Maerquin 54 - Niemandsland
Apr. 1st, 2025 08:04 pmHet was een grote verrassing om Dieter te zien bij de handelspost aan de rand van het Mistmoeras. Hij had ons toch gevonden en omhelsde Steyn en mij warm.
Door de sshouk handelaarster werd ons opgedragen toch wel snel weer verder te reizen. De Sshouk waar ik mee sprak benadrukte dat de Baron dit had toegezegd, dus natuurlijk, knikte ik, natuurlijk zouden we verder reizen.
Ik ruilde al mijn verzamelde kruiden voor een viertal Basisblad, voor de handelaarster waarschijnlijk wel een hele goede ruil, maar Basisblad was schaars en Rava van de Mezzaida had het nodig voor haar genezende drank. Zogauw ik klaar was met de shhouk zocht ik Rava op en drukte ik de kruiden in haar handen. "Wat wil je ervoor hebben?" vroeg ze nog verbouwereerd.
"Niets. We zijn toch vrienden?"
Octavius had de nieuwste krant van onze nieuwe drukpers. Zoals beloofd stonden er twee advertenties in: eentje voor Steyn's smidse en eentje voor mijn keuken. Leuk!
De volgende ochtend kwam ik erachter dat ik mijn blauwe steen kwijt was. Stom. Zondser die steen kon ik geen Kusje Erop doen en dat was naast mijn keukenprinses vaardigheden wel zo'n beetje het enige wat ik in strijdgewoel zou kunnen bijdragen. Ik lichtte de spelleiding in. Waarschijnlijk had ik de steen bij het zoeken naar kruiden uit mijn buidel gehaald en ergens laten liggen. En omdat blauwe stenen best zeldzaam en kostbaar waren liet men zo'n geschenk niet zomaar liggen.
Na het ontbijt vertrokken we door het moeras en ik liep naast Rava. Af en toe sloegen we een mug dood als die op onze huid ging zitten, maar we misten er waarschijnlijk nog veel meer. Ineens zag ik iets uit de lucht voor mij in de modder plonsen. Een blauwe steen! Wat een gelukje!
Toen we even halt hielden om op adem te komen en de gewonden te verzorgen (niet iedereen was ongehavend over de slangenput heen gekomen) zocht ik Leshan op, ook een sshouk. Hij was een priester van Dinea en ik vroeg hem om advies. "Er viel een blauwe steen voor mijn voeten tijdens onze reis, en ik denk dat het een geschenk van Dinea is. Maar hoe kan ik haar danken? Hoe zou ik een dankgebed aan haar richten?"
"Dat hoeft niet heel uitgebreid;" zei Leshan; "Dinea is veel te druk met kennis en magie dus je kunt het gewoon kort houden."
Ik sprak een kort dankgebed uit.
We spraken nog even kort over Dinea en de blauwe stenen. Ik vertelde Leshan dat de Magos van de Mezzaida zei dat het delen van een meteoriet waren die door Dinea was gestuurd om de verbinding met de wereld van magie weer te herstellen.
"Dat klopt. En je moet de steen goed gebruiken, want net als een gaatje waar water doorheen sijpelt, hoe meer water erdoor heen gaat, hoe makkelijker het gaat."
We vervolgden onze wandeling en kwamen uiteindelijk aan in een nederzetting noordelijk van het Mistmoeras. Daar werden we verwelkomd door vrolijke mensen die bloemenkransen om onze nek hingen. Hun hoofdman genaamd Arend heette ons welkom en vertelde dat zij alles met elkaar deelden.
We zetten de bolderkar met onze kookspullen en Steyn zijn smidsegereedschap bij een vuurplaats en ik begon aan het maken van bloemkoolsoep.
Omdat ik geen rooster had meegenomen moesten we de pan gewoon tussen het hout zetten, waardoor het veel te snel ging koken. Ik was heel even weggelopen om de tas met boodschappen te pakken en in die tijd kookte het water al. Eisirt probeerde de pan voorzichtig uit het vuur te halen met twee stokken, maar het hete metaal verbrande zijn handen (omdat hij zijn handschoenen was vergeten aan te doen). Niet zo handig!
