Terwijl Eisirt naar de Randstad afgereisd was voor tabletop OdM met zijn vrienden, maakte ik me op voor Belvedère. 's Morgens de wekker vroeg gezet, even kort gedouchet en dan in de make-up. Tip van stagiaire Manou was: doe een primer onder je foundation om je huid te beschermen. En dat mocht best zonnebrand zijn. Dus ik snel mijn gezicht en hals ingesmeerd met zonnebrand, en daarna twee boterhammen gegeten voor het ontbijt zodat dat goed kon intrekken. En toen weer terug naar de badkamer voor de BB cream.
Ik dacht dat mijn BB cream heel goed zou zijn, die heb ik jaren geleden gekocht maar het is een groenige creme zodat het de roodheid uit mijn huid zou camoufleren. Nadat ik mijn hele gezicht in had gesmeerd leek ik een sinasappel. Mijn gezicht werd er heel geel van, dus ik heb het er gauw met water en zachte zeep weer afgewassen. Dan maar geen BB cream (en dus ook geen zonnebrand). De tube ging de prullenbak in, en ik smeerde wat dunne foundation (bleker dan bleek en absoluut niet geel) onder mijn ogen om de wallen een beetje te camoufleren.
Thuis je haarnetje (met parels) en je make-up doen is fijn, dan zit dat alvast en hoef je op locatie niet te vechten om de spiegel. Mijn kostuum inclusief stays zat in een rolkoffertje en Marjolein en Matto kwamen mij ophalen en we reden naar Alhpen a/d Rijn, naar de Romeinse herberg in het Archeon voor het event.
Binnenspels waren we te gast in Genua, een protectoraat van de koning (Louis XIII 'le Juste') en zoals de spelleiding al schreef voorafgaand aan het evenement: 'Dat in Genua geen wetten tegen duelleren zijn en in Frankrijk wel, heeft he-le-maal niks te maken met Louis' drang om weer richting Italië te reizen."
Aan het einde van de vorige Belvedère had de koning Jeannot de Montmerency uitgedaagd voor een duel, omdat Jeannot de maîtraisse van de koning ten huwelijk had gevraagd, en dat stond nog op stapel.
De hofhouding van de koning verzamelde op de bovenste verdieping van de romeinse herberg, vier grote kamers in een carre waar je eindeloos een ronde kon lopen. Het werd ons afgeraden om voor sluitingstijd van het Archeon naar beneden te gaan, omdat een bende 17e eeuwse franse adellijken midden in de Romeinse tijd toch rare vragen van de bezoekers van het Archeon op kon leveren. En wij wilden gewoon lekker verder met ons spel.
Een heel mooi detail: voor tijd-in omkleden met alle spelers in één van de kamers is altijd gezellig. Dames hijsen zich in stays en corsetten en prachtige zijden jurken. De heren wrijven wax in hun snor om die puntig te krijgen als in de Nachtwacht en steken musketten in hun sjerp. Mijn stays kunnen inmiddels zowel aan de voorkant als aan de achterkant helemaal dicht! En omdat Desirée een veter voor haar japon vergeten was kon ik een groot stuk lint afknippen zodat ze zich gewoon wel aan kon kleden, daar was ze heel blij mee. (Meer lint heb ik wel, maar mogelijk heb ik dus wel nieuwe stays nodig omdat deze dus bijna te groot zijn!)
Op het damestoilet kwam ik een piraat tegen, een dame die een heer ging spelen, inclusief opgeschminkte stoppelbaard en diep opengeknoopt shirt. Haar tatoeage tussen haar borsten gaf een illusie van borsthaar, en toen ik verzuchtte "I feel pretty today..." antwoordde ze zonder te blozen "You are pretty.".
Natuurlijk is het voor Oriana nog steeds wennen om aan het hof te zijn, omringd door de kleurrijke vlinders die aan het hof rondfladderen. En verschillende stoere mannen, al dan niet met welgevormde kuiten of net iets teveel borsthaar zichtbaar. Ik heb ruimschoots gewapperd met mijn waaier en uiteraard proberen te flirten met de heren die mij opvielen. Inclusief deze piraat.
Direct na tijd-in werd een bekende musketier binnengedragen met een schotwond. Deze dame was al een held van Frankrijk, en er was recent nog een standbeeld voor haar opgericht, maar nu was ze neergeschoten. Het was een grote schok voor Oriana, zoveel bloed! En wie zou het wagen om Marguerite neer te schieten?!
Tante Louise zag mijn reactie, en raadde me aan mijn hoofd af te wenden, of mijn waaier te gebruiken zodat ik de gewonde niet kon zien. Ik knikte braaf. De dokters snelden al toe om Marguerite te helpen.
Tante Louise herinnerde mij aan mijn opdracht: ze had mij gevraagd om uit te zoeken wat het zou kosten om een miniatuur portret te laten maken. Het zou een mooi aandenken zijn voor mij voor later. En willicht konden we een mooie schets opsturen naar mijn ouders in Nouvelle France.
Zoals altijd kon ik maar moeilijk mijn draai vinden aan het hof, omdat ik nog niet veel mensen ken. Duc de Guise en zijn vrouw, Duchesse Alejandra waren al aan het circuleren en druk in gesprek, en tante Louise verliet mij ook al snel om zaken te bespreken. Oom Florent en nicht Jeanne-Marie had ik nog niet gezien. Ik kuierde wat door de kamers en zag de vrouw van Florent zitten, tante Marie-Jeanne. En zij zat in gesprek met de dame die mij in de herfst had geholpen om de tafelschikking aan te passen zodat monsieur Stewart bij mij aan tafel zat met het diner!
