Eerlijk gezegd had ik helemaal geen zin in Belvedère tot het moment dat ik door de poort van het Openluchtmuseum in Arnhem liep. Toen begon er wat te kriebelen. We zouden spelen in de kasteelboerderij van het Openluchtmuseum, en iedereen liep lekker te stuiteren.
Omdat de organisatie had gewaarschuwd dat er weinig plek zou zijn om tassen op te bergen en iedereen aanraadde om zoveel mogelijk hun kostuum al aan te doen, had ik een kleine tas bij me met mijn corset, wat omslagdoeken, een paar tussendoorhapjes en mijn make-up. Mijn chemise en japon had ik al aan, mijn haar zat al in de krul en mijn make-up was al klaar. Alleen de japon moest dus even uit om het corset aan te doen op locatie. In een auto zitten met corset is echt niet te doen, je kunt niet rechtop genoeg zitten. En natuurlijk is een hele dag in stays rondlopen meer dan lang genoeg, dus elk uurtje waarin het niet hoeft, is mooi meegenomen.
We kwamen aan in het druilerige Holland en koning Louis XIII en Maurits van Nassau (de man die de hele hofhouding van Koning Louis in Holland ging bezoeken), heetten ons welkom. Gauw naar binnen, en ik streek al snel neer bij Tante Charlotte. Ik had haar leren kennen in Meudon, het landgoed van Tante Louise, de Princesse de Conti. Tante Louise was veelal te druk geweest om het huishouden te bestieren en gaf mij dan opdrachten om de staf aan te sturen, zodat ik kon laten zien dat ik dat kon. Stom.
Tante Charlotte keuvelde gezellig met mij, en ze herkende een knappe jongeman met donker haar. Ze zei dat hij erg op ene Stuart leek ofzo. En dat bleek te kloppen! Hij stelde zich heel netjes aan ons voor als Ludovic Stewart, Hertog van Lennox. Tante Charlotte overlaadde hem met complimentjes, dat ze zijn vader goed gekend had, en condoleerde hem met zijn verlies toen bleek dat de oude Stewart was overleden.
Het was een prettig gesprek want de heer was zeer welbespraakt in het Frans, ondanks zijn titel uit Schotland. Ik zat erbij en glimlachte vriendelijk want ik had niet zoveel toe te voegen.
Daarna praatte ik nog eventjes met Oom Florent en Tante Charlotte over de plannen voor Nouvelle France. Ik zocht Mme d'Laval op, die een weeshuis bestiert. Ik legde haar uit dat Nouvelle France wel veel gelukszoekers aantrekt, maar dat er geen gezinnen die kant op gaan. Vooral alleenstaande mannen. We hadden daar ook goede katholieke vrouwen en gezinnen nodig! Wellicht kon haar weeshuis uitkomst bieden?
We spraken af om nog even de koppen bij elkaar te steken later die dag, met Oom Florent en natuurlijk Girard Desargues, de nieuwe gouverneur van Nouvelle France.
Het was binnen erg warm en bedompt en eigenlijk wilde ik een wandelingetje gaan maken. Maar dat kon ik natuurlijk niet alleen doen. Ik had al eventjes met Fernando de Medici gesproken, maar hij leek me niet echt een wandelend type met zijn mooie jas en chique schoenen. De heer de Medici zocht een katholieke Franse bruid om hem veel kinderen te baren, en mijn pogingen van eerder (in het fort op Belvedère 9) waren niet echt succesvol geweest.
Tante Louise sprak me streng toe. Als ik een wandelingetje ging maken mocht ik niet alleen gaan lopen. Ik moest een chaperonne meenemen, het liefst iemand van de familie. "Ja tante Louise." zei ik bedeesd.
Nog geen twee minuten later sprak tante Charlotte vrijwel dezelfde waarschuwing uit. "Ja tante Charlotte." herhaalde ik braaf. Met twee tantes die me als een havik in de gaten houden maakte ik natuurlijk geen enkele kans om rustig een rondje te lopen.
