Emphebion Winterlive 2023
Dec. 31st, 2023 02:08 pmEmphebion is altijd een beetje een rare eend in de bijt: een LARP evenement wat een dag langer loopt dan andere larps en doordat ze aan het einde van het jaar tussen kerst en oud & nieuw een event hebben, is het maar de vraag op welke dagen dit zijn. Zo is het altijd erg desoriënterend dat de laatste dag niet altijd een zondag is bijvoorbeeld. Dit jaar was het van woensdag tot en met zaterdag, en wederom in de fijne locatie de Kievit in Esbeek. En Emphebion zat vol. De wachtlijst werd dankzij de vele zieke mensen toch aangesproken en het was zeker een goed bezocht evenement.
-----
We waren uitgenodigd bij een kloosterorde van de Zilveren Kaars, gewijd aan dienstbaarheid van de Vader der Vergankelijkheid. Het klooster was zo goed verstopt dat we opgehaald moesten worden door een gids, die ons veilig door de mist zou leiden. Hij had een lang touw uitgerold en we mochten onder geen beding het touw loslaten. Ik maakte kennis met een man die geaccentueerd Dosforks praatte en steeds aan zichzelf refereerde in de derde persoon.
"U kunt ook in uw eigen taal spreken. Waar komt u vandaan?" vroeg ik. Toen hij zei dat hij uit Iis kwam, lachte ik blij. Ik stelde de avonturiers om hem heen voor. Voor hem liep Stanislav, en links van hem Morris (Moros), beiden uit Iis. Ik liep achter hem en achter mij liepen Brianna en Waldemar, die beiden ook prima Iis praatten. De man, Lex, schakelde feilloos over in Iis.
In de dagen die volgde maakte hij kennis met de weerbarstigheid van avonturiers. Terwijl hij zich steeds maar weer verbaasde over dingen die gebeurden, vroeg hij zich af waarom wij toch niet onder de indruk leken te zijn.
"Het went." zei ik droog. "Na de Heraut van het Pantheon, de Vier Kwaden en de vele servitars die ik al ontmoet heb, zijn ondoden en nekrochten niet zo bijzonder meer."
Abe lachte. "Kwestie van tijd."
"Wedje leggen?" vroeg ik Abe. "Hoe lang voor Lex ook ingeburgerd is bij de avonturiers?"
Lex was het niet eens met onze stelling. Hij hoopte stellig dat hij nooit zo blasé zou worden als wij.
"Wacht maar. Op een dag ga je terug naar huis en kom je erachter dat het gewone leven zo doodgewoon saai is in vergelijking, en kom je vanzelf terug naar dit gekkenhuis." zei Abe vrolijk.
De broeders en zusters van het klooster maakten dat we ons welkom voelden, en legden uit waarom deze plaats bijzonder was. Het Orakel van de Prins (De Prins is een van de Goden van het oude pantheon, volgens mij) huisde in het klooster, en de mist was gemaakt om haar en het klooster te beschermen. Maar de mist kon herinneringen terughalen, en soms kwamen er traumatische gebeurtenissen langs, omdat er zaken nog niet verwerkt of afgesloten waren. Daar werden we ook voor gewaarschuwd.
"Lady, you know what happened to my village." zei Stanislav in het Iis. Hij keek enigzins oncomfortabel.
"I know. Something might come from the mist for you." reageerde ik. "What do you want me to do when it does?"
Hij haalde zijn schouders op en had geen antwoord voor me. Ik nam me voor om goed op te letten, zodat ik Stanislav kon ondersteunen als er inderdaad iets voor hem uit de mist kwam.
De kans was natuurlijk ook aanwezig dat er iets voor mij uit de mist kwam, maar daar maakte ik me niet heel erg druk over. Ik had geen herinneringen, dus hoe erg kon het nu zijn? Ik wist wel wat mijn grootste angst was: als er een kind uit de mist kwam lopen, en me zou vragen: 'mama, waarom ben je nooit thuisgekomen?'.
Ik wist nog steeds niet wie ik was geweest voor het ongeluk met de ketel, en met de contracten die op mijn bloedlijn waren gesloten was er een risico dat die contracten over zouden gaan naar eventuele kinderen die ik ergens in de wereld had.
De brief die ik had gekregen van Preceptor Servanus, had een bijzondere aanhef: Zaphira, Leonie Sapphire I, Nilaya. Ik vroeg hem ernaar toen hij een momentje had. Hij wist het niet precies, maar het leek hem dat het een naam was. Wellicht dat ik dus ooit Nilaya had geheten.
Op de ochtend van de tweede dag (donderdag 28) maakte ik een wandeling met een aantal mensen. Omdat er niet alleen schimmen maar ook rondvliegende wapens uit de mist kwamen, gingen we hard door de geneeskrachtige kruiden heen. Stanislav ging natuurlijk mee, en ook wat mensen die ook kennis van kruiden hadden. We maakten een wandeling door het prachtige bos waar overdag de mist verder terug trok van het klooster. Met de enorme hoeveelheid regen die we de afgelopen weken hadden gehad was het bos kletsnat en zo prachtig. Er waren grote plassen en geulen tussen de bomen en de bosgrond was drassig. We moesten goed kijken waar we liepen en er waren hele delen omgetoverd tot halve moerassen. Even dacht ik terug aan de hagedismensen uit het Nat die ik een paar jaar daarvoor had ontmoet.
Terwijl we daar liepen, kwamen er schimmen achter de bomen vandaan. Ze waren gewapend en spraken ons aan.
"Keizerlijke garde." zei de man voorop. "Wat zijn we hier aan het doen?"
Rowena probeerde het uit te leggen, maar de man begon kristal te eisen zodat we door mochten lopen. Ik futselde met mijn mantel, en liet mijn ketting zien.
"Heel mooi, leuk met die blaadjes." zei de gewapende man. Blijkbaar zag hij niet welke ketting ik echt droeg, maar zat hij vast in de herinnering. "Vijf kristal de man, dan mogen jullie doorlopen."
Het liep uit op een gevecht, en ik werd op mijn been geraakt voordat Blossom, Stanislav en Rowena de schimmen konden verslaan. Ik wreef voorzichtig over mijn been. Dat zou vast een blauwe plek worden. Gelukkig was het zwaard blijven steken in mijn mantel, anders was het vast een snee geweest. Een mantel was makkelijker te repareren dan een lijf immers.
We liepen verder en het duurde niet lang voor we een ander groepje keizerlijke garde tegenkwamen. Dit keer had ik er genoeg van. Ik rechtte mijn rug en ging op mijn strepen staan. Ik groef in mijn geheugen naar de juiste woorden in Osdorxkaans. "Captain. What is your mission here?"
"We were sent to secure this region by order of the Empress." De kapitein vertelde dat de keizerin in de hoofdstad was. Hij draaide zich naar zijn metgezellen. "At least they speak the language, these farmers."
"I am not." zei ik stellig, en hield mijn ring naar hem toe.
"Why do you travel with these....farmers?"
"A small group may pass unnoticed." zei ik en ik wees naar Stanislav. "I have my bodyguard, and I am well protected, I assure you. Are you you in need of supplies?"
De kapitein leek mijn verhaal te accepteren, en gaf een lijst.
"I shall speak to my quartermaster, and make sure these will be sent to you. Where are you stationed?"
Langzaam staken ze de wapens weg, en de kapitein gaf antwoord. Uiteindelijk mochten we verder lopen, en de schimmen verdwenen in de richting van de mist.
Rowena, Hilde en Harman straalden. "Wat fijn dat dat lukte!"
