janestarz: (Daisies)
[personal profile] janestarz
Belvedère vond deze keer plaats in Kasteel Dussen, net boven Waalwijk. Marjolein en Matto kwamen mij ophalen voor een gezellige carpool, en het kasteel zou binnenspels het huis zijn van mijn wijlen opa. De Duc de Guise en zijn vrouw waren officieel wel gastheer en -vrouw, maar zij woonden er niet.

Aan het begin van de dag heb ik even kort gesproken met Theodosia Poitiers. Ik was een beetje verbaasd over haar bericht in de courant over haar aanstaande missie naar Nouvelle France, aangezien ik daar nét zelf was geweest om met de Seneca te overleggen over de handel. Maar gelukkig konden wij de handen ineen slaan: ik bood direct mijn hulp aan om het contact met de Seneca te blijven voeren, zodat er een bekend gezicht aanwezig was bij het overleg.

Toen ik één van de kamers beneden wilde betreden werd ik ontzettend verrast en overrompeld omdat ineens monsieur Ludovic Stewart tegenover mij stond. Hij glimlachte en leek blij te zijn mij te zien, en ik heb amper een correcte begroeting kunnen stamelen omdat ik echt onvoorbereid was ineens oog in oog met hem te staan. Hij was nog steeds net zo knap als toen ik hem ontmoette in de Nederlanden, al die tijd geleden. En hij wist nog precies wie ik was! Hij excuseerde zich dat hij niet op mijn brieven had gereageerd, en vertelde dat hij uitzag naar "getting re-acquainted". Ook nodigde hij mij uit om samen de lunch te nuttigen. Ik heb echt staan stamelen als een blonde bakvis, en natuurlijk zijn uitnodiging beleefd geaccepteerd.

Toen hij verder liep heb ik Duchesse de Guise even aangeklampt (met OMG OMG OMG bakvis geluiden) want ik wist oprecht niet meer wat ik moest doen. Zij positioneerde mij langs een muurtje in de centrale binnenplaats, zodat monsieur Stewart mij kon zien tijdens zijn gesprek en niet opnieuw kon vergeten.

Toen de lunch geserveerd werd haalde monsieur Stewart wat te drinken voor mij. Wij stonden net bij een tafel om te beginnen met de lunch toen Kardinaal Richelieu mij sommeerde hem te volgen. Ludovic knikte begrijpend - als de Eerste Minister roept, heb ik maar te volgen. Ik verontschuldigde mij uitvoerig, en volgde Richelieu naar een bureau in de werkkamer die hij zich toegeëigend had tijdens zijn bezoek. Cain de Montesquiou, Père René de Montesquiou, Cosimo Concini, de gouverneur van Nouvelle France Girard Desargues en ik namen allen plaats tegenover de kardinaal.
De kardinaal vroeg ons kort samen te vatten hoe ons bezoek aan Nouvelle France was gegaan. Hij benadrukte het belang van het verkrijgen van het Da Vinci koper. Toen ik vertelde dat ik met de Seneca leiders had gezeten, dat zij goud, tin, zilver en koper met ons wilden handelen in ruil voor wapens, en dat ik hen had beloofd dat Frankrijk nooit het Da Vinci koper zou mijnen omdat dat heilig was voor hen, trok hij zijn wenkbrauwen zo ver op dat zij bijna zijn haarlijn raakten. Gelukkig ging het gesprek snel verder toen ik vertelde dat ik de taal van de Seneca machtig was, als één van de weinige Fransen, en mogelijk als enige aan het hof.
Cosimo en Pere René deelden mijn mening dat wij de Seneca vooral te vriend moesten houden en dat met goede relaties het beter handelen was, en Cain de Montesquiou suggereerde dat als de relatie goed genoeg zou zijn, er misschien wel veel meer mogelijkheden zouden komen. Zoals wanneer we de vijanden van de Seneca versloegen, en diens voorraden van het Da Vinci koper konden vinden bijvoorbeeld.
Richelieu sprak zijn zorgen uit dat er wapens geleverd gingen worden aan de lokale bevolking en hoe we konden voorkomen dat deze wapens tegen ons zouden worden gebruikt. Er werd gespeeld met de gedachte wel wapens te leveren, maar slechts weinig munitie, of een kleinere hoeveelheid wapens. Cosimo was verder ook geïnteresseerd in wat ik te weten was gekomen over de vijand van de Seneca en van ons die zijn luchtschip hadden beschoten en doen neerstorten, en ik kon hem vertellen over Deyon-hek'wa-e, de vuurvogel zoals de Seneka de feniks noemden die deze vijanden op hun kleding droegen.

