janestarz: (Me - Truestrike)
[personal profile] janestarz
Na de drukte van de kerstdagen moet ik altijd even ontkoppelen en dit jaar ging dat maar moeizaam. Het plannen van de kerstvieringen ging best soepel: schoonouders op de 22e bij de Chinees om de hoek, dat scheelde ons al een heel eind reizen. De 24e bij Bernadette thuis en de 25e bij mama en Luc in Houten. Wel maakte ik tijdens het laatste kerstdiner mijn allereerste paniekaanval mee. Geen leuke ervaring en ik was er de 26e nog best van ondersteboven. Ik hoopte dan maar dat Emphebion precies was wat ik nodig had om even weer tot mezelf te komen.
Ik werd door Eisirt gedropt bij de Kievit en vele lieve mensen stonden klaar voor knuffels. Ik kon mijn ei een beetje kwijt bij ze, en ondanks dat ik niet helemaal kon vertellen waarom ik zo in de stress schoot, was hun medeleven en knuffels genoeg om me klaar te stomen voor de avond.

Omdat er voor de verandering een groep na ons in de Kievit zou verblijven, moesten we op de laatste dag al om 11 uur weg zijn van de locatie maar dat betekende dat we op de eerste dag eerder mochten beginnen met een stukje IC bij de haard, waar we de avond voor de aankomst zouden uit kunnen spelen. "Tja, wie gaat er dan ook op maandag roleplayen?" was mijn droge opmerking nog. "Annet....het is dinsdag vandaag."
Oh ja.



Gezien het weer trok ik mijn oude winterkostuum aan voor de wandeling door het bos naar de locatie. De twee wollen jurken over een chemise, t-shirt en legging zijn altijd lekker warm en ze zitten fijn. Ik nam plaats bij het haardvuur bij Ridder David, Abe en Mira. We keuvelden wat over de reis en ik kon Abe zijn penning overhandigen, die getuigde van zijn inzet bij het ritueel van de Vier Kwaden. Dat had ik Vrouwe Welgeborene beloofd die zomer.
"Het is fijn dat we even een rustig momentje hebben samen, want ik heb iets wat ik graag met jullie wil bespreken;" zei ik tegen David en Abe. Ik had al lang bedacht dat ik dit aan Ridder David wilde toevertrouwen en Abe stond voor mij op hetzelfde lijstje met Zeer Betrouwbare Mensen.
Ik vertelde hen over mijn wensen. "Als er iets met mij gebeurt en ik overleef het niet, dan zou ik je willen vragen om de ring en de ketting terug te brengen naar het archief." Ik keek David direct aan. Hij was immers bij mij geweest toen ik de ring uit het archief had gehaald. Uit mijn ooghoek zag ik Abe bedachtzaam knikken. "Ik had aan de archivaris beloofd om de ring terug te plaatsen, en ketting erbij te voegen, als het inderdaad de ketting van het Keizerrijk was. Ik zou graag willen dat dat gebeurt als ik overlijd."
Abe en David beloofden dat ze er zorg voor zouden dragen.
"Let wel op, alsjeblieft. David, jij was erbij dat de archivaris het vertelde maar Abe niet. De ring is niet veilig voor mannen om aan te raken."
David knikte, hij wist het nog precies. Op mijn vraag of hij ooit iets gemerkt had van wat voor effecten het aanraken van de ring teweeg zouden brengen, vertelde hij dat hij handschoenen aan had gehad toen hij de ring uit het archief had gepakt. Dat was waarschijnlijk maar goed ook.

Na het avondeten mochten we (weer) IC in groepjes. Er was een spooktocht uitgezet in het bos met breaklights, en we konden zelf de route volgen. Een geweldig idee en het was echt heel spannend. Voor de NPCs was het vast minder leuk - ze zaten op gezette plekjes langs het pad maar te wachten tot de spelers langs zouden komen. Er waren dwaallichtjes die me bijna van het pad lokten, banshees die net deden alsof ze kleine verloren kinderen waren en Zaphira's hart brak een beetje.
Ook was het pad moeilijk te zien met nieuwe maan, het was glibberig en er lagen regelmatig boomstammen over het pad. Ik kon ze gelukkig goed zien liggen, en we hielpen elkaar verder. Wel maakten we de route ietsje korter omdat we wel klaar waren met het gestrompel door de modder. Ik vond het voor Danny vooral eng, gelukkig loopt hij nu niet meer met een stok, maar ik kon me goed voorstellen dat het voor hem niet fijn was.

