Emphebion Winterlive 2025
Dec. 31st, 2025 03:33 pmAnderhalf jaar geleden stapte Zaphira Leonie Sapphire I mijn wereld uit, en stapte ze definitief de wereld van Emphebion in om deel te nemen aan de setting. Een jaar geleden op het Winterlive ging ik NPC'en omdat ik niet wist wat ik voor nieuws wilde gaan spelen en met het afgelopen zomerlive was ik te druk bezig met klussen in het nieuwe huis. Het was dus al eventjes geleden! Gelukkig was ik bij het pannekoeken eten na het zomerlive van harte welkom, dus hoefde ik niet alle fijne vibes van alle fijne mensen te missen. Emphebion heeft toch een speciaal plekje in mijn hart.
Gaandeweg het jaar kreeg ik inspiratie voor een nieuw personage. Ik had stagiaire Manou een bruin-groene variant van mijn Ksenja tuniek laten maken. Eéntje met lange mouwen van wol, en ééntje met korte mouwen van linnen. Ik kon er ook een wat ouder dun leren hesje met konijnenbont bijdoen voor 'licht pantser', bewerkte mijn flessengroene pijlenkoker met zwarte schoensmeer zodat het iets minder fel werd, en pakte mijn boog erbij.
En oh ja, twee mantels, wollen sokken en een merino wollen longsleeve. Het is immers wel het winterlive. Kerst was dit jaar erg koud en de temperaturen doken rond en net onder het vriespunt, dus lekkere wollen onderkleding, merino wollen col, wollen baret en wollen handschoentjes waren geen overbodige luxe.
Ik had besloten om een boogschutter te gaan spelen omdat ik tochte-zoveel pijlen heb. En ik had een idee voor een personage, wat ik gelukkig voor het evenement nog even met Irma kon bespreken. Er waren namelijk geruchten dat Junkfrau Hildegard (gespeeld door Cleo) een brief had gekregen dat haar familie een echtgenoot voor haar had gevonden / gekozen en dat zij binnenkort werd verwacht om met hem te trouwen. Ik stelde voor om een boogschutter uit de persoonlijke garde of het leger te gaan spelen die dan met die potentiële echtgenoot mee zou reizen. Het was heel fijn om dit concept even met Irma van de Verhaalcommissie te kunnen overleggen, want voor hetzelfde geld hadden ze hele andere plannen met deze huwelijkspartner. Irma overwoog ook goed of Cleo dit ook wel een leuk concept zou gaan vinden. We spraken af dat als Cleo het helemaal niks zou vinden, ik met mijn nieuwe personage binnenspels een iets andere richting op zou gaan en haar de ruimte zou geven. Gelukkig kwam dat helemaal goed.
Welkom 'Vau' Leidenfrost, Verkenner in het Zoltanaxische leger.
Met twee oudere broers (Ernst (onderzoeker) en Werner (slager) en een jonger zusje (Lieselotte, nog 1 dienstjaar te gaan) was haar achtergrond korter dan een A4'tje. Vau had aanleg voor haar werk en toen haar diensttijd erop zat ging zij verder als beroepsmilitair.
Op de eerste avond was het echt heel koud; een aantal graden onder nul met een kille mist boven het veld. De gebruikelijke "kom eerst maar op de locatie"-wandeling werd daardoor ingekort tot een wandeling van vrijwillige lengte. Je mocht ook gewoon aan de rand van de weg beginnen als je dat wilde, en dan snel naar binnen om weer warm te worden.
Ik werd het spel ingestuurd met twee NPCs, beiden soldaten uit mijn regiment. We wandelden rustig van de achterkant van het veld naar de herberg, en namen een plekje in langs de bar. Ik had orders meegekregen van mijn commandant (de aanstaande van Junkfrau Hildegard): regel de overnachting, en houd de Junkfrau veilig en observeer haar. We stonden even langs de bar te kijken hoe ongeorganiseerd de avonturiers waren, wat ons niet echt verbaasde. Helmut had al snel de Junkfrau herkend en alhoewel we in Zoltanaxisch praatten (verbasterd Duits), was het voor de aanwezige avonturiers wel duidelijk dat wij op zoek waren naar de Junkfrau. Een aantal wierpen nieuwsgierige blikken onze kant op.
Gudrun en Helmut gaven aan dat zij weer terug zouden reizen naar de rest van het regiment, en ik moest achterblijven. Prima.
Ik sloot braaf aan in de rij om een kamer te bespreken en besprak voor mijzelf een plekje op de hooizolder, en voor de volgende nacht 2 plekjes op de hooizolder voor Gudrun en Helmut, en een kamer voor de majoor.
Het duurde niet zo lang of ik werd benaderd door de Junkfrau. Ze vroeg mij naar mijn doel en ik antwoordde plichtsgetrouw.
"Ah, u bent gestuurd door mijn aanstaande..." zei Hilde vertwijfeld, vissend naar een naam.
"...genau, da haben Sie recht." reageerde ik stoïcijns. Ik gaf verder geen antwoord. Zij had immers niet om de naam gevraagd, en leek van haar stuk gebracht te zijn van mijn ontwijkende antwoord.
Ik was nog niet heel erg onder de indruk van deze Junkfrau. Gedurende de avond liep ze heen en weer en praatte ze met verschillende avonturiers, maar ze leek niet heel daadkrachtig te zijn. Wellicht was zij nog jong. Ik vroeg sommige avonturiers over hun mening over de Junkfrau, en probeerde alles te onthouden. "Altruïstisch, soms ook ietsje té..."