De kardinaal gaf ons meer tijd, om middels het initiatief van mme Poitiers de verhoudingen met de Seneca te verbeteren en de vriendschappelijke band te versterken in de hoop dat er in de toekomst mogelijk wel een bron van Da Vinci koper gevonden kon worden. Of wellicht een cadeau van de Seneca zou zijn als de betrekkingen goed genoeg zouden worden.
Mijn aanwezigheid in Nouvelle France bij de handelsmissie zou voorkomen dat de Seneca steeds verschillende mensen zouden zien, en dat anderen 'voor heel Frankrijk' zouden spreken. En blijkbaar is dat nu mijn taak geworden! Wat bijzonder hè?

Na de lunch zocht ik monsieur Stewart weer op, en omdat de Princesse de Conti, mijn tante Louise, graag een woordje met hem zou hebben, wachtten wij beleefd. Het gaf ons een momentje om over koetjes en kalfjes te keuvelen want Tante Louise was druk bezig voor de Financiële Raad. Toen dit klaar was en wij tegenover haar zaten, en na de eerste beleefdheden, vroeg tante Louise hem eens in te denken over twintig jaar, als hij zelf een dochter had, wat voor man hij voor haar zou wensen. Ludovic antwoordde beleefd en correct: dat het een man moest zijn 'in good standing' en die goed voor zijn dochter zou kunnen zorgen. Daarna vroeg tante Louise hem om te reflecteren, of hij zelf zo'n man was. Ze was beleefd genoeg, maar stelde strenge vragen. Tot ze even pauzeerde en mij er niet al te subtiel aan herinnerde dat ik had beloofd deze middag te gaan biechten. Ik werd direct gesommeerd om dat maar te gaan regelen, terwijl zij verder zou praten met Ludovic.

Ik zocht Vader Santiago op en wij gingen op een rustig plekje even privé zitten praten. Ik had eigenlijk niet zoveel te biechten, maar ik vertelde over François, hoe ik hem kende van Nouvelle France, hoe hij de naam aan had genomen van de edelman die per ongeluk was vermoord in zijn plaats, en hoe hij nu aan het hof was en eiste dat ik zijn geheim bewaarde en hem altijd Frédérique d'Ailly zou noemen. De Vader sprak rustgevende woorden hoe mij niets verweten kon worden, en hoe het zeer ongepast was dat deze man dat van mij verwachtte. Dat luchtte op. Ik vond het nog steeds wel jammer dat Frédérique niet naar het chateau was gekomen, maar Ludovic nam toch wel een groot deel van mijn gedachten in beslag.

Want toen monsieur Stewart mij vertelde dat hij op de juiste manier mij het hof wilde maken was er natuurlijk het probleem dat mijn vader in Nouvelle France woont. Ik raadde hem aan om daarom maar met de Duc de Guise te praten. Als hoofd van de familie was hij zeer betrokken bij mijn geluk, maar natuurlijk was de Duc ook een druk man. Wederom stonden Ludovic en ik braaf te wachten tot er tijd voor ons was, en ik haalde een drankje voor ons beiden. Ludovic nodigde mij uit voor een kleine wandeling later die middag, waar ik natuurlijk graag mee instemde.
Toen de Duc tijd voor ons had en Ludovic vertelde over zijn intenties mij het hof te maken, keek de Duc mij onderzoekend aan. Ik bloosde natuurlijk en knikte bescheiden. Het is zo fijn dat de Duc en al mijn familie in Frankrijk zo rekening houden met mijn gevoelens!
Ludovic verzekerde de Duc ook dat hij zijn familie, oftwel zijn neef koning James van Schotland, zou vragen, of de connectie tussen onze families zijn goedkeuring kreeg. Dat is nogal wat!

