janestarz: (Me - Truestrike)
[personal profile] janestarz
Een hele tijd geleden had ik rondgevraagd op de Discord van het LARP Platform of er nog iemand een goede fantasy larp zou weten waar ik een nieuw personage kon neerzetten. Zo kwam ik Weerklank op het spoor. Tijdens de verhuizing van Elise sprak ik een aantal Emphebion-gangers die ook daar naartoe zouden gaan. Oh, leuke mensen gaan naar deze nieuwe larp? Dan wil ik wel mee!

Ik had een online bespreking met de spelbegeleiders om mijn personage te bouwen. Ik had al gevraagd of het mogelijk was of Kseniya weer nieuw leven in te blazen. De achtergrond die ik voor haar voor Malakden schreef was te leuk, en Malakden was mede dankzij de pandemie en veranderende prioriteiten van de organisatie uitgedoofd als een haardvuurtje waar geen houtjes meer op worden gegooid. Zo gaan die dingen.
We spraken de mogelijkheden door bij welk volk ik het beste aan kon sluiten en zo werd Kseniya Yengalycheva ineens Ksenja Jaager - helemaal gereset tot de originele achtergrond en zonder herinneringen van wat er op Malakden is gebeurd natuurlijk.
Ze komt uit Den Vereenighden Stammen der Scharheve, een volk die opgedeeld is in stammen. De Verwervenden en de Maakenden werken samen in de Stammen, en ze staan bekend als gewiekste handelaars. Ze komt van Bergwaarts, helemaal tussen Oudhenwand en Khoudenmeer, en moest haar huis ontvluchten.

Eisirt wilde dat weekendje OdM'en (Oog Des Meesters spelen) met zijn vrienden, dus hij bracht me naar het Mussennest in Otterlo en reed daarna door lange vervelende files om Almar op te halen en met hem naar Rotterdam te rijden.
Ik hielp even mee met opbouwen en kon daarna mezelf vermaken. Omdat ik al sinds Malakden niet meer boog geschoten had, was het altijd mijn plan om weer wat te oefenen voordat Weerklank begon, en tsja, de middag vóór tijd-in is ook "voor het begint", toch?

Ik had een halve doos pijlen bij me, spande mijn prachtige boog op, en mat 15 meter uit door grote stappen van een grote boom te doen. Na vijf pijlen had ik wel door dat dat te dichtbij was. Ik stapte nog 5 meter verder en ging verder met schieten.
Nadat ik mijn doos leeggeschoten had, haalde ik mijn pijlen op en ging ik nog een keer. Ik hoefde eigenlijk niet echt te mikken, want mijn boog schopt nog steeds als een muilezel. Ik zag wat spelleiding kijken en goedkeurend knikken en al snel kwamen Linde en Heinze bij me staan met hun boog. Ik was inmiddels afgedwaald naar 25 meter en begon te merken dat mijn techniek wel rammelde, maar dat pas merkbaar was op die afstand, omdat de pijlen een langere vlucht hadden. Check.
Na drie rondjes voelde ik mijn rug wel, maar het was niet onprettig, en met de bracers die ik droeg had ik nergens anders pijn. Ik denk dat ik er wel klaar voor was.

De nieuwe spelers kregen een introductie van larp-vechten, en daarna volgde een korte cursus consent en checken of de andere speler OK is met het spel wat er aan de hand is. Weerklank heeft een aantal volkeren die echt lijnrecht tegenover elkaar staan en er was best kans dat de spelers elkaar zouden uitschelden of verbaal uitkauwen, en om dat veilig en op een prima manier te laten verlopen konden we met de handgebaren uit deze workshop even checken of de andere speler het ook nog kon waarderen.