Ik bleef respectvol op een afstandje staan drentelen, want eigenlijk wilde ik madame Genevieve de Bethune nog bedanken voor haar hulp, maar Marie-Jeanne was met haar en nog een dame in gesprek. Gelukkig zag Marie-Jeanne snel genoeg dat ik in de buurt rondhing, en gebaarde dat ik dichterbij moest komen. Toen ik dichterbij kwam staan, pakte ze mijn hand. "Pak maar een stoel en schuif aan." fluisterde ze me toe.
"Echt?" stamelde ik, maar volgde snel haar instructie op en schoof aan.
De dames waren in gesprek over de mode aan het hof, en madame de Bethune zei dat het belachelijk was wat er af en toe rondliep aan het hof. Ik bedekte voorzichting mijn decolleté met een hand. Ze zou het toch niet over mij hebben? Maar mme de Bethune zag mijn gebaar en glimlachte warm om me gerust te stellen. "Ik heb het over roze jurken."
Op het moment dat het gesprek even stilviel en de dames naar me keken, benutte ik de kans om mme de Bethune te bedanken voor haar hulp. Ze wuifde mijn beleefdheden weg. "Heel graag gedaan hoor. We zijn de kwaadste niet."
Ik stamelde mijn dank nog eens, en keek voorzichtig naar de andere dame. "Oh, excusez-moi. Ik ben nog zo nieuw aan het hof en ik vergeet mijn manieren. Ik geloof niet dat wij elkaar kennen. Ik ben Oriana de Guise."
De dame knikte beleefd en glimlachte ook warm. De Bethunes waren toch wel heel vriendelijk.
"We zijn toch familie!". Ze stelde zich voor als Odille de Bethune. Ik bedacht me dat Jeanne-Marie ook een Bethune was geweest en dat we dus inderdaad een familieband hadden. Tante Jeanne-Marie vond het echter wel raar dat ik haar tante noemde. "Maar u bent getrouwd met mijn oom Florent, dus u bent nu mijn tante. Oom Florent is een broer van mijn vader!"
Mme de Bethune keek ineens heel serieus. "Je moest maar goed voor je tante Jeanne-Marie zorgen. Ze is ons natuurlijk heel dierbaar." en ik knikte serieus. Natuurlijk.
Ik probeerde aan de gouverneur van Nouvelle France te vragen wat er daar aan de hand is. Mijn ouders hadden me geschreven over rook en vuur en geluiden alsof kanonschoten werden afgevuurd, maar hij kon het me ook niet precies vertellen. Hij stelde me gerust dat alles vast in orde was.
Er waren wel roddels dat de Engelsen erachter zaten. Toen ik later voorstelde (aan een familielid) om dan misschien Mme Somerset te vragen hoe de vork in de steel zat, werd me dat verboden. "Zij is een hele gevaarlijke dame. Daar moest je maar niet mee praten."
Niet lang daarna vond tante Charlotte mij met een kopje thee en ze nam plaats aan mijn tafel. Ze zette haar stok met een stevige bonk tegen de tafel, en ik kon daar al aan merken dat ze niet in een goed humeur was.
"Hier, ik heb iets voor je." Ze schoof een bijbel over tafel naar me toe. "Omdat je vertelde dat je de bijbel nog maar twee keer hebt gelezen van kaft tot kaft. Dit is een reisbijbel, dus nu kun je ook onderweg nog lezen."
"Dankuwel tante Charlotte." zei ik braaf.
"En we moeten het nog even hebben over je gedrag. Waar is jouw jongeman?"
Ik was even in de war. Mijn jongeman?
"Ja, die van Stewart." tante Charlotte tskte streng. "Hij is niet hier."
Ik stamelde verward iets.
"Je hebt hem waarschijnlijk weggejaagd."
Ik keek haar geschrokken aan. Weggejaagd? "Maar...wat heb ik dan gedaan?" vroeg ik verward.
"Je hebt teveel achter hem aangelopen!" zei tante Charlotte streng. "Een wandeling..."
"...maar ik had tante Marie-Jeanne en de duc als chaperonne..." stribbelde ik zachtjes tegen;
"...en dan ook nog met het diner. Wat moet hij wel niet van je denken! Dat je als een hondje achter hem aanloopt?"
Ik wist niet zo goed wat ik moest zeggen. Maar...ik had me toch netjes gedragen? Ik had mijn eer en de naam van mijn familie niet in gevaar gebracht omdat ik een wandelingetje met chaperonne had gemaakt? Ik was danig in de war.
"Lees je bijbel, kind. En bid dat monsieur Stewart de volgende keer je nog wil zien."
[[Op dat moment herinnerde ik me dat toen Anne een maand of twee geleden een borduuropdracht kwam bespreken in het atelier ze mij had gevraagd wat voor spel ik leuk zou vinden op Belvedère. Moest ze een strenge tante voor me zijn, of juist iets vriendelijker? En ik had natuurlijk gezegd dat ik het heel fijn vond dat er niet één maar twéé meddlesome tantes zich met mijn leven gingen bemoeien. Nou...dat was wel gelukt! Be careful what you wish for...you just might get it!]]
De volgende tante die mij wilde spreken was tante Louise. Ze zat aan tafel met monsieur de Medici en vroeg me erbij te komen zitten.
"Hoe zou jij het vinden om vennoot te worden in een bank?"
"Oh!" zei ik verrast.
"Wil je dat?"
"Jahoor. Als u denkt dat ik dat kan." zei ik braaf.
"Mooi, dan is dat geregeld. Met jouw connecties in Nouvelle France en mijn hulp." ze schoof een papier naar monsieur de Medici en wees ongeduldig dat ik mijn connecties ook aan hem moest doorgeven. "Als je straks vennoot bent in de bank van Frankrijk zul je ook waarschijnlijk nog meer heren vinden die wellicht naar jouw hand gaan dingen."