Ondertussen was de missie van madame Poitiers om geld, connecties, en alle zaken die nodig waren voor haar handelsmissie naar de Seneca en Nouvelle France te bekostigen, te verzamelen. Gelukkig ging dat voorspoedig. Ik beloofde haar bij te staan als Seneca-sprekende française, en haar in contact te brengen met mijn contacten in Nouvelle France.
Maar er was een kleine kink in de kabel. Tante Louise had mij blij verteld dat zij een bal wilde organiseren voor 'de jeugd' om hen de 'hoofse frivoliteit' te leren. Zij nodigde monsieur Stewart van harte uit op Meudon om dit bal bij te wonen.
Mijn hart maakte een sprongetje, een dans met Ludovic zou echt een sprookje zijn! Maar ik was ook bang dat mijn missie naar Nouvelle France roet in het eten zou gooien. Ik wist niet hoeveel tijd dat in beslag zou nemen, en of ik wel op tijd terug zou zijn voor het bal.

Maar ook daar werd een oplossing voor gevonden. De knappe, en sterke, kapitein Maurice beloofde zijn snelste luchtschip ter beschikking te stellen zodat ik hopelijk weer op tijd terug zou zijn in Meudon voor het bal. En een chaperonne werd ook gevonden: de vrouw van kapitein Maurice, de kapitein van het hospitaalschip was ook geïnteresseerd om de Seneca bij te staan en zou meegaan naar Nouvelle France, en tante Louise stuurde ook één van haar hofdames mee zodat mijn deelname aan het project van Mme Poitiers vast stond.

Ik praatte ook even met de andere aandeelhouders in de Banque de France. Zij hadden natuurlijk gehoord van de overeenkomst die ik had gesloten met de Seneca, en wij zochten een rustig hoekje achter een aantal boekenkasten om een privégesprek hierover te voeren. Ze vroegen mij allemaal moeilijke dingen, zoals de contracten die getekend waren en wat het onderpand zou zijn. Ik legde uit dat de Seneca niet werkten met contracten. We hadden sterke drank gedronken om de overeenkomst te sluiten. En er was geen onderpand.
Fernando de Medici sprak mij streng toe: als er een lening nodig was om de beloofde wapens naar de Seneca te krijgen, moest er toch een onderpand zijn. Gelukkig wist ik de oplossing: Mme Poitiers kon de wapens leveren en de handel met de Seneca opstarten, dus een lening was niet nodig.
De andere aandeelhouders keken opgelucht. Cain de Montesquiou had tijdens de lunch bij de bespreking met de kardinaal gezeten en had zich duidelijk zorgen gemaakt om het geld. De Duc de Montesquiou was deze keer een stuk vriendelijker dan toen wij net waren toegetreden en hij duidelijk niet met mij wilde spreken. Hij nam deze keer zelfs de moeite daadwerkelijk tegen mij te praten! En Fernando de Medici beloofde om mij eens uit te leggen wat er van ons als aandeelhouders werd verwacht. Maar hij zei ook dat, omdat hij met mijn nicht Marie-Françoise ging trouwen er toch wel zorgen waren over onpartijdigheid - nu was een meerderheid van de aandelen van de Banque de facto in handen van mensen die banden hadden met de De Guises.