-----

Ksenja had zich aangesloten bij een groep die het Duister in trok, op zoek naar een stabiele lichtplek. Daar zou een nederzetting worden gesticht, een nieuw dorp, als alles goed zou gaan. Een vrouw uit Split genaamd Prisma wist ongeveer waar we naartoe moesten gaan. Het Duister was drukkend, en niemand zag echt ver. Zelfs met de schaarse lantaarntjes leek het Duister terug te duwen tegen het licht.
In de donkere middag (want de zon was nog niet eens onder, maar het Duister won het toch van het licht) hoorden we rare geluiden. Een schreeuwende vrouw, die geofferd leek te worden aan het Duister, en na veel gekerm ineens met een klap stil was. "Laten we verder gaan." kwam er uit de groep.

Uiteindelijk kwamen we in de schemer, en daarna bij een poort in het licht, waar mensen op wacht stonden. Achter ons bewogen schimmen, maar de mensen aan de poort wilden ons niet binnen laten. Een spreuk uit de duisternis ontnam me het zicht, en na een korte schermutseling tussen de andere reizigers, de Duisterlingen en de mensen bij de poort werd ik naar een stoel geleid. Daar heb ik lang zitten wachten tot een genezer tijd voor me had.
"Helaas heb ik geen waterplantjes meer om je blindheid mee te genezen." zei de genezer, die Brenger van het Water heette. "Dus ik zal de Duisternis weg moeten spoelen met alcohol. Dat zuivert, maar je wordt er wel dronken van."

Zo begon mijn eerste avond op Weerklank. Een uur blind, en daarna nog een uur dronken. Gut, wat een goede start...
Toen mijn roes eenmaal wat leek te klaren, zat ik bij iemand die de expeditieleider bleek te zijn. Die gaf mij mandaat om de expeditie te beschermen, en schreef mijn naam in haar boekje. Deze vrouwe Corcra (hopeloze naam, die iedereen verkeerd uitspreekt) uit Forena snapte mijn drang om een mandaat te hebben. Dat is wellicht typisch iets van Den Vereenighden Stammen der Scharheve, maar ze was zeker niet te moeilijk. Ze gaf me ook expliciet de opdracht om haar en haar zus, vrouwe Eola te beschermen.

---

Weerklank heeft ook een bijzondere manier om spel te garanderen: elke speler krijgt doelen die zij binnen het spelletje moeten behalen. Daarmee wordt roleplay en handel gestimuleerd. Ik haalde mijn neus een beetje verontwaardigd op. Ik speel al 20+ jaar larp, ik denk dat het wel goed komt met handelen en roleplayen, maar prima.
Mijn doelen waren simpel: ik moest genoeg voedsel verzamelen voor 3 dagen, ik moest kennis over jagen in het Duister verzamelen, en daarnaast 6 Eindproduct Hout voor een drietal manden die ongetwijfeld handig zouden zijn.

Het nadeel is dat de larp veranderde in een soort Levend Kolonisten van Catan. Mensen moesten handelen en al snel werden de roleplay-benoemingen verbasterd. Je kon natuurlijk een praatje aanknopen over de zoektocht naar riet of biezen, en of iemand kon helpen om die te vervlechten tot manden. Maar uiteindelijk werd het een "mag ik mijn 2 wol ruilen voor 3 Eindproduct Hout, als dat kan, anders moet ik nog weer iemand zoeken die Verwerkt Hout kan omzetten in Eindproduct Hout." Dat was echt enorm jammer aan het doelen-systeem.

Toch waren er wel mooie momenten.

---

Tybor Schoonewortal, een handelaar van de Stammen, had voor Ksenja een mandaat opgesteld met geweldig Scharhaevenaars taalgebruik met veel 'hebbende zullende zijnde' wat mij mandaat gaf om te jagen en te verzamelen, en tevens het gejaagde en verzamelde te verhandelen. Voor elke Scharhaevenaar een belangrijk document, want dit zorgde ervoor dat ik daadwerkelijk mocht gaan jagen.