Ik bendaderde de hertog van Lennox. Omdat het een non-native speaker was praatten we vooral in het Engels (IC was dat gewoon Frans). "Would you think me very forward if I invited you for a turn around the gardens?" vroeg ik hem. Toen hij me complimenteerde dat het een goed idee was, moest ik natuurlijk nog op zoek naar een chaperonne. Gelukkig wilde Marie-Jeanne de Guise-Bethune, de vrouw van Oom Florent, wel met me mee. Maar zij werd benaderd voor een gesprek door de Duc de Guise. Gelukkig was ze zo slim om Henri de Guise dan mee te vragen op de wandeling. Dan hadden zij ook even privacy van de rest van het hof. Monsieur Stewart hield heel netjes de deur voor mij open en we gingen naar buiten.
We liepen achter de Duc en mijn tante Marie-Jeanne aan, en de twee voor ons waren diep in gesprek en letten eigenlijk niet op ons. Monsieur Stewart was heel beleefd en vriendelijk en vertelde dat hij opgegroeid was in Frankrijk, maar dat hij na het overlijden van zijn vader ook zijn titel had geërfd. Nu moest hij een moeilijke keuze maken: of hij die titel zou accepteren of aan zijn jongere broer zou geven. Dat leek me maar een moeilijke keuze. Hij vertelde ook dat hij regelmatig brieven schreef met koning James van Schotland, en dat die meneer zijn second cousin was!
Hij vertelde over de schoonheid van Schotland en ik vertelde over Nouvelle France, dat ik daar geboren en opgegroeid was. En ik vertelde dat tante Charlotte echt heel blij was om hem te zien, dat het bij haar een hoop blije herinneringen had opgeroepen aan zijn vader, waar ik hem dankbaar voor was. Het was een hele fijne wandeling en toen we weer terugkwamen bij het landhuis kuste hij heel netjes mijn hand.
De Duc en Marie-Jeanne waren nog druk in gesprek en maakten nog geen aanstalten om naar binnen te gaan. Wij praatten daarom ook nog even verder. Toen het moment van afscheid toch echt aangebroken was, kuste hij mijn hand nogmaals! Heel kuis en proper, maar mijn hart maakte een klein sprongetje.
Tante Charlotte was natuurlijk bijzonder geïnteresseerd hoe onze wandeling was gegaan en hoe ik de heer Stewart vond. Ik vond het heel moeilijk te omschrijven, want ik kende de beste man nog maar net, maar hij was zeker heel aardig en vriendelijk en knap en dapper en sterk en hoffelijk en vriendelijk en had ik al gezegd dat hij ook heel knap was?
Tante Louise vroeg vervolgens ook of ik er nog aan gedacht had om te vragen of hij wel katholiek was. Maar daar was ons gesprek helemaal niet over gegaan! Ze zuchtte dat ik beter mijn best had moeten doen, en ze liep gauw door naar haar volgende gesprek.
Ik vond gouverneur Girard en mevrouw Georgina d'Laval en we praatten over de plannen voor de wezen die naar Nouvelle France konden gaan. Georgina drukte ons op het hart dat de wezen wel goed terecht moesten komen. Ze moesten wel een echte samenleving hebben om ze op te vangen. Dat snapte ik wel. Je kunt de wezen wel op een boot naar de nieuwe wereld zetten, maar als ze niemand zouden hebben die ze daar op zou vangen, zou dat heel wreed zijn. Ze vertelde dat de wezen wel een vak leerden tijdens hun tijd in het weeshuis, maar het zou het beste zijn als ze toch bij een vakman in de nieuwe wereld of bij een familie geplaatst konden worden. Girard knikte, en benadrukte ook dat het zijn doel was om de gemeenschap in Quebec te laten groeien, voor het goed van allen daar.
Terwijl ik nog eens bij de deur stond te wachten of er misschien nog een rondje gewandeld kon worden, kwam Fernando de Medici op me af. Ik had Mme de Nevers en Georgina ingelicht over De Medici en ze wilden graag met hem praten, maar nu knoopte hij met mij een praatje aan! Dat was niet de bedoeling. Ik maakte verontschuldigingen dat ik even mijn neus zou gaan poederen en maakte dat ik weg kwam. Mme de Nevers stond klaar om hem aan te spreken, maar Fernando de Medici was sneller. Hij deed de buitendeur open en ging naar buiten nog voordat mme de Nevers met hem kon praten.