Later op de avond vroeg de Junkfrau naar mijn naam. "'Vau' Leidenfrost, verkenner." Ik vertelde dat ik diende in het regiment van haar aanstaande, dat hij mijn commandant was. Omdat mijn briefing van tevoren nogal summier was geweest, had ik niet meegekregen wat de naam of zelfs maar de rang van de beste man was geweest, maar gelukkig werd dat door spelleiding snel gerectificeerd en kon ik de rest oplossen met meepraten met wat er door de andere spelers werd gezegd. "Hij is toch majoor?" Ja, uiteraard. Vast. Jij zal het wel weten...
Het kwam initieel niet eens in Hilde op dat 'Vau' mijn voorletter was, niet mijn voornaam. Toen ze daar (nadat het tijdens het OC eten genoemd was) naar vroeg, heb ik ontwijkend geantwoord en verteld over mijn familie. Hilde had nog niet mijn vertrouwen verdiend en ik vond het redelijk meta-gamen. Maar natuurlijk is een geheim alleen leuk als sommigen het wel weten, dus heb ik het binnenspels aan drie verschillende mensen verteld. Ik geloof niet dat deze personen het hebben onthouden. Inmiddels word ik "frau Vau" genoemd door de andere spelers.
Ik maakte ook kennis met Junkherr Ambros, ook van Zoltanax. Een statige heer van stand die geen enkele moeite had om mij aan te sturen. En tsja, het is niet mijn commandant, maar hij is toch van stand, dus ik volg braaf zijn orders op. Mits die niet conflicteren met mijn staande orders, natuurlijk.
Ik ben op de vrijdagavond vroeg naar bed gegaan, het was koud genoeg. Gelukkig is de locatie goed verwarmd en was de slaapzaal prima te doen. Wel moest ik mijn col over mijn hoofd leggen om de felle nooduitgangsbordje-verlichting een beetje af te schermen.
De tweede dag was ik natuurlijk al om acht uur klaarwakker, en na het ontbijt begon ik met een boogschiettraining. Wellicht dat het koude weer niet mee heeft geholpen; ik kwam er niet echt lekker in en mijn rechterschouder protesteerde al snel. Na twee rondjes pijlen schieten vond ik het wel best. Ik was dus niet helemaal lekker ingeschoten, en in de gevechten van de dag zat ik vaak te hoog met mijn pijlen. Er waren problemen met weerwolven en demonen, dus er was genoeg te doen. En tussen de drukte door kon ik lekker een stukje breien aan een simpele sok. Ik hield me in ieder geval best ver van het hoofdplot -- allemaal dingen die teruggrepen op eerdere evenementen waar de rest van de spelers heel druk mee leken te zijn en gedoe met de Goden (vooral de Brenger) waar ik gewoon niet zo heel veel zin in had. Ik moest nog een hoop namen leren, immers. Niet dat dát het plan was...Ik heb ontzettend veel plezier gehad om de namen van de avonturiers te verbasteren. De reactie van sommigen: "Wie is Arie?"
Toen in de middag de Junkfrau naar een rituele cirkel in het bos wilde gaan "om eens te kijken" stond ik klaar om mee te gaan. Er was echter al een groepje van zes personen verzameld, en de Junkfrau zei dat ik maar achter moest blijven. Ze zou beschermd worden door de anderen. [Dankzij de Regel van Zes worden groepen naar het bos beperkt tot zes spelers en zijn er altijd voldoende NPCs in het bos aanwezig om het een interessante encounter te maken, dus als ik echt mee had gewild moest er iemand anders achterblijven.]
Toen de Junkfrau terug kwam uit het bos zag ze er echter gehavend uit. Ik kon mezelf wel voor mijn kop slaan, en nam me voor mijn falen te rapporteren aan de Majoor, zoals proper was.
Toen ik bij de bar stond, kwam er een krijger in wit en rood mijn kant op, die zich voorstelde als Scarlet. Hij praatte in Iis en vroeg of ik die taal ook machtig was. Nu had ik bij het creëren van mijn personage wel bedacht dat ik Dosforks (de voertaal) moest kennen, en niet alleen mijn moedertaal Zoltanax, maar de vaardigheid om meer talen te kennen betekende dat je ze per 2 moest aankopen. Dosforks dus sowieso en ik had Iis met een vraagteken gezet, maar dat was dus gelijk besloten. Ik praatte inderdaad Iis.
We praatten wat en hij nodigde me uit om een kaartspelletje te spelen: Five Card Draw (een variant van poker).
Ik vertelde dat ik al bijna door mijn soldij heen was omdat ik de gereserveerde kamers alvast had moeten betalen, dus gebruikten we foci stenen van een magiër genaamd Disgee als fiches om mee te gokken, en zij deed ook gezellig mee.
Na een aantal rondjes was ik door mijn fiches heen, en ik grapte dat ongeluk in het spel, geluk in de liefde zou betekenen. Daar leek Simon the Red (Scarlet) wel oren naar te hebben.
"Ik weet niet hoe aantrekkelijk de hooizolder is..." zei ik sarcastisch.
"Gelukkig heb ik een kamer."
"Oh, maar ik dacht dat ik daar mocht slapen;" zei Disgee snel. "Mijn vader wil niet dat ik op een slaapzaal slaap..."
Ik liet mijn kaarten op tafel liggen (de fiches waren toch op) en liep naar de bar. Niet lang daarna kwam één van de bardames naar mij toe lopen met een groen kristal (waarde: 5). "Deze moest ik u geven van een meneer. Hij zei dat u wel zou weten waar het voor was."