De tijd dat het wapen wat we bij de Van Rühwalds hadden gemaakt, gebruikt kon worden, naderde rap. Er waren veel overleggen wat er precies met het wapen moest gebeuren. Het kon gebruikt worden om een nekrocht te maken, of om een nekrocht te verzwakken. Als een nekrocht al verzwakt was, kon deze ook vernietigd worden. Er was veel overleg over wat de juiste beslissing zou zijn, en ik hield me er afzijdig van. Lisebette van Nimmen, een addllijke dame, hield het beter in de gaten en hield me elke keer netjes op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. De elf Ilvarin zou het wapen hanteren en Lourens, de mens die recentelijk in een ritueel een trol was geworden, zou hem helpen. Ik had zo mijn bedenkingen of ze de juiste keuze zouden maken, maar ik betwijfelde ook dat ik dat zou kunnen. Het was prima om me daar niet teveel mee te bemoeien.
Natuurlijk trok dit ook de nodige aandacht. Naast rondvliegende wapens en schimmen uit de mist kwamen er allerlei dingen die ook het Orakel wilden aanvallen. De broeders en zusters uit het klooster wierpen zich er soms lijfelijk tussen.
's Avonds kwamen er schimmen uit de mist zetten met een papier, en ik werd door Waldemar gewaarschuwd dat ze op zoek waren naar mensen en dat ik er een van was. Ik groef in mijn mandje. "Oh, dit papier?"
We hadden het jaren geleden gevonden en ik had nooit begrepen waar het mee te maken had. Een schim, een elf met een boog, was zich aan het verstoppen voor degenen die op zoek waren. Ze vonden een andere man, ook een schim, en sleepten hem een rituele cirkel in.
Omdat de schimmen niet het klooster in probeerden te gaan, bemoeiden mensen zich er niet actief mee, en keken ze toe. Ze wisten dat het zichzelf even uit moest spelen, en er was tegelijkertijd ook een aanval. Ik kon van een afstandje enigszins zien wat er gebeurde in de cirkel. Een aantal ritualisten hielden de man op zijn plek en al snel kwam er een groot wezen met enorme klauwen en tanden in de cirkel. Hij sprong bovenop de man en reet hem aan stukken.
"Zaphira, ik heb een gewonde. Waar wil je hem hebben?" vroeg Waldemar. De strijders waren druk bezig het klooster van andere invloeden te beschermen en ik was elders nodig.
De schim, de elvendame, sprak me aan. "Elke keer dat ik mijn ogen sluit zie ik het weer voor me. Elke keer. Zo kan ik niet leven. Jij bent toch alchemist? Kun je niet iets maken dat ik vanavond vergeet?"
"Zaphira!" riep Waldemar.
Ik draaide me om om naar binnen te gaan, en toen ik me terugdraaide om haar te vertellen dat ze even moest wachten, vervaagde de schim.
Nadat ik de gewonden had verzorgd deelde ik mijn gedachten met Stanislav. "Ik denk dat ik een vergetelheidsdrank aan het brouwen was. We weten dat er een ketel was die ontplofte, en dat ik daarom mijn geheugen kwijt ben. Misschien was dit de aanleiding. Dat ik daarom aan het brouwen was."
"Perhaps."
Niet lang daarna zocht Stanislav mij op. "De Boyar is hier, mensen uit mijn dorp."
Ik liep snel met hem mee. Ze waren met zijn drieën, een dame die zichzelf voorstelde als Natalia en Taraskov de hoofdman zelf. De derde met een wilde topknot zette drank op tafel. "Let's drink!"
Iedereen kreeg een groot glas garilka en ik volgde het voorbeeld van de Boyar en Stanislav. Het kostte me moeite om het hele glas in één keer leeg te drinken, maar ik hield vol en hapte naar lucht toen ik het glas neerzette op tafel. De Boyar en de kozakken barstten in lachen uit and klopten op tafel.
Stanislav zei warm "It's so good to see you all."
"It is good." zei Taraskov stellig. "And who is this?"
"Father, this is my Lady." stelde Stanislav mij voor. "She is like mother: a witch."
"Ah, this is good!" knikte Taraskov. Hij keek me streng in de ogen. "And what is your path?"
"Once we are done here, I shall reclaim my throne." zei ik.
The hoofdman en krijger aan tafel lachten luid en de fles ging nog een keer rond. De sfeer was uitstekend.
"Ah, little Stanni." mijmerde Taraskov. "Do you want to hear about him when he was a boy?"
"Very much so." knikte ik.
Taraskov vertelde dat als jonge jongen Stanislav een paard kreeg. Hoe dat ging in de stam was dat de jongen zelf bij de kudde een dier uitzocht, ving en erop klom. "Little Stanni was not like the others. Most would pick a mare, you know. Is better. But Stanni, he chose the stallion of the herd. The biggest brute of them all. And then when he rode that stallion, he was thrown off. Broke this finger, the littlest one on the hand. And then he caught the beast again. And again he climbed on. He was stubborn!"
"Still is." Ik glimlachte trots. Ik wist precies hoe Stanislav was, en kon me heel goed voorstellen hoe hij als kind zou zijn geweest.
"He must have fallen off twenty times." Taraskov lachte trots.
"And he climbed back on twenty-one times."
"Exactly so." Taraskov dronk zijn glas leeg. "It is getting late. I shall go and find your mother. But how about we go outside, pick a fight, before we go?"
The kozakken juichten, en ze gingen naar buiten. Stanislav en ik volgden ze op de voet. Ik lachte warm naar Stanislav, het was geweldig om zijn familie te ontmoeten.
We stapten de deur uit, en voor ons barstte een gevecht los. De kozakken juichten in hun bloedlust, grepen hun wapens. Voor hen stond een grote zwarte gedaante met een hoorn op zijn hoofd.
"Kroatax, The black unicorn!" Stanislav vloekte.
Het gevecht was kort en bruut, en zijn familie, zijn stam werd voor mijn ogen afgeslacht. Ineens realiseerde ik me wat ik in dat vrolijke half uur vergeten was: het waren schimmen, herinneringen uit Stanislav's verleden. De mensen waar ik zo warm door was onthaald waren al jaren dood. En dit was hoe zij aan hun eind waren gekomen. Er was niets wat hij kon doen om het te voorkomen, en er was niets wat ik kon doen om ze te genezen.
Ik boog me over de man aan mijn voeten die de garilka had ingschonken. Nog voor ik zijn ogen kon sluiten, verdween zijn lichaam in mist.
De tranen liepen over mijn wangen. Het was wreed: een kortstondig moment van liefde en warmte en familie, en zo bruut onderbroken. Stanislav's familie was al jaren dood. Het was een zegen dat ik ze toch even had mogen ontmoeten, maar het eindigde veel te abrupt en liet een grote leegte in mij achter.
Het laatste wat Taraskov tegen Stanislav had gezegd was: "Save the boy."
In de chaos van het moment was Stanislav wild op zoek gegaan naar de jongen die zijn vader bedoelde, maar nu de schimmen waren verdwenen daalde bij hem de realisatie in; zijn vader wilde dat Stanislav de jongen niet zou vergeten die hij geweest was: avontuurlijk en koppig en sterk.
Ik haalde thee voor ons beiden, en we zaten samen in een hoekje van het klooster stil te rouwen, verloren in wat we die avond mee hadden gemaakt.
Er was nog steeds een taak die gedaan moest worden, en het Orakel wilde best vragen beantwoorden. We werden aangespoord om de vragen op een scroll te schrijven. Soms kon het Orakel zelf de antwoorden geven, en soms kwam het uit de mist. Ik probeerde me afzijdig te houden, maar een van de bewakers van het klooster wees me erop dat dit een unieke kans was, en dat het niet aan mij was om te bepalen of het Orakel de prijs mocht gaan betalen om het antwoord te geven op mijn vraag. Die keuze was aan haar.
Ik schreef mijn vraag in het Osdorxkaans op; "Wat is de prijs die de Servitar zal vragen als ik Keizerin word?"
De dag erna kwam er weer een scroll. Ondanks dat ik geen antwoord had gehad, liet ik nog een vraag opschrijven. "Uit welke bloedlijn is Lady Sapphire een nazaat?"