Terwijl ik me over mijn bloemkoolsoep boog kwamen er af en toe mensen voor reparaties of een nieuwe dolk. Steyn ging aan de slag en liet de klanten allemaal met mij afrekenen. Uiteindelijk was het tijd om de bloemkoolsoep op te dienen. Ik had 'm gepureerd met een stamppotstamper dus er waren nog herkenbare stukjes bloemkool te zien, maar het smaakte heel erg goed. We serveerden het met brood en gezouten boter voor 5 cret voor een kom soep en meerdere spelers en spelleiders kwamen er lekker van meegenieten.
Rond theetijd was ik klaar met koken en zette ik nog een pot kamillethee, maar daarna was het tijd voor een klein middagdutje. Ik dommelde eventjes weg maar werd wakker omdat de NPCs druk met vuurballen aan het gooien waren. Tegen etenstijd kwam Eisirt me wakker maken en moest ik weer het spel in, maar dat kleine dutje was toch heel erg fijn geweest.
Dieter, Eewoud en Steyn hadden meer onderzoek gedaan en Dieter had meer informatie verzameld over de kaarsen die daar gemaakt werden. Elke kleur had een eigen uitwerking:
Bruin - verzwakken
Zwart - leven en dood
Rood - emoties
Groen - levenskracht
Wit - genezing
Paars - verplaatsing
Maar wat nog veel verontrustender was: de dorpelingen werden opgeofferd en hun lichamen werden gebruikt voor het maken van de kaarsen. Alle 'restjes' die niet voor de kaarsen nodig waren, werden tot worst gemaakt en opgegeten. En de dorpelingen waren verslaafd gemaakt door thee met alruin, waardoor ze rustiger werden en graag meededen aan het offerritueel.
Ook was er een demonische invloed aanwezig.
De helden waren druk bezig met alles uit te zoeken, en Eewoud, Dieter, Steyn en ik waren vooral bezig om bewijs te verzamelen zoals de bisschop in haar brief (tijdens de Baravond in januari) had gevraagd. We staken meerdere kaarsen bij ons: drie bruine kaarsen, een witte kaars en een spiegel die gebruikt kon worden om met een demon te communiceren.
Ik had een interessant gesprek met Varu, die vertelde dat hij door een Magos thuis in Mezzaida was opgedragen om mee te doen aan een ritueel, waardoor hij was veranderd. Nu was het net alsof hij twee Varu's was. Eén was kamelendrijver, en de andere was ook een Magos. En wat de ene meemaakte, daar wist de andere niet zoveel van.
Hij vroeg mijn advies: hij had Rava iets aangedaan als 'zijn andere Varu' en wilde het graag goed maken, maar Rava zei dat dat niet nodig was. Ik vertelde hem dat Rava echt wel snapte dat hij geen invloed had op de acties van 'de andere Varu' en dat hij het daarom niet goed kon maken. Dat kon alleen de 'andere Varu' maar die zou er waarschijnlijk geen behoefte aan hebben.
Even later kwam Witte Gardist Mikhael aan mijn tafel staan met een hele grote rode kaars in zijn handen. "Lianna zegt dat u te vertrouwen bent."
Ik knikte. "Als zij dat zegt, dan zat dat wel zo zijn."
Hij vroeg mij om de kaars te bewaren, ergens verstopt, dus ik plaatste hem tussen mijn voeten onder tafel.
Lando kwam ook aan tafel zitten. We spraken over magie. Ik had met de Magos Parishu al wat gepraat tijdens de baravond over de aanleg voor magie, maar hij had niet de moeite genomen om me te testen en ik wist ook niet zo goed wat ik moest doen als ik wél aanleg voor magie zou hebben. Ik vroeg aan Lando hoe we daarachter zouden kunnen komen.
