Teruglezen in je blog hoe leuk dit patroon is en het daadwerkelijk weer op de pennen hebben zijn twee compleet verschillende dingen. Waar al naar gehint werd in mijn blog is natuurlijk duizenden malen leuker om daadwerkelijk mee te maken!
Nadat ik de steken voor de hals eindelijk genoeg had gemeerderd zodat ik het rondje compleet kon maken en join in the round kon doen, begon het feestje met de short rows (verkorte toeren). Ik las terug in mijn notities hoeveel verkorte toeren ik had gedaan vorige keer. Omdat ik nog steeds niet zeker weet hoe je die moet tellen, schrijf ik het er netjes bij. Ik had 5 verkorte toeren gedaan, als je alleen de heengaande toeren telt bij de Blauwe Sprig (Sprig 1). Dat komt dus neer op 10 extra toeren in de rug. En omdat ik de trui recent toch achterstevoren aan wist te trekken en me niet had geërgerd aan dat de hals raar zat tot ik aan het einde van de middag het kleine stukje contrasterende garen in de hals ontdekte wat mijn 'achterhalsmarkering' is, was dat dus duidelijk te weinig. (Die achterhalsmarkering maak ik bij alle truien die geen duidelijk voor- of achterkant hebben, gewoon om te voorkomen dat ik 'm achterstevoren aantrek.)
Dus pakte ik het patroon van Boden er weer bij. Weer zo'n patroon waar ik onder de indruk van ben -- gewoon omdat de schrijfster nagedacht heeft over hoe je de achterkant van de trui een andere hoogte (en zoomlengte) kan geven dan de voorkant. Verkorte toeren rows genoeg in dat patroon!. In de Boden waren het beduidend meer verkorte toeren, en ik besloot er net zoveel te doen als in de Boden - ruim 2x zoveel als in de Blauwe Sprig.
Ik had niet zoveel normale toeren gedaan na de join in the round instructie van het patroon, dus het voorpand van de trui was nog echt niet zo heel erg ver gevorderd. (Toer 16 is de instructie om in het rond te gaan breien - en ná toer 18 was ik begonnen met verkorte toeren).
Om de overgang van achterpand, over de raglan mouw, naar het voorpand vloeiend te laten lopen, brei je de verkorte toeren natuurlijk niet alleen op het achterpand. Na elke keer keren brei je de volgende wrap en turn één of meer steken verder dan waar je de vorige W&T hebt opgepakt. Daarmee wordt de achterkant van beide mouwen ook ietsje hoger en loopt het achterpand geleidelijk hoger op, terwijl het voorpand de normale hoogte blijft houden. Voor deze Groene Sprig breide ik steeds 2 steken verder:
Pick up wrap and ktog with next stitch, knit 2 sts, sl1wyif, turn.
sl1, purl until next wrapped stitch, pick up wrap and ptog with next stitch. p2 sts, sl1wyif, turn.
(Houd er dan wel rekening mee dat 'slip 1 with yarn in front' betekent 'aan de goede kant van het werk'.)
Naarmate de verkorte toeren vorderden, raakte ik toch wel steeds dichter bij het voorpand. Dit is natuurlijk verwacht. En mijn bolletje werd steeds kleiner en kleiner.
Uiteindelijk won ik met yarn chicken: ik kon stoppen met de verkorte toeren omdat het einde van mijn bolletje was bereikt. Hoezee! Ik had 10 verkorte toeren gebreid (alleen de heengaande toeren geteld). In totaal is het achterpand dus 20 rijen langer dan het voorpand, wat een goed stuk extra hoogte in de nek geeft. Het was wel iets minder dan de Boden - maar met 10 verkorte toeren extra toch al het dubbele van wat ik in de Blauwe Sprig heb gedaan.
Omdat ik gewoon doorgegaan ben met de meerderingen in de heengaande toeren (the knit rows), wordt het dus nog wel even opletten wanneer ik per onderdeel het juiste aantal steken heb gebreid. Het achterpand is nu al veel verder met meerderen dan het voorpand, omdat die extra toeren er al in zitten. Maar dat is niet anders dan vorige keer, en toen ging dat ook goed. Je moet gewoon even blijven opletten.
Met de verkorte toeren klaar en het lopende bolletje op was het natuurlijk fijn om de halsbies te gaan breien. Geen extra bolletje wat er nog ergens aan bungelt en vreselijk in de weg komt. Gewoon een nieuw bolletje pakken en aan de hals beginnen.