Ik nam het kristal aan, schudde mijn hoofd, en gaf snel het kristal weer terug. "Zeg hem maar dat ik niet te koop ben. Ik werk voor mijn kristal."
Ik zag niet naar wie zij terugliep, maar ik kon het wel raden: Simon the Red...
Er waren een aantal gevechten met demonen en met weerwolven. Blijkbaar was er een macguffin achter de herberg wat licht gaf. Nog steeds hoofdplot, dus alhoewel ik meevocht met de gevechten vond ik het prima om een beeld te krijgen van de avonturiers door aan hun zijde te vechten en de besluiten door de adel te laten nemen. De kapitein Goudhaan leek daar best toe in staat, en ook Ritter David, Grrr de Ork (Gurak) en Sissyphus de Dwerg (Scorpion) stonden hun mannetje.
Heel laat in de avond kwam de Zoltanaxische delegatie pas aan, maar de majoor was er niet bij. Die was teruggeroepen, en Junkherr Garrick, de broer van Junkfrau Hilde, was met een aantal manschappen verder gereisd. Ik was blij dat ik de kamers had betaald, want er was een tekort en de bardames hadden moeite om voor iedereen plek te vinden. Nu was er echter een kamer over, dus een deel van de manschappen kon daar slapen, en voor de overgebleven plekken op de hooizolder speelden ze Schere, Stein, Papier. Met zijn allen. Tegelijk. De vibe tussen de soldaten onderling was geweldig en wij deelden Schnapps en een Wurst-Käse scenario. De Junkfrau zat een stukje verderop bij haar broer en het was duidelijk dat het huilen haar nader stond dan het lachen. Haar broer hamerde op haar Pflicht om te trouwen, en wat er van haar werd verwacht.
Ik kon nog even met Walter praten, de soldaat die met Garrick was meegereisd, en rapporteerde aan hem over de Junkfrau. Hij gaf nog wat tips mee (die ik natuurlijk buitenspels allang weer vergeten ben) en zou voor de deur van Hilde slapen in een fauteuil die daar op de gang stond en die hij wel even wat dichterbij haar deur zou schuiven.
Ik mocht zelfs even met Garrick zelf praten; hij benadrukte de keuze die Hilde had: voldoen aan haar plicht, trouwen met de kandidaat die door haar familie was uitgekozen, en kinderen baren voor de bloedlijn. Of haar plicht verzaken en nooit meer teruggaan naar Zoltanax.
De volgende dag vertelde de Junkfrau dat zij haar beslissing gemaakt had. Of nou ja, Moros-Maan (een NPC Hybard onderdeel van het plot wat ik zo kunstig aan het ontwijken was) had één van de keuzes opgegeten, dus dat was nu weg. Dus ging zij aan haar plicht voldoen en trouwen met de majoor.
Daarmee steeg zij in mijn achting. Wellicht zou het dus nog wel goed komen met haar.
Ik vroeg hulp bij het maken van een kort lijstje zodat ik niet kon vergeten wat ik nog moest rapporteren, en liet een aantal punten opschrijven:
- Slechte organisatie barpersoneel, restitutie onvoldoende
- Onvolledige informatie verstrekt over uitkomst rechtszaak Nadien
- Ongevraagd mening geuit richting de jonkheer over de rechtszaak.
Toen ik later met de Junkherr Ambros stond te praten, vroeg hij naar mijn rapport, dus natuurlijk overhandigde ik hem het lijstje. Hij bekeek de punten en corrigeerde ze. "Hoezo was de restitutie niet voldoende?" vroeg hij.
Ik legde het uit. De dames achter de bar hadden inderdaad de adelbrief van Junkherr Gerrick gezien, waardoor de kamer voor hem gratis was geweest. Maar omdat de majoor niet in staat was geweest om te komen en de kamer wel gebruikt werd, moest die gewoon betaald worden, en kreeg ik minder kristal terug dan verwacht. Ik had zelfs van de Junkherr kristal moeten lenen om alles te kunnen betalen, en ik had niet genoeg terug gekregen om hem terug te betalen.
"Das ist ja kein Problem;" wimpelde de Junkherr mijn bezwaren weg. "Ik geef jou een opdracht om die schuld terug te betalen door te werken. Als jij de Junkfrau veilig houdt, kun je mij daarmee terug betalen en hoeft het niet gerapporteerd te worden."
Ik knikte dankbaar. Die opdracht had ik ook van Majoor Siegefeuer gekregen, dus moest ik toch al doen.
"En die mening over de rechtszaak? Dat was slechts ein observatie." verbeterde de Junkherr het lijstje. Hij kraste het woord 'mening' door en gaf mij het lijstje terug. Ik ging op zoek naar iemand die Zoltanax kon schrijven om mij te helpen het rapport in te sturen. Disgee schreef het rapport voor mij, en ik betaalde mijn laatste kristal om het op te sturen naar de majoor.
In de middag werden we aangevallen door allemaal zieke lieden. Eentje liep er zelfs te schuimbekken. Echt heel smerig, maar de Junkfrau moest beschermd worden. Na dit gevecht voelden velen zich niet lekker, en de Junkfrau drukte mij ook een klein flesje met paardemiddel in mijn hand om mijn lichaam te zuiveren. Het enige nadeel was dat ik daar flink van moest overgeven.
