Omdat ik ruim voor het Winterlive 2023 al aan had gegeven bij de spelleiding dat ik wilde gaan stoppen met Zaphira, kwam er tijdens dat live een brief uit Iis. Ze waren blij dat ik mijn afkomst erkende en graag zouden ze een ontmoeting met mij willen hebben. Er werd in een andere alinea gesproken over een 'ceremonie' maar wat dat precies inhield was nog steeds een raadsel.
Voorafgaand aan het zomerlive werkte ik met de hulp van Marjolein, Elise en Cleo aan alle zaken die achter de schermen en voorafgaand aan het evenement geregeld moesten worden. Er was toestemming dat het evenement plaats zou vinden in het jachthuis van de familie Goudhaan (familie van Elise's personage Caspar Goudhaan). Ik maakte een lijst van welke kostuums ik wilde dragen, we stelden een gastenlijst samen (met meer mensen erop dan als Zaphira dit in haar eentje mocht beslissen), en ik maakte uitnodigingen. Als kersje op de taart maakten we ook bloemetjes die op de tafels van het jachthuis zouden pronken en ik borduurde een tafelloper met mijn officiële zegel. Als last minute toevoeging werd ons door de verhaalcommissie ook gevraagd om de aanwezige kamers te verdelen onder de gasten én de NPC gasten. Nadat iedereen van de gastenlijst een slaapplek was gegeven, was er nog welgeteld één vrije slaapplek, dus als er notabelen zouden komen party-crashen zou dat een potentieel probleem zijn.
(Disclaimer...mijn geheugen is abominabel als altijd, dus ik weet niet 100% zeker dat alles in de juiste volgorde genoemd staat, maar de hoofdlijnen kloppen wel.)
Eén voor één kwamen de gasten aan, en ik stond op van mijn tafel om ze te begroeten. Nadine deelde de sleutels uit en ik praatte kort met sommige lieden. Iedereen van stand, of het adellijken of gildemeesters waren, werden persoonlijk begroet. Sommigen hadden vragen, en ik kon ze ook niet veel meer vertellen: we zouden wachten op de delegatie uit Iis, maar wat die precies hier kwamen doen was uit hun brief niet heel duidelijk geworden.
Er waren ook verrassingen die avond. Lourens had speciaal koekjes met pecannoten en kaneel gebakken als dankjewel voor de uitnodiging. Stanislav zat naast mij, en nam de koekjes in ontvangst. Ik had vroeger nogal eens enthousiast dingen aangepakt of een armband onnadenkend om mijn arm gesloten voordat deze zaken getest konden worden, en inmiddels was ik een prominent genoeg persoon dat ik niet meer klakkeloos van de goedheid van de mensen uit kon gaan. Iemand anders zou de koekjes moeten voorproeven voordat ik ze kon proberen.
Blossem kwam aan met twee brieven in zijn hand: de originele uitnodiging met zijn naam erop, en een brief van Jonkvrouwe Van Nimmen. Ik vertelde hem dat de uitnodiging voor hemzelf was, niet voor mij.
"Maar ik kan helemaal niet lezen. Ik wilde eigenlijk gewoon gaan vissen." zei Blossem.
Ik las hem zijn uitnodiging voor, maar Blossem vond het wel een beetje raar dat ik hem zou uitnodigen voor iets belangrijks. Ik was in ieder geval blij dat hij er was.
De brief die hij bij zich had van Jonkvrouwe van Nimmen was een afmelding. Zij kon er helaas niet bij zijn, en gaf aanwijzingen dat Blossem mij maar even bij moest staan bij deze festiviteiten. Dat was wel heel vriendelijk van haar.
Ik haalde een zakje uit mijn mandje en pakte één van de speldjes uit die ik had laten maken. Het speldje met een vergeetmenietje erop speldde ik op Blossem's tuniek als teken dat hij nu bij mij in dienst was. Ik gaf de rest van de speldjes aan Meester Tiberius, om uit te delen aan zijn monsterjagers. Tiberius had het een prima plan gevonden als de monsterjagers een oogje in het zeil zouden houden. Nieuws over de bijeenkomst in Gostherfell had ook in de krant gestaan, dus er was kans dat er ook ongenode gasten zouden komen. Om over de delegatie uit Iis maar niet te spreken. Naar verluid is dat land opgebroken in oorlogsvoerende stadstaten, en er reizen allerlei soorten gespuis rond: ondoden, vampieren demonen... Het was fijn dat de monsterjagers daar op voorbereid waren.
Een bode kwam mij nog twee brieven brengen. De ene herkende ik direct: het was mijn uitnodiging voor Epke van de IJzeren Toren. De andere brief had een zegel wat ik niet herkende. Ik vouwde deze nieuwsgierig open, en keek snel naar wie hem ondertekend had.
Roland Wildekind.
Ik vouwde de brief weer dicht, en besloot eerst de brief van Epke te lezen, het plezier van een langverwachte brief van Roland uit te stellen.
Het zegel van mijn uitnodiging aan Epke was verbroken en het perkament hergebruikt voor een reactie. De brief zat vol vlekken en was verder onverzegeld. Epke zei dat het hem speet dat hij er niet bij kon zijn, maar dat hij in Iis zat en niet terug kon reizen voor deze gelegendheid. Tjsa.
Ik vouwde de brief van Roland open. Het was een jaar geleden dat ik hem voor het laatst had gezien en een brief had gestuurd, en daarna had ik nooit meer van hem gehoord. Ik was heel erg aan het twijfelen geweest over welke woorden ik zou gebruiken om hem uit te nodigen, en had uiteindelijk de meest warme woorden gebruikt. Ook had ik de ketting met zijn portret weer omgehangen, voor het geval hij toch zou komen. Ik vouwde zijn brief open en las:
Mijn emoties ontvlamden en ik wist niet goed waar ik eerst boos over zou worden. Over het feit dat na mijn eerste brief ik nooit meer wat van hem had gehooord? Over de formele toon van 'hartelijk dank voor uw brief'? Het 'aanstaande huwelijk' waar ik niets van wist? Of de 'plek in mijn gedachten' en niet in zijn hart?
Ik wilde mijn schaal met koekjes van de tafel afvegen, maar ik ademde diep in, borg de brief op in mijn mandje en trok de ketting met zijn portret van mijn hals. De ketting gooide ik op de tafel waar Nadine de sleutels aan het verdelen was bij de gasten.
"Wat was dat?" vroeg iemand voorzichtig, mijn licht ontvlambare humeur in acht nemend.
"Een prachtig stuk kunst wat nu waardeloos is."
Ik zag Nadine voorzichtig de ketting oppakken en veilig wegstoppen, maar ik kon er niet meer om malen.
Sommige gasten klaagden over de rovers die in de bossen zaten, en Blossem was zijn zwaard verloren bij één van de schermutselingen. Aangezien hij bij mij in dienst was, pakte ik dat gelijk op en beloofde ik hem dat ik een nieuw zwaard voor hem zou regelen. Ik kocht bij Torg metaal en vroeg de dwerg Moira om een zwaard te smeden. Ze kwam later bij mij terug. Voor een zwaard was meer metaal nodig, dus ik moest nog meer grondstoffen vinden. Voordat ik dat kon regelen, had Blossom zijn eigen zwaard alweer terug gekregen door met zijn dolken net zo lang rovers neer te steken tot hij het zwaard weer terug had.
Maar ik verdien Blossem niet. Ik maakte 's avonds wederom de verspreking om hem een goede nachtrust te wensen. Ik zag zijn blik verstarren en realiseerde me dat ik het wéér had gedaan. Voor de val van het oude Pantheon was dat hoe volgelingen van de Brenger der Nachtmerries anderen verwensten, Blossem zit nog vast in die oude geloven en is verwoed vechter tégen de Brenger. Ik moet leren om gewoon 'Welterusten' te zeggen. Arme Blossem.
Het weer opzaterdag dinsdag was warm en het zou die dag broeierig worden, met donderwolken in de avond. 's Morgens begon de dag al slecht: mijn ketting (van de troonopvolgster) was van het nachtkastje uit mijn kamer gestolen. Ik stelde Stanislav, Caspar en Tiberius op de hoogte. "Jij slaapt in mijn kamer vanavond." zei Stanislav direct.
Ik knikte. "Ik zal een palletbed op de grond laten neerleggen. Ik wil dat je bij mij in de kamer slaapt, voor het geval ze terugkomen."
Tiberius nam het heel serieus op. Hij deed een uitgebreid sporenonderzoek van de slaapkamer, maar vond weinig. Het enige wat hij me kon vertellen was dat de dader via de deur naar binnen was gekomen, en de ketting snel had meegegrist van het nachtkastje. Ik was allang blij dat er geen moordaanslag was gepleegd, maar vroeg me wel af wat erachter zat. Caspar liet me de loper zien. Die hing aan haar riem en was niet van haar zijde geweken. Iemand had het slot opengemaakt, puur om de ketting te stelen...
Een korte tijd later kwam er een delegatie van de Orde van de Timmersteek aan, die op zoek was naar Luca. Ze vertelden dat ze op een pad in het bos een ketting hadden gevonden. Caspar hield de ketting naar mij uit, en ik liet mijn handen langs mijn zij vallen. "Ik wil dat Raistlin eerst onderzoekt of er iets mee gedaan is, voordat ik deze weer draag. Zou jij daar zorg voor willen dragen?"
Na het onderzoek kwam ze terug met de ketting. Meester Raistlin had niets nieuws aan de ketting kunnen ontdekken. Wel dat er een demon in de ketting had opgesloten gezeten en dat het een antiek juweel was. Slechts de sporen waar ik al van wist, en ik hing gerustgesteld de ketting weer om mijn hals.
De Fae hadden deze plek ook uitgezocht voor één van hun vieringen. Ze wilden een nieuwe kampioen van het Woud verkiezen, en daarvoor werden er spelen georganiseerd. De verschillende fae courts kozen (vroegen) elk een kampioen om voor hen deel te nemen aan de spelen, en de court wiens deelnemer het spel won, kreeg een stem om uit te brengen.
Toen Caspar de Fae zag aankomen schreeuwde ze mijn naam. "Waarom is Puk hier! We hadden afgesproken dat je die niet zou uitnodigen."
"Ik heb hem ook niet uitgenodigd." zei ik eerlijk. "Waarom hij juist nu hier is, weet ik niet."
Puk bevestigde dat hij niet uitgenodigd was, maar dat hij oprecht meegekomen was met de Regelmeester voor de spelen. Hij leek niet verbaasd te zijn dat er nu een groot aantal gasten aanwezig was voor een andere viering, en daar zou hij wel gretig gebruik van maken. Ik bood hem de koekjes aan die Lourens had gebakken, en Linde schonk een kopje thee voor hem in.