Nog meer heren? Mijn mond viel open, maar tante Louise veranderde het gespreksonderwerp.
"Hoe staat het met jouw opdracht?" Ik vertelde dat ik nog niemand had kunnen benaderen omdat er geen schilders meegereisd waren naar Genua.
Op tante Louise's vraag liet M. de Medici twee miniaturen zien die hij bij zich had. De ene was zijn vader, en de andere was van hemzelf. Ze waren prachtig, en dat zei ik natuurlijk gelijk.
"Geschilderd door Mme de Bruscet." zei hij trots, en ik schreef die naam op in mijn boekje.
Marguerite, de musketière die eerder gewond was geraakt was op zoek naar iemand die haar testament kon opmaken. De dokters hadden haar weer op weten te lappen, maar ze leek nog wel pijn te hebben. Tante Louise stelde voor dat ik dat wellicht kon doen voor Marguerite. We gingen aan de slag. Marguerite vertelde precies welke bezittingen naar welke persoon moesten gaan, en ik schreef dat op in mijn boekje. Af en toe liet ik haar zien waar we gebleven waren en ze corrigeerde de spelling van een aantal namen. Toen het eenmaal compleet was, regelde een bediende een prachtig perkament en een weelderige schrijfveer zodat ik het daadwerkelijke testament op kon maken.
Nadat ik het testament uit had geshreven, ging ik met Marguerite op zoek naar haar gewenste getuigen, zodat het testament ondertekend kon worden. Toen dat eenmaal gebeurd was, overhandigde ik haar het perkament. Ze bedankte me serieus. "Het is een last van mijn schouders dat dit nu geregeld is."
[[Ik vraag me af hoe dat eruit gezien heeft, en Eric (Polomeus) bevestigde na tijd-uit dat het hem ook was opgevallen. Een flashback naar Marianne den Schrijfster, die in dezelfde japon, met eenzelfde paarse veer, zo netjes dingen op kon schrijven op Maerquin. Een ander leven!]]
Duc de Guise hing een beetje rond, en trok mijn oog. Hij vroeg mij een dame in het groen te benaderen en even met haar kon praten, om kennis te maken. Ik zei dat ik dat wel moeilijk vond, omdat we nog niet aan elkaar voorgesteld waren, maar de Duc drong aan.
Ik maak een praatje met de dame in kwestie. Ze was een handelaarster, en ik vertelde dat mijn ouders een handelshuis in Nouvelle France hadden. Ze vertelde dat ze handelden in zink en kwik voor onder andere spiegels. Ze was op zoek naar handelscontacten in Frankrijk, dus niet Nouvelle France, en met die kennis ging ik terug naar de Duc om te rapporteren.
"Ik wil graag met haar spreken, maar zeg maar alleen mijn voornaam. Ik wil niet dat anderen horen dat ik met haar wil praten."
Ik knikte en ging weer op zoek naar haar. Gelukkig vond ik haar en was ze niet in gesprek, en we probeerden de Duc weer terug te vinden. Maar wat bleek nu: ik had de verkeerde persoon aangesproken! En toen ik de andere persoon vond, maakte die een knullig excuus wat zo duidelijk onwaar was dat zelfs ik het niet geloofde.
Ik wachtte tot de Duc tijd voor mij had en bood mijn verontschuldigingen aan. Gelukkig was de Duc niet heel boos.
[[Het was een hele ongelukkige samenloop van omstandigheden. Met de gelijkheid van de seksen waar Belvedère mee speelt kan elke vrouw hetzelfde beroep uitoefenen als een man. En met vrouwen die mannen spelen ga ik er altijd maar van uit dat een vrouw in mannenkleding (al dan niet met geschminkte baard) ook een man speelt. Wat blijkt nu: de Duc moest de dame naast de vrouw in de groene jurk spreken. Maar omdat die dame kort haar had en (groene) mannenkleding droeg, had ik geïnterpreteerd dat deze persoon ook een man speelde. Wellicht een spraakverwarring omdat de Duc het een vrouw noemde, of verkeerd door mij geïnterpreteerd. Zucht.]]
In de middag was er ook een duel. Een jongeman eiste dat zijn vader hem zou erkennen als zijn zoon, maar de man in kwestie weigerde. De zoon daagde de vader daarna uit tot een duel.
Tante Louise zat naast me, en hield me goed in de gaten. Na het zien van de gewonde musketière van die ochtend was wel duidelijk dat ik niet zo goed tegen bloed kon. Ze bood me zelfs aan dat ik me in haar rokken mocht verstoppen als ik het eng vond, maar ik zei verontwaardigd dat ik geen twaalf meer was. Maar ik vond het wel eng, en verstopte me achter mijn waaier.
De schoten waren luid, en ik zag nog dat de vader zijn eerste schot in het plafond richtte en niet op de jongeman. Daarna durfde ik niet meer te kijken. Nadat de laatste pistoolschoten gelost waren, was de vader zwaargewond, en ik wilde niet verder kijken.
Tante Marie-Jeanne vroeg mij om hulp, omdat de Princesse de Conti - tante Louise - mij aan het opleiden is om een huis te runnen, en blijkbaar is dat iets wat Marie-Jeanne ook nog niet zo goed onder de knie heeft. En ook de zus van de koning kon daar wel wat hulp bij gebruiken. Zij zou een landgoed krijgen, en als we haar hiermee konden helpen was dat ook goed voor de familie. Marie-Jeanne beloofde me aan de zus van de koning voor te stellen, maar dat is niet meer gelukt. Tante Louise heeft wel haar hulp toegezegd, maar slechts beperkt. En ik mag niet zomaar bij Marie-Jeanne op bezoek gaan, dus moet Marie-Jeanne naar Meudon komen voor onze hulp. En ik denk dat tante Louise er dan wel bovenop gaat zitten, maar dat is natuurlijk alleen maar goed.