Tijdens de gevechten had ik wel een nare aanvaring. Ik had mijn boog inmiddels weggelegd omdat het schieten zo slecht ging dat ik het niet meer vertrouwde. Ik ging verder met mijn zwaard, een heerlijke anderhalf-hander waar ik echt goed mee om kon gaan. Dat werd echter teniet gedaan toen ik vlakbij het hekje rondom de voorplaats stond en door Ed naar achter gedreven werd. Dat heb ik niet gedaan vanwege dat hekje en ik had geen zin om een gat in mijn achterhoofd te vallen. Leuk dat je kan swaffelen met je twee korte wapens, maar als ik geen stap meer kan doen, dan tel ik de hits niet. Etterbak.
En er was een uitvinder die twee spreekstenen had gemaakt. Als deze beide stenen aan een constructeurspilaar werden gekoppeld kon een boodschap die tegen de ene steen gezegd werd, naar de andere steen gestuurd worden. Daar werd de boodschap van maximaal 100 woorden dan twee keer afgespeeld. Zowel Junkherr Ambros als Junkfrau Hildegard hadden daar wel oren naar. We keken naar onze financiën. Hilde was net als Vau bijna blut, maar ik schoof mijn laatste vijf kristal naar de Junkheer zodat hij mee kon doen met de bieding. Uiteindelijk toen de veiling van start ging werd hij al snel overboden door Torg. En toen kwam ineens het winnende bod van de Meester Troubadour Luciano.
Hilde klapte blij in haar handen. Luciano had haar zijn hulp aangeboden en hij vroeg Ambross om te betalen wat hij kon, en overhandigde de stenen aan Hilde. Zo kon ze altijd een boodschap naar haar familie sturen!
Op de laatste avond stond ik op het punt om naar bed te gaan. Er was genoeg te doen geweest rondom de Brenger, de rechtszaken, en de weerwolven, maar daar had ik me afzijdig van gehouden. Toch bleef ik nog twijfelen. Het was bijna 1 uur, en dan was er waarschijnlijk geen nieuw plot meer. Toch bleef ik dralen, en ik had al een aantal keren oogcontact gemaakt met de Rakker Henrik (Blossem). Ik was er in de afgelopen dagen achter gekomen dat de bardames wel erg leuk waren en dat Vau daar geen probleem mee had (Oh, Vau is bi?), alhoewel Gudrun een beetje teleurgesteld was dat zij dat niet wist. Ook waren er een aantal dwergen geweest met echt woest aantrekkelijke baarden. Hm.
We namen plaats aan tafel. "Wat gaan we spelen?" Ik keek naar de lege tafel. "Warte mal, wat gaan we drinken?"
Ik haalde drinken voor de tafel en schoof aan. Meestermagiër Raistlin wilde een ritueel gaan doen en deelde leren zakjes uit. "Denk aan iets wat je veilig houdt, iets wat je kracht geeft, en stop dat hierin. Niet echt natuurlijk, maar de gedachte zelf."
Toen Rakker Heinrich het woord had sprak hij over een sterk zwaard, en een goede strijder aan zijn zijde en hij keek daarbij naar mij. Ik glimlachte scheef. Oh, dacht hij zo over mij? Sehr schön!
Toen het mijn beurt was, vertelde ik over mijn regiment, mijn sergeant, mijn majoor, het leger, en Zoltanax. Al die dingen gaven mij kracht. Ik probeerde me voor te stellen dat ik dat allemaal in dat kleine lederen buideltje bij mij droeg bij het volgende gevecht. Het gaf me kracht.
Daarna was het tijd voor het vrijgezelligfeestje voor Lukas (Luca), maar ik was niet uitgenodigd en werd geweerd bij de deur. Dus ging ik van buiten door de ramen kijken wat er in de haardkamer gebeurde. Lukas zat op een stoel en een schaarsgeklede dame draaide om hem heen. Op de bar zaten Meester Luciano en de ork Grr met hun beentjes te wiebelen van plezier. Maar het feestje werd al snel onderbroken door de jonkvrouwe Goudhaan, aanstaande schoonzus van de bruidegom, en het feestje droop af. Toen Rakker Henrik met de stripper van het vrijgezelligfeestje van Lukas op zijn arm de gang inliep en mij zag staan keek hij even schuldig. Blijkbaar was hij vergeten dat hij misschien al plannen had voor die avond. Ik glimlachte blij naar hem. "Zo wordt het wel héél gezellig." We zijn met zijn drieën naar de hooizolder gegaan.
Toch wel typisch dat de Jonkvrouwe Van Nimmen mij de volgende ochtend complimenteerde op mijn keuze. Ik vraag me af wie er voor haar de Rakker in de gaten hield...
De laatste dag was weer een drukte van jewelste. Een aantal schavuiten die geen lid waren van het Monsterjagersgilde waren ingehuurd door de lokale adel om het weerwolvenprobleem te verhelpen. De jagers kwamen met een geketende weerwolf aan, en de jonkvrouwe sprak recht en veroordeelde de weerwolf tot de dood. Junkfrau Hilde stond erbij, en omdat zij had toegezegd dat ze haar plicht wilde voldoen en ik zag dat ze het moeilijk had, ging ik bij haar staan om haar bemoedigend toe te spreken. "U mag niet wegkijken, houd uw rug recht. U mag wel de ogen sluiten als u het niet wilt zien. En als u zich niet goed voelt, span dan de buikspieren een beetje aan;" zei ik zachtjes. Ik zag haar inderdaad rechter op staan, en de executie werd voltrokken. De Junkfrau gaf geen krimp. Wellicht werd het nog wat met haar.