We kwamen aan bij het landhuis en binnen vond ik een breed grijnzende Stanislav. Ik overhandigde mijn adelbrief aan Rosie, de dame achter de toog, en vroeg of ik mijn kamer kon opwaarderen naar een luxe kamer. Ook bestelde ik een kamer voor Stanislav en Abe (die al snel riep: "Hey Zaphira, jij bent nu van adel toch? Mooi, jij betaalt!") en ik overhandigde een groot deel van mijn kristal om de overnachtingen te betalen.

Het beloofde een bewogen bezoek te worden, dus met zes lieden van hoge status spraken we af dat de avonturiers vooral hun ding moesten doen (er was toch geen mogelijkheid dat we ze tegen konden gaan houden) maar dan wel met de vraag of zij zo veel mogelijk informatie wilden delen met ons. Ik wees Nadine de elf aan, die braaf knikte en haar boek omhoog hield. Nadine is goed in dingen opschrijven.

Later die avond ving ik iets op in de gesprekken bij de bar. Een meisje met prachtige oorversieringen die de vorm nabootsten van elvenoren was blijkbaar trots dat zij een boek van de elven had gestolen. Ik vroeg of ik het boek mocht zien, en bladerde er even in, maar kon er niet zo snel wijs uit worden. Er stonden prachtige tekeningen in van vele kruiden, en gaf snel het boek terug. Daarna trok ik Ridder David even aan zijn mouw om te vragen of wij als lieden van Hoge Status daar nog actie op moesten ondernemen.
"Nee, dat denk ik niet. Dan zouden we ze moeten uitleveren in Pallax en ik weet niet eens of daar ook bekend is dat er iets gestolen was." wimpelde David me af.
Ik was er nog niet zo zeker van, we hadden toch een bepaalde plicht, maar mijn status was van Iis omgezet naar Annalusië en Pallax was weer een hele andere staat. Ingewikkeld allemaal en ik was het er nog niet helemaal mee eens ook.

De volgende ochtend na mijn ochtenddans met de zijden waaiers trok ik met Hilde, en Alizee en wat anderen het bos in om bloemetjes te plukken. Het was natuurlijk ook wel winter, dus veel stond er niet. Mijn nieuwe jurk ging prima samen met mijn kisten, maar ondanks de extra dikke zolen raakte de zoom toch zwaar met water verzadigd. Dat is natuurlijk niet erg -- had het maar geen larp jurk moeten worden -- maar mijn nieuwe mantel van 100% wol kriebelde als een gek! Het was eigenlijk ook te warm voor zo'n dikke mantel, maar de wind was fris.
Helaas was na een uurtje de koek ook wel op, en was ik blij dat we terug gingen naar de herberg. Kisten zijn nog een stuk zwaarder dan andere laarzen, en de wandeling was echt vermoeiend geweest. Ook had ik maar 1 bruikbaar kruid gevonden. Blijkbaar had ik de regels over componenten verzamelen verkeerd begrepen. Ik had wel de vaardigheid meerdere keren aangekocht, maar dat betekende slechts dat je meerdere keren per dagdeel een uur in het bos kan gaan zoeken naar kruiden, niet dat je per wandeling meer kruiden vindt. Ik vond het prima, ik was nu al moe en ik zag mezelf niet nog een keer zo'n wandeling gaan maken.

Onderwijl was het in het landhuis een drukte van jewelste. Een grote stenen constructie in een hoek van de eetzaal gaf toegang aan een kerker en de gangen waren maar nauw. Meerdere avonturiers waren er druk mee bezig en ik hield me er ver van. De voorman, Cornelis Leegwater, zag het met lede ogen aan.
Dit landhuis stond al twintig jaar leeg, en het handelaarsgilde had bedacht dat het een prima plek zou zijn om daar in de buurt een handelspost te bouwen. Tijdens de bouw kwamen er echter steeds meer ondoden hun werkzaamheden verstoren, en daarom was er in de Zware Pers (de krant) een oproep geplaatst voor avonturiers. De voorman probeerde alles in goede banen te leiden, maar sommige avonturiers gingen er veel te laks mee om. Ik was in de achterkamer bij de haard bezig toen ik zijn stem hoorde donderen over een brandstapel met lijken terwijl de wind richting het landhuis stond. Hij was duidelijk zwaar overstuur, en Ridder David haastte zich om de gemoederen weer te sussen.