De rovers uit het bos kwamen ineens richting het jachthuis. Een deel van de gasten waren het bos in gegaan, dus ik voegde me achter de linie van strijders die ons veilig probeerden te houden. Het viel me op dat de rovers niet allemaal vatbaar waren voor mijn magie, en ik werd hard geraakt op mijn rechterflank. Binnen enkele seconden stond Hilde naast me, en ze riep het Wezen van het Leven aan om me te genezen.
Nadat ik de andere gewonden verbonden en behandeld had, spraken de monsterjagers even over waarom de rovers zo sterk waren, waarom zij ons aanvielen. Het was niet direct duidelijk, maar we gingen erop letten. Wat de Fae was opgevallen was dat de rovers minder emoties voelden dan verwacht. Ze stonden zij aan zij met hun maten, die gewelddadig afgeslacht werden door de avonturiers, maar ze reageerden er bijna niet op. Elke andere rover zou daar toch wel even op zijn achterhoofd krabben of zijn levenspad wel de juiste kant op ging, maar deze jongens bleven maar doorgaan ondanks dat het hun lijf en ledematen zou kosten...
Omdat de kruiden (zoals altijd) wel schaars waren, moesten we toch even het bos in voor een wandeling. Stanislav wilde wel mee, maar hij leek uit zijn hum te zijn. Hij was kortaf en gromde zijn antwoord. Rowena was met ons mee, en haastte zich om Ridder David bij te houden, die een soortgelijke houding had.
"Ik denk dat hij vergiftigd is." zei ze, terwijl ze in een drafje Ridder David volgde. "Ik zal wel een test doen om te kijken wat het probleem is."
Ik overlegde met Stanislav, maar hij was nog steeds niet te genieten. "Blijf bij me uit de buurt;" snauwde hij.
Ik stapte terug en volgde hem op een afstandje. Ik geloofde niet dat Stanislav zijn wapen zou heffen om me aan te vallen, maar ik wilde hem ook niet in een situatie brengen dat hij dingen deed waar hij later niet mee zou kunnen leven. Voorkomen was in dit geval het allerbeste, en totdat Rowena tijd zou hebben om te kijken hoe dit op te lossen zou ik op een afstand blijven.
Toen we terugkwamen bij het jachthuis stopte Stanislav bij de bosrand. "Blijf hier, tot er een oplossing is;" beval ik hem. "Anders verspreidt het als een olievlek onder de gasten."
Ridder David was inmiddels weer genezen van de aandoening, maar omdat Rowena zijn bloed had getest was zij besmet geraakt. Dat schoot natuurlijk niet op.
Ik zocht snel Luca op en vroeg om raad. Hij kwam direct met mij mee. "Het is het syndroom van Ban'ur, en dat maakt mensen heel agressief. Hij moet zijn wapens afleggen. Deze aandoening wordt overgedragen door bloed, en als er nog bloedspetters op zijn sabel zitten, kan hij daarmee opnieuw geïnfecteerd worden. En ik wil niet dat hij mij aanvalt."
Ik knikte naar Stanislav, en hij bromde en gromde een antwoord, maar deed wel wat er van hem gevraagd werd. Luca riep de Heer van het Licht aan om de aandoening te genezen, en maakte er een langdradig gebed van. Toen Luca klaar was met zijn speech, vroeg ik Stanislav voorzichtig hoe hij zich voelde.
Stanislav zuchtte diep. "I was ready to strike at you." zij hij in Iis, schaamte in zijn stem.
"But you didn't." Het was ondenkbaar wat er was gebeurd als hij dat wel had gedaan, en ik was blij dat we op tijd ingegrepen hadden en Stanislav nu genezen was.
Ik had Torg gevraagd of hij een momentje had, en hij kwam aan mijn tafel zitten. Linde schonk hem thee in en ik schoof de schaal met cake dichter naar hem toe. En ik had een cadeau voor hem: een set runestenen die in hout gebrand waren. Ik wist dat het dwergenschrift ook uit runen bestond. Torg bewonderde de stenen en vertelde dat hout onder de bergen juist heel schaars is en dat het een prachtig cadeau was.
"Ik hoop dat met deze gift ik de banden tussen de Dwergenbergen en Iis kan versterken, en we in de toekomst kunnen handelen. Wanneer mijn positie daar zeker is, en het land opgebouwd wordt hebben we goede handelspartners nodig."
Torg stond daar wel voor open. Hij nodigde ook de andere dwergen Moira en Scorpion uit bij ons aan tafel. Ik had niet zoveel op met Scorpion sinds hij me in mijn gezicht had geslagen toen ik hem probeerde te genezen, maar hij had inmiddels zijn excuses aangeboden en ging nu elke keer op zijn handen zitten als ik hem moest genezen zodat het niet nog een keer kon gebeuren.
Dit keer hadden we een prettig gesprek, en ik bedankte hen alledrie voor hun openhartigheid. Ik verwachtte dat het handelen met de dwergenbergen, zogauw ik in Iis gesettled was, wel zou gaan gebeuren.
Terwijl wij nog zaten te wachten op de delegatie uit Iis kwam de markheer Konstantin Goudhaan met zijn oudste dochter Frederique ook langs. Natuurlijk had hij ook een uitnodiging gekregen, en het was heel fijn om hem in persoon te ontmoeten. Frederique had ik al wel eens ontmoet maar ze was ontzettend snibbig en had me geen blik waardig gekeurd. Nu kon ze niet om me heen: haar vader had op aanraden van zijn jongste dochter toegestaan dat ik gebruik maakte van zijn jachthuis.
Ik sprak lovend over Caspar en zag dat de Markheer straalde van trots. Als een man gezegend met alleen maar dochters had hij het niet makkelijk om voor hen allen goede partners te vinden, en Kaptein Markvrouwe Caspar was uitstekend in alles wat zij deed. Toen ik zei dat Caspar naadloos kon schakelen tussen dame van stand en weerbare kapitein, snoof Frederique van minachting. "Ze heeft nog heel wat te leren." Alsof Caspar nog een hoop van háár kon leren over het zijn van een dame van stand.
Ik bedankte de Markheer en Frederique uitvoerig voor hun gastvrijheid en hintte naar betere betrekkingen met het nieuwe Iis. Ik kan me van het verdere gesprek niet veel herinneren helaas. De markheer en zijn dochter trokken zich terug naar de kamers die voor hen gereserveerd waren en lieten mij verder gaan met het verwelkomen van de gasten.
Tegelijk met de boyar van de kozakken kwam ook Antoinette de Welgeborene kwam aan, en Stanislav ging met de boyar zitten terwijl wij plaatsnamen aan een andere tafel. Ik had haar verkeerd aangeschreven, want zij was inmiddels Burggravin, maar ze was nog altijd erg vriendelijk. Jaren geleden was ze ook voor mij opgekomen, en had ze mij beschermd van de expeditieleden uit Iis die op zoek waren geweest naar mij. Nu was ze wederom hartelijk en warm, en ik voelde me direct gerustgesteld.
Ze vroeg of de gasten uit Iis al waren aangekomen.
"Helaas niet. Ik weet niet precies wanneer ze hier zullen zijn, maar ze hebben natuurlijk een lange reis gemaakt."
Ik vertelde dat Gildemeester Wilderkind in zijn brief schreef over een huwelijk, en vroeg voorzichtig of zij daar wellicht meer van wist.
"Rechten en plichten van de adel;" reageerde ze. "De plicht van een dame van stand is het produceren van nazaten. Ik heb daarin een voorrechtspositie, voor mij werkt het anders. Maar voor alle andere adellijke dochters is het belangrijk dat er een goede match wordt gevonden, en de bloedlijn kwan worden voortgezet."
Ik begon me zorgen te maken. Wat nu als de delegatie uit Iis inderdaad direct op de proppen kwam met een huwelijkspartner, waar ik geen inspraak in zou hebben?
Stanislav kwam energiek uit het gesprek met de Boyar en hij wilde me graag aan ze voorstellen. Eén van hen, een reus van een kerel met een grote baard, sprak ons beiden toe. "Als u wilt voorkomen dat de delegatie van adellijken uw een huwelijk in duwt waar u niet meer uit komt, kunt u dat natuurlijk heel simpel afvangen. Wees ze voor. Zoek zélf een goede man uit. Het lijkt me dat u wel een geschikte kandidaat kent." Hij keek betekenisvol naar Stanislav. "U moet tonen dat u kracht heeft, dat u een vuist kan maken en doorzettingsvermogen heeft. Met de kozakken achter u zit dat wel snor."
Het was niet de eerste keer dat een kozak deze aanname maakte. Ik herinnerde me nog een koude winternacht waarbij de overleden familie van Stanislav precies hetzelfde had verwacht. We durfden hen niet teleur te stellen, maar hadden het nerveus weggelachen. Misschien waren we wel te bang om erover na te denken en die stap te nemen.
Ik keek naar Stanislav. Trouw tot in de dood. Zijn loyaliteit en devotie stond buiten kijf. Een sterke man die nooit klaagde en zich altijd zorgen maakte over mij.
Ik kon het heel veel slechter treffen.
En als ik eerlijk was, gaf ik ook heel veel om hem. Ik maakte me altijd zorgen als er een gevecht was en hij probeerde om de rovers of ondoden weg te houden bij waar ik mijn ziekenboeg had ingericht. Het gevoel dat hij veilig was, altijd een enorme opluchting. Een vlaag van paniek als hij onder het bloed binnengedragen werd. Mijn zachte handen die hem weer oplapten.
Zijn gezicht die dankbaar naar mij keek als ik zijn wonden verbond. Die zachte blik.
"Stanislav." Ik had mijn beslissing gemaakt. "Would you honour me to be my husband?" vroeg ik in Iis.
Hij knielde op één knie, en knikte. "Yes, my Lady." Hij trok zijn sabel, en bood die aan mij aan. "If you allow me to be your husband, I will protect you with my life, as I have always done. I offer you my life, my love, and my immortal soul. I will stand beside you as your strong arm, my saber is yours to direct. I vow stand by you until the end of days."
"I accept your vow and will stand by you always." zei ik formeel. "I promise you will always have meat and mead at my table. Wear this in my service." Ik gaf hem zijn sabel terug and lachte hem warm toe. "I will love you until the end of my days."
Ik deelde het blijde nieuws met Caspar, Nadine en Hilde. Nadine hupte enthousiast van de ene op de andere voet. Maar we moesten eerst nog een bruiloft regelen! Omdat Stanislav een volgeling van de Hoeder was, vroegen we Ridder David om de ceremonie die avond te voltrekken. David vroeg ons om een spiekbriefje voor hem te maken hoe de ceremonie eruit moest komen te zien, en met onze volledige namen en titels zodat hij geen fouten kon maken. Nadine gaf ons het papier en een potlood en het was al snel klaar. Ik wist niet zo goed hoe een huwelijksceremonie eruit zag, maar Stanislav vulde de details aan volgens kozakken traditie.