Een NPC die ook uit Scharhaeve kwam waagde het om ons land af te korten tot "VSS". Ja, dat doen we dus alleen tijd-uit. Ik heb het arme kind eens goed verteld dat ze maar goed proper moest gaan praten, want ze is geen verdomde Splitter die ons land zo noemt. Een andere NPC die met haar mee was viel mij bij, en ze verbeterde zichzelf verdomde snel.

Op zaterdagmiddag kwamen er mensen verhaal halen: hun familie beheerde deze lichtplek, en waren inmiddels verdwenen. Het leek even aan te gaan komen op knokken, maar de gemoederen werden danig gesust. Uiteindelijk werd er driftig gezocht naar een aanhanger van Wilhelm of één van zijn vrouwen of dochters om een afscheidsritueel uit te voeren. Gelukkig was er een beginnend paladijn van Jezebel (niet mijn eerste keuze voor een afscheidsritueel, aangezien Jezebel vooral van de losbandigheid is), maar die had natuurlijk geen mandaat. Vrouwe Corcra die het geheel in goede banen probeerde te leiden kreeg er een punthoofd van, maar er werd snel mandaat geregeld. In opdracht van Vrouwe Corcra, expeditieleider...wijst toe een tijdelijk mandaat...aan Hannes Hakker....aanstormend paladijn van Jezebel...met de zegening van Wilhelm...ten behoeve het uitvoeren van eenen afscheidsritueel...
(Bureaucratie is echt een dingetje van de Scharhaevenaren.)

Na afloop van het afscheidritueel legden de familieleden allemaal een bloem in de cirkel om afscheid te nemen van hun dierbaren, en ze nodigden ons ook uit om hetzelfde te doen als wij ook iemand waren verloren.
En daar wrong de schoen voor Ksenja. Ja, ze had iemand verloren, maar dat was door haar eigen toedoen. Ilya verdiende het niet om herdacht te worden, maar ze was ook Sacha kwijt... en dat was haar eigen schuld omdat ze zijn broer had vermoord. Het was een gedachtenkronkel zonder einde.
Uiteindelijk heeft ze gefrustreerd haar bloem op de grond gegooid (Baarent vertelde later dat hij de bloem heeft opgepakt en toch in de cirkel heeft gelegd).
Daarna heeft Ksenja in cryptische termen aan Hannes proberen uit te leggen wat er daar mis ging. Ze heeft hem niet alles verteld, maar hij was meelevend, en dat was fijn.

Een kleine expeditie trok het Schemer en daarna het Duister in om te proberen te jagen en hout te hakken. Hannes Hakker wilde proberen uit te vogelen of de bomen uit het Duister en die uit de Schemer verschilden van bomen die in het licht groeiden, en we tastten, begeleid door lantaarntjes, op zoek naar geschikte bomen. Deze werden geveld en daarna mee terug gesleept naar het dorp. Gelukkig wist ik een beetje te jagen en kon ik het voedsel verzamelen voor mijn Doelen.

Ook ging ik met een andere jager nog even het bos in. De technieken van Amanda waren beduidend anders dan de mijne, en ik lette goed op. Na afloop van onze tocht hadden we wellicht niks gevangen, maar ze deelde me wel de Kennis toe die ik nodig had voor mijn Doelen. Fijn, nu de manden nog en ik kon gewoon met mijn eigen spel verder.
Het viel me ook op dat elke keer als ik buiten de nederzetting kwam, er een klein blauw vogeltje meevloog en me in de gaten hield. Prisma vertelde dat zij hem ook zag.

Ik sloot ook een dealtje met de kok, Herm Dio. Hij was bezig met ruw voedsel tot verwerkt voedsel te maken van de gejaagde konijnen en verzamdelde plantjes een voedzame soep te maken, en ik kon als dagloner hem daarbij helpen. Ik mocht gember snijden en in de soep roeren. In ruil voor mijn harde werk mocht ik dan wat van de soep meenemen (en daarmee mijn Voedsel Doel halen).