Als ik daarna met tante Marie-Jeanne op zoek wil gaan naar de zus van de koning, wil tante Charlotte dat alleen maar toestaan als we arm in arm lopen, zodat we elkaar niet kwijt raken.
Natuurlijk mag ik niet alleen met een man zijn en als ik een wandelingetje wil maken, moet er een chaperonne mee. Dat is een regel die ik nu wel snap en me braaf aan houd. Maar als ik door de drukke gangen van het hof loop, dan zijn er toch genoeg mensen om me heen? Ik snapte niet helemaal waarom er nu nog meer regels zouden zijn.
Ik maak nog even kennis met de Duc de Montesquiou, die ook een belangrijke functie in de bank gaat vervullen, maar we hebben elkaar niet veel te vertellen. Tante Charlotte heeft de laatste dingen die nodig zijn om mijn vennootschap officieel te maken, maar staat erop dat ik die overhandig aan M.de Medici. Het is wel een beetje raar, als we alle drie aan tafel zitten en zij schuift een brief naar mij, die ik dan naar M. de Medici schuif, maar blijkbaar gaat dat nu eenmaal zo als je zaken doet.
Ik praatte nog even met mme Marceletta Guedron, die ik eerder die dag ontmoet had in de zoektocht naar een schilder. Zij stelde me weer voor aan de ballerina Odille de la Fontaine. Haar voorstelling van afgelopen herfst vond ik toch zó mooi! En ze nodigde me uit om ook ballet te leren!
Deze keer heb ik me niet bezig gehouden met de tafelschikking en ik blijk tegenover tante Charlotte te zitten. Zij staat braaf te wachten tot de koning gaat zitten, maar de beste man is te druk bezig om zijn stoel op te zoeken. Het is zelfs zo erg, dat de Fils de France, Gaston de Bourbon, de broer van de Koning aanbiedt om mijn stoel aan te schuiven zodat ik in vredesnaam maar braaf ga zitten. Een andere hooggeplaatste heer biedt hetzelfde aan aan tante Charlotte.
Ik ben in de war, ik kan natuurlijk geen nee zeggen tegen M. de Bourbon en het is een grote eer dat hij mijn stoel wil aanschuiven. Hoe hoffelijk van hem! Maar ik vrees wel een beetje voor hoe tante Charlotte me nu weer zou toespreken hierover.
Tijdens het diner babbelen we met Georgina van Beieren-Leuchtenburg, die naast tante Charlotte zit. Haar sprookjeshuwelijk in Wenen of Augsburg, daar wilde ik alles over horen, maar zij wilde het vooral over de weeskinderen hebben. Het plan om die een nieuwe toekomst in Nouvelle France te bieden leek nu wel echt vruchten af te gaan werpen, dus ik beloofde om haar na het diner nog eens in gesprek te brengen met Girard Desargues, de gouverneur van Nouvelle France. Hij was blij dat dit plan nu ook van de grond leek te komen.
[[Tijdens het diner versprak Georgina zich en vertelde ze over Wenen, maar verbeterde ze zichzelf snel. Toen na tijd-uit iemand anders precies hetzelfde deed, viel bij mij ineens het kwartje. Dit was een opzettelijke verspreking, maar natuurlijk gaat dat geheel Oriana's pet te boven. En blijkbaar ook de mijne.]]
Na het diner was het tijd voor het duel. De koning had zijn doublet en pruik afgedaan, en zowel hij als Jeannot hadden gebiecht en tot God gebeden voorafgaand aan het duel. Tante Louise hield me goed in de gaten en vroeg of ik er wel bij wilde zijn, maar ik was koppig. Iedereen maakte zich zorgen over de koning.
En Jeannot had voorafgaand aan het diner nog een heel mooi gedicht voorgedragen over Icarus, dat die een fout had gemaakt en of de zon dan de schuld had? Ik snapte het niet zo goed, en waarom de koning nu precies boos werd op hem om dat gedicht snapte ik al helemaal niet.
En er was een dame in een paarse jurk die de koning smeekte om niet door te gaan met het duel en toen werd de koning heel erg boos op haar riep hij dat haar titel naar zijn broer zou gaan ofzo.
De heren stonden klaar en moesten zeven passen nemen, en zich daarna omdraaien en op een teken van de duelleermeester schieten. De koning loste zijn eerste schot in de lucht!
Beide schoten waren mis, en de koning lachte luid. "Dat was je kans!"
Daarna werd het nog spannender. De tweede set van schoten was wederom mis, en de derde ook. De duelleermeester zei dat ze over moesten gaan op zwaarden, en de heren werden steeds bozer. Jeannot schold en foeterde en noemde de koning een vache! Uiteindelijk hakte de koning met zijn sabel in het lichaam van Jeannot en ik durfde niet meer te kijken, maar toen ik me wegdraaide van het gevecht hoorde ik nog steeds het schreeuwen van M. de Montmorency en het was verschrikkelijk.
Toen de gasten weer naar binnen gingen bleef ik nog even met M Desargues en Mme van Beieren-Leuchtenburg praten. Nadat ons gesprek afgerond was, vond tante Charlotte me buiten en ze eiste te weten waarom ik daar alleen was zonder iemand van de familie.
"Maar de Duc was hier..." en ik probeerde hem te vinden, maar de Duc was natuurlijk allang weer met belangerijkere dingen bezig.
Pfoe, het was maar vermoeiend. Ik kan niet wachten tot we weer in Frankrijk zijn!