Tante Louise vond tussen haar gesprekken door nog een momentje om me voor het blok te zetten. "Kun je me aan die jongeman van Lennox voorstellen?" vroeg ze. Dus dat deed ik netjes. Ze sprak hem al aan, en het lukte me nog net om er tussendoor te zeggen "May I present the Princesse de Conti?" en tante Louise sprak al over mij heen terwijl ik mijn zin "and my aunt Louise;" nog af probeerde te maken.
"May I ask, sir, are you a catholic?" eiste ze van monsieur Stewart. Hij was niet van zijn à propos te brengen, en beantwoorde geduldig alle vragen. Hij was inderdaad katholiek, en tante Louise knikte streng.
Bij het vallen van de avond hield ik de tafelschikking goed in de gaten. Er werd van tevoren bepaald wie bij elkaar aan tafel zou zitten naar hun status. Het verbaasde mij niks dat ik heel ver van de koning en de hoge tafels zou zitten. Maar ik zat wel met Oom Florent en de mme d'Laval, de moeder van Georgina aan tafel. De hertog van Lennox zat echter wel aan één van de hoge tafels.
Gelukkig kon ik daar nog wat aan doen. Ik kon een courtier vragen om de tafelschikking aan te passen, als ik haar in contact bracht met enkele mensen die ik kende in Nouvelle France. Zo had ik in het fort ook de heer de Medici bij mij aan tafel laten zetten voor het diner. Nu wilde ik graag dat de hertog van Lennox bij mij aan tafel kwam.
Eén dame hield me nauwlettend in de gaten, en ze zei dat ze mij best wel wilde helpen. Volgens mij stelde ze zich voor als Comtesse de Bethune, maar ik weet het niet zeker meer. Ze verplaatste het naamkaartje van de hertog van Lennox naar mijn tafel, en de man die op zijn plek zat ging naar de hoge tafel. "Ik heb de tafelschikking gemaakt;" knipoogde de Comtesse; "Dus ik kan 'm ook zo aanpassen voor je."
Ik bedacht me wel dat het een beetje raar was dat ze daar niets voor wilde hebben, maar tja, misschien komt dat ooit nog?
Het avondeten werd geserveerd en samen met de mensen met allergieën voegde ik me bij het buffet terwijl de rest direct aan tafel geserveerd werden. Het voorgerecht was een veel te simpel soepje voor ons, terwijl de rest van de tafel kleine hapjes kregen. Van ravioli tot gestoomde groenten met een sausje. Mijn groentenbouillon was, net als de 'pokebowl' voor de lunch, eigenlijk best wel karig.
Gelukkig was de hoofdgang een stuk beter. Veel groene salade en een quinoa-salade, gebakken aardappeltjes, en kip. Er was voor ons zoveel dat ik nog een keertje terug kon gaan voor meer.
Oom Florent aan onze tafel was veel aan het woord, en hield de hertog van Lennox geëngageerd. Hij sprak over religie (heeft de automaton een ziel?), de oorlog en allerlei onderwerpen die niet zo geschikt waren voor aan tafel. Ik hield mijn mond maar, want ik wist toch niet zo goed wat ik moest zeggen. Ik vroeg me ook af of de hertog van Lennox het wel een fijn gesprek vond. We konden tussendoor nog af en toe wat praten, maar ik voelde me niet echt op mijn gemak. Gelukkig stuurde hij het gesprek ook naar een ander onderwerp. Hij had een onschuldig man vrij weten te krijgen omdat hij nieuw bewijs had aangeleverd om zijn onschuld te bewijzen. Ik complimenteerde hem op zijn goede werk. Ook kon ik wat vertellen over het plan om de wezen van Frankrijk een nieuw leven te bieden in Nouvelle France, en hij complimenteerde mij op dat plan.
Aan het einde van de maaltijd bedankte hij mij. "Thank you for the invitation to dinner."
Oh.
Dus hij had precies door gehad dat ik geregeld had dat hij aan mijn tafel kwam te zitten. En hij vond het blijkbaar niet zo erg dat hij wilde klagen. Maar hij wilde wel dat ik wist dat hij het wist!