Er waren zoveel mensen die hout nodig hadden dat Hannes niet alleen met zijn hakkerskunsten bezig moest, maar ook dagloners nodig had. Hij zette mij met een aantal andere dagloners aan het zagen van planken. Veel van de mensen in de nieuwe nederzetting hadden plannen om gebouwen te bouwen, en daar waren planken voor nodig. Tijdens het hakken, zagen en schaven rekende Hannes uit hoeveel planken er wel niet nodig waren. Meer dan 200!
Na het uitvoeren van het werk (en een dobbelspelletje om ons te vermaken bij het uitspelen van het zagen), klopten we aan bij de spelleiding. Helaas was de economie ons niet zo gunstig gezindt. Voor de hoeveelheid hout die we nodig zouden hebben, zou hij met nog 15 dagloners een uur moeten werken, of meerdere uren met de paar dagloners die we binnen de nederzetting hadden. Zucht.

We hadden al bedacht dat mijn jachthut en zijn houtschuur buiten de nederzetting misschien wel te combineren zou zijn. De spelbegeleiding had daarom onze optionele doelen gecombineerd en een korting gegeven op de grondstoffen die daarvoor nodig zouden zijn. Maar het werd al snel duidelijk dat het niet haalbaar was. De voorraadschuur en de wachttoren zouden voorrang moeten krijgen, en er waren gewoon niet voldoende timmermannen, houtverwerkers of dagloners om het klaar te boksen.

Hannes was zo gefrustreerd door het hout verwerken dat hij zijn bijltje neergooide en een hele grote hamer oppakte. We gingen op expeditie: bandieten hadden geiten gestolen van [vriendelijke mensen] en die gingen we terughalen. Aangezien er nog helemaal verder niet gebutst was na de vrijdagavond aankomstwals (waar ik niet aan mee kon doen omdat ik blind was) had ik er ook wel zin in. We trokken door het Duister, vonden het bandietenkamp en trokken van leer.
Ik schoot erop los en Hannes raasde als een dolle rond. Gijsbrecht, de lijfwacht van Vrouwe Corcra was ook goed bezig en ik kon met mijn pijlen de rest van de vechters redelijk goed ondersteunen. Toch zagen de bandieten hun kans schoon: ze maakten een flankerende beweging en ik werd in mijn rug geraakt omdat ik wegdraaide zodat mijn boog veilig bleef. Israel, een man die ik nog maar kort had gesproken, met een wijnvlek net boven zijn oog, sloeg de bandieten van me af. Toen ze eenmaal ter aarde stortten, plunderden we de zakken van de bandieten. Ik pakte een handje geld en deelde die grofweg in twee. De andere helft gaf ik aan Israel.
Vanuit het tentenkamp steeg een gejoel op: blijkbaar waren er nog meer bandieten, en we maakten ons weer op om een nieuwe aanval af te slaan. Gijsbrecht stond vooraan, met zijn plaatstalen bescherming was hij daar ook prima geschikt voor. Hannes was nog steeds dol, hij had zijn shirt uitgetrokken en riep luidkeels Jezebel aan om hem te sterken in het gevecht.

Wederom trokken de bandieten de groep uit elkaar, en Israel sprong er niet één, maar zelfs twee keer tussen toen de bandieten het op mij gemunt hadden. Hij werd zwaar geraakt en lag kermend op de grond. Pas toen de laatste bandieten neergeslagen waren, had ik tijd om bij hem te kijken. Ik pakte zijn hand vast, maar hij zag er niet goed uit. Een andere foranees (?) begon een tourniquet om zijn been te leggen om het bloeden te stelpen, en Vrouwe Corcra rende gauw terug naar Ons Thuis om meer genezers te halen.
Israel, toch al niet de meest spraakzame, protesteerde. Hij zei dat hij het niet waard was om geholpen te worden, dat we geen idee hadden wat hij allemaal had gedaan. Ik verstond nog niet eens de helft van wat hij zei, maar één woord was klinkklaar: kinderrover.
Ik slikte even. "Ik ben ook geen lieverdje." wierp ik tegen. "Jij zegt: ik ben het niet waard, maar zo voelde ik mij ook. Jij sprong er ook tussen toen ik aangevallen werd, en waarom? Ik ben dat ook niet per se waard, maar je deed het maar toch."
Ik bleef luisteren naar Israel, ook al verstond ik hem bijna niet, en knikken bij zijn woorden. Toen de genezers eindelijk kwamen, hadden anderen van de expeditie een brancard gemaakt van de tentpalen en canvas van het bandietenkamp. Israel werd gestabiliseerd en terug naar Ons Thuis gedragen.