Nadat de avond gevallen was kleedde ik me om in een andere mooie jurk en ik voegde een konijnenbonten manteltje toe in herinnering aan Majanska, de moeder van Stanislav. Samen regelden we de getuigen en liepen daarna Ridder David tegemoet. Hij begon met het aanroepen van de voorouders om getuige te zijn van de ceremonie, en daarna de goden. Hij verbond onze handen met een handfasting koord en vroeg Stanislav om zijn huwelijksgelofte af te leggen, en Stanislav trok wederom zijn sabel om die aan mij aan te bieden. Ik sprak mijn huwelijksgelofte uit. Daarna bracht Abe ons een beker met merrie melk waar we omstebeurt van dronken. Uiteindelijk verklaarde Ridder David dat wij in het aanzien van de Goden en de voorouders gehuwd waren.
We kusten.
Een aantal gasten snelden naar ons toe om te feliciteren. Sommigen wilden ook een huwelijkscadeau geven. Onze landgenoot Lex stond schuchter in de rij. Hij had de dag ervoor al zijn dank uitgesproken dat hij was uitgenodigd bij deze ceremonie, en kon wellicht zijn geluk nu ook niet geloven. Hij beloofde ons een set prachtige zadels voor onze hengsten, een groots cadeau!
Harman was zacht zoals hij altijd naar mij was. Hij wenste ons het allerbeste en gaf Stanislav een mannelijke omhelzing. Ik hoorde hem zachtjes fluisteren: "Take care of her."
Ook de Fae waren aan het genieten van het huwelijk. Als wezens die zich voeden met de emoties van anderen was elke sterke emotie welkom, en wij maakten een waar feestmaal voor hen klaar. De Sterrenwichelaar Fae wees ons een ster, die speciaal voor ons zou schijnen, en die we altijd konden volgen op onze reis.
"We hebben afgesproken dat jullie vannacht geen nachtmerrie krijgen, zij blijft bij jullie weg." zei de Fae van Goede Dromen, wijzend op haar vriendin.
"En zij zal jullie een goede droom schenken vannacht." zei de Fae van de Nachtmerries, wijzend op haar vriendin.
"Dankjulliewel." lachten we; "Maar ik denk niet dat we echt aan slaap toekomen vannacht."
Eén Fae stapte naar voren en trok alle aandacht naar zich toe. Hij was de Fae van het einde der dingen, en ik had niet veel tijd gehad om met hem te praten. Nu waren alle ogen op hem gericht.
"Omdat er zoveel mooie cadeaus worden gegeven, wilde ik ook iets geven. Een tipje van de sluier oplichten, om zo te zeggen."
Zijn ogen rolden naar achter, en alleen het wit was nog zichtbaar. Zijn stem brak, en met een schorre schreeuw bracht hij ons een profetie.
"Muren zullen breken en bloed zal vloeien!" (Ik heb slechts dit kleine beetje onthouden, maar zijn profetie was echt langer)
De andere gasten keken onthutst, maar ik hoorde slechts de woorden van hoop. Ik verwachtte niet anders dan dat Iis in een burgeroorlog gestort zou worden nu ik opstond als erfgename en keizerin wilde worden. Het zou bloederig worden, maar daaruit putte ik slechts hoop. De profetie garandeerde dat er in ieder geval iets zou veranderen in Iis, en dat was hard nodig. Die gedachte dat gaf me kracht.
Nadat alle gasten die dat wilden ons hadden gefeliciteerd was het tijd om naar de slaapkamer begeleid te worden en Stanislav sloot resoluut de deur zodat we samen konden zijn.

Stanislav and Zaphira
picture credit: Narsaela (who plays Abe)
De volgende ochtend kwam eindelijk de delegatie uit Iis aan. Een aantal bewapende wachters, een kuis geklede kamenierster, en een aantal hooggeplaatste dames en heren. Het was een drukte van jewelste, en ik kreeg maar heel kort van tevoren waarschuwing dat ze er zouden zijn. Linde was weer zo vriendelijk om thee te regelen en er stond lekkers op tafel. De namen van de delegatieleden gingen in een waas aan me voorbij. Ik stelde Stanislav aan ze voor als mijn gemaal, en een korte blik van paniek gleed over het gezicht van de bisschop van de Hoeder. Wellicht had hij inderdaad één of meerdere huwelijkskandidaten op het oog gehad, maar die plannen konen nu direct de prullebak in.
Ik was aan het hoofd van mijn tafel komen te zitten, met links van mij de bisschop en een adellijke dame uit Iis. Rechts van me zaten twee gildehoofden. Allen waren ze geïnteresseerd in mijn plannen voor Iis.
"Ik weet weinig van Iis. Verhalen van die kant zijn schaars. Ik weet dat het land is opgesplitst in stad-staten, elk met een eigen politieke agenda. Dat het land lijdt onder ondoden, vampieren en demonen en de gewone man...;" ik draaide richting de gildemeesters; "...hard moet werken om te overleven."
De adellijke dame beaamde dit. Ze vertelde over hoe het land verscheurd was en vroeg me hoe ik het wilde verenigen.
Ik had daar geen antwoord op. "Ik kan nu alvast plannen gaan maken, maar die plannen zijn afhankelijk van hoe het er daadwerkelijk aan toe gaat. Hoe het volk reageert. Of de adel zich aansluit, of zich verzet."
De gezichten aan tafel stonden in blikken van vertwijfeling. Hiermee ging ik ze niet over de streep trekken, maar ik wist niet precies hoe ik het beter kon vertellen. Ik had geen leger, maar ik wist dat de kozakken zich aan mijn zijde wilden scharen. Ik hoopte dat ik het volk kon overtuigen om achter me te staan. Ik wilde hoop geven. Maar het was allemaal heel vaag.
"Ik spreek graag later met u over de details, maar u snapt dat ik deze op dit moment gewoon nog niet vast staan." sloot ik af. "U wilt vast rusten en opfrissen na de lange reis. Nadine regelt de vertrekken, er zijn kamers voor u gereserveerd."
Er kwam een man uit het bos wandelen, helemaal in zijn eentje, en hij groette mij bij naam. (Omdat ik OC niet wist welke rol Ed speelde kon ik de geste niet retourneren, maar hij zei al dat hij zich eerst even ging opfrissen. Later kwam ik erachter dat het Ridder Boudewijn, volgeling van de Vrouwe der Verandering, was).
Ik dankte de Ridder dat hij de moeite had genomen om helemaal af te reizen naar Gostherfell, en we praatten kort. Meer dan een jaar geleden had ik hem vertrouwd met mijn verhaal over de ring, de ketting en de bloedlijn, en toen was hij al enthousiast geweest om zijn hulp aan te bieden. Zijn godin stond immers voor Verandering, en als ik mijn claim zou uitspreken en in Iis aan de slag zou gaan, dan zou Verandering zeker komen. Al snel kwam hij ter zake en hij bood wederom zijn hulp aan. Hij wilde zelfs meereizen naar Iis en mij daar bijstaan.
Ik hoefde er niet lang over na te denken: een ridder aan mijn linkerhand, en Stanislav aan mijn rechter? Heel graag. Ik zorgde dat hij een ketting met mijn zegel omkreeg om aan te geven dat hij onderdeel van mijn hofhouding was.
Hij raadde me aan dat ik het volk aan mijn kant moest krijgen, en sprak net als Stanislav over mijn rol als de Moeder van het volk. Ja, er zijn verwachtingen, maar er zijn ook kansen. Alleen als de hele familie meewerkt krijgen we het allemaal beter.
Ik wist van tevoren al dat alle adellijken hun eigen agenda zouden hebben, en hun steun afhankelijk zou zijn van wat ik hen kon bieden als tegenprestatie. Dat was niet hoe ik bedacht had om een keizerrijk op te bouwen. Het volk moest achter mij staan, en wat ik nu had om mee te werken waren twee gildemeesters, die het volk vertegenwoordigden. Met de adviezen van Ridder Boudewijn had ik een beter idee wat ik tegen ze kon zeggen. Ik sprak kort met hen beiden, maar kon natuurlijk nog steeds geen garanties bieden. Ze leken terughoudend te zijn, zelfs toen ik vertelde "Iedereen moet een kans krijgen om te verbeteren. Samen moeten wij groeien."
Oké, dat was misschien een stom idee zonder details. Maar toen één van de gildelieden vroeg wanneer ik op pad wilde gaan naar Iis om daar orde op zaken te zetten, verwachtte hij vast niet mijn antwoord: "Ik zou vanavond al kunnen afreizen."
Zijn wenkbrauwen schoten omhoog, en hij knikte goedkeurend. Blijkbaar wist ik van doorpakken. En eerlijk is eerlijk: nu de beslissing was gemaakt en de delegatie er eindelijk was, had ik geen zin om langer te wachten. Ik wilde orde op zaken gaan stellen. Er lag een berg werk voor ons in Iis, dus we konden maar beter snel beginnen. De gildelieden beloofden nog met anderen te spreken die mij al wat langer kenden, en gingen snel aan de slag. Blossem wilde aanvankelijk niets zeggen, totdat ik hem daartoe goedkeuring gaf.
De gildelieden waren de enigen waar ik de tijd voor nam om persoonlijk te spreken, maar dat weerhield de magiër er niet van om een voorstel te doen. Er was namelijk in Iis nog iemand anders die was opgestaan als erfgenaam, en deze Lady Catherine wilde heel graag met mij spreken. De magiër zou een connectie maken waardoor wij elkaar konden zien en spreken in een ritueel. Of ik daar aan mee wilde doen? Het moest wel redelijk stilletjes gebeuren, want teveel afleiding en ruis zou het ritueel verstoren.
"Of course I would like to speak with Lady Catherine. I would like my husband to be present in the circle. And perhaps Blossem can guard it from the outside."
Ik had de voorbereidingstijd die de magiër nodig had gebruikt om me om te kleden in mijn prachtige fluweelblauwe japon. Ik wilde een goede indruk maken op Lady Catherine en goed voor de dag komen.
Ridder Boudewijn gaf me nog wat tips voor ik bij de cirkel was. "Ze kan jou proberen aan haar zijde te krijgen, of ze kan direct proberen of ze aan jouw kant kan komen te staan. Let wel, als ze dat probeert, dan heb je gelijk een adder in je nest zitten."