Na het eten werd het wat rustiger. Het lukte me nog om weer een wandeling te maken, dit keer met Bernardino de Mendoza de Parades, de ambassadeur van Spanje. Onze chaperonne liep deze keer wel heel erg snel, en ik kon me maar slecht concentreren op de ambassadeur. We praatten over Spanje, geloof ik.
Verder ving ik op dat tante Louise heel druk was geweest om de doop van het eerste kind van Oom Florent en Tante Marie-Jeanne te regelen, die lang uitgesteld was geweest. Ook was Jeanne-Marie benoemd tot Gravin voor de diensten die hij het koninkrijk had gedaan, dus daar feliciteerde ik haar mee. Een hele eer voor haar!
Tante Charlotte kwam nog eventjes voorzichtig polsen wat ik van monsieur Stewart vond. En ook de Duc zelf vroeg hoe het met mij ging. Dat vond ik heel bijzonder.
En de koning schoot uit zijn slof over iets, en vroeg zijn kapitein om een handschoen! Nou, dan weet je het wel. Ik weet niet precies wie hij heeft uitgedaagd voor een duel, maar ik hoorde wel dat die man de handschoen heeft opgepakt en dus het duel heeft aanvaard. Pfoe, wat een spanning.
Ook heeft Allejandra, de duchesse de Guise, me verteld wat een minnares is. Daar zijn blijkbaar heel veel verschillende termen voor. Maar nu snap ik het, denk ik. En weet ik gelijk waarom er een chaperonne met mij mee moet als ik met een man een rondje wil wandelen.
---
Dus ondanks dat ik niet zoveel zin had in Belvedère, heb ik toch een geweldig evenement gehad. Ik ben nog helemaal niet thuis in alle moeilijke namen (alle Marietjes en Jeannetjes en Jeanne-Marietjes) of de politieke intrige tussen de huizen en hun spelers. Maar ik kan wél heel erg genieten van het persoonlijke spel binnen de familie, want met al die politieke intrigues is het heel belangrijk dat onze familie samen sterk staat. En de roze Barbie-dromen van romantische wandelingen met hertogen...dat is het kersje op de taart.
Omdat de organisatie had gewaarschuwd dat er weinig plek zou zijn om tassen op te bergen en iedereen aanraadde om zoveel mogelijk hun kostuum al aan te doen, had ik een kleine tas bij me met mijn corset, wat omslagdoeken, een paar tussendoorhapjes en mijn make-up. Mijn chemise en japon had ik al aan, mijn haar zat al in de krul en mijn make-up was al klaar. Alleen de japon moest dus even uit om het corset aan te doen op locatie. In een auto zitten met corset is echt niet te doen, je kunt niet rechtop genoeg zitten. En natuurlijk is een hele dag in stays rondlopen meer dan lang genoeg, dus elk uurtje waarin het niet hoeft, is mooi meegenomen.
We kwamen aan in het druilerige Holland en koning Louis XIII en Maurits van Nassau (de man die de hele hofhouding van Koning Louis in Holland ging bezoeken), heetten ons welkom. Gauw naar binnen, en ik streek al snel neer bij Tante Charlotte. Ik had haar leren kennen in Meudon, het landgoed van Tante Louise, de Princesse de Conti. Tante Louise was veelal te druk geweest om het huishouden te bestieren en gaf mij dan opdrachten om de staf aan te sturen, zodat ik kon laten zien dat ik dat kon. Stom.
Tante Charlotte keuvelde gezellig met mij, en ze herkende een knappe jongeman met donker haar. Ze zei dat hij erg op ene Stuart leek ofzo. En dat bleek te kloppen! Hij stelde zich heel netjes aan ons voor als Ludovic Stewart, Hertog van Lennox. Tante Charlotte overlaadde hem met complimentjes, dat ze zijn vader goed gekend had, en condoleerde hem met zijn verlies toen bleek dat de oude Stewart was overleden.
Het was een prettig gesprek want de heer was zeer welbespraakt in het Frans, ondanks zijn titel uit Schotland. Ik zat erbij en glimlachte vriendelijk want ik had niet zoveel toe te voegen.