Lando legde mij het idee achter magische bescherming uit en vroeg hoe ik dat zou aanpakken.
Ik had hem al verteld over het Kusje Erop (zoals moeders dat ook altijd al deed) en vertelde hem dat ik dat waarschijnlijk zou doen net als moeders: doe je wel een muts op, want ik heb het koud.
Steyn toverde een gehaakte muts uit zijn tas om me te helpen. Ik frommelde wat met de muts, en deed die bij Lando op zijn hoofd. "Doe je wel voorzichtig, jongen?" vroeg ik.
Lando glimlachte breed. "Volgens mij is dat precies wat je moet doen."
[[ Spelleider Karin was hierbij, en die vond het een geweldig idee om dus al mijn magie vanuit een bemoederende houding te doen. Het nadeel is dan dat ik ze aan moet kopen als innate of fast casting vaardigheid, maar het is zo'n geweldige insteekhoek voor Isabella dat ik daar graag in mee ga. Ik ben toch niet zo'n held met regelsystemen, ik ga toch altijd voor het spel. ]]
De volgende ochtend was het tijd om te vertrekken. De barrière die Arend had opgeworpen om vuige types buiten te houden had ons ook belemmerd te vertrekken, maar na de dood van Arend en het verstoren van zijn kaarsen werd de barrière langzaam zwakker. We stonden klaar om te gaan, met de bolderkar weer ingeladen. We hadden allemaal een bruine of een witte kaars op zak, en in de bolderkar lagen de grote rode kaars van Arend en de demonenspiegel verstopt. Zelfs als er dan iets met één van ons zou gebeuren, of met de kar, dan zouden we nog genoeg bewijs hebben voor de bisschop.
Als laatste acties hebben Eewoud, Dieter en Steyn de vaten met vet lekgestoken en heeft Dieter een brandende fakkel in de kelder van de kaarsenmakerij gegooid. Het hele gebouw stond in lichterlaaie toen we vertrokken.
Zogauw we buiten de barrière een boodschapper konden vinden, zou ik haar een brief sturen met het bericht. En zo trokken we gauw naar Mazreel in de hoop haar daar te vinden.
Door de sshouk handelaarster werd ons opgedragen toch wel snel weer verder te reizen. De Sshouk waar ik mee sprak benadrukte dat de Baron dit had toegezegd, dus natuurlijk, knikte ik, natuurlijk zouden we verder reizen.
Ik ruilde al mijn verzamelde kruiden voor een viertal Basisblad, voor de handelaarster waarschijnlijk wel een hele goede ruil, maar Basisblad was schaars en Rava van de Mezzaida had het nodig voor haar genezende drank. Zogauw ik klaar was met de shhouk zocht ik Rava op en drukte ik de kruiden in haar handen. "Wat wil je ervoor hebben?" vroeg ze nog verbouwereerd.
"Niets. We zijn toch vrienden?"
Octavius had de nieuwste krant van onze nieuwe drukpers. Zoals beloofd stonden er twee advertenties in: eentje voor Steyn's smidse en eentje voor mijn keuken. Leuk!
De volgende ochtend kwam ik erachter dat ik mijn blauwe steen kwijt was. Stom. Zondser die steen kon ik geen Kusje Erop doen en dat was naast mijn keukenprinses vaardigheden wel zo'n beetje het enige wat ik in strijdgewoel zou kunnen bijdragen. Ik lichtte de spelleiding in. Waarschijnlijk had ik de steen bij het zoeken naar kruiden uit mijn buidel gehaald en ergens laten liggen. En omdat blauwe stenen best zeldzaam en kostbaar waren liet men zo'n geschenk niet zomaar liggen.
Na het ontbijt vertrokken we door het moeras en ik liep naast Rava. Af en toe sloegen we een mug dood als die op onze huid ging zitten, maar we misten er waarschijnlijk nog veel meer. Ineens zag ik iets uit de lucht voor mij in de modder plonsen. Een blauwe steen! Wat een gelukje!