De laatste gevechten waren heftig, en alhoewel de Junkfrau eerst nog bij de herberg in de buurt bleef, was zij later afgedwaald naar het veldje erachter, naar de lichtgevende Macguffin. Ik ging snel achter haar aan en ben ook meerdere keren tussen de monsters en haar gedoken. Ondanks haar opvallende lichtblauwe kleding was ik haar op een bepaald moment toch kwijt en werd ik overrompeld door de monsters. Onze lichamen werden bij de Macguffin gelegd, en na een kort ritueel en gegrom van de monsters om ons heen vetrokken die met het lichtgevende ding. Lourens ging ons allen langs, en met een kleine handoplegging voelden we een klein beetje kracht terugkeren. Maar ik werd overspoeld door een gevoel van chaos -- iets wat absolut on-Zoltanaxisch is -- en ik schreeuwde in frustratie en het gevoel dat de Orde en Regelmaat die Zoltanax zoveel kracht geeft, nu was verloren.
We hinkten terug naar de herberg, waar we snel onze spullen bij elkaar graaiden. Ik deelde mijn hardkeks met mijn mede-krijgers, en we vertrokken van deze vervloekte plek.
Gaandeweg het jaar kreeg ik inspiratie voor een nieuw personage. Ik had stagiaire Manou een bruin-groene variant van mijn Ksenja tuniek laten maken. Eéntje met lange mouwen van wol, en ééntje met korte mouwen van linnen. Ik kon er ook een wat ouder dun leren hesje met konijnenbont bijdoen voor 'licht pantser', bewerkte mijn flessengroene pijlenkoker met zwarte schoensmeer zodat het iets minder fel werd, en pakte mijn boog erbij.
En oh ja, twee mantels, wollen sokken en een merino wollen longsleeve. Het is immers wel het winterlive. Kerst was dit jaar erg koud en de temperaturen doken rond en net onder het vriespunt, dus lekkere wollen onderkleding, merino wollen col, wollen baret en wollen handschoentjes waren geen overbodige luxe.
Ik had besloten om een boogschutter te gaan spelen omdat ik toch
Welkom 'Vau' Leidenfrost, Verkenner in het Zoltanaxische leger.
Met twee oudere broers (Ernst (onderzoeker) en Werner (slager) en een jonger zusje (Lieselotte, nog 1 dienstjaar te gaan) was haar achtergrond korter dan een A4'tje. Vau had aanleg voor haar werk en toen haar diensttijd erop zat ging zij verder als beroepsmilitair.
Op de eerste avond was het echt heel koud; een aantal graden onder nul met een kille mist boven het veld. De gebruikelijke "kom eerst maar op de locatie"-wandeling werd daardoor ingekort tot een wandeling van vrijwillige lengte. Je mocht ook gewoon aan de rand van de weg beginnen als je dat wilde, en dan snel naar binnen om weer warm te worden.
Ik werd het spel ingestuurd met twee NPCs, beiden soldaten uit mijn regiment. We wandelden rustig van de achterkant van het veld naar de herberg, en namen een plekje in langs de bar. Ik had orders meegekregen van mijn commandant (de aanstaande van Junkfrau Hildegard): regel de overnachting, en houd de Junkfrau veilig en observeer haar. We stonden even langs de bar te kijken hoe ongeorganiseerd de avonturiers waren, wat ons niet echt verbaasde. Helmut had al snel de Junkfrau herkend en alhoewel we in Zoltanaxisch praatten (verbasterd Duits), was het voor de aanwezige avonturiers wel duidelijk dat wij op zoek waren naar de Junkfrau. Een aantal wierpen nieuwsgierige blikken onze kant op.
Gudrun en Helmut gaven aan dat zij weer terug zouden reizen naar de rest van het regiment, en ik moest achterblijven. Prima.
Ik sloot braaf aan in de rij om een kamer te bespreken en besprak voor mijzelf een plekje op de hooizolder, en voor de volgende nacht 2 plekjes op de hooizolder voor Gudrun en Helmut, en een kamer voor de majoor.
Het duurde niet zo lang of ik werd benaderd door de Junkfrau. Ze vroeg mij naar mijn doel en ik antwoordde plichtsgetrouw.
"Ah, u bent gestuurd door mijn aanstaande..." zei Hilde vertwijfeld, vissend naar een naam.
"...genau, da haben Sie recht." reageerde ik stoïcijns. Ik gaf verder geen antwoord. Zij had immers niet om de naam gevraagd, en leek van haar stuk gebracht te zijn van mijn ontwijkende antwoord.
Ik was nog niet heel erg onder de indruk van deze Junkfrau. Gedurende de avond liep ze heen en weer en praatte ze met verschillende avonturiers, maar ze leek niet heel daadkrachtig te zijn. Wellicht was zij nog jong. Ik vroeg sommige avonturiers over hun mening over de Junkfrau, en probeerde alles te onthouden. "Altruïstisch, soms ook ietsje té..."
Later op de avond vroeg de Junkfrau naar mijn naam. "'Vau' Leidenfrost, verkenner." Ik vertelde dat ik diende in het regiment van haar aanstaande, dat hij mijn commandant was. Omdat mijn briefing van tevoren nogal summier was geweest, had ik niet meegekregen wat de naam of zelfs maar de rang van de beste man was geweest, maar gelukkig werd dat door spelleiding snel gerectificeerd en kon ik de rest oplossen met meepraten met wat er door de andere spelers werd gezegd. "Hij is toch majoor?" Ja, uiteraard. Vast. Jij zal het wel weten...
