Zoals altijd wel vaker gaat niets zo soepel als je hoopt. Zo ook De VerHerVerPoging van Project Snowflake. Mijn eerste poging werd afgetrokken, de wol was weer in bolletjesvorm, en ik had de boord al vrij snel gebreid. Daarna het kant-gedeelte. Och, wat heb ik daarmee geworsteld. Volgens mij ben ik wel drie keer opnieuw begonnen (aan het kant-gedeelte). Maar op een bepaald moment raakte ik in de cadans. Voor deze trui zit er een bepaalde logica in het patroon, en als je eenmaal een herkenbaar stukje kant al hebt, is het vrij eenvoudig om te zien hoe het in de volgende toer gebreid moet worden. Ik denk dat rond toer 6 of 8 ik wel weer op dat punt was aangekomen.
Het project ging zelfs mee naar de Nieuwjaarsgroet in Bergen, en ik breide een record. Kant breien op een sociale middag? Dat ging best goed! Boven verwachting goed zelfs.
Na het kant en de twee laatste toeren in donkerblauw kon ik wisselen naar de paarse bolletjes en een iets grotere naald. Ik brei de trui met minimaal vijf verschillende verfbaden (drie van de paarse en twee van de donkerblauwe). Omdat het een fingering-weight garen is en ik twee draden tegelijk brei, is daar makkelijk in te mixen. Met de winterse avonden en het gebrek aan licht was het moeilijk te zien welk bolletje bij welk verfbad hoorde, maar ik had tijdens Den Eersten Pooghing al geprobeerd af en toe van bol te wisseln, dus ik had een aantal kleinere en grotere bolletjes en zelfs nog een onaangebroken volledige streng.
Vlak na het kant-gedeelte liet ik mijn hoofd over de short rows gaan. Ik ben niet zo'n fan van truien die in het rond gebreid worden en geen rekening houden dat je de hals op de rug een stuk hoger wilt hebben dan aan de voorkant. Als je daar geen rekening mee houdt, heb je dus altijd een trui die aanvoelt alsof je hem achterstevoren aanhebt. Het veranker-punt ligt namelijk onder de arm - daar stabiliseert het gebreide zich. Of beter gezegd: onder de arm komen voorpand en achterpand samen, en als je er geen rekening mee houdt ligt je achterhals dus op dezelfde hoogte als de voorhals en dat is verdomde koud.
Eén manier om dit op de op te lossen zijn verkorte toeren (in het Engels: short rows). In de Boden trui kwam ik daar voor het eerste mee in aanraking en dat was briljant. Je breit dan verkorte toeren en stopt eventjes met helemaal in het rond breien. Als je dus vanaf onder de arm meet: dan wordt de achterkant hoger dan de voorkant en krijg je geen koude rug.
Den Eerschten Maal breide ik de verkorte toeren direct na het lace gedeelte. Dat betekende een hoop gepuzzel. Je bent namelijk veel meer aan de achterkant aan het breien en daar dus ook aan het meerderen, terwijl de voorkant even vergeten wordt. Daarom was op een bepaald moment de achterkant al breed genoeg, maar moet ik aan de voorkant nog meerderen. Erg verwarrend.
Ik vroeg me af in hoeverre dat eigenlijk nodig was. Maakt het daadwerkelijk uit of je de verkorte toeren tijdens het meerderen doet, of mag het ook daarna?
En eigenlijk....nee, het maakt niet uit. Zolang je de verkorte toeren maar uitvoert voordat je de mouwen afsplitst van de rest van je breiwerk. Voordat je het voorpand dus onder de arm 'vastmaakt' aan het achterpand.
Het meerderen is nu klaar. Ik heb het juiste aantal steken op de naald staan en volgens het patroon moet ik nu de steken voor de mouwen afsplitsen, maar dit is het moment dat ik eigenwijs mijn short rows ga doen. De grote vraag is dus: hoeveel dan?
Als referentie pakte ik het Boden patroon er weer bij. Ik schrok een beetje van hoe vreselijk veel short rows ze deden...en ik weet niet zeker of ik er echt zoveel nodig zou hebben. Het zijn maar liefst 12 toeren short rows en vervolgens nog eens 6 herhalingen van rij 9 & 10. Dat lijkt me een beetje veel. Zeker als je bedenkt dat de Boden in Aran-dikte garen wordt gebreid, dat is nog een tikkeltje dikker dan DK en wordt op naalden 5 mm gebreid in plaats van 4 mm die ik nu gebruik.
Maar ach, waarom ook niet? Ik kan altijd weer een stuk afhalen.