De 'makkelijke' mensen kregen dit keer eerst eten. Ik ben nog steeds niet helemaal gewend aan het feit dat ik bij de mensen met allergieën mee moet eten en wij moesten even wachten. De hele larp was vegetarisch, op de gratis tosti's ham-kaas (wel zelf smeren), na. De eerste avond was het rijst met roergebakken tempeh en groenten in kerriesaus, wat zeker voedzaam en ook best lekker was. Op zaterdag was het eten voor de 'moeilijke' mensen pokebowl! Een on-opgerolde sushi waarbij alle onderdelen los op het bord geschept konden worden. Er waren plakjes radijs en komkommer, kleverige witte rijst met wijn-azijn, stukjes zeewier, roergebakken bosui, geraspte wortel, een witte saus en van alles. Ik had al een grote stapel op mijn bord geschept en toen bedacht ik me ineens: EDAMAME!!!
Edamame zijn DE BESTE bonen, en ik ben al zo enorm dol op bonen. Er lagen ontzettend veel edamame klaar dus ik schepte lekker een beetje op mijn bord. Even dacht ik nog dat ik mijn bord niet leeg zou krijgen, maar de edamame lonkten. Ik heb braaf mijn bordje opgegeten en ben toen nog een beetje meer edamame gaan halen. *burp* En de volgende dag stonden de restanten van de edamame ook bij het ontbijtbuffet en heb ik nog twee keer op kunnen scheppen. *burp x2*

Tegen het vallen van de avond was er gehuil in het bos. Het klonk als wolven. Ik keek uit de poort, maar het Duister weerhield me ervan dat ik nog meer kon zien. Ik trok me terug tot bij de herberg, en zag van daar dat er een vrouw met grote klauwen aan haar armen de nederzetting binnenliep. Ze zocht Vrouwe Eola op, die op haar beurt Vrouwe Corcra meetrok. Met zijn drieën liepen ze het bos en het Duister in.
Ik had mijn pantser afgegeven aan een dame die dat kon repareren, maar ik snelde naar binnen om mijn boog en pijlen te pakken. Tegen de tijd dat ik weer buiten stond en de Schemer inliep, waren ze nergens meer te bekennen. Ik struinde rond in de Schemer, maar er was niks te zien. Dat was raar. Ik wist zeker dat geen van de drie vrouwen een lichtje bij zich hadden, dus in het Duister zouden ze niks kunnen zien.
Overrichter zake keerde ik terug naar de nederzetting, en ik hield de poort in de gaten. Het duurde ongeveer een half uur, en af en toe hoorde ik nog wolvengehuil. Uiteindelijk keerden de beide Foranese vrouwen weer terug. Ik sprak ze aan.
"Niet zo heel handig, om samen zonder licht het bos in te lopen. Jullie hadden op zijn minst iemand mee kunnen nemen, of in ieder geval een lantaarn." zei ik; "Ik heb nog gezocht in de Schemer maar ik kon jullie niet vinden."
"Oh ja;" zei vrouwe Corcra afwijzend. "Ik had wel een lantaarntje bij me hoor. Misschien dat je dat niet gezien had."
Corcra beloofde me dat een volgende keer ze mij of Gijsbrecht op de hoogte zou stellen.
(Peer zei letterlijk: "Ik had OC geen lantaarn bij me maar IC wel." Zucht.)