Het kwam initieel niet eens in Hilde op dat 'Vau' mijn voorletter was, niet mijn voornaam. Toen ze daar (nadat het tijdens het OC eten genoemd was) naar vroeg, heb ik ontwijkend geantwoord en verteld over mijn familie. Hilde had nog niet mijn vertrouwen verdiend en ik vond het redelijk meta-gamen. Maar natuurlijk is een geheim alleen leuk als sommigen het wel weten, dus heb ik het binnenspels aan drie verschillende mensen verteld. Ik geloof niet dat deze personen het hebben onthouden. Inmiddels word ik "frau Vau" genoemd door de andere spelers.
Ik maakte ook kennis met Junkherr Ambros, ook van Zoltanax. Een statige heer van stand die geen enkele moeite had om mij aan te sturen. En tsja, het is niet mijn commandant, maar hij is toch van stand, dus ik volg braaf zijn orders op. Mits die niet conflicteren met mijn staande orders, natuurlijk.
Ik ben op de vrijdagavond vroeg naar bed gegaan, het was koud genoeg. Gelukkig is de locatie goed verwarmd en was de slaapzaal prima te doen. Wel moest ik mijn col over mijn hoofd leggen om de felle nooduitgangsbordje-verlichting een beetje af te schermen.
De tweede dag was ik natuurlijk al om acht uur klaarwakker, en na het ontbijt begon ik met een boogschiettraining. Wellicht dat het koude weer niet mee heeft geholpen; ik kwam er niet echt lekker in en mijn rechterschouder protesteerde al snel. Na twee rondjes pijlen schieten vond ik het wel best. Ik was dus niet helemaal lekker ingeschoten, en in de gevechten van de dag zat ik vaak te hoog met mijn pijlen. Er waren problemen met weerwolven en demonen, dus er was genoeg te doen. En tussen de drukte door kon ik lekker een stukje breien aan een simpele sok. Ik hield me in ieder geval best ver van het hoofdplot -- allemaal dingen die teruggrepen op eerdere evenementen waar de rest van de spelers heel druk mee leken te zijn en gedoe met de Goden (vooral de Brenger) waar ik gewoon niet zo heel veel zin in had. Ik moest nog een hoop namen leren, immers. Niet dat dát het plan was...Ik heb ontzettend veel plezier gehad om de namen van de avonturiers te verbasteren. De reactie van sommigen: "Wie is Arie?"
Toen in de middag de Junkfrau naar een rituele cirkel in het bos wilde gaan "om eens te kijken" stond ik klaar om mee te gaan. Er was echter al een groepje van zes personen verzameld, en de Junkfrau zei dat ik maar achter moest blijven. Ze zou beschermd worden door de anderen. [Dankzij de Regel van Zes worden groepen naar het bos beperkt tot zes spelers en zijn er altijd voldoende NPCs in het bos aanwezig om het een interessante encounter te maken, dus als ik echt mee had gewild moest er iemand anders achterblijven.]
Toen de Junkfrau terug kwam uit het bos zag ze er echter gehavend uit. Ik kon mezelf wel voor mijn kop slaan, en nam me voor mijn falen te rapporteren aan de Majoor, zoals proper was.
Toen ik bij de bar stond, kwam er een krijger in wit en rood mijn kant op, die zich voorstelde als Scarlet. Hij praatte in Iis en vroeg of ik die taal ook machtig was. Nu had ik bij het creëren van mijn personage wel bedacht dat ik Dosforks (de voertaal) moest kennen, en niet alleen mijn moedertaal Zoltanax, maar de vaardigheid om meer talen te kennen betekende dat je ze per 2 moest aankopen. Dosforks dus sowieso en ik had Iis met een vraagteken gezet, maar dat was dus gelijk besloten. Ik praatte inderdaad Iis.
We praatten wat en hij nodigde me uit om een kaartspelletje te spelen: Five Card Draw (een variant van poker).
Ik vertelde dat ik al bijna door mijn soldij heen was omdat ik de gereserveerde kamers alvast had moeten betalen, dus gebruikten we foci stenen van een magiër genaamd Disgee als fiches om mee te gokken, en zij deed ook gezellig mee.
Na een aantal rondjes was ik door mijn fiches heen, en ik grapte dat ongeluk in het spel, geluk in de liefde zou betekenen. Daar leek Simon the Red (Scarlet) wel oren naar te hebben.
"Ik weet niet hoe aantrekkelijk de hooizolder is..." zei ik sarcastisch.
"Gelukkig heb ik een kamer."
"Oh, maar ik dacht dat ik daar mocht slapen;" zei Disgee snel. "Mijn vader wil niet dat ik op een slaapzaal slaap..."
Ik liet mijn kaarten op tafel liggen (de fiches waren toch op) en liep naar de bar. Niet lang daarna kwam één van de bardames naar mij toe lopen met een groen kristal (waarde: 5). "Deze moest ik u geven van een meneer. Hij zei dat u wel zou weten waar het voor was."
Ik nam het kristal aan, schudde mijn hoofd, en gaf snel het kristal weer terug. "Zeg hem maar dat ik niet te koop ben. Ik werk voor mijn kristal."
Ik zag niet naar wie zij terugliep, maar ik kon het wel raden: Simon the Red...
Er waren een aantal gevechten met demonen en met weerwolven. Blijkbaar was er een macguffin achter de herberg wat licht gaf. Nog steeds hoofdplot, dus alhoewel ik meevocht met de gevechten vond ik het prima om een beeld te krijgen van de avonturiers door aan hun zijde te vechten en de besluiten door de adel te laten nemen. De kapitein Goudhaan leek daar best toe in staat, en ook Ritter David, Grrr de Ork (Gurak) en Sissyphus de Dwerg (Scorpion) stonden hun mannetje.