Het belangrijkste op dit moment is dat ik even bij dit project blijf en niet over spring naar de volgende sok om te breien, hoe verleidelijk die gedachte ook is. Ik wil heel graag een indicatie van hoe lang ik over een trui breien doe. Tot nu toe ben ik 1 maand en 2 dagen bezig.
Word vervolgd.
Het project ging zelfs mee naar de Nieuwjaarsgroet in Bergen, en ik breide een record. Kant breien op een sociale middag? Dat ging best goed! Boven verwachting goed zelfs.
Na het kant en de twee laatste toeren in donkerblauw kon ik wisselen naar de paarse bolletjes en een iets grotere naald. Ik brei de trui met minimaal vijf verschillende verfbaden (drie van de paarse en twee van de donkerblauwe). Omdat het een fingering-weight garen is en ik twee draden tegelijk brei, is daar makkelijk in te mixen. Met de winterse avonden en het gebrek aan licht was het moeilijk te zien welk bolletje bij welk verfbad hoorde, maar ik had tijdens Den Eersten Pooghing al geprobeerd af en toe van bol te wisseln, dus ik had een aantal kleinere en grotere bolletjes en zelfs nog een onaangebroken volledige streng.
Vlak na het kant-gedeelte liet ik mijn hoofd over de short rows gaan. Ik ben niet zo'n fan van truien die in het rond gebreid worden en geen rekening houden dat je de hals op de rug een stuk hoger wilt hebben dan aan de voorkant. Als je daar geen rekening mee houdt, heb je dus altijd een trui die aanvoelt alsof je hem achterstevoren aanhebt. Het veranker-punt ligt namelijk onder de arm - daar stabiliseert het gebreide zich. Of beter gezegd: onder de arm komen voorpand en achterpand samen, en als je er geen rekening mee houdt ligt je achterhals dus op dezelfde hoogte als de voorhals en dat is verdomde koud.
Eén manier om dit op de op te lossen zijn verkorte toeren (in het Engels: short rows). In de Boden trui kwam ik daar voor het eerste mee in aanraking en dat was briljant. Je breit dan verkorte toeren en stopt eventjes met helemaal in het rond breien. Als je dus vanaf onder de arm meet: dan wordt de achterkant hoger dan de voorkant en krijg je geen koude rug.
Den Eerschten Maal breide ik de verkorte toeren direct na het lace gedeelte. Dat betekende een hoop gepuzzel. Je bent namelijk veel meer aan de achterkant aan het breien en daar dus ook aan het meerderen, terwijl de voorkant even vergeten wordt. Daarom was op een bepaald moment de achterkant al breed genoeg, maar moet ik aan de voorkant nog meerderen. Erg verwarrend.
Ik vroeg me af in hoeverre dat eigenlijk nodig was. Maakt het daadwerkelijk uit of je de verkorte toeren tijdens het meerderen doet, of mag het ook daarna?
En eigenlijk....nee, het maakt niet uit. Zolang je de verkorte toeren maar uitvoert voordat je de mouwen afsplitst van de rest van je breiwerk. Voordat je het voorpand dus onder de arm 'vastmaakt' aan het achterpand.
Het meerderen is nu klaar. Ik heb het juiste aantal steken op de naald staan en volgens het patroon moet ik nu de steken voor de mouwen afsplitsen, maar dit is het moment dat ik eigenwijs mijn short rows ga doen. De grote vraag is dus: hoeveel dan?
Als referentie pakte ik het Boden patroon er weer bij. Ik schrok een beetje van hoe vreselijk veel short rows ze deden...en ik weet niet zeker of ik er echt zoveel nodig zou hebben. Het zijn maar liefst 12 toeren short rows en vervolgens nog eens 6 herhalingen van rij 9 & 10. Dat lijkt me een beetje veel. Zeker als je bedenkt dat de Boden in Aran-dikte garen wordt gebreid, dat is nog een tikkeltje dikker dan DK en wordt op naalden 5 mm gebreid in plaats van 4 mm die ik nu gebruik.
Maar ach, waarom ook niet? Ik kan altijd weer een stuk afhalen.
Het belangrijkste op dit moment is dat ik even bij dit project blijf en niet over spring naar de volgende sok om te breien, hoe verleidelijk die gedachte ook is. Ik wil heel graag een indicatie van hoe lang ik over een trui breien doe. Tot nu toe ben ik 1 maand en 2 dagen bezig.
Word vervolgd.
no subject
Date: 2023-02-19 09:52 am (UTC)no subject
Date: 2023-02-19 07:45 pm (UTC)