Daarna praatte ik nog eventjes met Oom Florent en Tante Charlotte over de plannen voor Nouvelle France. Ik zocht Mme d'Laval op, die een weeshuis bestiert. Ik legde haar uit dat Nouvelle France wel veel gelukszoekers aantrekt, maar dat er geen gezinnen die kant op gaan. Vooral alleenstaande mannen. We hadden daar ook goede katholieke vrouwen en gezinnen nodig! Wellicht kon haar weeshuis uitkomst bieden?
We spraken af om nog even de koppen bij elkaar te steken later die dag, met Oom Florent en natuurlijk Girard Desargues, de nieuwe gouverneur van Nouvelle France.
Het was binnen erg warm en bedompt en eigenlijk wilde ik een wandelingetje gaan maken. Maar dat kon ik natuurlijk niet alleen doen. Ik had al eventjes met Fernando de Medici gesproken, maar hij leek me niet echt een wandelend type met zijn mooie jas en chique schoenen. De heer de Medici zocht een katholieke Franse bruid om hem veel kinderen te baren, en mijn pogingen van eerder (in het fort op Belvedère 9) waren niet echt succesvol geweest.
Tante Louise sprak me streng toe. Als ik een wandelingetje ging maken mocht ik niet alleen gaan lopen. Ik moest een chaperonne meenemen, het liefst iemand van de familie. "Ja tante Louise." zei ik bedeesd.
Nog geen twee minuten later sprak tante Charlotte vrijwel dezelfde waarschuwing uit. "Ja tante Charlotte." herhaalde ik braaf. Met twee tantes die me als een havik in de gaten houden maakte ik natuurlijk geen enkele kans om rustig een rondje te lopen.
Ik bendaderde de hertog van Lennox. Omdat het een non-native speaker was praatten we vooral in het Engels (IC was dat gewoon Frans). "Would you think me very forward if I invited you for a turn around the gardens?" vroeg ik hem. Toen hij me complimenteerde dat het een goed idee was, moest ik natuurlijk nog op zoek naar een chaperonne. Gelukkig wilde Marie-Jeanne de Guise-Bethune, de vrouw van Oom Florent, wel met me mee. Maar zij werd benaderd voor een gesprek door de Duc de Guise. Gelukkig was ze zo slim om Henri de Guise dan mee te vragen op de wandeling. Dan hadden zij ook even privacy van de rest van het hof. Monsieur Stewart hield heel netjes de deur voor mij open en we gingen naar buiten.
We liepen achter de Duc en mijn tante Marie-Jeanne aan, en de twee voor ons waren diep in gesprek en letten eigenlijk niet op ons. Monsieur Stewart was heel beleefd en vriendelijk en vertelde dat hij opgegroeid was in Frankrijk, maar dat hij na het overlijden van zijn vader ook zijn titel had geërfd. Nu moest hij een moeilijke keuze maken: of hij die titel zou accepteren of aan zijn jongere broer zou geven. Dat leek me maar een moeilijke keuze. Hij vertelde ook dat hij regelmatig brieven schreef met koning James van Schotland, en dat die meneer zijn second cousin was!
Hij vertelde over de schoonheid van Schotland en ik vertelde over Nouvelle France, dat ik daar geboren en opgegroeid was. En ik vertelde dat tante Charlotte echt heel blij was om hem te zien, dat het bij haar een hoop blije herinneringen had opgeroepen aan zijn vader, waar ik hem dankbaar voor was. Het was een hele fijne wandeling en toen we weer terugkwamen bij het landhuis kuste hij heel netjes mijn hand.
De Duc en Marie-Jeanne waren nog druk in gesprek en maakten nog geen aanstalten om naar binnen te gaan. Wij praatten daarom ook nog even verder. Toen het moment van afscheid toch echt aangebroken was, kuste hij mijn hand nogmaals! Heel kuis en proper, maar mijn hart maakte een klein sprongetje.