Marjolein en Matto en ik reden weer terug naar Best, waar Eisirt al voor de deur stond te wachten. Zijn OdM sessie was goed verlopen en hij kwam me daar weer ophalen, maar eerst konden we nog eventjes nakletsen. Er waren best een aantal spelers, waaronder Mick (Jeannot de Montmorency), die blij vertelde over het duel. Het is altijd fijn om nog even na te gloeien met lieve mensjes voordat je tevreden je bed weer inrolt.
Ik dacht dat mijn BB cream heel goed zou zijn, die heb ik jaren geleden gekocht maar het is een groenige creme zodat het de roodheid uit mijn huid zou camoufleren. Nadat ik mijn hele gezicht in had gesmeerd leek ik een sinasappel. Mijn gezicht werd er heel geel van, dus ik heb het er gauw met water en zachte zeep weer afgewassen. Dan maar geen BB cream (en dus ook geen zonnebrand). De tube ging de prullenbak in, en ik smeerde wat dunne foundation (bleker dan bleek en absoluut niet geel) onder mijn ogen om de wallen een beetje te camoufleren.
Thuis je haarnetje (met parels) en je make-up doen is fijn, dan zit dat alvast en hoef je op locatie niet te vechten om de spiegel. Mijn kostuum inclusief stays zat in een rolkoffertje en Marjolein en Matto kwamen mij ophalen en we reden naar Alhpen a/d Rijn, naar de Romeinse herberg in het Archeon voor het event.
Binnenspels waren we te gast in Genua, een protectoraat van de koning (Louis XIII 'le Juste') en zoals de spelleiding al schreef voorafgaand aan het evenement: 'Dat in Genua geen wetten tegen duelleren zijn en in Frankrijk wel, heeft he-le-maal niks te maken met Louis' drang om weer richting Italië te reizen."
Aan het einde van de vorige Belvedère had de koning Jeannot de Montmerency uitgedaagd voor een duel, omdat Jeannot de maîtraisse van de koning ten huwelijk had gevraagd, en dat stond nog op stapel.
De hofhouding van de koning verzamelde op de bovenste verdieping van de romeinse herberg, vier grote kamers in een carre waar je eindeloos een ronde kon lopen. Het werd ons afgeraden om voor sluitingstijd van het Archeon naar beneden te gaan, omdat een bende 17e eeuwse franse adellijken midden in de Romeinse tijd toch rare vragen van de bezoekers van het Archeon op kon leveren. En wij wilden gewoon lekker verder met ons spel.
Een heel mooi detail: voor tijd-in omkleden met alle spelers in één van de kamers is altijd gezellig. Dames hijsen zich in stays en corsetten en prachtige zijden jurken. De heren wrijven wax in hun snor om die puntig te krijgen als in de Nachtwacht en steken musketten in hun sjerp. Mijn stays kunnen inmiddels zowel aan de voorkant als aan de achterkant helemaal dicht! En omdat Desirée een veter voor haar japon vergeten was kon ik een groot stuk lint afknippen zodat ze zich gewoon wel aan kon kleden, daar was ze heel blij mee. (Meer lint heb ik wel, maar mogelijk heb ik dus wel nieuwe stays nodig omdat deze dus bijna te groot zijn!)
Op het damestoilet kwam ik een piraat tegen, een dame die een heer ging spelen, inclusief opgeschminkte stoppelbaard en diep opengeknoopt shirt. Haar tatoeage tussen haar borsten gaf een illusie van borsthaar, en toen ik verzuchtte "I feel pretty today..." antwoordde ze zonder te blozen "You are pretty.".
Natuurlijk is het voor Oriana nog steeds wennen om aan het hof te zijn, omringd door de kleurrijke vlinders die aan het hof rondfladderen. En verschillende stoere mannen, al dan niet met welgevormde kuiten of net iets teveel borsthaar zichtbaar. Ik heb ruimschoots gewapperd met mijn waaier en uiteraard proberen te flirten met de heren die mij opvielen. Inclusief deze piraat.
Direct na tijd-in werd een bekende musketier binnengedragen met een schotwond. Deze dame was al een held van Frankrijk, en er was recent nog een standbeeld voor haar opgericht, maar nu was ze neergeschoten. Het was een grote schok voor Oriana, zoveel bloed! En wie zou het wagen om Marguerite neer te schieten?!
Tante Louise zag mijn reactie, en raadde me aan mijn hoofd af te wenden, of mijn waaier te gebruiken zodat ik de gewonde niet kon zien. Ik knikte braaf. De dokters snelden al toe om Marguerite te helpen.
Tante Louise herinnerde mij aan mijn opdracht: ze had mij gevraagd om uit te zoeken wat het zou kosten om een miniatuur portret te laten maken. Het zou een mooi aandenken zijn voor mij voor later. En willicht konden we een mooie schets opsturen naar mijn ouders in Nouvelle France.
Zoals altijd kon ik maar moeilijk mijn draai vinden aan het hof, omdat ik nog niet veel mensen ken. Duc de Guise en zijn vrouw, Duchesse Alejandra waren al aan het circuleren en druk in gesprek, en tante Louise verliet mij ook al snel om zaken te bespreken. Oom Florent en nicht Jeanne-Marie had ik nog niet gezien. Ik kuierde wat door de kamers en zag de vrouw van Florent zitten, tante Marie-Jeanne. En zij zat in gesprek met de dame die mij in de herfst had geholpen om de tafelschikking aan te passen zodat monsieur Stewart bij mij aan tafel zat met het diner!
Ik bleef respectvol op een afstandje staan drentelen, want eigenlijk wilde ik madame Genevieve de Bethune nog bedanken voor haar hulp, maar Marie-Jeanne was met haar en nog een dame in gesprek. Gelukkig zag Marie-Jeanne snel genoeg dat ik in de buurt rondhing, en gebaarde dat ik dichterbij moest komen. Toen ik dichterbij kwam staan, pakte ze mijn hand. "Pak maar een stoel en schuif aan." fluisterde ze me toe.