Tante Louise en Elouise Mauvais, de kapitein van het hospitaalschip, wilden wel optreden als chaperonne terwijl monsieur Stewart en ik een rondje door de tuin gingen wandelen. De zon was inmiddels onder en het was donker in de tuinen, maar wij konden in ieder geval nog even praten. Ik sprak de hoop uit dat hij nog wel de tijd had gehad om aan zijn eigen zaken toe te komen, omdat hij toch veel tijd had besteed om met mijn familie te praten, maar Ludovic verzekerde mij dat hij daar voldoende tijd voor had gehad en dat de zaken in Calais onder controle leken te zijn.
Ik vertelde hem over mijn familie in Nouvelle France, mijn drie jongere zusjes en mijn broertje die de jongste van het hele stel was. En we praatten over Schotland, en hoe hij daar binnenkort naar koning James zou gaan om met hem te praten over zijn gewenste connectie met mij en diens goedkeuring te vragen.

Niet lang na de wandeling was het tijd om aan te schuiven bij het diner. Ik had de tafelschikking in de gaten gehouden. De duchesse had de hele familie de Guise aan de lange tafel van de koning geplaatst. Als gastvrouwe was dat haar voorrecht, en zij had Ludovic naast mij aan tafel gezet. Aan mijn andere kant zat Federico de Medici, die verloofd is met mijn nicht Marie-Françoise. Omdat mensen gedurende de dag de tafelschikking kunnen aanpassen is er altijd een mogelijkheid dat de persoon waar je naast had willen zitten ineens verplaatst wordt, of dat jouw plek aan tafel verandert, maar gelukkig was dat niet gebeurd. Ik had nog nooit zo dicht bij de koning aan tafel gezeten. Koningin Anna zat zelfs recht tegenover Ludovic! (En hij herkende haar initieel niet! Gelukkig kon zij daarom lachen.)

Het eten was zeer uitgebreid. We kregen een bietenparfait een een glas met pastinaak-soep, beiden erg lekker. Daarna werden allerlei kleine schoteltjes tussen de gasten gezet: een stukje zalm in een lichte saus, een buikspek die ik oversloeg, en een pompoenpuree. Na deze voorgerechten was er tijd om even de benen te strekken.
Ik vroeg Ludovic nog naar zijn plannen; hij had verteld dat hij tot voor kort weinig had gereisd, en nu steeds maar tussen Frankrijk en Schotland heen en weer reisde. En dat we elkaar natuurlijk in de Nederlanden hadden ontmoet. Ik vroeg hem wat hij graag zou willen zien als hij overal in de wereld naar toe zou mogen reizen. De gesprekken tussen ons werden steeds soepeler, en mijn hart maakte een sprongetje toen Ludovic vertelde dat hij ook graag naar de Alpen wilde, maar ook eens naar Nouvelle France zou willen reizen. We keuvelden over onze reizen en hoe Nouvelle France misschien wel heel veel op Schotland leek: ongerepte natuur en nog niet zo ontwikkeld als het Franse platteland met grote velden en boerderijen. En Ludovic en ik keuvelden over onze toekomst.
Hoe spannend! ONZE toekomst! Door met mijn familie te spreken had hij wel duidelijk gemaakt hoe serieus hij was in zijn interesse, en hij had ook al beloofd om met zijn neef, koning James te spreken. Onze koning, Louis XIII, had ook scherpe ogen, en zag direct dat er meer speelde tussen Ludovic en ik. Zowel de koningin als hijzelf bogen gretig naar voren om deze sappige roddel te horen. De koning stelde voor dat Ludovic met zijn connecties in Engeland wel op kon treden als ambassadeur voor Frankrijk aan het Engelse hof. Ik klapte blij in mijn handen. Wat een compliment! Maar de koning was gewiekst: hij stelde als voorwaarde dat hij geen vrijgezel kon hebben als zijn ambassadeur. Dus moest monsieur Stewart maar snel gaan trouwen, zodat er niemand hem weg kon kapen. De koning keek betekenisvol naar mij, en ik sloeg mijn ogen verlegen neer.
De koning wilde feitelijk ons huwelijk versnellen? Begreep ik dat nou goed?
De koning droeg Ludovic op om met de minister van Buitenlandse zaken te overleggen over het ambassadeurschap, en Ludovic ging gelijk op zoek naar Père Ramon omdat wij toch nog moesten wachten tot het hoofdgerecht geserveerd zou worden. Ik trok aan tante Charlotte haar mouw. Zij beloofde even polshoogte te nemen of er inderdaad een aanzoek zou volgen. Na een kort overleg met monsieur Stewart legde ze mij de situatie uit: hij wilde eerst de goedkeuring van zijn neef, en de Duc de Guise en mogelijk ook mijn vader, voordat er een aanzoek zou komen. Duc de Guise sprak ook even met Ludovic en gaf, na een knikje van mij, één voorwaarde: dat eerst het huwelijk van Marie-Françoise en Federico de Medici voltrokken diende te zijn. Daar moest ook voldoende ruimte voor zijn en blijven.