Het was onduidelijk of ik er een antwoord op zou krijgen. Het Orakel zelf had ons streng toegesproken: zij kon slechts antwoorden uit het verleden krijgen, uit herinneringen. Ze kon niet de toekomst voorspellen. Wellicht zou mijn antwoord uit de mist komen. Ik had daar immers ook al Keizerlijke garde gezien en met succes toegesproken.
Vlak voordat ik de reis naar het klooster had gemaakt, was er nog een brief gekomen. [[ Omdat er enige OC verwarring was en ik de verkeerde brief had gekregen, duurde het even voordat ik er actie op kon ondernemen. De verkeerde brief moest met speciale instructies geopend worden, en hij leek leeg te zijn. Toen bleek dat die brief helemaal niet voor mij bedoeld was, maar voor een andere speler! Ik kreeg gelukkig nog wel op tijd de juiste brief. ]] Nu kon ik deze eindelijk even lezen.
Mijn hart maakte een sprong. Ik had op verzoek van Ridder Septimus inderdaad een brief gestuurd naar de Steward, en dat was al anderhalf jaar geleden. Septimus was teleurgesteld geweest dat er geen reactie was gekomen, maar blijkbaar was dat geen onwil geweest. Niet alleen waren ze in Iis geïnteresseerd in een dependence van de IJzeren Toren en wilden ze een groot stuk grond ter beschikking stellen, maar ze waren ook bereid om mijn status als erfgenaam formeel te erkennen.
Ik had echt wel mijn bedenkingen gehad om mijn brief aan Edwart op die manier te ondertekenen, maar blijkbaar had ik hem niet tegen de schenen geschopt. Het klonk juist alsof ze blij waren, en het woordje 'ceremonie' was me ook opgevallen.
Ik bracht Hilde, Caspar en Nadine ook op de hoogte. Ik had een tijd geleden hun hulp gevraagd en hoopte dat ze net zo blij waren als ik met dit nieuws. Er stond een hoop te gebeuren, dus ik ging direct aan de slag.
Ik benaderde meester Tiberius met de vraag of het Monsterjagersgilde misschien een aantal monsterjagers mee wilden sturen. Bij een delegatie uit Iis was het natuurlijk maar de vraag wat voor wezens daar in zouden zitten, en monsterjagers zijn bijzonder geschikt om daarmee om te gaan. Tiberius beloofde de vraag neer te leggen bij de Gildegrootmeester, en ik slikte. Dat was Roland. Ik zei luchtig: "wellicht dat Grootmeester Wildekind wel op jouw brieven reageert; dat is een goed plan."
Ik bracht Lisebette van Nimmen ook op de hoogte, en zij klom direct in de pen en schreef een zeer nette brief waarin ze mij als erfgename van de keizerlijke bloedlijn van Iis zeer capabel achtte en haar bewondering en steun uitsprak.
Ik vroeg Caspar om haar hulp en legde een plannetje voor. Het landgoed van haar vader, de Markheer Goudhaan, lag aan de grens met Iis en zou een perfecte ontmoetingsplaats zijn. Ze schreef een begeleidende brief die ik mee kon sturen met mijn eigen brief aan hem. Ik stelde met enige moeite een vleiende brief op aan de Markheer, met de boodschap dat ik een delegatie uit Iis wilde ontvangen deze zomer, dat zijn landgoed perfect zou zijn om deze delegatie in gepaste stijl en met alle honneurs die hen ten deel zouden vallen te ontvangen, en de vraag of hij bereid zou zijn deze in bruikleen te geven voor deze plechtigheid. Ik vertelde dat de delegatie mij formeel wilde erkennen als erfgenaam en sprak ook van vertegenwoordigers van de IJzeren Toren, om aan te geven dat als hij wat in de melk te brokkelen wilde hebben er voldoende mogelijkheden zouden zijn.
Ook begon ik mijn hofhouding nog iets officiëler te maken. Lisebette zei al dat ik elke dag een andere jurk aan zou moeten en een groot gevolg moest hebben om indruk te maken op de mensen uit Iis. Ik vroeg Hilde of zij als Priesteres van het Wezen van het Leven mijn Hofpriester wilde zijn en tevens mijn Lijfarts. Stanislav was natuurlijk al een paar jaar mijn lijfwacht, en Meestermagiër Raistlin mijn Hofmagiër. Kapitein Marksvrouwe Caspar Goudhaan zou voor de gelegenheid Kaptein van de Wacht zijn, wat ook goed uitkwam omdat er waarschijnlijk ook troepen van de familie Goudhaan aan te sturen zouden zijn.
Ik bood mijn verontschuldigingen aan Morris (Moros) aan; hij had een paar dagen eerder zijn trouw aan mij gezworen en een item gegeven dat als ik dat met een boodschapper mee stuurde, hij wist dat die voor mij sprak. Ik vertelde hem dat ik hem niet aan kon stellen als Hofpriester, omdat hij priester van de Brenger was. Het Keizerrijk Osdorxka was ten onder gegaan omdat de Brenger der Nachtmerries, de voorloper van de Vertoornde Brenger, zich ermee had bemoeid. Hij zei dat hij het begreep.
Ook zei hij dat een schim iets in zijn boek had laten verschijnen. In zijn boek werden de juwelen genoemd: de Ring, Ketting en Armband. Nadat de schim zijn boek had gehad, was daar iets aan toegevoegd: de Tiara.
Vrijdagavond trok Stanislav me bij mijn schrijfsels weg. "My mother is here." zei hij.
Ik liet mijn pen vallen, en volgde hem. De hoofdman, Taraskov, stond stralend naast een prachtige vrouw in een rode jurk. Even wist Taraskov niet wat hij moest doen, en hij stak verlegen een hand uit terwijl Stanislav zijn moeder in zijn armen sloot.
"I don't know..." zei de Boyar vertwijfeld. "Do we hug as well?"
"Of course, a hug!" zei ik, en de grote sterke kozak sloot me voorzichtig in zijn armen.
"Who is this?" vroeg de moeder van Stanislav, en hij maakte de introducties. Majanska, de moeder van Stanislav, sloot me warm in haar armen en ik genoot van de warme liefde die van haar af leek te komen. In mijn achterhoofd herinnerde ik mezelf eraan dat deze mensen al jaren overleden waren, en dat ik dat niet mocht vergeten. Maar ik kon er wel van genieten.
We praatten met de ouders van Stanislav, en al snel werd duidelijk dat er een groot misverstand was. Stanislav had mij aan zijn vader voorgesteld als 'zijn lady' - en dat had de grote Boyar opgevat alsof we zouden gaan trouwen.
"Where are your parents?" vroeg Majanska; "They should be here so we can talk."
Ik vertelde dat ik niet wist waar zij waren. Wellicht waren zij ook al overleden. Ik kende ze niet.
"No matter!" zei Taraskov stellig. "We will talk, and we will decide."
Het was duidelijk dat de zaak al in kannen en kruiken zat wat hem betreft. Het was duidelijk dat zijn ouders dachten dat Stanislav met mij wilde trouwen, en dat zij daar waren voor hun goedkeuring. We wisselden een blik uit, maar zeiden beiden niets over hoe de vork echt in de steel zat. We wilden duidelijk allebei niet dat de harten van deze mensen zouden breken door ze uit de droom te helpen. Ze verdienden wel een beetje geluk.
Ik maakte het alleen maar beter toen Taraskov opmerkte dat hij van de ochtend hield, als de zon net opgekomen was.
"No;" zei ik; "The evening. When the fire is hot, and the garilka is cold, and the meat is so well cooked that it just slides off the bone."
"Aaaaaah." verzuchtte Taraskov, en hij knipoogde naar zijn zoon en knikte naar zijn vrouw. "You see? She understands."
We praatten kort over de witchcraft die zij uitvoerde en ik sprak over mijn genezende handen. Majanska knikte goedkeurend. En toen zei ze dat het tijd was voor hun blessings.