Eenmaal klaar voor het ritueel stapten Stanislav en ik de cirkel in. Ridder Boudewijn knikte me bemoedigend toe, en hield net als Blossem een oogje in het zeil. Nadine was een stukje verderop gaan zitten om het ritueel te schetsen. Stanislav zat aan mijn rechterhand, en vóór mij was een lege stoel. Een vloerkleed met een drakenwapen, vermoedelijk het zegel van Lady Catherine, lag voor me op de grond.
De magiër vroeg mij om het kleed en het zegel aan te raken, en startte het ritueel. Ineens zag ik iets voor me bewegen. In de stoel voor me was een dame verschenen. Ze had een prachtige azuurblauwe jurk aan, en keek geïnteresseerd naar mij. Om haar arm prijkte een armband: het derde deel van de set kroonjuwelen --- de armband die ik maar wat graag zou willen bezitten.
De dame stelde zich voor als Lady Catherine en ze vertelde me kort over haar situatie. Af en toe draaide ze weg om tegen iemand bij haar in de kamer streng toe te spreken, maar die kon ik niet zien of horen. Het was duidelijk dat Catherine eigenlijk niet veel tijd had, want ze refereerde aan mensen - wezens? - die voor de poort stonden.
Ze sprak kort over haar situatie, en hintte dat een zwaard in haar buik haar onvruchtbaar had gemaakt. Dat maakte haar situatie nog penibeler. Als de laatste paar dagen me iets duidelijk was geworden was het wel dat er kinderen moesten komen om de bloedlijn zeker te stellen. Stanislav en ik waren bij onze huwelijksnacht gelijk begonnen aan die plezierige taak. Ik kon me voorstellen dat het voor Lady Catherine een probleem was. Haar claim als ergename werd natuurlijk niet serieus genomen als ze geen kinderen kon krijgen, en het zou ook het verkrijgen van bondgenoten ernstig bemoeilijken.
"So, dear cousin;" Cathine glimlachte wrang; "How do you see your future in Iis. What role will you play?"
"I will be empress." zei ik resoluut.
Catherine verbrak ons oogcontact en knikte. Ik kon er niet helemaal uit opmaken of ze daarmee mijn claim bevestigde of haar positie als ondergeschikt erkende.
Ze stelde voor dat ik met mijn gevolg naar haar zou komen, en ik sprak mijn intentie uit om haar te bezoeken. Met Lady Catherine aan mijn zijde werd mijn claim alleen maar sterker. Er waren echter nog andere zaken die geregeld moesten worden. Lady Catherine had niet alleen de magiër betaald, maar ook de bisschop van de Hoeder mijn kant op gestuurd. Ze vertelde dat er een ceremonie gehouden zou worden om mijn claim te erkennen, en daarna wilde ze haar loyaliteit aan mij zweren.
"We shall speak again later." sloot Catherine af.
"I look forward to it, dear cousin."
We gingen weer terug naar de hal van het jachthuis, maar ineens zag ik een bekend gezicht. Tabitha had mijn uitnodiging gekregen en was ook gekomen! We omhelsden elkaar en spraken kort. Alles leek nu ineens haast te hebben. Ik vertelde haar dat ik later die dag zou gaan vertrekken naar Iis, en Tabitha bood direct aan om mee te gaan. Dat was een aanbod wat ik maar al te graag aannam. Ik wist dat Hilde niet mee zou reizen en Tabitha was ook een begenadigd genezer die die taak over kon nemen. Hilde gaf haar ketting met mijn zegel aan Tabitha, en daarmee was zij officieel deel van mijn hofhouding.
Ik wilde nog even afscheid nemen van Abe. Al die jaren geleden was hij één van de eersten geweest die met mij had gepraat, en nu was hij erbij om me uit te zwaaien als ik wegging uit de Mark. Abe keek bezorgd. Hij was duidelijk iets aan het overpeinzen.
Hij vertelde dat hij al jaren aan het rondreizen was, en steeds maar weer op dezelfde plek uitkwam. "Het maakt niet uit hoeveel goeds ik in de wereld doe, ik kan mezelf nooit vergeven voor wat er in het verleden is gebeurd." sprak hij. "Elke keer kom ik daar weer uit."
"Misschien weet je die cirkel ooit te doorbreken." zei ik sussend.
"Misschien." hij keek in zijn glas. "Misschien is het tijd om een andere route te nemen. Anders blijf ik maar ronddolen in de Mark. Een tripje naar Iis bijvoorbeeld."
"Je bent welkom om met ons mee te reizen, Abe. Meer dan welkom." reageerde ik. "Misschien dat het je een ander doel in het leven geeft."
We praatten nog eventjes door, maar Abe had eigenlijk zijn beslissing al gemaakt. Hij zou meereizen naar Iis in de hoop zijn verleden eindelijk achter zich te kunnen laten. Ik zou het hem zó gunnen.
Ik stond op van onze tafel en vroeg kapitein Caspar om even plaats te nemen bij ons. "Ik wil dat je Abe inlicht over de taken van een Kapitein van de Wacht, en dat je hem jouw ketting met mijn zegel geeft. Hij zal met ons meereizen naar Iis en jouw functie overnemen."
Ik nam nog een momentje rust voor mezelf. Ik wilde nog een reactie schrijven naar Roland Wildekind, iets politiek corrects zodat de lijnen van communicatie open konden blijven. Meester Tiberius had ook al aangeboden dat het Monsterjagersgilde een dependence in Iis wilde gaan oprichten. Ik probeerde een brief op te stellen, maar het was niet eenvoudig om de juiste zinnen te formuleren, zeker niet omdat de delegatie uit Iis door wilde gaan met de ceremonie. Nadine pende snel mee met wat ik dicteerde. Uiteindelijk stond er in ieder geval iets op papier, en ze sloot af met mijn titels. "Bearer of the ring, the necklace and the bracelet."
"Maar Nadine, de armband heb ik nog niet."
"Maar dat komt zeer binnenkort goed." zei Nadine hoopvol. Ik hoopte het ook.
En toen was het tijd voor de ceremonie. De bisschop had me kort ingelicht over wat de bedoeling was en me de paperassen laten lezen. Ik wist wat er verwacht werd.
Stanislav stond natuurlijk aan mijn rechterhand in de cirkel die getrokken was. De magiër had weer een connectie gemaakt met Iis en Lady Catherine zat tegenover mij. Ze had een flinke bloeduitstorting op haar voorhoofd en haar rechterhand zat in het verband. Ze had duidelijk zelf de wapens ter hand genomen om de onrust bij haar poort op te lossen.
"Lady Leonie Sapphire the First, swear to uphold the laws of Iis and serve to the best of your abilities?" vroeg de bisschop.
"I do so swear."
"Do you swear you are here of your own free will, free of outside influence of undead, vampires, demons, or nekrocht?"
"I do so swear."
Er kwamen nog meer vragen, en op elke vraag beantwoordde ik hetzelfde. "I do so swear." Ik voelde een diepe rust op mij neerdalen. Dit was waar ik al jaren tergend langzaam naartoe aan het kruipen was, vooral gehinderd door mijn eigen twijfel. En dankzij mijn raadgevers en de mensen en elven en dwergen die aan mijn zijde stonden voelde ik me sterk genoeg om op te staan. Ik kon niet alleen mijn titel opeisen, maar ook diep in mij erkennen dat dit het juiste en het enige pad was wat ik wilde lopen. Gesterkt door de sterke kozak aan mijn rechterhand. Gesteund door de verwachtingsvolle blikken van de delegatie uit Iis. Zelfs als zij nog een moment van verwijfeling hadden, zij stonden daar met mij.
Nadat de eed was afgelegd, ging Stanislav als eerste op de knie, nog voor de magiër of de bisschop kon knielen. Hij bood mij weer zijn sabel aan, zijn eeuwige trouw en liefde. Ik accepteerde zijn gelofte met mijn hele hart.
De bisschop, Lady Catherine, de magiër, de gildelieden. Eén voor één knielden ze voor mij en zwoeren ze trouw. Ik sprak ze één voor één aan met hun naam en een acceptatie van hun gelofte die passend was bij de persoon. Ik beloofde met mijn troepen Lady Catherine te bezoeken, zodat we haar landerijen konden ontzetten van de dreiging van ondoden weg te nemen zodat de horigen hun land weer konden bewerken.
Ik voelde een warme wind over mijn schouders strijken. Als luchtmagiër was ik altijd al gespitst geweest op veranderingen in luchtstromen, en ik draaide me direct naar de bron.
De servitar stond naast me. Hij stapte langzaam tussen mij en Catherine in.
"Ben je er klaar voor?"
Ik hield mijn linkerhand uit en eisde: "Je beloofde me de armband."
"En die zul je krijgen. Je hoeft hem alleen maar op te halen."
Ik vouwde mijn hand dicht en liet hem hangen langs mijn zijde. "Dan laat ons vertrekken."
Er was nog een kort moment om afscheid te nemen, en sommige gasten maakten er gretig gebruik van. Zowel Nadine als Hilde en Caspar vielen me om mijn nek en gaven me een dikke knuffel. Nadine leek wel bijna te huilen. Ze pakte iets van een tafel, het portret waar ze eerder aan had geschilderd. Het was een prachtig statieportret geworden, met twee waaiers als vleugels achter mij. Ik bedankte haar uitvoerig.
"J'ai un cadeau pour toi aussi." zei ik in Pallax. Ik pakte mijn kopie van The Books of Tradition. Ik kende de inhoud inmiddels uit mijn hoofd, maar ik had nog een andere kopie laten maken die mij kon begeleiden tijdens mijn reis. "Voor je bibliotheek. Mira heeft het origineel, en dit is slechts een kopie, maar dit boek is mijn leidraad."
Mijn afscheid van Luca was minder zoet. Hij had tranen in zijn ogen toen hij afscheid kwam nemen. Maar ik was streng voor hem. "Wanneer ga je met Caspar trouwen?" vroeg ik hem. "Het wordt niks met jou als je niet een vrouw hebt die je vertelt wat je moet doen. Het is de hoogste tijd dat je verstandig wordt en naar haar gaat luisteren."
Luca knikte braaf, en zijn stem brak. "Het ga je goed, Zaphira."
En zo liepen we richting de stallen. Stanislav en ik hand in hand. Ridder Boudewijn, de servitar, Abe en Tabitha. De delegatie uit Iis op onze hielen. Aan het einde van het pad draaide ik me nog één keer om. De avonturiers waar ik zo lang mee had meegereisd waren inmiddels allemaal weer druk aan het overleggen. Nu moesten ze het zelf oplossen.
Stanislav en ik gingen onze toekomst tegemoet. Samen.