Heel laat in de avond kwam de Zoltanaxische delegatie pas aan, maar de majoor was er niet bij. Die was teruggeroepen, en Junkherr Garrick, de broer van Junkfrau Hilde, was met een aantal manschappen verder gereisd. Ik was blij dat ik de kamers had betaald, want er was een tekort en de bardames hadden moeite om voor iedereen plek te vinden. Nu was er echter een kamer over, dus een deel van de manschappen kon daar slapen, en voor de overgebleven plekken op de hooizolder speelden ze Schere, Stein, Papier. Met zijn allen. Tegelijk. De vibe tussen de soldaten onderling was geweldig en wij deelden Schnapps en een Wurst-Käse scenario. De Junkfrau zat een stukje verderop bij haar broer en het was duidelijk dat het huilen haar nader stond dan het lachen. Haar broer hamerde op haar Pflicht om te trouwen, en wat er van haar werd verwacht.
Ik kon nog even met Walter praten, de soldaat die met Garrick was meegereisd, en rapporteerde aan hem over de Junkfrau. Hij gaf nog wat tips mee (die ik natuurlijk buitenspels allang weer vergeten ben) en zou voor de deur van Hilde slapen in een fauteuil die daar op de gang stond en die hij wel even wat dichterbij haar deur zou schuiven.
Ik mocht zelfs even met Garrick zelf praten; hij benadrukte de keuze die Hilde had: voldoen aan haar plicht, trouwen met de kandidaat die door haar familie was uitgekozen, en kinderen baren voor de bloedlijn. Of haar plicht verzaken en nooit meer teruggaan naar Zoltanax.
De volgende dag vertelde de Junkfrau dat zij haar beslissing gemaakt had. Of nou ja, Moros-Maan (een NPC Hybard onderdeel van het plot wat ik zo kunstig aan het ontwijken was) had één van de keuzes opgegeten, dus dat was nu weg. Dus ging zij aan haar plicht voldoen en trouwen met de majoor.
Daarmee steeg zij in mijn achting. Wellicht zou het dus nog wel goed komen met haar.
Ik vroeg hulp bij het maken van een kort lijstje zodat ik niet kon vergeten wat ik nog moest rapporteren, en liet een aantal punten opschrijven:
- Slechte organisatie barpersoneel, restitutie onvoldoende
- Onvolledige informatie verstrekt over uitkomst rechtszaak Nadien
- Ongevraagd mening geuit richting de jonkheer over de rechtszaak.
Toen ik later met de Junkherr Ambros stond te praten, vroeg hij naar mijn rapport, dus natuurlijk overhandigde ik hem het lijstje. Hij bekeek de punten en corrigeerde ze. "Hoezo was de restitutie niet voldoende?" vroeg hij.
Ik legde het uit. De dames achter de bar hadden inderdaad de adelbrief van Junkherr Gerrick gezien, waardoor de kamer voor hem gratis was geweest. Maar omdat de majoor niet in staat was geweest om te komen en de kamer wel gebruikt werd, moest die gewoon betaald worden, en kreeg ik minder kristal terug dan verwacht. Ik had zelfs van de Junkherr kristal moeten lenen om alles te kunnen betalen, en ik had niet genoeg terug gekregen om hem terug te betalen.
"Das ist ja kein Problem;" wimpelde de Junkherr mijn bezwaren weg. "Ik geef jou een opdracht om die schuld terug te betalen door te werken. Als jij de Junkfrau veilig houdt, kun je mij daarmee terug betalen en hoeft het niet gerapporteerd te worden."
Ik knikte dankbaar. Die opdracht had ik ook van Majoor Siegefeuer gekregen, dus moest ik toch al doen.
"En die mening over de rechtszaak? Dat was slechts ein observatie." verbeterde de Junkherr het lijstje. Hij kraste het woord 'mening' door en gaf mij het lijstje terug. Ik ging op zoek naar iemand die Zoltanax kon schrijven om mij te helpen het rapport in te sturen. Disgee schreef het rapport voor mij, en ik betaalde mijn laatste kristal om het op te sturen naar de majoor.
In de middag werden we aangevallen door allemaal zieke lieden. Eentje liep er zelfs te schuimbekken. Echt heel smerig, maar de Junkfrau moest beschermd worden. Na dit gevecht voelden velen zich niet lekker, en de Junkfrau drukte mij ook een klein flesje met paardemiddel in mijn hand om mijn lichaam te zuiveren. Het enige nadeel was dat ik daar flink van moest overgeven.
Tijdens de gevechten had ik wel een nare aanvaring. Ik had mijn boog inmiddels weggelegd omdat het schieten zo slecht ging dat ik het niet meer vertrouwde. Ik ging verder met mijn zwaard, een heerlijke anderhalf-hander waar ik echt goed mee om kon gaan. Dat werd echter teniet gedaan toen ik vlakbij het hekje rondom de voorplaats stond en door Ed naar achter gedreven werd. Dat heb ik niet gedaan vanwege dat hekje en ik had geen zin om een gat in mijn achterhoofd te vallen. Leuk dat je kan swaffelen met je twee korte wapens, maar als ik geen stap meer kan doen, dan tel ik de hits niet. Etterbak.
En er was een uitvinder die twee spreekstenen had gemaakt. Als deze beide stenen aan een constructeurspilaar werden gekoppeld kon een boodschap die tegen de ene steen gezegd werd, naar de andere steen gestuurd worden. Daar werd de boodschap van maximaal 100 woorden dan twee keer afgespeeld. Zowel Junkherr Ambros als Junkfrau Hildegard hadden daar wel oren naar. We keken naar onze financiën. Hilde was net als Vau bijna blut, maar ik schoof mijn laatste vijf kristal naar de Junkheer zodat hij mee kon doen met de bieding. Uiteindelijk toen de veiling van start ging werd hij al snel overboden door Torg. En toen kwam ineens het winnende bod van de Meester Troubadour Luciano.