"Taraskov will take Stanislav aside, and they will talk about things that we women have no knowledge of. And we will stand under de stars and speak of women's things that they should not hear." Ze haakte zachtjes haar arm door de mijne en we gingen naar buiten zodat we de maan konden zien.
"What should I call you?" vroeg ik haar.
"Call me Mother." glimlachte ze warm.
Stanislav en Taraskov stonden een stukje verder op het veld, en ze keken omhoog naar de maan die af en toe onder de wolken vandaan kroop. Taraskov was wild aan het gebaren en Stanislav was aandachtig aan het luisteren.
"He is such a strong boy." zuchtte zijn moeder. "So headstrong. But so strong."
"His father spoke of when he had to catch his first horse." zei ik zachtjes.
"Ah that stallion! I thought he would break his neck before the end. He fell off so often."
"But he got back on it every time." Ik voelde een traan beginnen op mijn wang. Het gevoel van familie was weer terug, en pas nu besefte ik me welk een groot goed ik miste in mijn leven. Het was zo warm en vertrouwd bij de ouders van Stanislav.
Majanska pakte haar dolk en sneed haar hand open. Ze prevelde iets en streek door het bloed voor ze mijn hand pakte en haar zegening uitsprak.
Toen we weer naar binnen gingen met zijn vieren, waren Taraskov en zijn vrouw duidelijk apetrots.
"I shall teach her how to ride." beloofde Stanislav zijn ouders. "I will get her a horse, and teach her."
Ik verbeterde hem. "I shall catch the horse, not you. And then you can teach me how to ride."
"Ah you see?" Taraskov lachte hartelijk.
"Perhaps we should ride tonight." lachte Mother. "No horse necessary."
Nog één hele stevige, dikke knuffel als afscheid, en toen liepen ze het duister in. We bleven ze zo lang mogelijk nakijken, tot de mist ze opslokte.
"Your family has spoiled me for any man from Iis." zei ik tegen Stanislav. "I can never marry any man who is not a cossack."
De volgende dag bij het aankleden keek ik naar de ketting waar de beeldtenis van Roland inzat. Het deed zeer, na het ontmoeten van de familie van Stanislav en het gevoel wat het mij had gegeven. Ik besloot de ketting niet te dragen die dag. Het viel Stanislav direct op, en ik vertelde hem dat ik de ketting in mijn spullen had gepakt. Hij was niet gestolen.
Rowena's schimmen in de mist waren minder vriendelijk. Zij werd gedwongen haar huwelijk nogmaals door te maken. Een sadistische jonkheer sleepte haar naar een priester, en hoe vaak Rowena ook huilde of schreeuwde dat ze dat niet wilde, toch werd zij in de echt verbonden met die man. De avonturiers stonden erbij, en we konden niets doen. Ze moest hier toch doorheen.
Er kwam een stemming over wat we moesten doen met het wapen. Tiberius, Luciano en Caspar namen de stemmen in ontvangst en één voor één moesten we zeggen wat we wilden. Uiteindelijk koos er niemand voor de optie om niets te doen. Wat we wel gingen doen was kantje boord. Toch werd besloten dat een verzwakte nekrocht vernietigd zou worden. Daarvoor moest een ritueel gedaan worden. Ik werd door Stanislav verboden het klooster te verlaten, en begon de ziekenboeg vast in te richten. We maakten een mooi systeem: Waldemar zou de zwaargewonden naar binnen brengen en de lichtgewonden terug het gevecht insturen, zodat we geen tijd zouden verspillen en ons alleen op de zwaarste gevallen hoefden te richten. Ambross zou degenen die binnengebracht werden een plek wijzen en stabiliseren door wat Zoltanaxische schnapps. Daarna zou ik de genezers aanwijzen wie er genezen zouden worden en wie alleen een verbandje zouden krijgen. We hadden te weinig hechtdraad en geneeskrachtige kruiden om iedereen weer op hun pootjes te zetten. De grote krijgers die echt opgelapt mochten worden waren Bart de Huurling (ook wel Alexander genoemd), Blossom, Algar en natuurlijk Stanislav. Ik hield een klein eigen voorraadje achter de hand, mochten we echt in de problemen komen.
Het systeem werkte heel erg goed, en op momenten van grote drukte waren er gelukkig ook geneeskrachtige spreuken om ons bij te staan.
Wat wel minder fijn was, was een dwerg die ik nog niet zo goed kende. Ik prikte voorzichtig in zijn wond, en in een reflex sloeg hij me in mijn gezicht met een vuist. Even was ik te verbaasd om te reageren. Ik voelde voorzichtig of ik mijn tanden nog had, en toen haalde ik met vlakke hand uit op zijn gezicht.
"Don't you ever hit me again." siste ik in het Dwergs. "Next time I will use my fist and leave you to bleed out like a pig."
Hij bood zijn excuses aan, en beloofde om voorzichtiger te zijn, en ik kon doorgaan met mijn werk. Later heb ik wel Stanislav nog op de hoogte gebracht, en die heeft ook nog een gesprekje gehad met de dwerg. De dwerg kwam daarna nog bij mij klagen. "You did not need to tell him."
"Yes I did." zei ik droog. "He has sworn his life to me, and he needs to know who threatens me."
Ik liep weg voordat de dwerg verder kon praten. Hij had duidelijk nog veel meer te zeggen maar ik had er geen zin in.
Het nieuwe Orakel (die het oude opgevolgd had na haar dood) had ook geholpen met de genezing en nadat het ritueel voltooid was en de gevechten voorbij waren, werden we gevraagd om onze spullen te pakken. Een gids zou ons terugleiden door de mist. We namen afscheid van En Dwi, die gekozen had om haar leven aan het klooster te wijden, en het afscheid was een tranendal.
Ik bedacht me dat Brianna me een boekwerk had gegeven, een onderzoeksverslag van Bryce Walker over Servitars, Engelen en Demonen. Ik had Bryce ontmoet toen ik nog niet kon praten, hij was een engel geworden en was nog steeds een kwal. Zijn boekwerk was niet veel beter, maar op verzoek van Abe, Lisebette en Stanislav las ik het voor zodat ze allen konden horen wat erin stond. Eén ding wat Bryce opgeschreven had bleef maar door mijn hoofd spoken: Dat afspraken maken met servitars heel dom was als je ziel nog niet veilig was.
-----
En zo kwam er aan het winterlive 2023 een einde.
Ik had een tijdje geleden de verhaalleiding geschreven dat ik wilde stoppen met Zaphira en dat uiterlijk Zomerlive 2024 er een punt achter wilde zetten. Ik heb er later nog een mailtje achteraan gestuurd dat het niet per se een rozengeur en maneschijn einde hoefde te zijn. Blijkbaar ben ik maar raar dat er van alles stoms met mijn poppetje mag gebeuren -- veel LARPers zijn verbolgen als hun personages iets naars overkomt.
Ik ben echter net als Maartje (Rowena) eentje van de "harder, daddy" filosofie. Dat mag best. Het mag best een goed verhaal zijn, kom maar op met de drama! Zoals deze live al aangeeft: het hoeft niet een goed einde te hebben om een goed verhaal te zijn. De eerste ontmoeting met Stanislav's familie was zo bitterzoet en perfect.
Het lijkt wel duidelijk te zijn: zomerlive 2024 wordt de laatste voor Zaphira. Er komt een delegatie uit Iis, en die gaat mij formeel erkennen. Waarschijnlijk zullen er onverwachte gasten zijn die allemaal hun plasje eroverheen willen doen, een politiek slaatje eruit willen slaan en natuurlijk mij willen naaien. Het zal niet makkelijk worden, maar zeker wel interessant!
