Tweede gedachten.
May. 14th, 2010 05:14 pm“Waarom doe je eigenlijk zoveel moeite?” vroeg ik aan mijn andere hersenhelft.
“Nou ja.” ontweek het de vraag. Sommige vragen kun je maar beter niet beantwoorden. Want het antwoord sprak voor zich. Waarom immers niet?
rrrrrrrrrrrr deed de naaimachine. Of eigenlijk meer hhhhhhhhhhhieeeeeeee maar dat leest niet lekker weg.
“Tja, hallooo.” deed ik dan maar, in de hoop nu wel een antwoord te krijgen. “Je hebt toch al een zwarte jas met rode paspel? Waarom maak je er dan nu nog eentje?”
Ik concentreerde me op de naald, maar eigenlijk hoefde dat niet. Vanwege het paspelvoetje liep de machine perfect over het paspelband heen, en hoefde ik alleen maar af en toe een speldje weg te trekken voor de onverbiddelijk neerdalende naald.
Waarom maakte ik eigenlijk nog zo'n jas? Ja, deze was langer, en die andere kon eigenlijk niet verlengd worden. En ik had een Reputatie, zo'n ding waar andere mensen verwachtingen aan hangen. Een soort veredelde kapstok, dus. Dus moest ik wel een nieuwe jas maken.
Was één vortexjas niet genoeg? Want eerlijk is eerlijk, ik had al een vortexjas. Een vortexjas draag je op de Vortex, waar een lange zwarte jas stoer is, en iedereen met vage woads of in ieder geval iets van tribal draagt. De andere zwarte jas met rode paspel had het beste van alle werelden in zich. Rode paspel, want dat was cool, en een drakentribal op de rug, want dat was stoer, en afknoopbare mouwen want he, de Sum is in Juli, en je wilt je niet helemaal dood zweten op de Vortex want dan lopen je woads uit en dat is sip. Dus.
Was deze jas de moeite dan wel waard? Achter mij op de pop hing de voering al. Geperst en wel, waardoor alle naadjes zo vreselijk scherp en strak werden dat het voor synthetische kutvoering nog heel wat leek. En nu zat ik alweer paspelband te naaien, met een paspelvoetje, zodat elke naad twee keer door de machine moest.
hhhhhhhhhhhieeeeeeee deed de naaimachine trouw.
Ik keek naar de randen van het pand. Met anderhalve centimeter naadtoelage had ik niet de moeite genomen om ze af te werken; de kans dat de naden open zouden rafelen was immers zo klein. De stof was ook niet zo mooi. Prima larp-katoen hoor, maar niet een erg mooie kwaliteit die ik graag in de trein zou dragen. Het was niet het soort jas wat ik naar mijn werk aan zou kunnen doen, dus zou ik het eigenlijk niet al te vaak gaan dragen. En tja, als Henriëtte vroegtijdig kassiewijle zou gaan, was het ook niet zo erg dat de jas niet zo uitwisselbaar was. Want de naadjes waren niet zo afgewerkt. En eigenlijk was het gewoon een Vortexjas. Met rode paspel.
Nouja, we gaan gewoon door. Mooi wordt het wel, ondanks de onafgewerkte naden. En mocht hij uit elkaar vallen, dan kon ik altijd later nog een betere stof op de kop tikken om de jas nog eens te maken. Ik heb er in ieder geval iets van geleerd: Niet teveel naar die tweede gedachte luisteren.
“Nou ja.” ontweek het de vraag. Sommige vragen kun je maar beter niet beantwoorden. Want het antwoord sprak voor zich. Waarom immers niet?
rrrrrrrrrrrr deed de naaimachine. Of eigenlijk meer hhhhhhhhhhhieeeeeeee maar dat leest niet lekker weg.
“Tja, hallooo.” deed ik dan maar, in de hoop nu wel een antwoord te krijgen. “Je hebt toch al een zwarte jas met rode paspel? Waarom maak je er dan nu nog eentje?”
Ik concentreerde me op de naald, maar eigenlijk hoefde dat niet. Vanwege het paspelvoetje liep de machine perfect over het paspelband heen, en hoefde ik alleen maar af en toe een speldje weg te trekken voor de onverbiddelijk neerdalende naald.
Waarom maakte ik eigenlijk nog zo'n jas? Ja, deze was langer, en die andere kon eigenlijk niet verlengd worden. En ik had een Reputatie, zo'n ding waar andere mensen verwachtingen aan hangen. Een soort veredelde kapstok, dus. Dus moest ik wel een nieuwe jas maken.
Was één vortexjas niet genoeg? Want eerlijk is eerlijk, ik had al een vortexjas. Een vortexjas draag je op de Vortex, waar een lange zwarte jas stoer is, en iedereen met vage woads of in ieder geval iets van tribal draagt. De andere zwarte jas met rode paspel had het beste van alle werelden in zich. Rode paspel, want dat was cool, en een drakentribal op de rug, want dat was stoer, en afknoopbare mouwen want he, de Sum is in Juli, en je wilt je niet helemaal dood zweten op de Vortex want dan lopen je woads uit en dat is sip. Dus.
Was deze jas de moeite dan wel waard? Achter mij op de pop hing de voering al. Geperst en wel, waardoor alle naadjes zo vreselijk scherp en strak werden dat het voor synthetische kutvoering nog heel wat leek. En nu zat ik alweer paspelband te naaien, met een paspelvoetje, zodat elke naad twee keer door de machine moest.
hhhhhhhhhhhieeeeeeee deed de naaimachine trouw.
Ik keek naar de randen van het pand. Met anderhalve centimeter naadtoelage had ik niet de moeite genomen om ze af te werken; de kans dat de naden open zouden rafelen was immers zo klein. De stof was ook niet zo mooi. Prima larp-katoen hoor, maar niet een erg mooie kwaliteit die ik graag in de trein zou dragen. Het was niet het soort jas wat ik naar mijn werk aan zou kunnen doen, dus zou ik het eigenlijk niet al te vaak gaan dragen. En tja, als Henriëtte vroegtijdig kassiewijle zou gaan, was het ook niet zo erg dat de jas niet zo uitwisselbaar was. Want de naadjes waren niet zo afgewerkt. En eigenlijk was het gewoon een Vortexjas. Met rode paspel.
Nouja, we gaan gewoon door. Mooi wordt het wel, ondanks de onafgewerkte naden. En mocht hij uit elkaar vallen, dan kon ik altijd later nog een betere stof op de kop tikken om de jas nog eens te maken. Ik heb er in ieder geval iets van geleerd: Niet teveel naar die tweede gedachte luisteren.
no subject
Date: 2010-05-14 06:41 pm (UTC)no subject
Date: 2010-05-14 07:59 pm (UTC)no subject
Date: 2010-05-15 05:41 am (UTC)