Zaterdagavond viel het spel voor mij een beetje dood. Ik verveelde me. Israel moest rusten en was voor de rest van de avond even NPC omdat zijn personage blijvende schade had opgelopen van het gevecht. Geen kans dus om daar nog meer spel mee te maken. Hannes was even klaar met de grondstoffenruil en handel, dus was zichzelf verder aan het frustreren met een houten puzzel. Vrouwe Corcra, Tybor en anderen waren druk in gesprek, dus daar hoefde ik niet bij te zitten.
Uiteindelijk zaten we in de herberg in een hoekje met een stelletje leuke spelers die ik allemaal kende van Emphebion. Baarent en Herm Dio zaten ook aan tafel, en ik besloot om maar gewoon Ksenja's hele levensverhaal te vertellen.
Ik vertelde over Udmurtia, de rustplaats die gepacht werd door Boris. Over Sacha, mijn Sacha, en hoe wij trouwden. Hoe Boris over de stam overheerste en hoe Sacha zijn vader veel moest helpen. Dat Ilya, de broer van Sacha me uitnodigde om samen op pad te gaan, op zoek naar schatten in een ruïne. Hij spiegelde zijn vader voor dat daar wellicht nog boeken van Wilhelm zouden liggen, en Boris gaf ons mandaat om te gaan zoeken. Dat we aankwamen bij de ruïne en daar inderdaad allemaal waardevolle spullen lagen. Maar de sneeuwstorm begon en we moesten een tijd blijven, voor we weer op huis konden reizen.
Hoe Ilya me afleidde met een list en me van de trap liet donderen, de catacomben onder de ruïne in. En hoe ik wakker werd in het donker, met de ruïne die ingestort was om me heen.
"Hoe ben je daar ooit uitgekomen?" Vroeg Baarent.
"Ik zag een klein beetje licht, en toen ik daar aan de stenen begon te trekken werd het gat groter. Uiteindelijk kon ik naar buiten kruipen." zei ik. "In de sneeuw zag ik de voetsporen van Ilya weglopen, en die ben ik gevolgd, net zolang tot ik hem tegenkwam. Hij had een vuurtje gemaakt en haalde de waardevolle spullen uit de strozakken."
Ik vertelde hoe ik mijn boog had getrokken, en een pijl in Ilya zijn borst had geschoten. Dat de tweede pijl mis was. Dat de derde pijl een einde aan zijn leven had gemaakt. En dat ik daarmee mijn lot had bezegeld. Ik zou nooit meer naar huis kunnen. Bang dat Sacha me het kwalijk zou nemen dat ik zijn kleine broertje had vermoord. Dóódsbang voor Boris.
"Maar het was zelfverdediging!" zei Baarent verontwaardigd.
"Zo zal Boris het niet zien." zei ik stellig.

Het leverde wat interpersoonlijk spel op, maar er kwam verder niet zoveel meer op gang. Wel liepen er onzichtbare wezens door onze taveerne, die mensen tartten en wederom verblindden, dus ik heb een tijdje bij de deur gestaan om te voorkomen dat ze daardoor naar binnen zouden komen, met matig succes. Uiteindelijk ben ik maar vroeg naar bed gegaan.

Op zondag was er nog meer klein spel. De handel was druk bezig geweest en Tybor kwam me mijn manden brengen. Hij had ze uiteindelijk gekocht voor een aantal konijnen (één van de munteenheiden van Den Vereenighden Stammen der Scharheve). Ik had toch niets anders om mijn geroofde geld aan uit te geven. Ik had een aantal zwaarden van de bandieten weten te verhandelen voor meer konijnen, en de dame die mijn pantser had gerepareerd had dat voor wat vers gejaagd voedsel gedaan.