Voorafgaand aan het zomerlive werkte ik met de hulp van Marjolein, Elise en Cleo aan alle zaken die achter de schermen en voorafgaand aan het evenement geregeld moesten worden. Er was toestemming dat het evenement plaats zou vinden in het jachthuis van de familie Goudhaan (familie van Elise's personage Caspar Goudhaan). Ik maakte een lijst van welke kostuums ik wilde dragen, we stelden een gastenlijst samen (met meer mensen erop dan als Zaphira dit in haar eentje mocht beslissen), en ik maakte uitnodigingen. Als kersje op de taart maakten we ook bloemetjes die op de tafels van het jachthuis zouden pronken en ik borduurde een tafelloper met mijn officiële zegel. Als last minute toevoeging werd ons door de verhaalcommissie ook gevraagd om de aanwezige kamers te verdelen onder de gasten én de NPC gasten. Nadat iedereen van de gastenlijst een slaapplek was gegeven, was er nog welgeteld één vrije slaapplek, dus als er notabelen zouden komen party-crashen zou dat een potentieel probleem zijn.
(Disclaimer...mijn geheugen is abominabel als altijd, dus ik weet niet 100% zeker dat alles in de juiste volgorde genoemd staat, maar de hoofdlijnen kloppen wel.)
Eén voor één kwamen de gasten aan, en ik stond op van mijn tafel om ze te begroeten. Nadine deelde de sleutels uit en ik praatte kort met sommige lieden. Iedereen van stand, of het adellijken of gildemeesters waren, werden persoonlijk begroet. Sommigen hadden vragen, en ik kon ze ook niet veel meer vertellen: we zouden wachten op de delegatie uit Iis, maar wat die precies hier kwamen doen was uit hun brief niet heel duidelijk geworden.
Er waren ook verrassingen die avond. Lourens had speciaal koekjes met pecannoten en kaneel gebakken als dankjewel voor de uitnodiging. Stanislav zat naast mij, en nam de koekjes in ontvangst. Ik had vroeger nogal eens enthousiast dingen aangepakt of een armband onnadenkend om mijn arm gesloten voordat deze zaken getest konden worden, en inmiddels was ik een prominent genoeg persoon dat ik niet meer klakkeloos van de goedheid van de mensen uit kon gaan. Iemand anders zou de koekjes moeten voorproeven voordat ik ze kon proberen.
Blossem kwam aan met twee brieven in zijn hand: de originele uitnodiging met zijn naam erop, en een brief van Jonkvrouwe Van Nimmen. Ik vertelde hem dat de uitnodiging voor hemzelf was, niet voor mij.
"Maar ik kan helemaal niet lezen. Ik wilde eigenlijk gewoon gaan vissen." zei Blossem.
Ik las hem zijn uitnodiging voor, maar Blossem vond het wel een beetje raar dat ik hem zou uitnodigen voor iets belangrijks. Ik was in ieder geval blij dat hij er was.
De brief die hij bij zich had van Jonkvrouwe van Nimmen was een afmelding. Zij kon er helaas niet bij zijn, en gaf aanwijzingen dat Blossem mij maar even bij moest staan bij deze festiviteiten. Dat was wel heel vriendelijk van haar.
Ik haalde een zakje uit mijn mandje en pakte één van de speldjes uit die ik had laten maken. Het speldje met een vergeetmenietje erop speldde ik op Blossem's tuniek als teken dat hij nu bij mij in dienst was. Ik gaf de rest van de speldjes aan Meester Tiberius, om uit te delen aan zijn monsterjagers. Tiberius had het een prima plan gevonden als de monsterjagers een oogje in het zeil zouden houden. Nieuws over de bijeenkomst in Gostherfell had ook in de krant gestaan, dus er was kans dat er ook ongenode gasten zouden komen. Om over de delegatie uit Iis maar niet te spreken. Naar verluid is dat land opgebroken in oorlogsvoerende stadstaten, en er reizen allerlei soorten gespuis rond: ondoden, vampieren demonen... Het was fijn dat de monsterjagers daar op voorbereid waren.
Een bode kwam mij nog twee brieven brengen. De ene herkende ik direct: het was mijn uitnodiging voor Epke van de IJzeren Toren. De andere brief had een zegel wat ik niet herkende. Ik vouwde deze nieuwsgierig open, en keek snel naar wie hem ondertekend had.
Roland Wildekind.
Ik vouwde de brief weer dicht, en besloot eerst de brief van Epke te lezen, het plezier van een langverwachte brief van Roland uit te stellen.
Het zegel van mijn uitnodiging aan Epke was verbroken en het perkament hergebruikt voor een reactie. De brief zat vol vlekken en was verder onverzegeld. Epke zei dat het hem speet dat hij er niet bij kon zijn, maar dat hij in Iis zat en niet terug kon reizen voor deze gelegendheid. Tjsa.
Ik vouwde de brief van Roland open. Het was een jaar geleden dat ik hem voor het laatst had gezien en een brief had gestuurd, en daarna had ik nooit meer van hem gehoord. Ik was heel erg aan het twijfelen geweest over welke woorden ik zou gebruiken om hem uit te nodigen, en had uiteindelijk de meest warme woorden gebruikt. Ook had ik de ketting met zijn portret weer omgehangen, voor het geval hij toch zou komen. Ik vouwde zijn brief open en las:
Lieve Saphira,
Hartelijk dank voor uw brief. Het doet me deugd om van u te horen en ik feliciteer u van harte met uw aanstaande huwelijk en uw nieuwe titel als Erfgenaam van het Keizerrijk Osdorxka.
Helaas moet ik u meedelen dat ik door onvoorziene omstandigheden niet in staat zal zijn om persoonlijk aanwezig te zijn bij de ceremonie op de achtste dag van de zevende maand van het jaar 635 in Gostherfell. In mijn plaats zal een kleine delegatie van het monsterjagersgilde uw prachtige gelegenheid bijwonen.
Ik wens u een schitterende ceremonie toe en veel geluk voor de toekomst. Weet dat u altijd een plek in mijn gedachten zal hebben.
Met oprechte groet,
Roland Wilderkind
Gildemeester der Monsterjagers
Mijn emoties ontvlamden en ik wist niet goed waar ik eerst boos over zou worden. Over het feit dat na mijn eerste brief ik nooit meer wat van hem had gehooord? Over de formele toon van 'hartelijk dank voor uw brief'? Het 'aanstaande huwelijk' waar ik niets van wist? Of de 'plek in mijn gedachten' en niet in zijn hart?
Ik wilde mijn schaal met koekjes van de tafel afvegen, maar ik ademde diep in, borg de brief op in mijn mandje en trok de ketting met zijn portret van mijn hals. De ketting gooide ik op de tafel waar Nadine de sleutels aan het verdelen was bij de gasten.
"Wat was dat?" vroeg iemand voorzichtig, mijn licht ontvlambare humeur in acht nemend.
"Een prachtig stuk kunst wat nu waardeloos is."
Ik zag Nadine voorzichtig de ketting oppakken en veilig wegstoppen, maar ik kon er niet meer om malen.
Sommige gasten klaagden over de rovers die in de bossen zaten, en Blossem was zijn zwaard verloren bij één van de schermutselingen. Aangezien hij bij mij in dienst was, pakte ik dat gelijk op en beloofde ik hem dat ik een nieuw zwaard voor hem zou regelen. Ik kocht bij Torg metaal en vroeg de dwerg Moira om een zwaard te smeden. Ze kwam later bij mij terug. Voor een zwaard was meer metaal nodig, dus ik moest nog meer grondstoffen vinden. Voordat ik dat kon regelen, had Blossom zijn eigen zwaard alweer terug gekregen door met zijn dolken net zo lang rovers neer te steken tot hij het zwaard weer terug had.
Maar ik verdien Blossem niet. Ik maakte 's avonds wederom de verspreking om hem een goede nachtrust te wensen. Ik zag zijn blik verstarren en realiseerde me dat ik het wéér had gedaan. Voor de val van het oude Pantheon was dat hoe volgelingen van de Brenger der Nachtmerries anderen verwensten, Blossem zit nog vast in die oude geloven en is verwoed vechter tégen de Brenger. Ik moet leren om gewoon 'Welterusten' te zeggen. Arme Blossem.
Het weer op
Ik knikte. "Ik zal een palletbed op de grond laten neerleggen. Ik wil dat je bij mij in de kamer slaapt, voor het geval ze terugkomen."
Tiberius nam het heel serieus op. Hij deed een uitgebreid sporenonderzoek van de slaapkamer, maar vond weinig. Het enige wat hij me kon vertellen was dat de dader via de deur naar binnen was gekomen, en de ketting snel had meegegrist van het nachtkastje. Ik was allang blij dat er geen moordaanslag was gepleegd, maar vroeg me wel af wat erachter zat. Caspar liet me de loper zien. Die hing aan haar riem en was niet van haar zijde geweken. Iemand had het slot opengemaakt, puur om de ketting te stelen...
Een korte tijd later kwam er een delegatie van de Orde van de Timmersteek aan, die op zoek was naar Luca. Ze vertelden dat ze op een pad in het bos een ketting hadden gevonden. Caspar hield de ketting naar mij uit, en ik liet mijn handen langs mijn zij vallen. "Ik wil dat Raistlin eerst onderzoekt of er iets mee gedaan is, voordat ik deze weer draag. Zou jij daar zorg voor willen dragen?"
Na het onderzoek kwam ze terug met de ketting. Meester Raistlin had niets nieuws aan de ketting kunnen ontdekken. Wel dat er een demon in de ketting had opgesloten gezeten en dat het een antiek juweel was. Slechts de sporen waar ik al van wist, en ik hing gerustgesteld de ketting weer om mijn hals.
De Fae hadden deze plek ook uitgezocht voor één van hun vieringen. Ze wilden een nieuwe kampioen van het Woud verkiezen, en daarvoor werden er spelen georganiseerd. De verschillende fae courts kozen (vroegen) elk een kampioen om voor hen deel te nemen aan de spelen, en de court wiens deelnemer het spel won, kreeg een stem om uit te brengen.
Toen Caspar de Fae zag aankomen schreeuwde ze mijn naam. "Waarom is Puk hier! We hadden afgesproken dat je die niet zou uitnodigen."
"Ik heb hem ook niet uitgenodigd." zei ik eerlijk. "Waarom hij juist nu hier is, weet ik niet."
Puk bevestigde dat hij niet uitgenodigd was, maar dat hij oprecht meegekomen was met de Regelmeester voor de spelen. Hij leek niet verbaasd te zijn dat er nu een groot aantal gasten aanwezig was voor een andere viering, en daar zou hij wel gretig gebruik van maken. Ik bood hem de koekjes aan die Lourens had gebakken, en Linde schonk een kopje thee voor hem in.