-----
We waren uitgenodigd bij een kloosterorde van de Zilveren Kaars, gewijd aan dienstbaarheid van de Vader der Vergankelijkheid. Het klooster was zo goed verstopt dat we opgehaald moesten worden door een gids, die ons veilig door de mist zou leiden. Hij had een lang touw uitgerold en we mochten onder geen beding het touw loslaten. Ik maakte kennis met een man die geaccentueerd Dosforks praatte en steeds aan zichzelf refereerde in de derde persoon.
"U kunt ook in uw eigen taal spreken. Waar komt u vandaan?" vroeg ik. Toen hij zei dat hij uit Iis kwam, lachte ik blij. Ik stelde de avonturiers om hem heen voor. Voor hem liep Stanislav, en links van hem Morris (Moros), beiden uit Iis. Ik liep achter hem en achter mij liepen Brianna en Waldemar, die beiden ook prima Iis praatten. De man, Lex, schakelde feilloos over in Iis.
In de dagen die volgde maakte hij kennis met de weerbarstigheid van avonturiers. Terwijl hij zich steeds maar weer verbaasde over dingen die gebeurden, vroeg hij zich af waarom wij toch niet onder de indruk leken te zijn.
"Het went." zei ik droog. "Na de Heraut van het Pantheon, de Vier Kwaden en de vele servitars die ik al ontmoet heb, zijn ondoden en nekrochten niet zo bijzonder meer."
Abe lachte. "Kwestie van tijd."
"Wedje leggen?" vroeg ik Abe. "Hoe lang voor Lex ook ingeburgerd is bij de avonturiers?"
Lex was het niet eens met onze stelling. Hij hoopte stellig dat hij nooit zo blasé zou worden als wij.
"Wacht maar. Op een dag ga je terug naar huis en kom je erachter dat het gewone leven zo doodgewoon saai is in vergelijking, en kom je vanzelf terug naar dit gekkenhuis." zei Abe vrolijk.
De broeders en zusters van het klooster maakten dat we ons welkom voelden, en legden uit waarom deze plaats bijzonder was. Het Orakel van de Prins (De Prins is een van de Goden van het oude pantheon, volgens mij) huisde in het klooster, en de mist was gemaakt om haar en het klooster te beschermen. Maar de mist kon herinneringen terughalen, en soms kwamen er traumatische gebeurtenissen langs, omdat er zaken nog niet verwerkt of afgesloten waren. Daar werden we ook voor gewaarschuwd.
"Lady, you know what happened to my village." zei Stanislav in het Iis. Hij keek enigzins oncomfortabel.
"I know. Something might come from the mist for you." reageerde ik. "What do you want me to do when it does?"
Hij haalde zijn schouders op en had geen antwoord voor me. Ik nam me voor om goed op te letten, zodat ik Stanislav kon ondersteunen als er inderdaad iets voor hem uit de mist kwam.
De kans was natuurlijk ook aanwezig dat er iets voor mij uit de mist kwam, maar daar maakte ik me niet heel erg druk over. Ik had geen herinneringen, dus hoe erg kon het nu zijn? Ik wist wel wat mijn grootste angst was: als er een kind uit de mist kwam lopen, en me zou vragen: 'mama, waarom ben je nooit thuisgekomen?'.
Ik wist nog steeds niet wie ik was geweest voor het ongeluk met de ketel, en met de contracten die op mijn bloedlijn waren gesloten was er een risico dat die contracten over zouden gaan naar eventuele kinderen die ik ergens in de wereld had.
De brief die ik had gekregen van Preceptor Servanus, had een bijzondere aanhef: Zaphira, Leonie Sapphire I, Nilaya. Ik vroeg hem ernaar toen hij een momentje had. Hij wist het niet precies, maar het leek hem dat het een naam was. Wellicht dat ik dus ooit Nilaya had geheten.
Op de ochtend van de tweede dag (donderdag 28) maakte ik een wandeling met een aantal mensen. Omdat er niet alleen schimmen maar ook rondvliegende wapens uit de mist kwamen, gingen we hard door de geneeskrachtige kruiden heen. Stanislav ging natuurlijk mee, en ook wat mensen die ook kennis van kruiden hadden. We maakten een wandeling door het prachtige bos waar overdag de mist verder terug trok van het klooster. Met de enorme hoeveelheid regen die we de afgelopen weken hadden gehad was het bos kletsnat en zo prachtig. Er waren grote plassen en geulen tussen de bomen en de bosgrond was drassig. We moesten goed kijken waar we liepen en er waren hele delen omgetoverd tot halve moerassen. Even dacht ik terug aan de hagedismensen uit het Nat die ik een paar jaar daarvoor had ontmoet.
Terwijl we daar liepen, kwamen er schimmen achter de bomen vandaan. Ze waren gewapend en spraken ons aan.
"Keizerlijke garde." zei de man voorop. "Wat zijn we hier aan het doen?"
Rowena probeerde het uit te leggen, maar de man begon kristal te eisen zodat we door mochten lopen. Ik futselde met mijn mantel, en liet mijn ketting zien.
"Heel mooi, leuk met die blaadjes." zei de gewapende man. Blijkbaar zag hij niet welke ketting ik echt droeg, maar zat hij vast in de herinnering. "Vijf kristal de man, dan mogen jullie doorlopen."
Het liep uit op een gevecht, en ik werd op mijn been geraakt voordat Blossom, Stanislav en Rowena de schimmen konden verslaan. Ik wreef voorzichtig over mijn been. Dat zou vast een blauwe plek worden. Gelukkig was het zwaard blijven steken in mijn mantel, anders was het vast een snee geweest. Een mantel was makkelijker te repareren dan een lijf immers.
We liepen verder en het duurde niet lang voor we een ander groepje keizerlijke garde tegenkwamen. Dit keer had ik er genoeg van. Ik rechtte mijn rug en ging op mijn strepen staan. Ik groef in mijn geheugen naar de juiste woorden in Osdorxkaans. "Captain. What is your mission here?"
"We were sent to secure this region by order of the Empress." De kapitein vertelde dat de keizerin in de hoofdstad was. Hij draaide zich naar zijn metgezellen. "At least they speak the language, these farmers."
"I am not." zei ik stellig, en hield mijn ring naar hem toe.
"Why do you travel with these....farmers?"
"A small group may pass unnoticed." zei ik en ik wees naar Stanislav. "I have my bodyguard, and I am well protected, I assure you. Are you you in need of supplies?"
De kapitein leek mijn verhaal te accepteren, en gaf een lijst.
"I shall speak to my quartermaster, and make sure these will be sent to you. Where are you stationed?"
Langzaam staken ze de wapens weg, en de kapitein gaf antwoord. Uiteindelijk mochten we verder lopen, en de schimmen verdwenen in de richting van de mist.
Rowena, Hilde en Harman straalden. "Wat fijn dat dat lukte!"
De tijd dat het wapen wat we bij de Van Rühwalds hadden gemaakt, gebruikt kon worden, naderde rap. Er waren veel overleggen wat er precies met het wapen moest gebeuren. Het kon gebruikt worden om een nekrocht te maken, of om een nekrocht te verzwakken. Als een nekrocht al verzwakt was, kon deze ook vernietigd worden. Er was veel overleg over wat de juiste beslissing zou zijn, en ik hield me er afzijdig van. Lisebette van Nimmen, een addllijke dame, hield het beter in de gaten en hield me elke keer netjes op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. De elf Ilvarin zou het wapen hanteren en Lourens, de mens die recentelijk in een ritueel een trol was geworden, zou hem helpen. Ik had zo mijn bedenkingen of ze de juiste keuze zouden maken, maar ik betwijfelde ook dat ik dat zou kunnen. Het was prima om me daar niet teveel mee te bemoeien.
Natuurlijk trok dit ook de nodige aandacht. Naast rondvliegende wapens en schimmen uit de mist kwamen er allerlei dingen die ook het Orakel wilden aanvallen. De broeders en zusters uit het klooster wierpen zich er soms lijfelijk tussen.
