Weerklank 3

May. 3rd, 2024 10:27 pm
janestarz: (Text - Shut up Voices)
[personal profile] janestarz
Het was weer tijd voor Weerklank, en na het vorige event had ik al mijn zorgen geuit aan de spelleiding. "Ksenja is een stoere vrouw en als we over een heel weekend drie butsen hebben vind ik dat erg weinig."
Deze Weerklank was er nog minder buts. Ik heb daadwerkelijk twee keer een half gevecht meegekregen. Maar er was gelukkig nog genoeg ander spel om me zoet te houden.
Het hele weekend speelde Take me to Church van Hozier in mijn hoofd, en die blijft maar in mijn hoofd rondzingen...

Op vrijdagavond begon het al goed. Ik had een gesprek met Tybor over het betalen van belasting - iets wat we deze keer graag wilden doen. In het dorp zijn veel verschillende culturen bij elkaar en de Stamleden zien het als een voorrecht om belasting te betalen. We waren al een hele tijd op deze locatie, en het begon ongemakkelijk te voelen dat we al zo lang geen belasting betaald hadden.
Maar tegelijk was er een zorg: bij het betalen van belasting en de census die Tybor op wilde stellen, zou mijn echte naam gebruikt worden. Daar was ik niet zo blij om. We praatten over onze verledens. Tybor vertelde over zijn vrouw en kinderen, dat ze voor veel geld veilig gehouden worden en hij zoveel mogelijk geld probeert te verdienen zodat ze naar Forena kunnen verhuizen. Ik vertelde dat mijn schoonvader waarschijnlijk op zoek was naar mij.
"Ik was op expeditie om een boek van Wilhelm te vinden, maar mijn zwager is daarbij overleden." zei ik ontwijkend. "Ik weet niet zeker of ik al mijn pijlen heb meegenomen."
"Dus iemand probeert jou zwart te maken?" Tybor interpreteerde mijn woorden verkeerd, maar ik wist niet zeker of dat opzettelijk was.
Hij stelde voor om een mandaat aan te vragen om Hannes en mij tot aspirant-paladijn aan te stellen. Dat zou een prima reden zijn om mijn naam te veranderen. Dan kon ik met mijn nieuwe naam belasting betalen en op de census genoteerd worden.

Ook was het Blauwe Vogeltje weer aanwezig. Zo af en toe fluistert het vogeltje mij in of krijg ik het gevoel dat ik naar het bos toe moet. Zo ook deze avond. Ik verzamelde wat anderen zoals Cas, Luna en Amanda om het bos in te gaan. We vonden daar een groep reizigers die helemaal de draad kwijt waren. Nadat we hen naar Waldlisse hadden teruggeleid vroeg Theor of we nog terug gingen. "Marietje is weggelopen van de groep en ze is niet hier. Zij was ook onderweg naar het dorp. Gaan jullie haar nog zoeken?"
Ik maakte rechtsomkeert en vroeg Theor om mee te gaan omdat hij wist hoe Marietje eruit zag. De meeste reizigers (behalve Theor dus) gingen de herberg binnen, en de meesten van de Blauwe Vogelgroep gingen mee om Marietje te zoeken.
Mijn jachtinstincten en de aanwijzingen van Theor leidden me naar de plek waar Marietje voor het laatst gezien was. Daar hing hele diepe Duisternis. Ik onderzocht de plek en kon plots niets meer horen. Gelukkig was het effect maar tijdelijk. Daarna vroeg ik aan Hannes of we wellicht een gebed aan Wilhelm en Theresia konden wijden zodat Marietje begeleid zou worden naar Wilhelm. We verzamelden aan de rand van de diepe Duisternis, en we riepen Wilhelm en Theresia aan.
En het leek effect te hebben. Waar de Duisternis eerst hongerig het licht van onze lantaarns leek op te slurpen leek het nu in toom gehouden te worden. Wilhelm had ons gehoord, en zijn zegening over ons uitgesproken!

Ik had een aanvaring met Israel, die man is af en toe echt onverstaanbaar. Hij mompelde iets over een appel?
Hannes bleek een weddenschap met Israel aangegaan te zijn die hij heeft gewonnen omdat ik niet boos werd. Zucht.