"Echt?" stamelde ik, maar volgde snel haar instructie op en schoof aan.
De dames waren in gesprek over de mode aan het hof, en madame de Bethune zei dat het belachelijk was wat er af en toe rondliep aan het hof. Ik bedekte voorzichting mijn decolleté met een hand. Ze zou het toch niet over mij hebben? Maar mme de Bethune zag mijn gebaar en glimlachte warm om me gerust te stellen. "Ik heb het over roze jurken."
Op het moment dat het gesprek even stilviel en de dames naar me keken, benutte ik de kans om mme de Bethune te bedanken voor haar hulp. Ze wuifde mijn beleefdheden weg. "Heel graag gedaan hoor. We zijn de kwaadste niet."
Ik stamelde mijn dank nog eens, en keek voorzichtig naar de andere dame. "Oh, excusez-moi. Ik ben nog zo nieuw aan het hof en ik vergeet mijn manieren. Ik geloof niet dat wij elkaar kennen. Ik ben Oriana de Guise."
De dame knikte beleefd en glimlachte ook warm. De Bethunes waren toch wel heel vriendelijk.
"We zijn toch familie!". Ze stelde zich voor als Odille de Bethune. Ik bedacht me dat Jeanne-Marie ook een Bethune was geweest en dat we dus inderdaad een familieband hadden. Tante Jeanne-Marie vond het echter wel raar dat ik haar tante noemde. "Maar u bent getrouwd met mijn oom Florent, dus u bent nu mijn tante. Oom Florent is een broer van mijn vader!"
Mme de Bethune keek ineens heel serieus. "Je moest maar goed voor je tante Jeanne-Marie zorgen. Ze is ons natuurlijk heel dierbaar." en ik knikte serieus. Natuurlijk.
Ik probeerde aan de gouverneur van Nouvelle France te vragen wat er daar aan de hand is. Mijn ouders hadden me geschreven over rook en vuur en geluiden alsof kanonschoten werden afgevuurd, maar hij kon het me ook niet precies vertellen. Hij stelde me gerust dat alles vast in orde was.
Er waren wel roddels dat de Engelsen erachter zaten. Toen ik later voorstelde (aan een familielid) om dan misschien Mme Somerset te vragen hoe de vork in de steel zat, werd me dat verboden. "Zij is een hele gevaarlijke dame. Daar moest je maar niet mee praten."
Niet lang daarna vond tante Charlotte mij met een kopje thee en ze nam plaats aan mijn tafel. Ze zette haar stok met een stevige bonk tegen de tafel, en ik kon daar al aan merken dat ze niet in een goed humeur was.
"Hier, ik heb iets voor je." Ze schoof een bijbel over tafel naar me toe. "Omdat je vertelde dat je de bijbel nog maar twee keer hebt gelezen van kaft tot kaft. Dit is een reisbijbel, dus nu kun je ook onderweg nog lezen."
"Dankuwel tante Charlotte." zei ik braaf.
"En we moeten het nog even hebben over je gedrag. Waar is jouw jongeman?"
Ik was even in de war. Mijn jongeman?
"Ja, die van Stewart." tante Charlotte tskte streng. "Hij is niet hier."
Ik stamelde verward iets.
"Je hebt hem waarschijnlijk weggejaagd."
Ik keek haar geschrokken aan. Weggejaagd? "Maar...wat heb ik dan gedaan?" vroeg ik verward.
"Je hebt teveel achter hem aangelopen!" zei tante Charlotte streng. "Een wandeling..."
"...maar ik had tante Marie-Jeanne en de duc als chaperonne..." stribbelde ik zachtjes tegen;
"...en dan ook nog met het diner. Wat moet hij wel niet van je denken! Dat je als een hondje achter hem aanloopt?"
Ik wist niet zo goed wat ik moest zeggen. Maar...ik had me toch netjes gedragen? Ik had mijn eer en de naam van mijn familie niet in gevaar gebracht omdat ik een wandelingetje met chaperonne had gemaakt? Ik was danig in de war.
"Lees je bijbel, kind. En bid dat monsieur Stewart de volgende keer je nog wil zien."
[[Op dat moment herinnerde ik me dat toen Anne een maand of twee geleden een borduuropdracht kwam bespreken in het atelier ze mij had gevraagd wat voor spel ik leuk zou vinden op Belvedère. Moest ze een strenge tante voor me zijn, of juist iets vriendelijker? En ik had natuurlijk gezegd dat ik het heel fijn vond dat er niet één maar twéé meddlesome tantes zich met mijn leven gingen bemoeien. Nou...dat was wel gelukt! Be careful what you wish for...you just might get it!]]
De volgende tante die mij wilde spreken was tante Louise. Ze zat aan tafel met monsieur de Medici en vroeg me erbij te komen zitten.
"Hoe zou jij het vinden om vennoot te worden in een bank?"
"Oh!" zei ik verrast.
"Wil je dat?"
"Jahoor. Als u denkt dat ik dat kan." zei ik braaf.
"Mooi, dan is dat geregeld. Met jouw connecties in Nouvelle France en mijn hulp." ze schoof een papier naar monsieur de Medici en wees ongeduldig dat ik mijn connecties ook aan hem moest doorgeven. "Als je straks vennoot bent in de bank van Frankrijk zul je ook waarschijnlijk nog meer heren vinden die wellicht naar jouw hand gaan dingen."
Nog meer heren? Mijn mond viel open, maar tante Louise veranderde het gespreksonderwerp.
"Hoe staat het met jouw opdracht?" Ik vertelde dat ik nog niemand had kunnen benaderen omdat er geen schilders meegereisd waren naar Genua.