's Avonds kwamen er schimmen uit de mist zetten met een papier, en ik werd door Waldemar gewaarschuwd dat ze op zoek waren naar mensen en dat ik er een van was. Ik groef in mijn mandje. "Oh, dit papier?"
We hadden het jaren geleden gevonden en ik had nooit begrepen waar het mee te maken had. Een schim, een elf met een boog, was zich aan het verstoppen voor degenen die op zoek waren. Ze vonden een andere man, ook een schim, en sleepten hem een rituele cirkel in.
Omdat de schimmen niet het klooster in probeerden te gaan, bemoeiden mensen zich er niet actief mee, en keken ze toe. Ze wisten dat het zichzelf even uit moest spelen, en er was tegelijkertijd ook een aanval. Ik kon van een afstandje enigszins zien wat er gebeurde in de cirkel. Een aantal ritualisten hielden de man op zijn plek en al snel kwam er een groot wezen met enorme klauwen en tanden in de cirkel. Hij sprong bovenop de man en reet hem aan stukken.
"Zaphira, ik heb een gewonde. Waar wil je hem hebben?" vroeg Waldemar. De strijders waren druk bezig het klooster van andere invloeden te beschermen en ik was elders nodig.
De schim, de elvendame, sprak me aan. "Elke keer dat ik mijn ogen sluit zie ik het weer voor me. Elke keer. Zo kan ik niet leven. Jij bent toch alchemist? Kun je niet iets maken dat ik vanavond vergeet?"
"Zaphira!" riep Waldemar.
Ik draaide me om om naar binnen te gaan, en toen ik me terugdraaide om haar te vertellen dat ze even moest wachten, vervaagde de schim.
Nadat ik de gewonden had verzorgd deelde ik mijn gedachten met Stanislav. "Ik denk dat ik een vergetelheidsdrank aan het brouwen was. We weten dat er een ketel was die ontplofte, en dat ik daarom mijn geheugen kwijt ben. Misschien was dit de aanleiding. Dat ik daarom aan het brouwen was."
"Perhaps."
Niet lang daarna zocht Stanislav mij op. "De Boyar is hier, mensen uit mijn dorp."
Ik liep snel met hem mee. Ze waren met zijn drieën, een dame die zichzelf voorstelde als Natalia en Taraskov de hoofdman zelf. De derde met een wilde topknot zette drank op tafel. "Let's drink!"
Iedereen kreeg een groot glas garilka en ik volgde het voorbeeld van de Boyar en Stanislav. Het kostte me moeite om het hele glas in één keer leeg te drinken, maar ik hield vol en hapte naar lucht toen ik het glas neerzette op tafel. De Boyar en de kozakken barstten in lachen uit and klopten op tafel.
Stanislav zei warm "It's so good to see you all."
"It is good." zei Taraskov stellig. "And who is this?"
"Father, this is my Lady." stelde Stanislav mij voor. "She is like mother: a witch."
"Ah, this is good!" knikte Taraskov. Hij keek me streng in de ogen. "And what is your path?"
"Once we are done here, I shall reclaim my throne." zei ik.
The hoofdman en krijger aan tafel lachten luid en de fles ging nog een keer rond. De sfeer was uitstekend.
"Ah, little Stanni." mijmerde Taraskov. "Do you want to hear about him when he was a boy?"
"Very much so." knikte ik.
Taraskov vertelde dat als jonge jongen Stanislav een paard kreeg. Hoe dat ging in de stam was dat de jongen zelf bij de kudde een dier uitzocht, ving en erop klom. "Little Stanni was not like the others. Most would pick a mare, you know. Is better. But Stanni, he chose the stallion of the herd. The biggest brute of them all. And then when he rode that stallion, he was thrown off. Broke this finger, the littlest one on the hand. And then he caught the beast again. And again he climbed on. He was stubborn!"
"Still is." Ik glimlachte trots. Ik wist precies hoe Stanislav was, en kon me heel goed voorstellen hoe hij als kind zou zijn geweest.
"He must have fallen off twenty times." Taraskov lachte trots.
"And he climbed back on twenty-one times."
"Exactly so." Taraskov dronk zijn glas leeg. "It is getting late. I shall go and find your mother. But how about we go outside, pick a fight, before we go?"
The kozakken juichten, en ze gingen naar buiten. Stanislav en ik volgden ze op de voet. Ik lachte warm naar Stanislav, het was geweldig om zijn familie te ontmoeten.
We stapten de deur uit, en voor ons barstte een gevecht los. De kozakken juichten in hun bloedlust, grepen hun wapens. Voor hen stond een grote zwarte gedaante met een hoorn op zijn hoofd.
"Kroatax, The black unicorn!" Stanislav vloekte.
Het gevecht was kort en bruut, en zijn familie, zijn stam werd voor mijn ogen afgeslacht. Ineens realiseerde ik me wat ik in dat vrolijke half uur vergeten was: het waren schimmen, herinneringen uit Stanislav's verleden. De mensen waar ik zo warm door was onthaald waren al jaren dood. En dit was hoe zij aan hun eind waren gekomen. Er was niets wat hij kon doen om het te voorkomen, en er was niets wat ik kon doen om ze te genezen.
Ik boog me over de man aan mijn voeten die de garilka had ingschonken. Nog voor ik zijn ogen kon sluiten, verdween zijn lichaam in mist.
De tranen liepen over mijn wangen. Het was wreed: een kortstondig moment van liefde en warmte en familie, en zo bruut onderbroken. Stanislav's familie was al jaren dood. Het was een zegen dat ik ze toch even had mogen ontmoeten, maar het eindigde veel te abrupt en liet een grote leegte in mij achter.
Het laatste wat Taraskov tegen Stanislav had gezegd was: "Save the boy."
In de chaos van het moment was Stanislav wild op zoek gegaan naar de jongen die zijn vader bedoelde, maar nu de schimmen waren verdwenen daalde bij hem de realisatie in; zijn vader wilde dat Stanislav de jongen niet zou vergeten die hij geweest was: avontuurlijk en koppig en sterk.
Ik haalde thee voor ons beiden, en we zaten samen in een hoekje van het klooster stil te rouwen, verloren in wat we die avond mee hadden gemaakt.
Er was nog steeds een taak die gedaan moest worden, en het Orakel wilde best vragen beantwoorden. We werden aangespoord om de vragen op een scroll te schrijven. Soms kon het Orakel zelf de antwoorden geven, en soms kwam het uit de mist. Ik probeerde me afzijdig te houden, maar een van de bewakers van het klooster wees me erop dat dit een unieke kans was, en dat het niet aan mij was om te bepalen of het Orakel de prijs mocht gaan betalen om het antwoord te geven op mijn vraag. Die keuze was aan haar.
Ik schreef mijn vraag in het Osdorxkaans op; "Wat is de prijs die de Servitar zal vragen als ik Keizerin word?"
De dag erna kwam er weer een scroll. Ondanks dat ik geen antwoord had gehad, liet ik nog een vraag opschrijven. "Uit welke bloedlijn is Lady Sapphire een nazaat?"
Het was onduidelijk of ik er een antwoord op zou krijgen. Het Orakel zelf had ons streng toegesproken: zij kon slechts antwoorden uit het verleden krijgen, uit herinneringen. Ze kon niet de toekomst voorspellen. Wellicht zou mijn antwoord uit de mist komen. Ik had daar immers ook al Keizerlijke garde gezien en met succes toegesproken.
Vlak voordat ik de reis naar het klooster had gemaakt, was er nog een brief gekomen. [[ Omdat er enige OC verwarring was en ik de verkeerde brief had gekregen, duurde het even voordat ik er actie op kon ondernemen. De verkeerde brief moest met speciale instructies geopend worden, en hij leek leeg te zijn. Toen bleek dat die brief helemaal niet voor mij bedoeld was, maar voor een andere speler! Ik kreeg gelukkig nog wel op tijd de juiste brief. ]] Nu kon ik deze eindelijk even lezen.