Corcra en Eola gingen met Gijsbrecht een groep Annioliers het duister in, wederom zonder lantaarn. Ik uitte mijn zorgen naar Tybor. Hij vertelde van zijn band met Corcra, een band van wederzijds vertrouen. Ze deelden zelfs elkaars boekhouding met elkaar. Tybor zei dat Corcra geen baat heeft bij sterker Duister en dat hij op de hoogte was van wat Corcra doet, maar hij wilde mij niet vertellen wat het Duister wil in de overeenkomst met Corcra om mij te beschermen. "Het Duister ziet heel veel en jij komt daar al heel vaak."

Die nacht droomde ik: Het lichaam van Marietje veranderde in een boek. Theresia was daar en zij knikte naar mij. Ik pakte het boek en las de laatste passage. Marietje wilde een vrouw redden, maar ziet hoe die vrouw geofferd wordt en wordt dan zelf geofferd. Ik werd wakker en bedacht me dat dit boek (of in ieder geval de kennis uit het boek) naar de centrale bibliotheek van Wilhelm moet want daar verzamelen ze boeken.

Na het ontbijt stelde Tybor een verzoekschrift op om zowel Hannes als mij aan te dragen tot aspirant-paladijn. Hij vroeg welke naam er in de brief moest komen te staan. "Katya Rustbrengher" verzon ik ter plekke. Een naam die op twee manieren uitgelegd kan worden: ik leg je ten ruste, of ik vraag Theresia om zich over jou te ontfermen na je dood. Het is maar net hoe je hem interpreteert. Enigzins onwennig tekende ik het verzoekschrift. Het is raar om een nieuwe naam aan te nemen en de spelling is me nog vreemd.

Ik praatte die dag met veel mensen. Er zijn paladijnen van Wilhelm op zoek naar Zijn geschriften, overtuigd dat deze in het Duister verborgen kunnen zijn, dus ik sprak met hen. Ook was er een vrouwelijke paladijn genaamd Martina Vroomzijnde die met haar zielenzuster Corina Regelneef op reis was. Dat hoor je niet vaak. Meestal zijn het de paladijnen, de Verwervenden, die rondreizen. Dat een Maakende met hen meereist is bijzonder. Corina fluisterde me toe dat zij beiden ongehuwd zijn en hopen samen een geschikte man te vinden, zodat ze samen kunnen blijven. De stamleden kwamen al snel met een interessant plannetje op de proppen: Corina en Martina aan Hendrick Meedemaacker te koppelen zodat hij met hen beiden kan trouwen.

Toen de Stamleden allemaal bij elkaar waren, deelde Corina verder mede dat met het vestigen van een nederzetting en die de naam Waldlisse te geven er nu definitief een einde was gekomen aan de expeditie en dus alle mandaten die geschreven zijn voor de expeditie ook ten einde zijn gekomen. Mijn mandaat om te jagen voor voedsel voor de expeditie, het verhandelen van het gejaagde, en zelfs mijn mandaat om de expeditie te beschermen waren dus allemaal aan vervanging toe.
Waar Tybor de mandaatschrijver voor de expeditie was, werd er nu besloten dat er een nieuwe mandaatschrijver aangesteld diende te worden voor Waldlisse. Zowel Tybor Schoohnewortal als Bertrant Kwiekvoet hadden daar wel oren naar. We besloten om hier (later) over te gaan stemmen.

Arut Hoefslag, de smid, gaf een training waarin de mensen met schilden leerden zich in een linie op te stellen. Ik zat initieel met Corcra langs de zijlijn te kijken maar Arut sprak ineens over boogschutters dus moest ik aantreden. Agnaerr stond met een schild in de linie, en Amanda was nergens te bekennen, dus het viel aan mij om de personen in de linie te laten zien hoe wij boogschutters ons gedragen in de strijd.
Na de training ging ik nog even verder met trainen, alleen dan een schiettraining met de boog. Agnaerr pakte zijn boog er ook bij en schoot gezellig mee. Voor een Splitter is hij nog niet de kwaadste.