Tante Charlotte was natuurlijk bijzonder geïnteresseerd hoe onze wandeling was gegaan en hoe ik de heer Stewart vond. Ik vond het heel moeilijk te omschrijven, want ik kende de beste man nog maar net, maar hij was zeker heel aardig en vriendelijk en knap en dapper en sterk en hoffelijk en vriendelijk en had ik al gezegd dat hij ook heel knap was?
Tante Louise vroeg vervolgens ook of ik er nog aan gedacht had om te vragen of hij wel katholiek was. Maar daar was ons gesprek helemaal niet over gegaan! Ze zuchtte dat ik beter mijn best had moeten doen, en ze liep gauw door naar haar volgende gesprek.
Ik vond gouverneur Girard en mevrouw Georgina d'Laval en we praatten over de plannen voor de wezen die naar Nouvelle France konden gaan. Georgina drukte ons op het hart dat de wezen wel goed terecht moesten komen. Ze moesten wel een echte samenleving hebben om ze op te vangen. Dat snapte ik wel. Je kunt de wezen wel op een boot naar de nieuwe wereld zetten, maar als ze niemand zouden hebben die ze daar op zou vangen, zou dat heel wreed zijn. Ze vertelde dat de wezen wel een vak leerden tijdens hun tijd in het weeshuis, maar het zou het beste zijn als ze toch bij een vakman in de nieuwe wereld of bij een familie geplaatst konden worden. Girard knikte, en benadrukte ook dat het zijn doel was om de gemeenschap in Quebec te laten groeien, voor het goed van allen daar.
Terwijl ik nog eens bij de deur stond te wachten of er misschien nog een rondje gewandeld kon worden, kwam Fernando de Medici op me af. Ik had Mme de Nevers en Georgina ingelicht over De Medici en ze wilden graag met hem praten, maar nu knoopte hij met mij een praatje aan! Dat was niet de bedoeling. Ik maakte verontschuldigingen dat ik even mijn neus zou gaan poederen en maakte dat ik weg kwam. Mme de Nevers stond klaar om hem aan te spreken, maar Fernando de Medici was sneller. Hij deed de buitendeur open en ging naar buiten nog voordat mme de Nevers met hem kon praten.
Tante Louise vond tussen haar gesprekken door nog een momentje om me voor het blok te zetten. "Kun je me aan die jongeman van Lennox voorstellen?" vroeg ze. Dus dat deed ik netjes. Ze sprak hem al aan, en het lukte me nog net om er tussendoor te zeggen "May I present the Princesse de Conti?" en tante Louise sprak al over mij heen terwijl ik mijn zin "and my aunt Louise;" nog af probeerde te maken.
"May I ask, sir, are you a catholic?" eiste ze van monsieur Stewart. Hij was niet van zijn à propos te brengen, en beantwoorde geduldig alle vragen. Hij was inderdaad katholiek, en tante Louise knikte streng.
Bij het vallen van de avond hield ik de tafelschikking goed in de gaten. Er werd van tevoren bepaald wie bij elkaar aan tafel zou zitten naar hun status. Het verbaasde mij niks dat ik heel ver van de koning en de hoge tafels zou zitten. Maar ik zat wel met Oom Florent en de mme d'Laval, de moeder van Georgina aan tafel. De hertog van Lennox zat echter wel aan één van de hoge tafels.
Gelukkig kon ik daar nog wat aan doen. Ik kon een courtier vragen om de tafelschikking aan te passen, als ik haar in contact bracht met enkele mensen die ik kende in Nouvelle France. Zo had ik in het fort ook de heer de Medici bij mij aan tafel laten zetten voor het diner. Nu wilde ik graag dat de hertog van Lennox bij mij aan tafel kwam.
Eén dame hield me nauwlettend in de gaten, en ze zei dat ze mij best wel wilde helpen. Volgens mij stelde ze zich voor als Comtesse de Bethune, maar ik weet het niet zeker meer. Ze verplaatste het naamkaartje van de hertog van Lennox naar mijn tafel, en de man die op zijn plek zat ging naar de hoge tafel. "Ik heb de tafelschikking gemaakt;" knipoogde de Comtesse; "Dus ik kan 'm ook zo aanpassen voor je."
Ik bedacht me wel dat het een beetje raar was dat ze daar niets voor wilde hebben, maar tja, misschien komt dat ooit nog?