Ook regelde ik bij Babs een geschreven gunst. Israel was de dag ervoor twee keer voor een zwaard gesprongen wat op mij werd gemikt, en hij was daardoor zo zwaar gewond geraakt dat hij er nog lang, zo niet de rest van zijn leven last van zou hebben. Ik vond dat daar wat tegenover moest staan, dus ik liet haar een gunst uitschrijven. Er staat niet meer op dan "Van Ksenja, voor Israel, gunst niveau 2." maar het betekent dat hij in de toekomst mij om een vrij grote gunst kan vragen.
Ik wist het zelfs zo te doen dat ik de gunst in zijn buidel stopte terwijl hij druk bezig was om zijn geld te tellen. Zo was het hem niet opgevallen dat ik hem die gunst had gegeven. (Hij kwam er tot tijd-uit niet achter. Blijkbaar had hij zoveel gunsten verzameld dat hij de gunst niet eens had gevonden als ik er niet specifiek naar had gevraagd!)

Ondertussen was de zeug die Boer mee had gesleept tijdens de reis, druk bezig, en Boer rende wild rond. Ze was aan het bevallen, de biggetjes zouden er snel zijn! Ik vroeg hem of hij de moederkoek ging opeten, en toen hij en de andere aanwezigen een vies gezicht trokken begon ik het recept te beschrijven. Ze beloofden me de moederkoek, vooral zodat ik ophield met het watertanden van gebakken uitjes met verse varkensplacenta. (Yum?)

Ook werd er een expeditie op touw gezet om meer dagloners te vinden. We hadden een kaart gevonden van de omgeving van Thuis en we maakten een plan. Wilde Kat en ik namen het voortouw. Ik zag het niet zitten om bij het kluitje bange mensen te blijven want van zoveel mensen te dichtbij mij gaat mijn aura kriebelen. Ik struinde vooruit, dook onder laaghangende takken door en voelde me, om maar eens iets te noemen, best wel episch. Het was fijn om zo door het bos te struinen in een mooi en fijnzittend kostuum.
Toen we bij de andere nederzetting aankwamen bleek dat er niet veel inwoners waren, en die konden hun mankracht dus niet echt missen. Ze konden echter wel met ons handelen. Vrouwe Corcra ging natuurlijk druk aan het handelen, en ik ging even langs de zijkant zitten met Gijsbrecht en Phiineas. We hadden het over filosofische overdenkingen: Gijsbrecht vertelde dat hij ervoor had gekozen om in het leger te gaan en om lijfwacht te worden van Vrouwes Corcra en Eola, en Phiineas vroeg zich af wat hij zou doen als een van de vrouwes hem een order zou geven die tegen zijn principes inging. Phiineas was er de afgelopen avond ook bijgeweest toen ik vertelde over Ilya, en de discussie raakte zijdelings ook de morele worstelingen waar Ksenja mee zat.
Uiteindelijk gingen we met een heleboel hout weer terug naar Thuis.

Aan het einde van de middag kwam er nog een eindbuts, want dat is natuurlijk wat je doet als larp: afsluiten met een buts. Een groot en Eng Wezen kwam uit het bos gestruind en had bandieten of Duisterlingen bij zich. Er volgde een grote knokpartij. Ook hier liepen weer onzichtbare wezens tussen de vechters door en blijkbaar hadden ze het ook op mij gemunt. Ik werd nog twee keer verblind, maar het was wel dat de spelbegeleiders nu de regels iets hadden versoepeld: het effect zou nu maar 1 minuut duren. Ik heb maar een John Cena gedaan door met mijn hand voor mijn ogen te wapperen en achterwaarts het gevecht uit te lopen, zodat ik niet neergeklopt zou worden.
En ik kreeg ook nog een keer een angstspreuk over me heen, waardoor ik half over de zeug en haar biggetjes heenrende naar een veilige plek om me te verstoppen.

