Rotterdam, 19 januari.
In haar achteruitkijkspiegel zag de vrouw een gele flits. Misschien gewoon een wegwaaiend papiertje in de naweeën van de storm. Toch stapt ze even uit om te kijken. Een klein jongetje, Jeroen (3) loopt alleen over de parkeerplaats van het winkelcentrum Alexandrium II, wat grenst aan een aantal drukke wegen. Jeroentje loopt alleen rond en valt in het donker gelukkig wat meer op dankzij zijn gele jas.
Nadat de vrouw wat hulp ingeroepen heeft van een voorbijganger die de beveiliging waarschuwt van het onoverdekte Alexandrium II, en haar auto heeft geparkeerd, volgt ze met de inmiddels gearriveerde beveiligingsbeamte Jeroentje naar een andere geparkeerde auto. De deuren zijn niet op slot en op de achterbank staat een maxi-cosy met daarin een baby, het broertje van Jeroen.
"Mama heeft donker haar en een groene jas" weet Jeroen te vertellen. Ook vertelt hij dat ze met zijn oudere broer Martijn is gaan winkelen, en dat ze hem en zijn broertje in de auto hadden opgesloten. De meneer van beveiliging belt ondertussen de politie op om hen om assistentie te vragen.
Jeroen zat met zijn broertje opgesloten in de auto, maar verveelde zich al snel in de auto die op het donkere parkeerterrein geparkeerd stond. Dus weet hij het slot van de deur open te prutsen en gaat hij op onderzoek uit. Eerder deze maand kwam elders in Rotterdam een 4-jarig jongetje om het leven in een soortgelijk incident, alhoewel de moeder daar wel in de buurt was.
Na ruim twintig minuten komen een aantal mensen aangelopen. Een vrouw in groene jas, vergezeld door haar man en een oudere zoon, komen aan bij hun auto en de beveiligingsbeamte en de vrouw, die bij de kinderen is gebleven. Als ze aangesproken worden over het opsluiten van de kinderen in de auto, deelt ze mee dat Jeroen wel flink straf zal krijgen, en dat hij hier wel zijn lesje van zal leren.
"Misschien is hij niet degene die een lesje moet leren." zegt de beveiligingsman.
De vrouw die nog steeds aanwezig is en hoopt op een goede afloop, merkt nog op dat er best een bedankje afkan. Ze is immers bijna een half uur bij Jeroen gebleven om te zorgen dat hem niet iets overkwam. Haar parkeerkaart is inmiddels ongeldig.
"Ja, ja, bedankt." klinkt het vanuit de auto, niet al te enthousiast. Als het echtpaar instapt, vergeten ze bijna om Jeroen mee te nemen.
"Ik weet eigenlijk niet zo goed wat ik met die andere twee aanmoet;" vertelt de vrouw in de groene jas nog, voor zij wegrijdt met haar man en de drie kinderen.
De man van de beveiliging belt de politie maar af. Hij heeft de bevoegdheid niet om het echtpaar aan te houden, en de politie is nog steeds niet ter plaatse.
---------------------------------------------------------------
Ja, dit is een waargebeurd verhaal.
De namen zijn niet gefingeerd.
Helaas was ik hier niet zelf bij aanwezig, ik had die mensen verhinderd weg te rijden, al moest ik bovenop de motorkap gaan liggen om het voor elkaar te krijgen. Dit werd me verteld door de beveiligingsbeamte, die door mijn collega Stephanie gebeld werd nadat de voorbijganger haar gewaarschuwd had over de situatie.
En ik zat maar te denken: als ik nou aan de bar gegeten had in plaats van weg te gaan, had ik er wat aan kunnen doen.
Dit...dit kreeg me echt sprakeloos.
In haar achteruitkijkspiegel zag de vrouw een gele flits. Misschien gewoon een wegwaaiend papiertje in de naweeën van de storm. Toch stapt ze even uit om te kijken. Een klein jongetje, Jeroen (3) loopt alleen over de parkeerplaats van het winkelcentrum Alexandrium II, wat grenst aan een aantal drukke wegen. Jeroentje loopt alleen rond en valt in het donker gelukkig wat meer op dankzij zijn gele jas.
Nadat de vrouw wat hulp ingeroepen heeft van een voorbijganger die de beveiliging waarschuwt van het onoverdekte Alexandrium II, en haar auto heeft geparkeerd, volgt ze met de inmiddels gearriveerde beveiligingsbeamte Jeroentje naar een andere geparkeerde auto. De deuren zijn niet op slot en op de achterbank staat een maxi-cosy met daarin een baby, het broertje van Jeroen.
"Mama heeft donker haar en een groene jas" weet Jeroen te vertellen. Ook vertelt hij dat ze met zijn oudere broer Martijn is gaan winkelen, en dat ze hem en zijn broertje in de auto hadden opgesloten. De meneer van beveiliging belt ondertussen de politie op om hen om assistentie te vragen.
Jeroen zat met zijn broertje opgesloten in de auto, maar verveelde zich al snel in de auto die op het donkere parkeerterrein geparkeerd stond. Dus weet hij het slot van de deur open te prutsen en gaat hij op onderzoek uit. Eerder deze maand kwam elders in Rotterdam een 4-jarig jongetje om het leven in een soortgelijk incident, alhoewel de moeder daar wel in de buurt was.
Na ruim twintig minuten komen een aantal mensen aangelopen. Een vrouw in groene jas, vergezeld door haar man en een oudere zoon, komen aan bij hun auto en de beveiligingsbeamte en de vrouw, die bij de kinderen is gebleven. Als ze aangesproken worden over het opsluiten van de kinderen in de auto, deelt ze mee dat Jeroen wel flink straf zal krijgen, en dat hij hier wel zijn lesje van zal leren.
"Misschien is hij niet degene die een lesje moet leren." zegt de beveiligingsman.
De vrouw die nog steeds aanwezig is en hoopt op een goede afloop, merkt nog op dat er best een bedankje afkan. Ze is immers bijna een half uur bij Jeroen gebleven om te zorgen dat hem niet iets overkwam. Haar parkeerkaart is inmiddels ongeldig.
"Ja, ja, bedankt." klinkt het vanuit de auto, niet al te enthousiast. Als het echtpaar instapt, vergeten ze bijna om Jeroen mee te nemen.
"Ik weet eigenlijk niet zo goed wat ik met die andere twee aanmoet;" vertelt de vrouw in de groene jas nog, voor zij wegrijdt met haar man en de drie kinderen.
De man van de beveiliging belt de politie maar af. Hij heeft de bevoegdheid niet om het echtpaar aan te houden, en de politie is nog steeds niet ter plaatse.
---------------------------------------------------------------
Ja, dit is een waargebeurd verhaal.
De namen zijn niet gefingeerd.
Helaas was ik hier niet zelf bij aanwezig, ik had die mensen verhinderd weg te rijden, al moest ik bovenop de motorkap gaan liggen om het voor elkaar te krijgen. Dit werd me verteld door de beveiligingsbeamte, die door mijn collega Stephanie gebeld werd nadat de voorbijganger haar gewaarschuwd had over de situatie.
En ik zat maar te denken: als ik nou aan de bar gegeten had in plaats van weg te gaan, had ik er wat aan kunnen doen.
Dit...dit kreeg me echt sprakeloos.