Rashmardibu benaderde me en vertelde dat hij Corcra wilde vragen of hij aangesteld kan worden tot schout. We praatten kort over wat dat in zou houden, en ik besloot hem in vertrouwen te nemen over mijn verdenkingen. Als hij inderdaad aangesteld zou worden als schout was het belangrijk dat hij op de hoogte was van de capriolen van Vrouwe Corcra en Vrouwe Eola. Dat zij al twee keer het Duister in zijn getrokken zonder licht, en dat ik de laatste keer niet met hen mee mocht om ze te beschermen. Rashmardibu beloofde dat hij hiernaar zou gaan kijken.
Maar omdat Rashmardibu nog geen mandaat had gekregen, kon ik hem natuurlijk niet echt zien als schout. Ik vroeg later wel aan Corcra of Rashmardibu inderdaad schout zou gaan worden, en die beaamde dat zij het een goed idee vond, maar dat het nog officieel gemaakt moest worden op een later moment.

Een andere dorpeling waarschuwde me dat Israel het bos ingerend was zonder licht. Omdat Israel mijn leven een keer gered heeft, wilde ik direct achter hem aan gaan, maar nog voordat ik bij het Schemer kwam, zag ik Israel alweer teruglopen. Hij was erg geagiteerd en raaskalde. Het hielp natuurlijk niet mee dat de beste man altijd al moeilijk te verstaan is. Ik probeerde hem te kalmeren, maar ineens werd ik overspoeld door een warm gevoel. Ik voelde me charmeerd door Israel, zo'n grote, sterke man.
Ik stapte dichterbij hem, frutselde aan de sluitingen van zijn hes. Mijn rechterhand frummelde met de riem waar mijn pijlenkoker aan hangt. Dat ding hangt altijd in de weg en belet me om zo dichtbij Israel te komen als ik wilde zijn. Israel probeerde me weg te duwen, maar ik negeerde hem; ik was toch veel sterker dan hem.
Twee sterke handen rond mijn schouders pakten me vast en ik werd ruw weggetrokken van Israel. Mijn hoofd klaarde, en ik keek verward naar de mensen om me heen.
"Blijf van me af!" beet ik de roodharige man en Israel toe. Wat was er aan de hand? Wat gebeurde er eigenlijk?
Israel rommelde in zijn buidel en stak me een briefje toe. Het was het briefje met mijn gunst. "W...w...wil je dan dee...deee....deze terug?"
Mijn gezicht vertok. "Waag het niet om mij mijn gunst terug te geven!" schreeuwde ik. "Die heb ik je om een reden gegeven. Denk je dan dat mijn leven me zo weinig waard is?"
Ik stampte weg, de rest achter me latend.

Israel had iets met het graf van Leonardo (een engel die voor de taveerne een graf had) gedaan, en daardoor leek hij bevlogen te zijn, maar waardoor wist ik ook niet. Anderen waren er ook bij geweest, waaronder Corcra en zijn zus Eola, dus ik waarschuwde Gijsbrecht maar vast. En ik overlegde met Hannes. Als er iets was wat Leonardo beinvloedde, dan kon Leonardo wel profiteren van de bescherming van Wilhelm. Dus Hannes en ik deden een korte dienst bij het graf van Leonardo om Wilhelm te vragen over Leonardo te waken en Theresia te vragen om hem bij te staan. De stamleden voegden zich bij ons, en gezamenlijk vroegen we Wilhelm en zijn godinnen om Leonardo bij te staan.
Maar het was niet de stem van Wilhelm die antwoordde. Het was een stem op de wind, iemand die iets met kapitein John te maken had. De wind bood ons een windval, een ruggesteuntje aan. Ik herinnerde mij nog dat iemand me de avond ervoor had gewaarschuwd dat dat soort dealtjes gevaarlijk waren en niets dan narigheid op zou leveren, dus ik sloeg, net als de andere stamleden, het aanbod af.