De rovers uit het bos kwamen ineens richting het jachthuis. Een deel van de gasten waren het bos in gegaan, dus ik voegde me achter de linie van strijders die ons veilig probeerden te houden. Het viel me op dat de rovers niet allemaal vatbaar waren voor mijn magie, en ik werd hard geraakt op mijn rechterflank. Binnen enkele seconden stond Hilde naast me, en ze riep het Wezen van het Leven aan om me te genezen.
Nadat ik de andere gewonden verbonden en behandeld had, spraken de monsterjagers even over waarom de rovers zo sterk waren, waarom zij ons aanvielen. Het was niet direct duidelijk, maar we gingen erop letten. Wat de Fae was opgevallen was dat de rovers minder emoties voelden dan verwacht. Ze stonden zij aan zij met hun maten, die gewelddadig afgeslacht werden door de avonturiers, maar ze reageerden er bijna niet op. Elke andere rover zou daar toch wel even op zijn achterhoofd krabben of zijn levenspad wel de juiste kant op ging, maar deze jongens bleven maar doorgaan ondanks dat het hun lijf en ledematen zou kosten...
Omdat de kruiden (zoals altijd) wel schaars waren, moesten we toch even het bos in voor een wandeling. Stanislav wilde wel mee, maar hij leek uit zijn hum te zijn. Hij was kortaf en gromde zijn antwoord. Rowena was met ons mee, en haastte zich om Ridder David bij te houden, die een soortgelijke houding had.
"Ik denk dat hij vergiftigd is." zei ze, terwijl ze in een drafje Ridder David volgde. "Ik zal wel een test doen om te kijken wat het probleem is."
Ik overlegde met Stanislav, maar hij was nog steeds niet te genieten. "Blijf bij me uit de buurt;" snauwde hij.
Ik stapte terug en volgde hem op een afstandje. Ik geloofde niet dat Stanislav zijn wapen zou heffen om me aan te vallen, maar ik wilde hem ook niet in een situatie brengen dat hij dingen deed waar hij later niet mee zou kunnen leven. Voorkomen was in dit geval het allerbeste, en totdat Rowena tijd zou hebben om te kijken hoe dit op te lossen zou ik op een afstand blijven.
Toen we terugkwamen bij het jachthuis stopte Stanislav bij de bosrand. "Blijf hier, tot er een oplossing is;" beval ik hem. "Anders verspreidt het als een olievlek onder de gasten."
Ridder David was inmiddels weer genezen van de aandoening, maar omdat Rowena zijn bloed had getest was zij besmet geraakt. Dat schoot natuurlijk niet op.
Ik zocht snel Luca op en vroeg om raad. Hij kwam direct met mij mee. "Het is het syndroom van Ban'ur, en dat maakt mensen heel agressief. Hij moet zijn wapens afleggen. Deze aandoening wordt overgedragen door bloed, en als er nog bloedspetters op zijn sabel zitten, kan hij daarmee opnieuw geïnfecteerd worden. En ik wil niet dat hij mij aanvalt."
Ik knikte naar Stanislav, en hij bromde en gromde een antwoord, maar deed wel wat er van hem gevraagd werd. Luca riep de Heer van het Licht aan om de aandoening te genezen, en maakte er een langdradig gebed van. Toen Luca klaar was met zijn speech, vroeg ik Stanislav voorzichtig hoe hij zich voelde.
Stanislav zuchtte diep. "I was ready to strike at you." zij hij in Iis, schaamte in zijn stem.
"But you didn't." Het was ondenkbaar wat er was gebeurd als hij dat wel had gedaan, en ik was blij dat we op tijd ingegrepen hadden en Stanislav nu genezen was.
Ik had Torg gevraagd of hij een momentje had, en hij kwam aan mijn tafel zitten. Linde schonk hem thee in en ik schoof de schaal met cake dichter naar hem toe. En ik had een cadeau voor hem: een set runestenen die in hout gebrand waren. Ik wist dat het dwergenschrift ook uit runen bestond. Torg bewonderde de stenen en vertelde dat hout onder de bergen juist heel schaars is en dat het een prachtig cadeau was.
"Ik hoop dat met deze gift ik de banden tussen de Dwergenbergen en Iis kan versterken, en we in de toekomst kunnen handelen. Wanneer mijn positie daar zeker is, en het land opgebouwd wordt hebben we goede handelspartners nodig."
Torg stond daar wel voor open. Hij nodigde ook de andere dwergen Moira en Scorpion uit bij ons aan tafel. Ik had niet zoveel op met Scorpion sinds hij me in mijn gezicht had geslagen toen ik hem probeerde te genezen, maar hij had inmiddels zijn excuses aangeboden en ging nu elke keer op zijn handen zitten als ik hem moest genezen zodat het niet nog een keer kon gebeuren.
Dit keer hadden we een prettig gesprek, en ik bedankte hen alledrie voor hun openhartigheid. Ik verwachtte dat het handelen met de dwergenbergen, zogauw ik in Iis gesettled was, wel zou gaan gebeuren.
Terwijl wij nog zaten te wachten op de delegatie uit Iis kwam de markheer Konstantin Goudhaan met zijn oudste dochter Frederique ook langs. Natuurlijk had hij ook een uitnodiging gekregen, en het was heel fijn om hem in persoon te ontmoeten. Frederique had ik al wel eens ontmoet maar ze was ontzettend snibbig en had me geen blik waardig gekeurd. Nu kon ze niet om me heen: haar vader had op aanraden van zijn jongste dochter toegestaan dat ik gebruik maakte van zijn jachthuis.
Ik sprak lovend over Caspar en zag dat de Markheer straalde van trots. Als een man gezegend met alleen maar dochters had hij het niet makkelijk om voor hen allen goede partners te vinden, en Kaptein Markvrouwe Caspar was uitstekend in alles wat zij deed. Toen ik zei dat Caspar naadloos kon schakelen tussen dame van stand en weerbare kapitein, snoof Frederique van minachting. "Ze heeft nog heel wat te leren." Alsof Caspar nog een hoop van háár kon leren over het zijn van een dame van stand.
Ik bedankte de Markheer en Frederique uitvoerig voor hun gastvrijheid en hintte naar betere betrekkingen met het nieuwe Iis. Ik kan me van het verdere gesprek niet veel herinneren helaas. De markheer en zijn dochter trokken zich terug naar de kamers die voor hen gereserveerd waren en lieten mij verder gaan met het verwelkomen van de gasten.
Tegelijk met de boyar van de kozakken kwam ook Antoinette de Welgeborene kwam aan, en Stanislav ging met de boyar zitten terwijl wij plaatsnamen aan een andere tafel. Ik had haar verkeerd aangeschreven, want zij was inmiddels Burggravin, maar ze was nog altijd erg vriendelijk. Jaren geleden was ze ook voor mij opgekomen, en had ze mij beschermd van de expeditieleden uit Iis die op zoek waren geweest naar mij. Nu was ze wederom hartelijk en warm, en ik voelde me direct gerustgesteld.
Ze vroeg of de gasten uit Iis al waren aangekomen.
"Helaas niet. Ik weet niet precies wanneer ze hier zullen zijn, maar ze hebben natuurlijk een lange reis gemaakt."
Ik vertelde dat Gildemeester Wilderkind in zijn brief schreef over een huwelijk, en vroeg voorzichtig of zij daar wellicht meer van wist.
"Rechten en plichten van de adel;" reageerde ze. "De plicht van een dame van stand is het produceren van nazaten. Ik heb daarin een voorrechtspositie, voor mij werkt het anders. Maar voor alle andere adellijke dochters is het belangrijk dat er een goede match wordt gevonden, en de bloedlijn kwan worden voortgezet."
Ik begon me zorgen te maken. Wat nu als de delegatie uit Iis inderdaad direct op de proppen kwam met een huwelijkspartner, waar ik geen inspraak in zou hebben?
Stanislav kwam energiek uit het gesprek met de Boyar en hij wilde me graag aan ze voorstellen. Eén van hen, een reus van een kerel met een grote baard, sprak ons beiden toe. "Als u wilt voorkomen dat de delegatie van adellijken uw een huwelijk in duwt waar u niet meer uit komt, kunt u dat natuurlijk heel simpel afvangen. Wees ze voor. Zoek zélf een goede man uit. Het lijkt me dat u wel een geschikte kandidaat kent." Hij keek betekenisvol naar Stanislav. "U moet tonen dat u kracht heeft, dat u een vuist kan maken en doorzettingsvermogen heeft. Met de kozakken achter u zit dat wel snor."
Het was niet de eerste keer dat een kozak deze aanname maakte. Ik herinnerde me nog een koude winternacht waarbij de overleden familie van Stanislav precies hetzelfde had verwacht. We durfden hen niet teleur te stellen, maar hadden het nerveus weggelachen. Misschien waren we wel te bang om erover na te denken en die stap te nemen.
Ik keek naar Stanislav. Trouw tot in de dood. Zijn loyaliteit en devotie stond buiten kijf. Een sterke man die nooit klaagde en zich altijd zorgen maakte over mij.
Ik kon het heel veel slechter treffen.
En als ik eerlijk was, gaf ik ook heel veel om hem. Ik maakte me altijd zorgen als er een gevecht was en hij probeerde om de rovers of ondoden weg te houden bij waar ik mijn ziekenboeg had ingericht. Het gevoel dat hij veilig was, altijd een enorme opluchting. Een vlaag van paniek als hij onder het bloed binnengedragen werd. Mijn zachte handen die hem weer oplapten.
Zijn gezicht die dankbaar naar mij keek als ik zijn wonden verbond. Die zachte blik.
"Stanislav." Ik had mijn beslissing gemaakt. "Would you honour me to be my husband?" vroeg ik in Iis.
Hij knielde op één knie, en knikte. "Yes, my Lady." Hij trok zijn sabel, en bood die aan mij aan. "If you allow me to be your husband, I will protect you with my life, as I have always done. I offer you my life, my love, and my immortal soul. I will stand beside you as your strong arm, my saber is yours to direct. I vow stand by you until the end of days."
"I accept your vow and will stand by you always." zei ik formeel. "I promise you will always have meat and mead at my table. Wear this in my service." Ik gaf hem zijn sabel terug and lachte hem warm toe. "I will love you until the end of my days."
Ik deelde het blijde nieuws met Caspar, Nadine en Hilde. Nadine hupte enthousiast van de ene op de andere voet. Maar we moesten eerst nog een bruiloft regelen! Omdat Stanislav een volgeling van de Hoeder was, vroegen we Ridder David om de ceremonie die avond te voltrekken. David vroeg ons om een spiekbriefje voor hem te maken hoe de ceremonie eruit moest komen te zien, en met onze volledige namen en titels zodat hij geen fouten kon maken. Nadine gaf ons het papier en een potlood en het was al snel klaar. Ik wist niet zo goed hoe een huwelijksceremonie eruit zag, maar Stanislav vulde de details aan volgens kozakken traditie.