Het hoofdgerecht was uitstekend; er waren drie keuzes geweest: en ik was voor de vis gegaan zodat ik de rode wijnsaus niet van een rundersukade hoefde af te schrapen. Het was heerlijk, en de gesprekken aan tafel vielen even stil terwijl iedereen aan het smullen was.
Ludovic vertelde dat Père Ramon zijn goedkeuring had gegeven, maar toch had Ludovic zelf nog een gedachte die hij met mij deelde. Zijn titel als Duc van Lennox was natuurlijk een Britse titel, en hij wilde niet dat er getwijfeld kon worden aan zijn loyaliteiten. Ik stelde voor dat hij afstand zou doen van die titel zodat zijn broer die taak op zich kon nemen, en om de koning te vragen hem een titel in Frankrijk te geven. De koning leek nu goedgemutst genoeg te zijn om het hem te gunnen, en hem de mogelijkheid te geven om zijn aanstaande bruid een goed huis te kunnen bieden. En een ambassadeursschap ging vast gepaard met een goede titel, toch?
Ook nam Ludovic de moeite om me nog even eerlijk te vertellen over zijn gevoelens. Dat de koning hem een duwtje in de rug had gegeven was niet de reden dat hij in mij geïnteresseerd was. Het had alleen zijn tijdslijn versneld. Hij had sowieso interesse gehad om mij beter te leren kennen en mogelijk een verbinding tussen onze families voor te stellen, het werd slechts vervroegd door wat er aan tafel door de koning was gesuggereerd.
En hij beloofde om een aantal leden van zijn persoonlijke garde met mij mee te sturen naar Nouvelle France om mij veilig te houden. Wat een heer!

Na de toetjes (pastel de nata, een pistache petit-four, en lemon meringue, en macarons - geen van allen echt mijn ding), wandelden de mensen langzaam weer door het chateau heen. De koning kondigde aan welke projecten voldoende steun hadden weten te vergaren om doorgang te vinden, en het project van Mme Poitiers was daar een van. Ook werden er twee nieuwe verlovingen aangekondigd. Gelukkig was de koning ook op de hoogte dat er nog geen verloving was afgesproken tussen Ludovic en mijzelf, dus onze namen werden niet genoemd.
De avond sloot af met het trouw zweren aan de koning. Het was mij niet helemaal duidelijk waarom dat nodig was, maar de hoofden van de adellijke huizen mochten als eersten in koor de eed zweren, daarna gevolgd door de rest. Natuurlijk waren er een aantal mensen die niet meededen omdat zij onderdanen van Spanje of de Habsburgers waren bijvoorbeeld. Maar ik deed braaf mee.

Voordat de avond tot een slot kwam, vouwde ik een zijden zakdoekje met mijn initialen in Ludovic zijn hand. "We won't be seeing eachother for quite a while, so please accept this as a token of my affection, to remember me by..."

Wat een geweldige Belvedère!

Profile

janestarz: (Default)
janestarz

April 2026

S M T W T F S
    1234
5 678 910 11
12 1314 15 161718
19202122232425
2627282930  

Tags

Style Credit

Expand Cut Tags

No cut tags
Page generated Apr. 17th, 2026 06:37 pm
Powered by Dreamwidth Studios