Ook wilde de Blauwe Vogel ons in het bos spreken. Ik kende inmiddels de gezichten van de groep wel, van de dorpelingen die door de vogel bij elkaar werden geroepen. Luna, Cas, Prisma (die er niet was deze keer), Amanda en nog een aantal anderen. De Blauwe Vogel riep ons bij elkaar... **)

**) Het was ergens heel sneu; de spelbegeleider die het Blauwe Vogeltjesplot doet, is hier niet altijd even handig in. Deze keer werden we eerst net na het ontbijt bij elkaar geroepen en moesten we eigenlijk al het spel waar we mee bezig waren laten varen en het gesprek wat we op dat moment hadden onderbreken om met de Blauwe Vogel het bos in te gaan. Onhandig van de spelers was ook dat ik de enige was die op dat moment een lantaarn bij me had. Dus moesten er een aantal spelers stante pede weer terug om een lantaarn te halen, zodat we niet zonder licht het Duister in zouden lopen. (Dit is iets wat er bij de spelers dus gewoon echt nog niet in gebakken zit.)
Toen we in het bos kwamen, waren we ineens 'op een andere plek' (dus de Blauwe Vogel kan ons teleporteren ofzo, maar dit snapt mijn personage nog niet) en er stond een NPC als vertegenwoordiging van de Blauwe Vogel klaar. De Spelbegeleider in kwestie zegt dan niet 'je ziet het Blauwe Vogeltje staan', nee, die zegt: "deze ken je wel". Um, ok.
Om vervolgens het kleine clubje spelers mede te delen dat er iets staat te gebeuren. "Ik heb jullie over een paar uur nodig om iets voor me te doen."
En daarna mochten we weer terug naar het dorp.
Ik had nooit verwacht om de uitspraak This meeting could have been an e-mail te moeten gebruiken op een LARP, but there you go.
Maar LARP gaat ook over lift, en ik wil niet te kritisch zijn op deze spelbegeleider, dus we spelen braaf mee.

Later die middag riep de Blauwe Vogel ons dus bij elkaar voor een speciale missie. We werden gevraagd naar een gevaarlijke plek te gaan en daar iets op te halen. De laatste keer dat we zoiets voor de Blauwe Vogel moesten doen gingen we een lijst ophalen die bewaakt werd door een soort van golems (die term ken ik binnenspels niet volgens mij). Nu gingen we in het gebouwtje voor de taveerne door een deur en kwamen in een in een kamer van een groter gebouw, en de volgende deur was op slot. Met spiegels moesten we een lichtstraal zo weerkaatsen dat die op een sleutelgat in de deur kwam, en toen konden we verder naar de volgende kamer.
Het was heel onhandig dat ik mijn pijlen en boog bij me had...de kamers waren groot genoeg, maar we waren met best een groepje mensen, maar ik had niet doorgehad dat we binnen zouden zijn.
In de volgende kamer ging de groep gelijk bezig met de volgende deur openen. Ik werd afgeleid door een kleine shrine op een tafeltje. Er stonden kaarsen en er lag een zwarte ijzeren dolk op tafel. En die dolk herkende ik!
Ik dacht terug aan de droom die ik een half jaar geleden had. Hoe ik Wilhelm had gezien, en hoe Johanna werd vermoord. Ze was in haar rug gestoken door deze dolk!
Ik stak voorzichtig de dolk bij me. Er was geen enkele twijfel dat ik dit belangrijke relikwie moest meenemen en naar de tempel van Wilhelm zou moeten brengen.
De anderen waren inmiddels in de laatste kamer gekomen. Daar lagen paperassen en er stond een man die een sjaal om zijn hoofd had gedrapeerd. Ze noemden hem de Informant, en ze moesten nog een puzzel oplossen. De Informant vertelde dat als ze niet snel genoeg de puzzel zouden oplossen er mensen zouden komen om ons allemaal, en hem ook, om te leggen. De anderen waren ervan overtuigd dat de Informant informatie over ons verzamelde en die doorspeelde aan de Moordenaar. Ik had zo mijn vermoedens dat deze Moordenaar ook degene was geweest die Johanna had vermoord, maar daar bewijs voor verzamelen zou waarschijnlijk onmogelijk zijn.
Een aantal van ons gingen bij de open deuren staan, zodat die niet dicht en op slot konden vallen en ons op zouden sluiten. Amanda probeerde verwoed de puzzel op te lossen.
"Hoe lang hebben jullie nog?" vroeg ik. Ik kon de zandloper niet zien vanaf waar ik de tussendeur open hield.
"Niet lang, niet lang!" riep ze terug. "Een minuut misschien."
"Dan moeten we nu gaan, voor die wachters hier voor de deur staan! Neem alles mee." riep ik.
We maakten dat we terugkwamen in het gebouwtje voor de taveerne. Ik greep de Informant in zijn nekvel en nam hem over van Luna, zodat ze haar handen vrij had en kon vechten. In zulke kleine kamers kon ik met mijn boog toch niet veel uithalen.

