en ik luisterde goed.
Toen deze magistraat met zijn notulist met mij ging zitten voelde hij mij goed aan de tand. Ik vertelde hem dat een andere jager genaamd Ksenja mij genoeg vertrouwde dat ze mij verteld had dat ze gechanteerd werd door iemand. Dat ze van hem deze valse geruchten moest verspreiden. En dat ze in het Duister was omgekomen, waar Tybor meer over kon vertellen.
De magistraat pakte mij stevig bij mijn keel in een poging me te intimideren, maar dat lukte maar half. Hij zag er niet al te sterk uit.
De notulist schreef braaf alles op maar de magistraat hield mijn mandaat vast en weigerde deze terug te geven tot ik beloofde om meer onderzoek te doen. Te vragen aan Tybor Schoonewortal wie Ksenja kon chanteren.
Nadat de magistraat me met rust liet rapporteerde ik terug aan Rashmardibu. We spraken kort met Tybor en stelden hem op de hoogte van dit onderzoek. Omdat Tybor toch ook niet al te netjes is met de regeltjes knikte hij gretig - hij wilde ons hier best mee helpen. Als de magistraat hem zou vragen of ik nog bij hem geweest was en gevraagd had naar Ksenja, kon hij dit inderdaad beamen. Hij was natuurlijk op de hoogte dat Ksenja nu officieel dood was, en ik stond diep bij hem in het krijt.
Tybor vroeg Rashmardibu: "Heb je nog iets van mij nodig?"
De schout antwoordde dat hij en Zenobia nog voedsel nodig hadden voor de rest van de week, en Tybor knikte. "Dat kan Katya wel voor jullie regelen." Hij keek betekenisvol naar mij. Ik verwachtte niet dat dit het enige was wat hij van mij verwachtte als terugbetaling voor de gunst en dat er nog veel meer gevraagd zou worden in de toekomst, maar dit kon ik direct regelen.
Ik stond op en liep naar Herm Dio om voedsel te kopen. Binnen vijf minuten was ik terug met een aantal versgebakken broden voor Rashmardibu en Zenobia. "Dan is dat vast geregeld. Ik zie het nog wel gebeuren dat er morgen iets tussenkomt waardoor ik niet op jacht kan..."
Hannes kwam naar me toe. Hij had hulp nodig: de Blauwe Vogel groep moest iets gaan doen met de Dolk en daarvoor moesten ze door een portaal, maar met de Dolk op zak mocht hij niet door de ruimte waar de portalen openden. Dus als ik de Dolk tijdelijk in bewaring kon nemen, kon hij door de deur en kon ik die daarna afleggen. De Dolk was namelijk nog steeds erg kieskeurig: ik mocht de Dolk bij mij dragen, maar zo gauw iemand anders de Dolk oppakte was de Dolk direct weer bij Hannes. Dus we spraken af dat ik dat zou doen.
Ik vond het nog steeds jammer dat de Dolk bij Hannes was, maar zo gauw ik hem door de deur zag stappen en hij verdween, gaf ik de Dolk aan Gijsbrecht, die verrast opkeek toen deze direct verdween zogauw hij hem aanpakte.
Er verschenen precies op dat moment een aantal monsters. Eén daarvan had grote schubben en horens, een andere had een geheel zwart gezicht. Ik baalde dat ik mijn pijlenkoker had afgelegd na onze bos
En daarmee was het (voorlopig) tijd uit voor mij. Ik werd verwacht bij de 70e verjaardag van Bernadette dus ik ging me omkleden in nette kleren en richting Rotterdam. Het was al na tienen toen ik terugkeerde bij het evenement.
Ik was nog wel op tijd voor de bruiloft van Hannes en Aurelia, die bij het graf van Leonardo trouwden. Ik verzekerde ze dat ik die nacht elders zou slapen zodat zij samen in de boshut konden liggen en niet gestoord zouden worden. Daarna ben ik met Rashmardibu en Zenobia in de taveerne de Blauwe Lantaarn gaan zitten om wat te snacken, voor het tijd was om naar bed te gaan.
En er was nog een confrontatie met een of ander beest, wat onze wil overnam en Rashmardibu en mij met getrokken wapens tegenover elkaar zette. Hij dreigde dat we elkaar zouden neersteken.
Rashmardibu zei "Dit is niet de dag dat ik sterf."
Ik zei "Ik vertrouw je."
Eeeeeen toen verdween het monster weer.
Zondag
's Morgens na het ontbijt zag ik Peter van Hephaestus Aperture met zijn camera al paraat staan en ik vroeg hem een aantal foto's te maken van mij in mijn fijne
Ik ging ook op de foto met Rashmardibu en Zenobia, de schout en zijn hulpschoutjes.
Ik greep elke kans aan om het kersvers getrouwde stel tips te geven. Zo raadde ik Hannes aan om zijn Aurelia rustig te laten liggen na de daad, en dat het wellicht zou helpen als zij een kussentje onder haar billen zou leggen, en haar knieën gebogen omhoog, om het zaad des Wilhelms de tijd te gunnen om eenen vruchtbaaren bodem te vinden. En ik raadde Aurelia aan om minstens vier eieren per dag te eten om de vrucht een goede voedingsbodem te geven. (En meer van dat soort ontzettende cringy tips!)
Er kwam een delegatie Duisterlingen uit het woud lopen. Vrouwe Corcra bood Raven, de leider van de Duisterlingen, een sjaal aan om hen veilige doorgang te beloven in het dorp, zolang zij zich aan de wetten en regels zouden houden.
Op dat moment riep Tybor als volksvertegenwoordiger een vergadering uit, zodat de Scharhevenaren niet aanwezig zouden zijn bij deze onderhandelingen, waar de vlam nog wel eens in de pan kon slaan.