Op tante Louise's vraag liet M. de Medici twee miniaturen zien die hij bij zich had. De ene was zijn vader, en de andere was van hemzelf. Ze waren prachtig, en dat zei ik natuurlijk gelijk.
"Geschilderd door Mme de Bruscet." zei hij trots, en ik schreef die naam op in mijn boekje.
Marguerite, de musketière die eerder gewond was geraakt was op zoek naar iemand die haar testament kon opmaken. De dokters hadden haar weer op weten te lappen, maar ze leek nog wel pijn te hebben. Tante Louise stelde voor dat ik dat wellicht kon doen voor Marguerite. We gingen aan de slag. Marguerite vertelde precies welke bezittingen naar welke persoon moesten gaan, en ik schreef dat op in mijn boekje. Af en toe liet ik haar zien waar we gebleven waren en ze corrigeerde de spelling van een aantal namen. Toen het eenmaal compleet was, regelde een bediende een prachtig perkament en een weelderige schrijfveer zodat ik het daadwerkelijke testament op kon maken.
Nadat ik het testament uit had geshreven, ging ik met Marguerite op zoek naar haar gewenste getuigen, zodat het testament ondertekend kon worden. Toen dat eenmaal gebeurd was, overhandigde ik haar het perkament. Ze bedankte me serieus. "Het is een last van mijn schouders dat dit nu geregeld is."
[[Ik vraag me af hoe dat eruit gezien heeft, en Eric (Polomeus) bevestigde na tijd-uit dat het hem ook was opgevallen. Een flashback naar Marianne den Schrijfster, die in dezelfde japon, met eenzelfde paarse veer, zo netjes dingen op kon schrijven op Maerquin. Een ander leven!]]
Duc de Guise hing een beetje rond, en trok mijn oog. Hij vroeg mij een dame in het groen te benaderen en even met haar kon praten, om kennis te maken. Ik zei dat ik dat wel moeilijk vond, omdat we nog niet aan elkaar voorgesteld waren, maar de Duc drong aan.
Ik maak een praatje met de dame in kwestie. Ze was een handelaarster, en ik vertelde dat mijn ouders een handelshuis in Nouvelle France hadden. Ze vertelde dat ze handelden in zink en kwik voor onder andere spiegels. Ze was op zoek naar handelscontacten in Frankrijk, dus niet Nouvelle France, en met die kennis ging ik terug naar de Duc om te rapporteren.
"Ik wil graag met haar spreken, maar zeg maar alleen mijn voornaam. Ik wil niet dat anderen horen dat ik met haar wil praten."
Ik knikte en ging weer op zoek naar haar. Gelukkig vond ik haar en was ze niet in gesprek, en we probeerden de Duc weer terug te vinden. Maar wat bleek nu: ik had de verkeerde persoon aangesproken! En toen ik de andere persoon vond, maakte die een knullig excuus wat zo duidelijk onwaar was dat zelfs ik het niet geloofde.
Ik wachtte tot de Duc tijd voor mij had en bood mijn verontschuldigingen aan. Gelukkig was de Duc niet heel boos.
[[Het was een hele ongelukkige samenloop van omstandigheden. Met de gelijkheid van de seksen waar Belvedère mee speelt kan elke vrouw hetzelfde beroep uitoefenen als een man. En met vrouwen die mannen spelen ga ik er altijd maar van uit dat een vrouw in mannenkleding (al dan niet met geschminkte baard) ook een man speelt. Wat blijkt nu: de Duc moest de dame naast de vrouw in de groene jurk spreken. Maar omdat die dame kort haar had en (groene) mannenkleding droeg, had ik geïnterpreteerd dat deze persoon ook een man speelde. Wellicht een spraakverwarring omdat de Duc het een vrouw noemde, of verkeerd door mij geïnterpreteerd. Zucht.]]
In de middag was er ook een duel. Een jongeman eiste dat zijn vader hem zou erkennen als zijn zoon, maar de man in kwestie weigerde. De zoon daagde de vader daarna uit tot een duel.
Tante Louise zat naast me, en hield me goed in de gaten. Na het zien van de gewonde musketière van die ochtend was wel duidelijk dat ik niet zo goed tegen bloed kon. Ze bood me zelfs aan dat ik me in haar rokken mocht verstoppen als ik het eng vond, maar ik zei verontwaardigd dat ik geen twaalf meer was. Maar ik vond het wel eng, en verstopte me achter mijn waaier.
De schoten waren luid, en ik zag nog dat de vader zijn eerste schot in het plafond richtte en niet op de jongeman. Daarna durfde ik niet meer te kijken. Nadat de laatste pistoolschoten gelost waren, was de vader zwaargewond, en ik wilde niet verder kijken.
Tante Marie-Jeanne vroeg mij om hulp, omdat de Princesse de Conti - tante Louise - mij aan het opleiden is om een huis te runnen, en blijkbaar is dat iets wat Marie-Jeanne ook nog niet zo goed onder de knie heeft. En ook de zus van de koning kon daar wel wat hulp bij gebruiken. Zij zou een landgoed krijgen, en als we haar hiermee konden helpen was dat ook goed voor de familie. Marie-Jeanne beloofde me aan de zus van de koning voor te stellen, maar dat is niet meer gelukt. Tante Louise heeft wel haar hulp toegezegd, maar slechts beperkt. En ik mag niet zomaar bij Marie-Jeanne op bezoek gaan, dus moet Marie-Jeanne naar Meudon komen voor onze hulp. En ik denk dat tante Louise er dan wel bovenop gaat zitten, maar dat is natuurlijk alleen maar goed.
Als ik daarna met tante Marie-Jeanne op zoek wil gaan naar de zus van de koning, wil tante Charlotte dat alleen maar toestaan als we arm in arm lopen, zodat we elkaar niet kwijt raken.