Terwijl we door de deur terug gingen naar het kleine gebouwtje voor de taveerne, kwamen de wachters achter ons aan. Ik schoot één pijl terug naar binnen op de bewakers die ons achtervolgden terwijl we haastig wegrenden. Eenmaal weer terug bij de Blauwe Lantaarn stelden de dorpelingen zich snel op in een schildlinie, en in mijn hoofd bedankte ik Arut voor de training van eerder die ochtend.
(Dit was het eerste halve gevecht. Het liep met een sisser af, volgens mij deels omdat er niet genoeg plek was voor een gevecht.)
Toen het gevaar eenmaal geweken was, konden we ons richten op de Informant. Ik probeerde te luisteren, maar ik hoorde gefluister. Ik kon echter niet helemaal plaatsen waar het vandaan kwam. Het duurde bijna een kwartier, en het gefluister werd steeds duidelijker. Het was de dolk die me probeerde in te fluisteren dat ik de Informant maar moest vermoorden.
De mensen om me heen hadden inmiddels ook wel door dat er iets niet in de haak was, en keken bezorgd toe hoe ik me probeerde weg te draaien van de stem. Het was natuurlijk hopeloos -- er was geen persoon waar ik me van weg kon draaien, en die dolk wilde ik niet afleggen. Het fluisteren was moordlustig en de dolk vertelde me dat ik de Informant moest neersteken.
"IK BEN GEEN MOORDENAAR!" schreeuwde ik.
Om me heen keken mensen verschrikt op. "Nee, eh..." stamelde ik, net zo verbaasd als de mensen om me heen. Wat ik zei was domweg niet waar. "Nee...eh...Negeer mij!"
Ik stormde naar buiten, en de rest ging weer door met de Informant aan de tand voelen. Alleen Baarent liep achter me aan.
"Je weet dat je nu aan een hele kamer vol mensen hebt bekend dat je feitelijk dus wel een moordenaar bent hè?" vroeg hij bezorgd. Ik had Baarent al een jaar eerder verteld over het lot van Ilya en hoe ik gevlucht was.
Ik schudde mijn hoofd, maar zei niets.

Baarent bleef me in de gaten houden, en de dolk bleef maar op me in praten. Het werd steeds indringender. Langzaam liep ik weer naar binnen. Inmiddels had ik mijn hand op het lemmet gelegd en toen ik de Informant in het oog kreeg, trok ik de dolk. De dolk wilde heel graag dat ik de Informant zou omleggen, en zou het niet al onze problemen oplossen? De Informant had maandenlang, zo niet jarenlang, informatie verzameld over het dorp en die informatie doorgespeeld aan de Moordenaar. We wisten natuurlijk niet of alle informatie al bij de Moordenaar was, of dat er nu nieuwe informatie was waarvan we moesten voorkomen dat het doorgespeeld zou worden. En was de Moordenaar degene die iets met de Duisterlingen te maken had? We wisten het eigenlijk niet. Ik wist het al helemaal niet. En die stem bleef maar doorpraten.
Ik keek snel naast me. Hannes stond daar. Stoere, sterke Hannes, een broeder uit de Stammen. In mijn rechterhand de dolk die maar door bleef fluisteren dat het bloed wilde.
Blind stak ik de dolk naar achteren, maar dan wel zo, dat het lemmet plat op de borst van Hannes lag en hem niet kon verwonden. Ik kon niet heel veel langer meer weerstand bieden aan de stem van de dolk, en Hannes pakte de dolk over.