Honorable Leonie Sapphire I Bearer of the Ring and the Necklace of Old Osdorkska, We hope this letter finds you in good health and safety. Since we have not received a
reply to our last letter, we assume it was lost along the way. First and foremost, we were rejoiced to see you have accepted the role of Heir to the
Empire in the ending of your last letter to us. To formally acknowledge you as heir;
with all due rights and responsibilities, we would kindly request another personal
meeting. It would be preferable if you could send us a meeting place for this official
recognition. We suggest you account for at least 5 months travel time for both your
message to reach us and for us to send a delegation to your suggested place. As to your suggestion to fulfill the request of Knight Septimus of the Iron Tower:
rather than a location directly at the border, we can offer 3000 acres at the western
moutain range, approximately 25 days travel past the border crossing at Tweskador.
The Iron Tower would have to agree to certain terms and conditions regarding the
safety of the region and Iis itself. If desirable we could send someone along to
negotiate with a representative of the Iron Tower at your ceremony. Or, alternatively,
the Iron Tower could send representatives to us at Alvermore. Please let us know if
you approve and what the Iron Tower would prefer. With most appreciation, Edwart Carfallon Steward of the Covenant of Iis
Mijn hart maakte een sprong. Ik had op verzoek van Ridder Septimus inderdaad een brief gestuurd naar de Steward, en dat was al anderhalf jaar geleden. Septimus was teleurgesteld geweest dat er geen reactie was gekomen, maar blijkbaar was dat geen onwil geweest. Niet alleen waren ze in Iis geïnteresseerd in een dependence van de IJzeren Toren en wilden ze een groot stuk grond ter beschikking stellen, maar ze waren ook bereid om mijn status als erfgenaam formeel te erkennen.
Ik had echt wel mijn bedenkingen gehad om mijn brief aan Edwart op die manier te ondertekenen, maar blijkbaar had ik hem niet tegen de schenen geschopt. Het klonk juist alsof ze blij waren, en het woordje 'ceremonie' was me ook opgevallen.
Ik bracht Hilde, Caspar en Nadine ook op de hoogte. Ik had een tijd geleden hun hulp gevraagd en hoopte dat ze net zo blij waren als ik met dit nieuws. Er stond een hoop te gebeuren, dus ik ging direct aan de slag.
Ik benaderde meester Tiberius met de vraag of het Monsterjagersgilde misschien een aantal monsterjagers mee wilden sturen. Bij een delegatie uit Iis was het natuurlijk maar de vraag wat voor wezens daar in zouden zitten, en monsterjagers zijn bijzonder geschikt om daarmee om te gaan. Tiberius beloofde de vraag neer te leggen bij de Gildegrootmeester, en ik slikte. Dat was Roland. Ik zei luchtig: "wellicht dat Grootmeester Wildekind wel op jouw brieven reageert; dat is een goed plan."
Ik bracht Lisebette van Nimmen ook op de hoogte, en zij klom direct in de pen en schreef een zeer nette brief waarin ze mij als erfgename van de keizerlijke bloedlijn van Iis zeer capabel achtte en haar bewondering en steun uitsprak.
Ik vroeg Caspar om haar hulp en legde een plannetje voor. Het landgoed van haar vader, de Markheer Goudhaan, lag aan de grens met Iis en zou een perfecte ontmoetingsplaats zijn. Ze schreef een begeleidende brief die ik mee kon sturen met mijn eigen brief aan hem. Ik stelde met enige moeite een vleiende brief op aan de Markheer, met de boodschap dat ik een delegatie uit Iis wilde ontvangen deze zomer, dat zijn landgoed perfect zou zijn om deze delegatie in gepaste stijl en met alle honneurs die hen ten deel zouden vallen te ontvangen, en de vraag of hij bereid zou zijn deze in bruikleen te geven voor deze plechtigheid. Ik vertelde dat de delegatie mij formeel wilde erkennen als erfgenaam en sprak ook van vertegenwoordigers van de IJzeren Toren, om aan te geven dat als hij wat in de melk te brokkelen wilde hebben er voldoende mogelijkheden zouden zijn.
Ook begon ik mijn hofhouding nog iets officiëler te maken. Lisebette zei al dat ik elke dag een andere jurk aan zou moeten en een groot gevolg moest hebben om indruk te maken op de mensen uit Iis. Ik vroeg Hilde of zij als Priesteres van het Wezen van het Leven mijn Hofpriester wilde zijn en tevens mijn Lijfarts. Stanislav was natuurlijk al een paar jaar mijn lijfwacht, en Meestermagiër Raistlin mijn Hofmagiër. Kapitein Marksvrouwe Caspar Goudhaan zou voor de gelegenheid Kaptein van de Wacht zijn, wat ook goed uitkwam omdat er waarschijnlijk ook troepen van de familie Goudhaan aan te sturen zouden zijn.
Ik bood mijn verontschuldigingen aan Morris (Moros) aan; hij had een paar dagen eerder zijn trouw aan mij gezworen en een item gegeven dat als ik dat met een boodschapper mee stuurde, hij wist dat die voor mij sprak. Ik vertelde hem dat ik hem niet aan kon stellen als Hofpriester, omdat hij priester van de Brenger was. Het Keizerrijk Osdorxka was ten onder gegaan omdat de Brenger der Nachtmerries, de voorloper van de Vertoornde Brenger, zich ermee had bemoeid. Hij zei dat hij het begreep.
Ook zei hij dat een schim iets in zijn boek had laten verschijnen. In zijn boek werden de juwelen genoemd: de Ring, Ketting en Armband. Nadat de schim zijn boek had gehad, was daar iets aan toegevoegd: de Tiara.
Vrijdagavond trok Stanislav me bij mijn schrijfsels weg. "My mother is here." zei hij.
Ik liet mijn pen vallen, en volgde hem. De hoofdman, Taraskov, stond stralend naast een prachtige vrouw in een rode jurk. Even wist Taraskov niet wat hij moest doen, en hij stak verlegen een hand uit terwijl Stanislav zijn moeder in zijn armen sloot.
"I don't know..." zei de Boyar vertwijfeld. "Do we hug as well?"
"Of course, a hug!" zei ik, en de grote sterke kozak sloot me voorzichtig in zijn armen.
"Who is this?" vroeg de moeder van Stanislav, en hij maakte de introducties. Majanska, de moeder van Stanislav, sloot me warm in haar armen en ik genoot van de warme liefde die van haar af leek te komen. In mijn achterhoofd herinnerde ik mezelf eraan dat deze mensen al jaren overleden waren, en dat ik dat niet mocht vergeten. Maar ik kon er wel van genieten.
We praatten met de ouders van Stanislav, en al snel werd duidelijk dat er een groot misverstand was. Stanislav had mij aan zijn vader voorgesteld als 'zijn lady' - en dat had de grote Boyar opgevat alsof we zouden gaan trouwen.
"Where are your parents?" vroeg Majanska; "They should be here so we can talk."
Ik vertelde dat ik niet wist waar zij waren. Wellicht waren zij ook al overleden. Ik kende ze niet.
"No matter!" zei Taraskov stellig. "We will talk, and we will decide."
Het was duidelijk dat de zaak al in kannen en kruiken zat wat hem betreft. Het was duidelijk dat zijn ouders dachten dat Stanislav met mij wilde trouwen, en dat zij daar waren voor hun goedkeuring. We wisselden een blik uit, maar zeiden beiden niets over hoe de vork echt in de steel zat. We wilden duidelijk allebei niet dat de harten van deze mensen zouden breken door ze uit de droom te helpen. Ze verdienden wel een beetje geluk.
Ik maakte het alleen maar beter toen Taraskov opmerkte dat hij van de ochtend hield, als de zon net opgekomen was.
"No;" zei ik; "The evening. When the fire is hot, and the garilka is cold, and the meat is so well cooked that it just slides off the bone."
"Aaaaaah." verzuchtte Taraskov, en hij knipoogde naar zijn zoon en knikte naar zijn vrouw. "You see? She understands."