Mooi moment tijdens de eindbuts: Baarent die door een Splitter naar voren werd geschoven om de vijand aan te vallen, waarop Baarent van leer trok tegen de man uit split: "Ik ben niet een Lage die je zomaar kan rondcommanderen!"
En oh ja, de Grote Boze met het enge masker? Die heb ik met een pijl op zijn voorhoofd geraakt. Oeps. Sterke boog is iets te krachtig. Gelukkig geen blijvende schade (controleer ALTIJD je pijlen!) maar het was wel even schrikken.
Toen alle vijanden lagen, konden we kijken wat ze bij zich hadden, en iedereen heeft een mooie zilveren ring buitgemaakt als souvenir. De mijne heeft een arend, met grote vleugels.

----

Als ik het zo uitschrijf is het duidelijk dat Weerklank echt iets groots wil neerzetten en daar nog niet heel erg in slaagt. Ze hadden veel meer confrontaties tussen de verschillende volkeren verwacht, maar omdat iedereen nog nieuw is in de setting weten we vaak nog niet echt wat er nu zo anders is aan de andere volkeren. De setting leeft nog niet genoeg om die confrontatie 'logisch' te laten gebeuren.

Het Levend Kolonisten van Catan spelen vind ik erg kneuterig en er wordt niet goed mee gespeeld omdat als je dat wél wilt doen, niemand precies snapt waar je nu voor wilt handelen.

De Doelen kunnen een leuke verdieping geven aan het spel, maar vind ik zelf wat onnodig. Spel heb ik toch wel, en ik haal mijn lol vooral uit het spelen met anderen, niet zo zeer uit het halen van doelen. Ook een kutstreek: elke speler een eigen optioneel doel meegeven van een eigen gebouw neer te zetten. Waardoor iedereen dezelfde grondstoffen wil hebben en eigenlijk niemand dus echt hoop heeft op het halen van die doelen.

Drie butsen op drie dagen is écht te weinig. Zeker als je setting is "het is eng, er is Duister, en in het Duister leven Duistere Dingen" dan verwacht ik toch meer butsen. Ik vermoed dat er te weinig monsters waren om daar meer van te maken.
En de dingen die we naar ons hoofd kregen waren bijna spelbelemmerend. In het Duister zie je geen hand voor ogen, en als je een lantaarntje bij je hebt kun je 2 meter om je heen zien. Het gooien met blindheidspreuken en dat het initieel erg lastig was om de blindheid op te lossen. En het feit dat je blijkbaar je Wilskracht in kon zetten om Blindheid tegen te werken was mij ook niet bekend (maar ik onthoud dingen ontzettend slecht op dit moment, dus daar zou het ook aan kunnen liggen).

Maar eerlijk is eerlijk: ik heb een erg leuk weekend gehad. Ik had een fijn kostuum aan wat lekker zat en waar ik me mooi in voelde. En: waar ik me STERK in voelde. Ik heb tegen Gijsbrecht op een gegeven moment de opmerking gemaakt "wij zijn de twee sterkste mannen van het dorp" en zo voelde dat oprecht ook. Ik voelde me niet oud, moe, ongetraind, en conditieloos, maar ik voelde me in mijn element, sterk, veilig, omringd door leuke mensen en in staat om de wereld van me af te houden. En is dat niet waar LARP om gaat?

Date: 2023-05-14 08:33 am (UTC)
From: (Anonymous)
Ondanks de opstartperikelen klinkt het als een Larp met potentieel. Dat grondstoffen-ding is ook nooit mijn ding, maar misschien moet dat nog groeien. Als een klein clubje gaat sputteren over woordkeuzes (zoals jij gedaan hebt met de afkorting VSS), dan stoppen mensen er vanzelf mee.
... en pokebowl FTW! Daar kan je mij spreekwoordelijk 's nachts voor wakker maken. Die kok moeten ze houden.

Profile

janestarz: (Default)
janestarz

April 2026

S M T W T F S
    1234
5 678 910 11
12 1314 15 161718
19202122232425
2627282930  

Tags

Page Summary

Style Credit

Expand Cut Tags

No cut tags
Page generated Apr. 18th, 2026 04:36 am
Powered by Dreamwidth Studios