Hilde klapte blij in haar handen. Luciano had haar zijn hulp aangeboden en hij vroeg Ambross om te betalen wat hij kon, en overhandigde de stenen aan Hilde. Zo kon ze altijd een boodschap naar haar familie sturen!
Op de laatste avond stond ik op het punt om naar bed te gaan. Er was genoeg te doen geweest rondom de Brenger, de rechtszaken, en de weerwolven, maar daar had ik me afzijdig van gehouden. Toch bleef ik nog twijfelen. Het was bijna 1 uur, en dan was er waarschijnlijk geen nieuw plot meer. Toch bleef ik dralen, en ik had al een aantal keren oogcontact gemaakt met de Rakker Henrik (Blossem). Ik was er in de afgelopen dagen achter gekomen dat de bardames wel erg leuk waren en dat Vau daar geen probleem mee had (Oh, Vau is bi?), alhoewel Gudrun een beetje teleurgesteld was dat zij dat niet wist. Ook waren er een aantal dwergen geweest met echt woest aantrekkelijke baarden. Hm.
We namen plaats aan tafel. "Wat gaan we spelen?" Ik keek naar de lege tafel. "Warte mal, wat gaan we drinken?"
Ik haalde drinken voor de tafel en schoof aan. Meestermagiër Raistlin wilde een ritueel gaan doen en deelde leren zakjes uit. "Denk aan iets wat je veilig houdt, iets wat je kracht geeft, en stop dat hierin. Niet echt natuurlijk, maar de gedachte zelf."
Toen Rakker Heinrich het woord had sprak hij over een sterk zwaard, en een goede strijder aan zijn zijde en hij keek daarbij naar mij. Ik glimlachte scheef. Oh, dacht hij zo over mij? Sehr schön!
Toen het mijn beurt was, vertelde ik over mijn regiment, mijn sergeant, mijn majoor, het leger, en Zoltanax. Al die dingen gaven mij kracht. Ik probeerde me voor te stellen dat ik dat allemaal in dat kleine lederen buideltje bij mij droeg bij het volgende gevecht. Het gaf me kracht.
Daarna was het tijd voor het vrijgezelligfeestje voor Lukas (Luca), maar ik was niet uitgenodigd en werd geweerd bij de deur. Dus ging ik van buiten door de ramen kijken wat er in de haardkamer gebeurde. Lukas zat op een stoel en een schaarsgeklede dame draaide om hem heen. Op de bar zaten Meester Luciano en de ork Grr met hun beentjes te wiebelen van plezier. Maar het feestje werd al snel onderbroken door de jonkvrouwe Goudhaan, aanstaande schoonzus van de bruidegom, en het feestje droop af. Toen Rakker Henrik met de stripper van het vrijgezelligfeestje van Lukas op zijn arm de gang inliep en mij zag staan keek hij even schuldig. Blijkbaar was hij vergeten dat hij misschien al plannen had voor die avond. Ik glimlachte blij naar hem. "Zo wordt het wel héél gezellig." We zijn met zijn drieën naar de hooizolder gegaan.
Toch wel typisch dat de Jonkvrouwe Van Nimmen mij de volgende ochtend complimenteerde op mijn keuze. Ik vraag me af wie er voor haar de Rakker in de gaten hield...
De laatste dag was weer een drukte van jewelste. Een aantal schavuiten die geen lid waren van het Monsterjagersgilde waren ingehuurd door de lokale adel om het weerwolvenprobleem te verhelpen. De jagers kwamen met een geketende weerwolf aan, en de jonkvrouwe sprak recht en veroordeelde de weerwolf tot de dood. Junkfrau Hilde stond erbij, en omdat zij had toegezegd dat ze haar plicht wilde voldoen en ik zag dat ze het moeilijk had, ging ik bij haar staan om haar bemoedigend toe te spreken. "U mag niet wegkijken, houd uw rug recht. U mag wel de ogen sluiten als u het niet wilt zien. En als u zich niet goed voelt, span dan de buikspieren een beetje aan;" zei ik zachtjes. Ik zag haar inderdaad rechter op staan, en de executie werd voltrokken. De Junkfrau gaf geen krimp. Wellicht werd het nog wat met haar.
De laatste gevechten waren heftig, en alhoewel de Junkfrau eerst nog bij de herberg in de buurt bleef, was zij later afgedwaald naar het veldje erachter, naar de lichtgevende Macguffin. Ik ging snel achter haar aan en ben ook meerdere keren tussen de monsters en haar gedoken. Ondanks haar opvallende lichtblauwe kleding was ik haar op een bepaald moment toch kwijt en werd ik overrompeld door de monsters. Onze lichamen werden bij de Macguffin gelegd, en na een kort ritueel en gegrom van de monsters om ons heen vetrokken die met het lichtgevende ding. Lourens ging ons allen langs, en met een kleine handoplegging voelden we een klein beetje kracht terugkeren. Maar ik werd overspoeld door een gevoel van chaos -- iets wat absolut on-Zoltanaxisch is -- en ik schreeuwde in frustratie en het gevoel dat de Orde en Regelmaat die Zoltanax zoveel kracht geeft, nu was verloren.
We hinkten terug naar de herberg, waar we snel onze spullen bij elkaar graaiden. Ik deelde mijn hardkeks met mijn mede-krijgers, en we vertrokken van deze vervloekte plek.