Het duurde niet lang of ook Hannes begon de stem te horen.
Nu mijn gedachten een momentje hadden om tot rust te komen, kon ik verwerken wat de dolk me had ingefluisterd. De Moordenaar dienen, de dolk hanteren. Het was niet niks! Deze dolk had een godin vermoord. Hoe krachtig zou ik zijn als ik die dolk zou hanteren?
Hannes keek verward naar de grond. Aan zijn houding kon ik zien dat hij niet blij was, en ik vermoedde dat hij de stem ook hoorde. Hij schudde af en toe met zijn hoofd en keek dan vluchtig naar de Informant, die nog steeds aan de tand gevoeld werd door Luna en Cas.
Ik ging naast Hannes staan en probeerde tot hem door te dringen. Zou hij de dolk weer terug willen geven? Ik dacht van niet, hij leek wel erg onder de invloed te zijn van het ding, en ik had hem verteld welke dolk het was. Hannes stapte naar voren, naar waar de Informant stond te praten.
Ik ging half tussen Hannes en de Informant in staan, maar de Informant nam ook een stapje richting Hannes. Hij was niet echt een mens, en niet echt in leven. Zou het zo erg zijn als we hem zouden vermoorden?
Ik legde mijn hand over die van Hannes heen. Hannes nam nog een stapje naar voren.
"Kom. Dan doen we het samen." fluisterde ik Hannes in. Met mijn vrije hand pakte ik de Informant weer bij zijn nekvel. Hij stribbelde niet eens echt tegen. Hannes en ik staken samen de dolk met kracht in het hart van de Informant.
Ik voelde een warme gloed uit de Informant door de dolk, over mijn hand heenvloeien, en daarna doorgaan naar Hannes.
De Informant zakte in elkaar. Hannes keek geshockeerd, en Luna gooide haar handen gefrustreerd in de lucht. Corcra stond ook in de kamer, maar leek in het geheel niet geïnteresseerd te zijn dat we iemand voor diens ogen neergestoken hadden.

We hadden gedaan wat de dolk wilde. De informatie die we hadden suggereerde dat de kracht van de vermoorde persoon door de dolk naar de moordenaar (of de Moordenaar?) zou gaan. Dat wilde ik nog wel eens testen. Zou de kracht bij Hannes zijn, of naar de Moordenaar gaan?
"Hannes. Sla me."
Hannes schrok op uit zijn gedachten en keek me verward aan.
"Echt. Ik meen het. Sla..." Voor ik mijn zin af kon maken, haalde Hannes met een vuist uit. Ik vloog van zijn klap een stuk naar achteren en landde pijnlijk tegen het houten bouwsel.
Ik had Hannes nog nooit zo hard voelen slaan, maar hij is natuurlijk een houthakker. En hij had me nog nooit geslagen. Het was dus maar moeilijk bepalen of Hannes inderdaad sterker was geworden.

Tijdens het avondeten schoof Corina Regelneef aan bij ons aan tafel en de stamleden aten allemaal samen. Het was duidelijk dat Bertrand Kwiekvoet en Tybor Schoonhewortal beiden de functie van mandaatschrijver op zich wilden nemen, en de Stamleden deelden hun stem uit. Ik krabbelde mijn naam onder die van Hannes zonder echt te kijken op wie ik mijn stem uitbracht en creëerde daarmee onbedoeld een patstelling. Ik maakte me uit de voeten voordat er ingewikkelde vragen gesteld gingen worden en ik hoorde nog net dat Bertrand mij vroeg wat Tybor me had geboden om mijn stem op hem uit te brengen.
Ik ging snel naar buiten om bij Hannes in de buurt te blijven. De dolk praattte nog steeds tegen hem, dus ik besloot hem in de gaten te houden. Nadat Hannes had geprobeerd om de bloedlust te stelpen door in zijn hand te snijden werd het duidelijk dat de dolk uit was op hartebloed en niet zomaar al het bloed zou 'lusten'. Mijn suggestie of ik de dolk niet beter bij het jagen kon gebruiken werd direct afgewezen door de stem.
Ik nam me voor dat ik nog beter een oogje op Hannes ging houden. Onderwijl probeerde Hannes uit hoe de dolk veilig kon blijven. Op het moment dat hij de dolk weglegde en iemand anders de dolk wilde oppakken, verdween de dolk en verscheen die direct weer bij Hannes. De enige persoon die de dolk wel op kon pakken naast Hannes was ik. Maar als ik de dolk bij mij wegstak verscheen de dolk weer bij Hannes. Ik moest de dolk echt in mijn hand houden, ik kon hem niet loslaten.
Ah, dus dat wij de Informant samen hadden vermoord, had wel iets van resultaat gehad. Ook was duidelijk geworden dat als Hannes niet het hartebloed zou regelen voor de dolk, Hannes bovenaan de lijst zou komen det staan (om vermoord te worden?). En ik zou dan waarschijnlijk op nummer 2 staan.