Nadat de avond gevallen was kleedde ik me om in een andere mooie jurk en ik voegde een konijnenbonten manteltje toe in herinnering aan Majanska, de moeder van Stanislav. Samen regelden we de getuigen en liepen daarna Ridder David tegemoet. Hij begon met het aanroepen van de voorouders om getuige te zijn van de ceremonie, en daarna de goden. Hij verbond onze handen met een handfasting koord en vroeg Stanislav om zijn huwelijksgelofte af te leggen, en Stanislav trok wederom zijn sabel om die aan mij aan te bieden. Ik sprak mijn huwelijksgelofte uit. Daarna bracht Abe ons een beker met merrie melk waar we omstebeurt van dronken. Uiteindelijk verklaarde Ridder David dat wij in het aanzien van de Goden en de voorouders gehuwd waren.
We kusten.
Een aantal gasten snelden naar ons toe om te feliciteren. Sommigen wilden ook een huwelijkscadeau geven. Onze landgenoot Lex stond schuchter in de rij. Hij had de dag ervoor al zijn dank uitgesproken dat hij was uitgenodigd bij deze ceremonie, en kon wellicht zijn geluk nu ook niet geloven. Hij beloofde ons een set prachtige zadels voor onze hengsten, een groots cadeau!
Harman was zacht zoals hij altijd naar mij was. Hij wenste ons het allerbeste en gaf Stanislav een mannelijke omhelzing. Ik hoorde hem zachtjes fluisteren: "Take care of her."
Ook de Fae waren aan het genieten van het huwelijk. Als wezens die zich voeden met de emoties van anderen was elke sterke emotie welkom, en wij maakten een waar feestmaal voor hen klaar. De Sterrenwichelaar Fae wees ons een ster, die speciaal voor ons zou schijnen, en die we altijd konden volgen op onze reis.
"We hebben afgesproken dat jullie vannacht geen nachtmerrie krijgen, zij blijft bij jullie weg." zei de Fae van Goede Dromen, wijzend op haar vriendin.
"En zij zal jullie een goede droom schenken vannacht." zei de Fae van de Nachtmerries, wijzend op haar vriendin.
"Dankjulliewel." lachten we; "Maar ik denk niet dat we echt aan slaap toekomen vannacht."
Eén Fae stapte naar voren en trok alle aandacht naar zich toe. Hij was de Fae van het einde der dingen, en ik had niet veel tijd gehad om met hem te praten. Nu waren alle ogen op hem gericht.
"Omdat er zoveel mooie cadeaus worden gegeven, wilde ik ook iets geven. Een tipje van de sluier oplichten, om zo te zeggen."
Zijn ogen rolden naar achter, en alleen het wit was nog zichtbaar. Zijn stem brak, en met een schorre schreeuw bracht hij ons een profetie.
"Muren zullen breken en bloed zal vloeien!" (Ik heb slechts dit kleine beetje onthouden, maar zijn profetie was echt langer)
De andere gasten keken onthutst, maar ik hoorde slechts de woorden van hoop. Ik verwachtte niet anders dan dat Iis in een burgeroorlog gestort zou worden nu ik opstond als erfgename en keizerin wilde worden. Het zou bloederig worden, maar daaruit putte ik slechts hoop. De profetie garandeerde dat er in ieder geval iets zou veranderen in Iis, en dat was hard nodig. Die gedachte dat gaf me kracht.
Nadat alle gasten die dat wilden ons hadden gefeliciteerd was het tijd om naar de slaapkamer begeleid te worden en Stanislav sloot resoluut de deur zodat we samen konden zijn.

Stanislav and Zaphira
picture credit: Narsaela (who plays Abe)
De volgende ochtend kwam eindelijk de delegatie uit Iis aan. Een aantal bewapende wachters, een kuis geklede kamenierster, en een aantal hooggeplaatste dames en heren. Het was een drukte van jewelste, en ik kreeg maar heel kort van tevoren waarschuwing dat ze er zouden zijn. Linde was weer zo vriendelijk om thee te regelen en er stond lekkers op tafel. De namen van de delegatieleden gingen in een waas aan me voorbij. Ik stelde Stanislav aan ze voor als mijn gemaal, en een korte blik van paniek gleed over het gezicht van de bisschop van de Hoeder. Wellicht had hij inderdaad één of meerdere huwelijkskandidaten op het oog gehad, maar die plannen konen nu direct de prullebak in.
Ik was aan het hoofd van mijn tafel komen te zitten, met links van mij de bisschop en een adellijke dame uit Iis. Rechts van me zaten twee gildehoofden. Allen waren ze geïnteresseerd in mijn plannen voor Iis.
"Ik weet weinig van Iis. Verhalen van die kant zijn schaars. Ik weet dat het land is opgesplitst in stad-staten, elk met een eigen politieke agenda. Dat het land lijdt onder ondoden, vampieren en demonen en de gewone man...;" ik draaide richting de gildemeesters; "...hard moet werken om te overleven."
De adellijke dame beaamde dit. Ze vertelde over hoe het land verscheurd was en vroeg me hoe ik het wilde verenigen.
Ik had daar geen antwoord op. "Ik kan nu alvast plannen gaan maken, maar die plannen zijn afhankelijk van hoe het er daadwerkelijk aan toe gaat. Hoe het volk reageert. Of de adel zich aansluit, of zich verzet."
De gezichten aan tafel stonden in blikken van vertwijfeling. Hiermee ging ik ze niet over de streep trekken, maar ik wist niet precies hoe ik het beter kon vertellen. Ik had geen leger, maar ik wist dat de kozakken zich aan mijn zijde wilden scharen. Ik hoopte dat ik het volk kon overtuigen om achter me te staan. Ik wilde hoop geven. Maar het was allemaal heel vaag.
"Ik spreek graag later met u over de details, maar u snapt dat ik deze op dit moment gewoon nog niet vast staan." sloot ik af. "U wilt vast rusten en opfrissen na de lange reis. Nadine regelt de vertrekken, er zijn kamers voor u gereserveerd."
Er kwam een man uit het bos wandelen, helemaal in zijn eentje, en hij groette mij bij naam. (Omdat ik OC niet wist welke rol Ed speelde kon ik de geste niet retourneren, maar hij zei al dat hij zich eerst even ging opfrissen. Later kwam ik erachter dat het Ridder Boudewijn, volgeling van de Vrouwe der Verandering, was).
Ik dankte de Ridder dat hij de moeite had genomen om helemaal af te reizen naar Gostherfell, en we praatten kort. Meer dan een jaar geleden had ik hem vertrouwd met mijn verhaal over de ring, de ketting en de bloedlijn, en toen was hij al enthousiast geweest om zijn hulp aan te bieden. Zijn godin stond immers voor Verandering, en als ik mijn claim zou uitspreken en in Iis aan de slag zou gaan, dan zou Verandering zeker komen. Al snel kwam hij ter zake en hij bood wederom zijn hulp aan. Hij wilde zelfs meereizen naar Iis en mij daar bijstaan.
Ik hoefde er niet lang over na te denken: een ridder aan mijn linkerhand, en Stanislav aan mijn rechter? Heel graag. Ik zorgde dat hij een ketting met mijn zegel omkreeg om aan te geven dat hij onderdeel van mijn hofhouding was.
Hij raadde me aan dat ik het volk aan mijn kant moest krijgen, en sprak net als Stanislav over mijn rol als de Moeder van het volk. Ja, er zijn verwachtingen, maar er zijn ook kansen. Alleen als de hele familie meewerkt krijgen we het allemaal beter.
Ik wist van tevoren al dat alle adellijken hun eigen agenda zouden hebben, en hun steun afhankelijk zou zijn van wat ik hen kon bieden als tegenprestatie. Dat was niet hoe ik bedacht had om een keizerrijk op te bouwen. Het volk moest achter mij staan, en wat ik nu had om mee te werken waren twee gildemeesters, die het volk vertegenwoordigden. Met de adviezen van Ridder Boudewijn had ik een beter idee wat ik tegen ze kon zeggen. Ik sprak kort met hen beiden, maar kon natuurlijk nog steeds geen garanties bieden. Ze leken terughoudend te zijn, zelfs toen ik vertelde "Iedereen moet een kans krijgen om te verbeteren. Samen moeten wij groeien."
Oké, dat was misschien een stom idee zonder details. Maar toen één van de gildelieden vroeg wanneer ik op pad wilde gaan naar Iis om daar orde op zaken te zetten, verwachtte hij vast niet mijn antwoord: "Ik zou vanavond al kunnen afreizen."
Zijn wenkbrauwen schoten omhoog, en hij knikte goedkeurend. Blijkbaar wist ik van doorpakken. En eerlijk is eerlijk: nu de beslissing was gemaakt en de delegatie er eindelijk was, had ik geen zin om langer te wachten. Ik wilde orde op zaken gaan stellen. Er lag een berg werk voor ons in Iis, dus we konden maar beter snel beginnen. De gildelieden beloofden nog met anderen te spreken die mij al wat langer kenden, en gingen snel aan de slag. Blossem wilde aanvankelijk niets zeggen, totdat ik hem daartoe goedkeuring gaf.
De gildelieden waren de enigen waar ik de tijd voor nam om persoonlijk te spreken, maar dat weerhield de magiër er niet van om een voorstel te doen. Er was namelijk in Iis nog iemand anders die was opgestaan als erfgenaam, en deze Lady Catherine wilde heel graag met mij spreken. De magiër zou een connectie maken waardoor wij elkaar konden zien en spreken in een ritueel. Of ik daar aan mee wilde doen? Het moest wel redelijk stilletjes gebeuren, want teveel afleiding en ruis zou het ritueel verstoren.
"Of course I would like to speak with Lady Catherine. I would like my husband to be present in the circle. And perhaps Blossem can guard it from the outside."
Ik had de voorbereidingstijd die de magiër nodig had gebruikt om me om te kleden in mijn prachtige fluweelblauwe japon. Ik wilde een goede indruk maken op Lady Catherine en goed voor de dag komen.
Ridder Boudewijn gaf me nog wat tips voor ik bij de cirkel was. "Ze kan jou proberen aan haar zijde te krijgen, of ze kan direct proberen of ze aan jouw kant kan komen te staan. Let wel, als ze dat probeert, dan heb je gelijk een adder in je nest zitten."