Toen we even halt hielden om op adem te komen en de gewonden te verzorgen (niet iedereen was ongehavend over de slangenput heen gekomen) zocht ik Leshan op, ook een sshouk. Hij was een priester van Dinea en ik vroeg hem om advies. "Er viel een blauwe steen voor mijn voeten tijdens onze reis, en ik denk dat het een geschenk van Dinea is. Maar hoe kan ik haar danken? Hoe zou ik een dankgebed aan haar richten?"
"Dat hoeft niet heel uitgebreid;" zei Leshan; "Dinea is veel te druk met kennis en magie dus je kunt het gewoon kort houden."
Ik sprak een kort dankgebed uit.
We spraken nog even kort over Dinea en de blauwe stenen. Ik vertelde Leshan dat de Magos van de Mezzaida zei dat het delen van een meteoriet waren die door Dinea was gestuurd om de verbinding met de wereld van magie weer te herstellen.
"Dat klopt. En je moet de steen goed gebruiken, want net als een gaatje waar water doorheen sijpelt, hoe meer water erdoor heen gaat, hoe makkelijker het gaat."
We vervolgden onze wandeling en kwamen uiteindelijk aan in een nederzetting noordelijk van het Mistmoeras. Daar werden we verwelkomd door vrolijke mensen die bloemenkransen om onze nek hingen. Hun hoofdman genaamd Arend heette ons welkom en vertelde dat zij alles met elkaar deelden.
We zetten de bolderkar met onze kookspullen en Steyn zijn smidsegereedschap bij een vuurplaats en ik begon aan het maken van bloemkoolsoep.
Omdat ik geen rooster had meegenomen moesten we de pan gewoon tussen het hout zetten, waardoor het veel te snel ging koken. Ik was heel even weggelopen om de tas met boodschappen te pakken en in die tijd kookte het water al. Eisirt probeerde de pan voorzichtig uit het vuur te halen met twee stokken, maar het hete metaal verbrande zijn handen (omdat hij zijn handschoenen was vergeten aan te doen). Niet zo handig!
Terwijl ik me over mijn bloemkoolsoep boog kwamen er af en toe mensen voor reparaties of een nieuwe dolk. Steyn ging aan de slag en liet de klanten allemaal met mij afrekenen. Uiteindelijk was het tijd om de bloemkoolsoep op te dienen. Ik had 'm gepureerd met een stamppotstamper dus er waren nog herkenbare stukjes bloemkool te zien, maar het smaakte heel erg goed. We serveerden het met brood en gezouten boter voor 5 cret voor een kom soep en meerdere spelers en spelleiders kwamen er lekker van meegenieten.
Rond theetijd was ik klaar met koken en zette ik nog een pot kamillethee, maar daarna was het tijd voor een klein middagdutje. Ik dommelde eventjes weg maar werd wakker omdat de NPCs druk met vuurballen aan het gooien waren. Tegen etenstijd kwam Eisirt me wakker maken en moest ik weer het spel in, maar dat kleine dutje was toch heel erg fijn geweest.
Dieter, Eewoud en Steyn hadden meer onderzoek gedaan en Dieter had meer informatie verzameld over de kaarsen die daar gemaakt werden. Elke kleur had een eigen uitwerking:
Bruin - verzwakken
Zwart - leven en dood
Rood - emoties
Groen - levenskracht
Wit - genezing
Paars - verplaatsing
Maar wat nog veel verontrustender was: de dorpelingen werden opgeofferd en hun lichamen werden gebruikt voor het maken van de kaarsen. Alle 'restjes' die niet voor de kaarsen nodig waren, werden tot worst gemaakt en opgegeten. En de dorpelingen waren verslaafd gemaakt door thee met alruin, waardoor ze rustiger werden en graag meededen aan het offerritueel.
Ook was er een demonische invloed aanwezig.