Bertrand en Tybor gingen een vriendschappelijke wedstrijd aan om te bewijzen wie de beste mandaatschrijver zou zijn. Corina Regelneef daagde hen beiden uit een mandaat te schrijven voor mij als jager, en zette een zandloper klaar zodat het mandaat binnen een bepaalde tijd geschreven moest zijn om aan de verwachte werkdruk te kunnen voldoen. Beide heren schreven driftig, en na het bekijken van beide mandaten besloot Corina dat Bertrand de nieuwe mandaatschrijver zou worden. Zij overhandigde het geschreven mandaat (eentje zonder einddatum nota bene!) en droeg Tybor op het duplicaat mandaat te vernietigen.
Ook werd Tybor wederom aangesteld als volksvertegenwoordiger, bij gebrek aan andere kandidaten.

Bij het graf van Leonardo werd een bonte avond georganiseerd en er waren zelfs Duisterlingen uitgenodigd! Hannes besloot een lied ten gehore te brengen. De rare stem die we eerder hadden gehoord kwam niet terug, en ook Leonardo leek niet te reageren op de liederen die ten gehore werden gebracht. Er waren twee dames uit Forena (denk ik) die een populairiteitswedstrijd van vrouwe Corcra organiseerden, wat ik maar raar vond.

Ik droomde over een graf. Op de grafsteen stond een onbekende naam en "vermoord door Ksenja". Het graf straalde rust uit en ik riep Theresia aan. Naast mij stond een man met muntjes in zijn handen. (De Moordenaar?)

Vrouwe Corcra vroeg de aandacht van de aanwezigen en stelde Rashmardibu aan als officiële schout. Rashmardibu knikte naar mij en vroeg of ik hem kon helpen bij zijn werk, als een ordehandhaver die aan de schout rapporteert. Ik vroeg hem naar het mandaat daarvoor. Die had hij nog niet kunnen regelen. Zijn mandaat voor het schout-schap was ook nog niet geregeld, maar (omdat Katya een boefje is) kon ik daar nog wel mee leven, de intentie van Corcra was in ieder geval duidelijk genoeg voor mij. Dat mandaat was nog slechts een formaliteit.
Ik gaf aan bij Rashmardibu dat ik wel een echt geschreven mandaat wilde voor mijn nieuwe functie, en ik dus eigenlijk nog niet aan het werk kon gaan. We onderhandelden kort, en uiteindelijk ging hij ermee akkoord dat in ruil voor een gunst van niveau 2 (ha, zijn we toch weer Catan aan het spelen!) ik hem wel bij wilde staan bij dit werk totdat het mandaat was geregeld. Ook vroeg Rashmardibu wat ik een goed salaris zou vinden, maar daar had ik nog geen antwoord op.

Daarna maakten de vechters zich klaar om weer door het kleine houten gebouwtje door die rare deur te gaan waardoor je naar allerlei bestemmingen kan gaan. Het plan was om naar de boshut van Hannes en mij te gaan en daar met het grote beest te vechten wat af en toe uit het Duister kwam. Hannes had al bedacht dat hij de dolk kon gebruiken om het beest te vermoorden, zodat de bloeddorst van de dolk gesust zou worden.
Maar Hannes mocht van de eigenaar (?) van het kleine houten gebouwtje (Tempel? Werkplaats?) niet meer daar naar binnen, dus we besloten door het schemer naar de boshut te gaan. Amanda rende met ons mee.
Uiteindelijk kwamen we aan bij de boshut. De vechters van het dorp waren nog druk bezig, en het grote beest (Keh'lev) rende op ons af. Ik loste een pijl en dacht nog dat die mis zou gaan, maar doordat het beest op volle snelheid aan kwam rennen, rende hij recht het schot in en landde mijn pijl in zijn knie. Het beest struikelde en stortte ter aarde. Agnaerr maakte het beest af en hakte zijn kop eraf.
Ik keek naar dit beest, wat voorheen onkwetsbaar was geweest voor mijn wapens. De grote klauwen wiens sporen ik in het Duister vaak genoeg was tegengekomen en dacht aan de onschuldigen die geofferd waren aan het Duister.