Eenmaal klaar voor het ritueel stapten Stanislav en ik de cirkel in. Ridder Boudewijn knikte me bemoedigend toe, en hield net als Blossem een oogje in het zeil. Nadine was een stukje verderop gaan zitten om het ritueel te schetsen. Stanislav zat aan mijn rechterhand, en vóór mij was een lege stoel. Een vloerkleed met een drakenwapen, vermoedelijk het zegel van Lady Catherine, lag voor me op de grond.
De magiër vroeg mij om het kleed en het zegel aan te raken, en startte het ritueel. Ineens zag ik iets voor me bewegen. In de stoel voor me was een dame verschenen. Ze had een prachtige azuurblauwe jurk aan, en keek geïnteresseerd naar mij. Om haar arm prijkte een armband: het derde deel van de set kroonjuwelen --- de armband die ik maar wat graag zou willen bezitten.
De dame stelde zich voor als Lady Catherine en ze vertelde me kort over haar situatie. Af en toe draaide ze weg om tegen iemand bij haar in de kamer streng toe te spreken, maar die kon ik niet zien of horen. Het was duidelijk dat Catherine eigenlijk niet veel tijd had, want ze refereerde aan mensen - wezens? - die voor de poort stonden.
Ze sprak kort over haar situatie, en hintte dat een zwaard in haar buik haar onvruchtbaar had gemaakt. Dat maakte haar situatie nog penibeler. Als de laatste paar dagen me iets duidelijk was geworden was het wel dat er kinderen moesten komen om de bloedlijn zeker te stellen. Stanislav en ik waren bij onze huwelijksnacht gelijk begonnen aan die plezierige taak. Ik kon me voorstellen dat het voor Lady Catherine een probleem was. Haar claim als ergename werd natuurlijk niet serieus genomen als ze geen kinderen kon krijgen, en het zou ook het verkrijgen van bondgenoten ernstig bemoeilijken.
"So, dear cousin;" Cathine glimlachte wrang; "How do you see your future in Iis. What role will you play?"
"I will be empress." zei ik resoluut.
Catherine verbrak ons oogcontact en knikte. Ik kon er niet helemaal uit opmaken of ze daarmee mijn claim bevestigde of haar positie als ondergeschikt erkende.
Ze stelde voor dat ik met mijn gevolg naar haar zou komen, en ik sprak mijn intentie uit om haar te bezoeken. Met Lady Catherine aan mijn zijde werd mijn claim alleen maar sterker. Er waren echter nog andere zaken die geregeld moesten worden. Lady Catherine had niet alleen de magiër betaald, maar ook de bisschop van de Hoeder mijn kant op gestuurd. Ze vertelde dat er een ceremonie gehouden zou worden om mijn claim te erkennen, en daarna wilde ze haar loyaliteit aan mij zweren.
"We shall speak again later." sloot Catherine af.
"I look forward to it, dear cousin."
We gingen weer terug naar de hal van het jachthuis, maar ineens zag ik een bekend gezicht. Tabitha had mijn uitnodiging gekregen en was ook gekomen! We omhelsden elkaar en spraken kort. Alles leek nu ineens haast te hebben. Ik vertelde haar dat ik later die dag zou gaan vertrekken naar Iis, en Tabitha bood direct aan om mee te gaan. Dat was een aanbod wat ik maar al te graag aannam. Ik wist dat Hilde niet mee zou reizen en Tabitha was ook een begenadigd genezer die die taak over kon nemen. Hilde gaf haar ketting met mijn zegel aan Tabitha, en daarmee was zij officieel deel van mijn hofhouding.
Ik wilde nog even afscheid nemen van Abe. Al die jaren geleden was hij één van de eersten geweest die met mij had gepraat, en nu was hij erbij om me uit te zwaaien als ik wegging uit de Mark. Abe keek bezorgd. Hij was duidelijk iets aan het overpeinzen.
Hij vertelde dat hij al jaren aan het rondreizen was, en steeds maar weer op dezelfde plek uitkwam. "Het maakt niet uit hoeveel goeds ik in de wereld doe, ik kan mezelf nooit vergeven voor wat er in het verleden is gebeurd." sprak hij. "Elke keer kom ik daar weer uit."
"Misschien weet je die cirkel ooit te doorbreken." zei ik sussend.
"Misschien." hij keek in zijn glas. "Misschien is het tijd om een andere route te nemen. Anders blijf ik maar ronddolen in de Mark. Een tripje naar Iis bijvoorbeeld."
"Je bent welkom om met ons mee te reizen, Abe. Meer dan welkom." reageerde ik. "Misschien dat het je een ander doel in het leven geeft."
We praatten nog eventjes door, maar Abe had eigenlijk zijn beslissing al gemaakt. Hij zou meereizen naar Iis in de hoop zijn verleden eindelijk achter zich te kunnen laten. Ik zou het hem zó gunnen.
Ik stond op van onze tafel en vroeg kapitein Caspar om even plaats te nemen bij ons. "Ik wil dat je Abe inlicht over de taken van een Kapitein van de Wacht, en dat je hem jouw ketting met mijn zegel geeft. Hij zal met ons meereizen naar Iis en jouw functie overnemen."
Ik nam nog een momentje rust voor mezelf. Ik wilde nog een reactie schrijven naar Roland Wildekind, iets politiek corrects zodat de lijnen van communicatie open konden blijven. Meester Tiberius had ook al aangeboden dat het Monsterjagersgilde een dependence in Iis wilde gaan oprichten. Ik probeerde een brief op te stellen, maar het was niet eenvoudig om de juiste zinnen te formuleren, zeker niet omdat de delegatie uit Iis door wilde gaan met de ceremonie. Nadine pende snel mee met wat ik dicteerde. Uiteindelijk stond er in ieder geval iets op papier, en ze sloot af met mijn titels. "Bearer of the ring, the necklace and the bracelet."
"Maar Nadine, de armband heb ik nog niet."
"Maar dat komt zeer binnenkort goed." zei Nadine hoopvol. Ik hoopte het ook.
En toen was het tijd voor de ceremonie. De bisschop had me kort ingelicht over wat de bedoeling was en me de paperassen laten lezen. Ik wist wat er verwacht werd.
Stanislav stond natuurlijk aan mijn rechterhand in de cirkel die getrokken was. De magiër had weer een connectie gemaakt met Iis en Lady Catherine zat tegenover mij. Ze had een flinke bloeduitstorting op haar voorhoofd en haar rechterhand zat in het verband. Ze had duidelijk zelf de wapens ter hand genomen om de onrust bij haar poort op te lossen.
"Lady Leonie Sapphire the First, swear to uphold the laws of Iis and serve to the best of your abilities?" vroeg de bisschop.
"I do so swear."
"Do you swear you are here of your own free will, free of outside influence of undead, vampires, demons, or nekrocht?"
"I do so swear."
Er kwamen nog meer vragen, en op elke vraag beantwoordde ik hetzelfde. "I do so swear." Ik voelde een diepe rust op mij neerdalen. Dit was waar ik al jaren tergend langzaam naartoe aan het kruipen was, vooral gehinderd door mijn eigen twijfel. En dankzij mijn raadgevers en de mensen en elven en dwergen die aan mijn zijde stonden voelde ik me sterk genoeg om op te staan. Ik kon niet alleen mijn titel opeisen, maar ook diep in mij erkennen dat dit het juiste en het enige pad was wat ik wilde lopen. Gesterkt door de sterke kozak aan mijn rechterhand. Gesteund door de verwachtingsvolle blikken van de delegatie uit Iis. Zelfs als zij nog een moment van verwijfeling hadden, zij stonden daar met mij.
Nadat de eed was afgelegd, ging Stanislav als eerste op de knie, nog voor de magiër of de bisschop kon knielen. Hij bood mij weer zijn sabel aan, zijn eeuwige trouw en liefde. Ik accepteerde zijn gelofte met mijn hele hart.
De bisschop, Lady Catherine, de magiër, de gildelieden. Eén voor één knielden ze voor mij en zwoeren ze trouw. Ik sprak ze één voor één aan met hun naam en een acceptatie van hun gelofte die passend was bij de persoon. Ik beloofde met mijn troepen Lady Catherine te bezoeken, zodat we haar landerijen konden ontzetten van de dreiging van ondoden weg te nemen zodat de horigen hun land weer konden bewerken.
Ik voelde een warme wind over mijn schouders strijken. Als luchtmagiër was ik altijd al gespitst geweest op veranderingen in luchtstromen, en ik draaide me direct naar de bron.
De servitar stond naast me. Hij stapte langzaam tussen mij en Catherine in.
"Ben je er klaar voor?"
Ik hield mijn linkerhand uit en eisde: "Je beloofde me de armband."
"En die zul je krijgen. Je hoeft hem alleen maar op te halen."
Ik vouwde mijn hand dicht en liet hem hangen langs mijn zijde. "Dan laat ons vertrekken."
Er was nog een kort moment om afscheid te nemen, en sommige gasten maakten er gretig gebruik van. Zowel Nadine als Hilde en Caspar vielen me om mijn nek en gaven me een dikke knuffel. Nadine leek wel bijna te huilen. Ze pakte iets van een tafel, het portret waar ze eerder aan had geschilderd. Het was een prachtig statieportret geworden, met twee waaiers als vleugels achter mij. Ik bedankte haar uitvoerig.
"J'ai un cadeau pour toi aussi." zei ik in Pallax. Ik pakte mijn kopie van The Books of Tradition. Ik kende de inhoud inmiddels uit mijn hoofd, maar ik had nog een andere kopie laten maken die mij kon begeleiden tijdens mijn reis. "Voor je bibliotheek. Mira heeft het origineel, en dit is slechts een kopie, maar dit boek is mijn leidraad."
Mijn afscheid van Luca was minder zoet. Hij had tranen in zijn ogen toen hij afscheid kwam nemen. Maar ik was streng voor hem. "Wanneer ga je met Caspar trouwen?" vroeg ik hem. "Het wordt niks met jou als je niet een vrouw hebt die je vertelt wat je moet doen. Het is de hoogste tijd dat je verstandig wordt en naar haar gaat luisteren."
Luca knikte braaf, en zijn stem brak. "Het ga je goed, Zaphira."
En zo liepen we richting de stallen. Stanislav en ik hand in hand. Ridder Boudewijn, de servitar, Abe en Tabitha. De delegatie uit Iis op onze hielen. Aan het einde van het pad draaide ik me nog één keer om. De avonturiers waar ik zo lang mee had meegereisd waren inmiddels allemaal weer druk aan het overleggen. Nu moesten ze het zelf oplossen.
Stanislav en ik gingen onze toekomst tegemoet. Samen.
no subject
Date: 2024-07-18 07:18 am (UTC)no subject
Date: 2024-07-18 02:38 pm (UTC)Het was een heel fijn einde van een langlopend personage, en de spelleiding heeft me verwend met zo'n mooi roze Barbiedromen einde. <3