Natuurlijk mag ik niet alleen met een man zijn en als ik een wandelingetje wil maken, moet er een chaperonne mee. Dat is een regel die ik nu wel snap en me braaf aan houd. Maar als ik door de drukke gangen van het hof loop, dan zijn er toch genoeg mensen om me heen? Ik snapte niet helemaal waarom er nu nog meer regels zouden zijn.
Ik maak nog even kennis met de Duc de Montesquiou, die ook een belangrijke functie in de bank gaat vervullen, maar we hebben elkaar niet veel te vertellen. Tante Charlotte heeft de laatste dingen die nodig zijn om mijn vennootschap officieel te maken, maar staat erop dat ik die overhandig aan M.de Medici. Het is wel een beetje raar, als we alle drie aan tafel zitten en zij schuift een brief naar mij, die ik dan naar M. de Medici schuif, maar blijkbaar gaat dat nu eenmaal zo als je zaken doet.
Ik praatte nog even met mme Marceletta Guedron, die ik eerder die dag ontmoet had in de zoektocht naar een schilder. Zij stelde me weer voor aan de ballerina Odille de la Fontaine. Haar voorstelling van afgelopen herfst vond ik toch zó mooi! En ze nodigde me uit om ook ballet te leren!
Deze keer heb ik me niet bezig gehouden met de tafelschikking en ik blijk tegenover tante Charlotte te zitten. Zij staat braaf te wachten tot de koning gaat zitten, maar de beste man is te druk bezig om zijn stoel op te zoeken. Het is zelfs zo erg, dat de Fils de France, Gaston de Bourbon, de broer van de Koning aanbiedt om mijn stoel aan te schuiven zodat ik in vredesnaam maar braaf ga zitten. Een andere hooggeplaatste heer biedt hetzelfde aan aan tante Charlotte.
Ik ben in de war, ik kan natuurlijk geen nee zeggen tegen M. de Bourbon en het is een grote eer dat hij mijn stoel wil aanschuiven. Hoe hoffelijk van hem! Maar ik vrees wel een beetje voor hoe tante Charlotte me nu weer zou toespreken hierover.
Tijdens het diner babbelen we met Georgina van Beieren-Leuchtenburg, die naast tante Charlotte zit. Haar sprookjeshuwelijk in Wenen of Augsburg, daar wilde ik alles over horen, maar zij wilde het vooral over de weeskinderen hebben. Het plan om die een nieuwe toekomst in Nouvelle France te bieden leek nu wel echt vruchten af te gaan werpen, dus ik beloofde om haar na het diner nog eens in gesprek te brengen met Girard Desargues, de gouverneur van Nouvelle France. Hij was blij dat dit plan nu ook van de grond leek te komen.
[[Tijdens het diner versprak Georgina zich en vertelde ze over Wenen, maar verbeterde ze zichzelf snel. Toen na tijd-uit iemand anders precies hetzelfde deed, viel bij mij ineens het kwartje. Dit was een opzettelijke verspreking, maar natuurlijk gaat dat geheel Oriana's pet te boven. En blijkbaar ook de mijne.]]
Na het diner was het tijd voor het duel. De koning had zijn doublet en pruik afgedaan, en zowel hij als Jeannot hadden gebiecht en tot God gebeden voorafgaand aan het duel. Tante Louise hield me goed in de gaten en vroeg of ik er wel bij wilde zijn, maar ik was koppig. Iedereen maakte zich zorgen over de koning.
En Jeannot had voorafgaand aan het diner nog een heel mooi gedicht voorgedragen over Icarus, dat die een fout had gemaakt en of de zon dan de schuld had? Ik snapte het niet zo goed, en waarom de koning nu precies boos werd op hem om dat gedicht snapte ik al helemaal niet.
En er was een dame in een paarse jurk die de koning smeekte om niet door te gaan met het duel en toen werd de koning heel erg boos op haar riep hij dat haar titel naar zijn broer zou gaan ofzo.
De heren stonden klaar en moesten zeven passen nemen, en zich daarna omdraaien en op een teken van de duelleermeester schieten. De koning loste zijn eerste schot in de lucht!
Beide schoten waren mis, en de koning lachte luid. "Dat was je kans!"
Daarna werd het nog spannender. De tweede set van schoten was wederom mis, en de derde ook. De duelleermeester zei dat ze over moesten gaan op zwaarden, en de heren werden steeds bozer. Jeannot schold en foeterde en noemde de koning een vache! Uiteindelijk hakte de koning met zijn sabel in het lichaam van Jeannot en ik durfde niet meer te kijken, maar toen ik me wegdraaide van het gevecht hoorde ik nog steeds het schreeuwen van M. de Montmorency en het was verschrikkelijk.
Toen de gasten weer naar binnen gingen bleef ik nog even met M Desargues en Mme van Beieren-Leuchtenburg praten. Nadat ons gesprek afgerond was, vond tante Charlotte me buiten en ze eiste te weten waarom ik daar alleen was zonder iemand van de familie.
"Maar de Duc was hier..." en ik probeerde hem te vinden, maar de Duc was natuurlijk allang weer met belangerijkere dingen bezig.
Pfoe, het was maar vermoeiend. Ik kan niet wachten tot we weer in Frankrijk zijn!
Marjolein en Matto en ik reden weer terug naar Best, waar Eisirt al voor de deur stond te wachten. Zijn OdM sessie was goed verlopen en hij kwam me daar weer ophalen, maar eerst konden we nog eventjes nakletsen. Er waren best een aantal spelers, waaronder Mick (Jeannot de Montmorency), die blij vertelde over het duel. Het is altijd fijn om nog even na te gloeien met lieve mensjes voordat je tevreden je bed weer inrolt.