On and on we go!
Nadat ik de steken voor de hals eindelijk genoeg had gemeerderd zodat ik het rondje compleet kon maken en join in the round kon doen, begon het feestje met de short rows (verkorte toeren). Ik las terug in mijn notities hoeveel verkorte toeren ik had gedaan vorige keer. Omdat ik nog steeds niet zeker weet hoe je die moet tellen, schrijf ik het er netjes bij. Ik had 5 verkorte toeren gedaan, als je alleen de heengaande toeren telt bij de Blauwe Sprig (Sprig 1). Dat komt dus neer op 10 extra toeren in de rug. En omdat ik de trui recent toch achterstevoren aan wist te trekken en me niet had geërgerd aan dat de hals raar zat tot ik aan het einde van de middag het kleine stukje contrasterende garen in de hals ontdekte wat mijn 'achterhalsmarkering' is, was dat dus duidelijk te weinig. (Die achterhalsmarkering maak ik bij alle truien die geen duidelijk voor- of achterkant hebben, gewoon om te voorkomen dat ik 'm achterstevoren aantrek.)
Dus pakte ik het patroon van Boden er weer bij. Weer zo'n patroon waar ik onder de indruk van ben -- gewoon omdat de schrijfster nagedacht heeft over hoe je de achterkant van de trui een andere hoogte (en zoomlengte) kan geven dan de voorkant. Verkorte toeren rows genoeg in dat patroon!. In de Boden waren het beduidend meer verkorte toeren, en ik besloot er net zoveel te doen als in de Boden - ruim 2x zoveel als in de Blauwe Sprig.
Ik had niet zoveel normale toeren gedaan na de join in the round instructie van het patroon, dus het voorpand van de trui was nog echt niet zo heel erg ver gevorderd. (Toer 16 is de instructie om in het rond te gaan breien - en ná toer 18 was ik begonnen met verkorte toeren).
Om de overgang van achterpand, over de raglan mouw, naar het voorpand vloeiend te laten lopen, brei je de verkorte toeren natuurlijk niet alleen op het achterpand. Na elke keer keren brei je de volgende wrap en turn één of meer steken verder dan waar je de vorige W&T hebt opgepakt. Daarmee wordt de achterkant van beide mouwen ook ietsje hoger en loopt het achterpand geleidelijk hoger op, terwijl het voorpand de normale hoogte blijft houden. Voor deze Groene Sprig breide ik steeds 2 steken verder:
Pick up wrap and ktog with next stitch, knit 2 sts, sl1wyif, turn.
sl1, purl until next wrapped stitch, pick up wrap and ptog with next stitch. p2 sts, sl1wyif, turn.
(Houd er dan wel rekening mee dat 'slip 1 with yarn in front' betekent 'aan de goede kant van het werk'.)
Naarmate de verkorte toeren vorderden, raakte ik toch wel steeds dichter bij het voorpand. Dit is natuurlijk verwacht. En mijn bolletje werd steeds kleiner en kleiner.
Uiteindelijk won ik met yarn chicken: ik kon stoppen met de verkorte toeren omdat het einde van mijn bolletje was bereikt. Hoezee! Ik had 10 verkorte toeren gebreid (alleen de heengaande toeren geteld). In totaal is het achterpand dus 20 rijen langer dan het voorpand, wat een goed stuk extra hoogte in de nek geeft. Het was wel iets minder dan de Boden - maar met 10 verkorte toeren extra toch al het dubbele van wat ik in de Blauwe Sprig heb gedaan.
Omdat ik gewoon doorgegaan ben met de meerderingen in de heengaande toeren (the knit rows), wordt het dus nog wel even opletten wanneer ik per onderdeel het juiste aantal steken heb gebreid. Het achterpand is nu al veel verder met meerderen dan het voorpand, omdat die extra toeren er al in zitten. Maar dat is niet anders dan vorige keer, en toen ging dat ook goed. Je moet gewoon even blijven opletten.
Met de verkorte toeren klaar en het lopende bolletje op was het natuurlijk fijn om de halsbies te gaan breien. Geen extra bolletje wat er nog ergens aan bungelt en vreselijk in de weg komt. Gewoon een nieuw bolletje pakken en aan de hals beginnen.
On and on we go!