De helden waren druk bezig met alles uit te zoeken, en Eewoud, Dieter, Steyn en ik waren vooral bezig om bewijs te verzamelen zoals de bisschop in haar brief (tijdens de Baravond in januari) had gevraagd. We staken meerdere kaarsen bij ons: drie bruine kaarsen, een witte kaars en een spiegel die gebruikt kon worden om met een demon te communiceren.
Ik had een interessant gesprek met Varu, die vertelde dat hij door een Magos thuis in Mezzaida was opgedragen om mee te doen aan een ritueel, waardoor hij was veranderd. Nu was het net alsof hij twee Varu's was. Eén was kamelendrijver, en de andere was ook een Magos. En wat de ene meemaakte, daar wist de andere niet zoveel van.
Hij vroeg mijn advies: hij had Rava iets aangedaan als 'zijn andere Varu' en wilde het graag goed maken, maar Rava zei dat dat niet nodig was. Ik vertelde hem dat Rava echt wel snapte dat hij geen invloed had op de acties van 'de andere Varu' en dat hij het daarom niet goed kon maken. Dat kon alleen de 'andere Varu' maar die zou er waarschijnlijk geen behoefte aan hebben.
Even later kwam Witte Gardist Mikhael aan mijn tafel staan met een hele grote rode kaars in zijn handen. "Lianna zegt dat u te vertrouwen bent."
Ik knikte. "Als zij dat zegt, dan zat dat wel zo zijn."
Hij vroeg mij om de kaars te bewaren, ergens verstopt, dus ik plaatste hem tussen mijn voeten onder tafel.
Lando kwam ook aan tafel zitten. We spraken over magie. Ik had met de Magos Parishu al wat gepraat tijdens de baravond over de aanleg voor magie, maar hij had niet de moeite genomen om me te testen en ik wist ook niet zo goed wat ik moest doen als ik wél aanleg voor magie zou hebben. Ik vroeg aan Lando hoe we daarachter zouden kunnen komen.
Lando legde mij het idee achter magische bescherming uit en vroeg hoe ik dat zou aanpakken.
Ik had hem al verteld over het Kusje Erop (zoals moeders dat ook altijd al deed) en vertelde hem dat ik dat waarschijnlijk zou doen net als moeders: doe je wel een muts op, want ik heb het koud.
Steyn toverde een gehaakte muts uit zijn tas om me te helpen. Ik frommelde wat met de muts, en deed die bij Lando op zijn hoofd. "Doe je wel voorzichtig, jongen?" vroeg ik.
Lando glimlachte breed. "Volgens mij is dat precies wat je moet doen."
[[ Spelleider Karin was hierbij, en die vond het een geweldig idee om dus al mijn magie vanuit een bemoederende houding te doen. Het nadeel is dan dat ik ze aan moet kopen als innate of fast casting vaardigheid, maar het is zo'n geweldige insteekhoek voor Isabella dat ik daar graag in mee ga. Ik ben toch niet zo'n held met regelsystemen, ik ga toch altijd voor het spel. ]]
De volgende ochtend was het tijd om te vertrekken. De barrière die Arend had opgeworpen om vuige types buiten te houden had ons ook belemmerd te vertrekken, maar na de dood van Arend en het verstoren van zijn kaarsen werd de barrière langzaam zwakker. We stonden klaar om te gaan, met de bolderkar weer ingeladen. We hadden allemaal een bruine of een witte kaars op zak, en in de bolderkar lagen de grote rode kaars van Arend en de demonenspiegel verstopt. Zelfs als er dan iets met één van ons zou gebeuren, of met de kar, dan zouden we nog genoeg bewijs hebben voor de bisschop.
Als laatste acties hebben Eewoud, Dieter en Steyn de vaten met vet lekgestoken en heeft Dieter een brandende fakkel in de kelder van de kaarsenmakerij gegooid. Het hele gebouw stond in lichterlaaie toen we vertrokken.
Zogauw we buiten de barrière een boodschapper konden vinden, zou ik haar een brief sturen met het bericht. En zo trokken we gauw naar Mazreel in de hoop haar daar te vinden.