We praatten kort over de witchcraft die zij uitvoerde en ik sprak over mijn genezende handen. Majanska knikte goedkeurend. En toen zei ze dat het tijd was voor hun blessings.
"Taraskov will take Stanislav aside, and they will talk about things that we women have no knowledge of. And we will stand under de stars and speak of women's things that they should not hear." Ze haakte zachtjes haar arm door de mijne en we gingen naar buiten zodat we de maan konden zien.
"What should I call you?" vroeg ik haar.
"Call me Mother." glimlachte ze warm.
Stanislav en Taraskov stonden een stukje verder op het veld, en ze keken omhoog naar de maan die af en toe onder de wolken vandaan kroop. Taraskov was wild aan het gebaren en Stanislav was aandachtig aan het luisteren.
"He is such a strong boy." zuchtte zijn moeder. "So headstrong. But so strong."
"His father spoke of when he had to catch his first horse." zei ik zachtjes.
"Ah that stallion! I thought he would break his neck before the end. He fell off so often."
"But he got back on it every time." Ik voelde een traan beginnen op mijn wang. Het gevoel van familie was weer terug, en pas nu besefte ik me welk een groot goed ik miste in mijn leven. Het was zo warm en vertrouwd bij de ouders van Stanislav.
Majanska pakte haar dolk en sneed haar hand open. Ze prevelde iets en streek door het bloed voor ze mijn hand pakte en haar zegening uitsprak.
Toen we weer naar binnen gingen met zijn vieren, waren Taraskov en zijn vrouw duidelijk apetrots.
"I shall teach her how to ride." beloofde Stanislav zijn ouders. "I will get her a horse, and teach her."
Ik verbeterde hem. "I shall catch the horse, not you. And then you can teach me how to ride."
"Ah you see?" Taraskov lachte hartelijk.
"Perhaps we should ride tonight." lachte Mother. "No horse necessary."
Nog één hele stevige, dikke knuffel als afscheid, en toen liepen ze het duister in. We bleven ze zo lang mogelijk nakijken, tot de mist ze opslokte.
"Your family has spoiled me for any man from Iis." zei ik tegen Stanislav. "I can never marry any man who is not a cossack."
De volgende dag bij het aankleden keek ik naar de ketting waar de beeldtenis van Roland inzat. Het deed zeer, na het ontmoeten van de familie van Stanislav en het gevoel wat het mij had gegeven. Ik besloot de ketting niet te dragen die dag. Het viel Stanislav direct op, en ik vertelde hem dat ik de ketting in mijn spullen had gepakt. Hij was niet gestolen.
Rowena's schimmen in de mist waren minder vriendelijk. Zij werd gedwongen haar huwelijk nogmaals door te maken. Een sadistische jonkheer sleepte haar naar een priester, en hoe vaak Rowena ook huilde of schreeuwde dat ze dat niet wilde, toch werd zij in de echt verbonden met die man. De avonturiers stonden erbij, en we konden niets doen. Ze moest hier toch doorheen.
Er kwam een stemming over wat we moesten doen met het wapen. Tiberius, Luciano en Caspar namen de stemmen in ontvangst en één voor één moesten we zeggen wat we wilden. Uiteindelijk koos er niemand voor de optie om niets te doen. Wat we wel gingen doen was kantje boord. Toch werd besloten dat een verzwakte nekrocht vernietigd zou worden. Daarvoor moest een ritueel gedaan worden. Ik werd door Stanislav verboden het klooster te verlaten, en begon de ziekenboeg vast in te richten. We maakten een mooi systeem: Waldemar zou de zwaargewonden naar binnen brengen en de lichtgewonden terug het gevecht insturen, zodat we geen tijd zouden verspillen en ons alleen op de zwaarste gevallen hoefden te richten. Ambross zou degenen die binnengebracht werden een plek wijzen en stabiliseren door wat Zoltanaxische schnapps. Daarna zou ik de genezers aanwijzen wie er genezen zouden worden en wie alleen een verbandje zouden krijgen. We hadden te weinig hechtdraad en geneeskrachtige kruiden om iedereen weer op hun pootjes te zetten. De grote krijgers die echt opgelapt mochten worden waren Bart de Huurling (ook wel Alexander genoemd), Blossom, Algar en natuurlijk Stanislav. Ik hield een klein eigen voorraadje achter de hand, mochten we echt in de problemen komen.
Het systeem werkte heel erg goed, en op momenten van grote drukte waren er gelukkig ook geneeskrachtige spreuken om ons bij te staan.
Wat wel minder fijn was, was een dwerg die ik nog niet zo goed kende. Ik prikte voorzichtig in zijn wond, en in een reflex sloeg hij me in mijn gezicht met een vuist. Even was ik te verbaasd om te reageren. Ik voelde voorzichtig of ik mijn tanden nog had, en toen haalde ik met vlakke hand uit op zijn gezicht.
"Don't you ever hit me again." siste ik in het Dwergs. "Next time I will use my fist and leave you to bleed out like a pig."
Hij bood zijn excuses aan, en beloofde om voorzichtiger te zijn, en ik kon doorgaan met mijn werk. Later heb ik wel Stanislav nog op de hoogte gebracht, en die heeft ook nog een gesprekje gehad met de dwerg. De dwerg kwam daarna nog bij mij klagen. "You did not need to tell him."
"Yes I did." zei ik droog. "He has sworn his life to me, and he needs to know who threatens me."
Ik liep weg voordat de dwerg verder kon praten. Hij had duidelijk nog veel meer te zeggen maar ik had er geen zin in.
Het nieuwe Orakel (die het oude opgevolgd had na haar dood) had ook geholpen met de genezing en nadat het ritueel voltooid was en de gevechten voorbij waren, werden we gevraagd om onze spullen te pakken. Een gids zou ons terugleiden door de mist. We namen afscheid van En Dwi, die gekozen had om haar leven aan het klooster te wijden, en het afscheid was een tranendal.
Ik bedacht me dat Brianna me een boekwerk had gegeven, een onderzoeksverslag van Bryce Walker over Servitars, Engelen en Demonen. Ik had Bryce ontmoet toen ik nog niet kon praten, hij was een engel geworden en was nog steeds een kwal. Zijn boekwerk was niet veel beter, maar op verzoek van Abe, Lisebette en Stanislav las ik het voor zodat ze allen konden horen wat erin stond. Eén ding wat Bryce opgeschreven had bleef maar door mijn hoofd spoken: Dat afspraken maken met servitars heel dom was als je ziel nog niet veilig was.
-----
En zo kwam er aan het winterlive 2023 een einde.
Ik had een tijdje geleden de verhaalleiding geschreven dat ik wilde stoppen met Zaphira en dat uiterlijk Zomerlive 2024 er een punt achter wilde zetten. Ik heb er later nog een mailtje achteraan gestuurd dat het niet per se een rozengeur en maneschijn einde hoefde te zijn. Blijkbaar ben ik maar raar dat er van alles stoms met mijn poppetje mag gebeuren -- veel LARPers zijn verbolgen als hun personages iets naars overkomt.
Ik ben echter net als Maartje (Rowena) eentje van de "harder, daddy" filosofie. Dat mag best. Het mag best een goed verhaal zijn, kom maar op met de drama! Zoals deze live al aangeeft: het hoeft niet een goed einde te hebben om een goed verhaal te zijn. De eerste ontmoeting met Stanislav's familie was zo bitterzoet en perfect.
Het lijkt wel duidelijk te zijn: zomerlive 2024 wordt de laatste voor Zaphira. Er komt een delegatie uit Iis, en die gaat mij formeel erkennen. Waarschijnlijk zullen er onverwachte gasten zijn die allemaal hun plasje eroverheen willen doen, een politiek slaatje eruit willen slaan en natuurlijk mij willen naaien. Het zal niet makkelijk worden, maar zeker wel interessant!