De Scharhevenaren kwamen samen en we bespraken de belastingen en Tybor kondigde aan dat hij wilde stoppen als Volksvertegenwoordiger. Hij ging een rol vervullen die met de belastingen samen zou hangen en hij wilde niet dat er twijfel zou ontstaan dat er belangenverstrengeling zou zijn.
Hannes, Hendrick en Baarent wilden zich wel kandidaat stellen, en uiteindelijk werd Baarent verkozen. Zijn connecties met het handelshuis zou daarin ook helpen.
De altijd drukbezette Vrouwe Corcra had nog één momentje tijd om ein-de-lijk mijn mandaat tot hulpschout te ondertekenen.
En initieel was het een cadeau van Raven die ons een vrijgeleide door hun gebied zou geven en ik had wel oren naar zo'n vrijgeleide. Kleine Raaf zei dat ze mij eerst beter wilde leren kennen voor ik ook een vrijgeleide zou krijgen, dus gingen we samen in het Duister jagen. Ze vertelde mij dat het veel te maken had met wie de grootste jager in het Duister was. Ze bood mij een plek aan, maar ik had nog teveel gevoel bij mijn mede stamleden.
Hendrick zou diezelfde middag nog in het huwelijk treden met Corina Regelneef en Martine Vroomzijnde. Helaas heb ik daarvan de ceremonie en het voorlezen van de akte gemist (het mooiste deel van de ceremonie!). Maar ik was precies op tijd om hen te feliciteren toen er TIJD UIT werd geroepen.
-----
Ik kon maar weer moeilijk aarden op Weerklank. Heel veel van het spel gaat aan mij voorbij, en het soort spel wat er is kan ik me maar moeilijk in vinden. Zingen en dansen bij het graf van een gevallen engel? Nee dank je. Er zijn echt veel momenten geweest dat ik echt niet wist wat ik kon doen. Tijmen en Eva (Rashmardibu en Zenobia) hadden daar ook een beetje last van.
Ook de Doelen leveren niet echt spel op - er is voedsel zat en je kunt voor alles handelen, dus ik hoef echt het Duister niet in om te jagen. Voedsel laat je gewoon met een handelaar komen.
En ik was ook niet nodig om mensen door het Duister te begeleiden. Door de portalen kon iedereen zomaar van het ene naar het andere punt en het Duister is verder te eng om het dorp te verlaten. Mijn binnenspels nut is dus non-existent.
Ik was ook heel blij dat ik me kon losscheuren van het Blauwe Vogeltjesplot. Ik zat daar heel erg mee in mijn maag en dit was echt een bevrijding. Maarja, als het Blauwe Vogeltjesplot dan ook het enige plot was waar ik bij aan kan haken blijft er weinig over.
Wat dat betreft: rondlopen in pantser met een zware pijlenkoker en een boog die bij elke hoek in de weg zitten is geen pretje. Het is ook heel logisch dat ik in het dorp dat ding niet draag. Maarja, als er dan een buts is kan ik ook niet schieten. Ach, er waren welgeteld TWEE butsen dit evenement, waarvan ééntje 's nachts plaatsvond. Dus ja, jammer dat ik de boog niet klaarstond, maar ergens ook een hele valide en fijne keuze. (Het pantser en schapevachtje wat ik draag zijn op zich al oncomfortabel genoeg.)
Ik had zo'n hoop voor dit evenement. Ik had een brief geschreven dat we die Dolk hadden gevonden, maar daar werd echt niets mee gedaan. Nouja, er stond een advertentie in de krant met een oproep om informatie te delen met de bibliotheek. Niet iets waar op dat moment dus spel uit zou komen.
Ik had toch een priester of paladijn verwacht die ons aan de tand kwam voelen hoe we aan die Dolk kwamen, of hoe ik die Dolk uberhaupt had herkend. Ook had mijn brief onderschept kunnen worden door het Duister en hadden er dieven kunnen komen om die Dolk te stelen. Maar niets van dat alles.
Of die brief die we vorige Weerklank hadden verstuurd, waarin gevraagd werd of Hannes en Katya paladijnen mochten worden? Daar hebben we ook nooit meer iets van terug gehoord.
En dan het verhaal dat Sacha verdwenen was. Natuurlijk mis ik Sacha nog steeds - Ksenja was verknocht aan hem - maar twee jaar na het begin van dit evenement is het toch ook logisch dat Ksenja verder gaat met haar leven. Ik kan niet eindeloos huilie-huilie blijven doen en me als slachtoffer gedragen. Nee, ik had de knoop doorgehakt om een nieuw leven op te gaan bouwen. Daarom zou een confrontatie met Sacha (of anderen uit het dorp) echt een perfecte scène geweest zijn. Boosheid, verdriet, drama, verzoening?
Nee. Het was een berichtje in de krant en daarna geen kik meer.
Stiekem was het verdwalen in het bos toch wel één van mijn hoogtepunten dit live. En dat is best triest.
Voorlopig was dit dus mijn laatste Weerklank. Ik houd het voor gezien. Er zijn echt nog wel nieuwe aanknopingspunten te bedenken. Zo kunnen de schout, Zenobia en ik een prima terreurslag uitvoeren door op alle vooroordelen te ageren. Er is iets verdwenen? Dan zetten we alle Splitters bij elkaar om te zien wie het gedaan heeft want de Splitters zijn allemaal vuile dieven.
En alhoewel Ksenja getrouwd was, is Katya dat natuurlijk niet. Toen de Scharhevenaren dat doorhadden, deden bijna alle heren me een voorstel. (Tybor als eerste, want die had die loophole bedacht.) Dit was bij tijd-uit, en zou dan volgend evenement gaan gebeuren.
Jammer, maar helaas. Ik ga het niet meer doen. Fini.