Het avondeten werd geserveerd en samen met de mensen met allergieën voegde ik me bij het buffet terwijl de rest direct aan tafel geserveerd werden. Het voorgerecht was een veel te simpel soepje voor ons, terwijl de rest van de tafel kleine hapjes kregen. Van ravioli tot gestoomde groenten met een sausje. Mijn groentenbouillon was, net als de 'pokebowl' voor de lunch, eigenlijk best wel karig.
Gelukkig was de hoofdgang een stuk beter. Veel groene salade en een quinoa-salade, gebakken aardappeltjes, en kip. Er was voor ons zoveel dat ik nog een keertje terug kon gaan voor meer.
Oom Florent aan onze tafel was veel aan het woord, en hield de hertog van Lennox geëngageerd. Hij sprak over religie (heeft de automaton een ziel?), de oorlog en allerlei onderwerpen die niet zo geschikt waren voor aan tafel. Ik hield mijn mond maar, want ik wist toch niet zo goed wat ik moest zeggen. Ik vroeg me ook af of de hertog van Lennox het wel een fijn gesprek vond. We konden tussendoor nog af en toe wat praten, maar ik voelde me niet echt op mijn gemak. Gelukkig stuurde hij het gesprek ook naar een ander onderwerp. Hij had een onschuldig man vrij weten te krijgen omdat hij nieuw bewijs had aangeleverd om zijn onschuld te bewijzen. Ik complimenteerde hem op zijn goede werk. Ook kon ik wat vertellen over het plan om de wezen van Frankrijk een nieuw leven te bieden in Nouvelle France, en hij complimenteerde mij op dat plan.
Aan het einde van de maaltijd bedankte hij mij. "Thank you for the invitation to dinner."
Oh.
Dus hij had precies door gehad dat ik geregeld had dat hij aan mijn tafel kwam te zitten. En hij vond het blijkbaar niet zo erg dat hij wilde klagen. Maar hij wilde wel dat ik wist dat hij het wist!
Na het eten werd het wat rustiger. Het lukte me nog om weer een wandeling te maken, dit keer met Bernardino de Mendoza de Parades, de ambassadeur van Spanje. Onze chaperonne liep deze keer wel heel erg snel, en ik kon me maar slecht concentreren op de ambassadeur. We praatten over Spanje, geloof ik.
Verder ving ik op dat tante Louise heel druk was geweest om de doop van het eerste kind van Oom Florent en Tante Marie-Jeanne te regelen, die lang uitgesteld was geweest. Ook was Jeanne-Marie benoemd tot Gravin voor de diensten die hij het koninkrijk had gedaan, dus daar feliciteerde ik haar mee. Een hele eer voor haar!
Tante Charlotte kwam nog eventjes voorzichtig polsen wat ik van monsieur Stewart vond. En ook de Duc zelf vroeg hoe het met mij ging. Dat vond ik heel bijzonder.
En de koning schoot uit zijn slof over iets, en vroeg zijn kapitein om een handschoen! Nou, dan weet je het wel. Ik weet niet precies wie hij heeft uitgedaagd voor een duel, maar ik hoorde wel dat die man de handschoen heeft opgepakt en dus het duel heeft aanvaard. Pfoe, wat een spanning.
Ook heeft Allejandra, de duchesse de Guise, me verteld wat een minnares is. Daar zijn blijkbaar heel veel verschillende termen voor. Maar nu snap ik het, denk ik. En weet ik gelijk waarom er een chaperonne met mij mee moet als ik met een man een rondje wil wandelen.
---
Dus ondanks dat ik niet zoveel zin had in Belvedère, heb ik toch een geweldig evenement gehad. Ik ben nog helemaal niet thuis in alle moeilijke namen (alle Marietjes en Jeannetjes en Jeanne-Marietjes) of de politieke intrige tussen de huizen en hun spelers. Maar ik kan wél heel erg genieten van het persoonlijke spel binnen de familie, want met al die politieke intrigues is het heel belangrijk dat onze familie samen sterk staat. En de roze Barbie-dromen van romantische wandelingen met hertogen...dat is het kersje op de taart.