Terug in dorp hing er een schaduw bij het graf van Leonardo. Israel lag neer, en werd door genezers de Blauwe Lantaarn ingedragen.
Ik zocht Rashmardibu op. Ik vertelde hem dat we wellicht de gunst beter konden terugbrengen naar een Niveau 1 omdat niet veel gedaan had in het gevecht. Hij knikte dankbaar.

Vlak voordat Amanda en Herm Dio vertrokken op een korte reis, drukte ze me een brief in handen. "Deze heeft Kim onderschept, en ze dacht dat het om mij ging, maar dat was niet zo. Ik denk dat je deze moet lezen."

Geachte Tybor Schoohnewortal,

Ik op zoekende zijnde naar eenen waarachtige moordenares. Haaren bestaen ende levendig zijn beestigd zijnde door haaren zelve misstappen.
Eenen mandaat geregeld zijnde voor haaren gevangh, dood danwel levende zijnde, bij het centraale orgaan. Voor haaren ontdeckinghe alleen al zal eenen rijcke beloonginhe verstrekkende zijnde.

Deezer moordenares herkenbaer zijnde aan haaren lange statuur, donkeren blonde haaren en neergeslaaghene blikke. Eenen boog hare wapen des doods zijnde, evenals jaaghersmessen.

Benaader haare niet alleene, het gevaere te groot zijnde.

Bericht mij terstonds,
Boris Stamvaader Wilhelmshaamer


Mijn hart zonk in mijn schoenen. Mijn brief aan Sacha (Weerklank 2) was duidelijk aangekomen en ineens dacht ik terug aan twee dagen geleden toen Baarent mij een gerucht vertelde dat er gezocht werd naar een Scharhevense moordenaar. Ik had toen niet begrepen dat hij het over mij had...
Amanda stelde me enigzins gerust: deze brief was nooit bij Tybor afgeleverd. En ze rende naar haar familie om op pad te gaan.

-----

Nu is Weerklank weer achter de rug en zijn er dingen om te doen in downtime:
Ik wil graag een brief opstellen (in prhooooper Scharhaevenaers) over het einde van Marietje en het boek wat ik in mijn droom had gevonden, zodat ik deze kennis naar de Bibliotheek van Wilhelm kan sturen.
Tevens wil ik een brief opstellen voor de bibliotheek dat wij de dolk waarmee Johanna is vermoord, hebben gevonden. Dat zou toch wonderen moeten doen voor mijn paladijnschap?! Hoe kunnen ze me nu nog afwijzen?!

Ook is met het gevecht bij de boshut onze boshut helaas ingestort. Hannes en ik delen die hut, dus die moeten we herbouwen in down-time, dus daar gaat wel wat tijd en moeite nog inzitten. Toch jammer dat we niet echt een blokhutje kunnen bouwen, maar je kan niet altijd hebben wat je wil...

Het weekend begon in ieder geval goed - er waren mensen zat die met me wilden spreken en daardoor heb ik amper stilgezeten. Het spel begon voor mij pas dood te vallen rond de zaterdagavond. En omdat er echt bijna geen buts is vraag ik me af waarom ik eigenlijk nog in pantser rondloop en moeite doe om mijn pijlenkoker en boog bij me te dragen...

De dreiging dat Boris (mijn IC schoonvader) steeds dichterbij komt, geeft een prachtige spanning voor mijn personage, maar ik weet niet echt waar dat naartoe zal gaan. Misschien komt mijn Sacha wel een keer langs op een volgend evenement...wie weet!

En volgende keer hebben we natuurlijk ook nog zat op te lossen rondom die nare dolk. Wordt vervolgd.

Profile

janestarz: (Default)
janestarz

April 2026

S M T W T F S
    1234
5 678 910 11
12 1314 15 161718
19202122232425
2627282930  

Tags

Style Credit

Expand Cut Tags

No cut tags
Page generated Apr. 17th, 2026 06:36 pm
Powered by Dreamwidth Studios