Ik had ook een uitnodiging gekregen van Kapitein Caspar Goudhaan voor een kopje thee. 'Gepaste kleding wordt gewaardeerd.' Ik schoof aan tafel met haar en een aantal anderen van stand, maar al snel werd ons samenzijn bruut verstoord. Caspar kreeg een brief toegeschoven door een boodschapper, en na het lezen sprong ze gelijk op van tafel. Alhoewel we probeerden verder te keuvelen was het al snel duidelijk dat Caspar niet meer terug zou komen, en langzaam viel ons theekransje in duigen. Ik schoof nog snel een koekje met glazuur naar binnen en ging toen ook weer andere dingen doen.
Ik had de inhoud van de brief niet meegekregen, maar in de gesprekken die middag ving ik op dat Caspar via de brief te horen had gekregen dat een bepaalde vrouw te arresteren en te executeren of een andere gepaste straf te geven vanwege haar daden elders. Caspar ging direct aan de slag, maar er gebeurde veel tegelijkertijd. En er waren ook klopgeesten aanwezig, die met meubilair aan het schuiven waren. Het was uiterst vervelend.

Ondertussen had Jarek mij ook benaderd die ochtend. Hij wilde wel magie leren, of ik hem dat even kon uitleggen. Hij was duidelijk vergeten hoe onze gesprekken van de zomer waren verlopen en Jarek was weer zijn nuchtere zelf (niet dat ik veel meer had verwacht hoor...). Ik vroeg meester Raistlin een paar vragen over hoe ik dat het beste aan kon pakken, en ging toen met Jarek zitten om de basis uit te leggen. Ik begon met de verschillen tussen elementaire en goddelijke magie, en de overeenkomsten.
"Een priester krijgt de magie van zijn of haar god of godin." begon ik; "Een magiër put zijn of haar kracht uit de elementen. Deze zijn water, vuur, aarde en lucht. Maar ongeacht waar de magie vandaan komt, ze hebben wel iets gemeen. Elke dag moeten wij een moment nemen voor zichzelf, om contact te leggen met de magie om hen heen, of een gebed uit te spreken om in contact te treden met hun god of godin. Hoe de persoon die connectie maakt, is aan henzelf. Mijn eerste aanraking hiermee was het ochtendgebed van Yanis...En Dwi, bedoel ik. Ik dacht dat zij een dansles gaf voor haar broer en zus en had gevraagd met gebaren of ik mee mocht doen. Tabitha had een gestileerde vechtstijl, met langzame bewegingen. Het moet iets zijn wat bij jou past, en wat jou nader brengt tot datgene wat jou de magie geeft."
Ik vroeg Jarek of hij al een idee had welk element bij hem zou passen en of hij een idee had wat zijn ochtendritueel kon zijn.
"Ik heb al een ochtendroutine, want ik kan wapens versterken." Jarek pakte zijn boekje erbij en sloeg de bladzijden open zodat ik rijen en rijen met runen kon zien. "Hiermee versterk ik een wapen."
Er was wel enige overeenkomst met de magie die ik hem probeerde te leren, dus ik haakte erop in. "Zo is het met elementaire magie ook. Het is een samenspel van de magie die je in je hebt, de intentie die je helder houdt in je hoofd, en de gebaren en woorden die de intentie vorm geven. Net zoals jij bepaalde runen kiest om het wapen te versterken, kies je een gebaar en woorden om je intentie over te brengen."
Jarek stelde veel vragen, en uiteindelijk zette ik hem aan tafel met een appel voor hem. "Hoe zou je deze appel van je wegduwen, als je dat met magie zou doen?"
Hij keek heel moeilijk. "Hoe bedoel je?"
"Je kunt natuurlijk een windvlaag bedenken, of een waterstraal, een aardverschuiving..." stelde ik voor.
Jarek was nog steeds moeilijk aan het kijken, maar ineens bewoog de appel uit zichzelf en rolde hij op de grond. Kort daarna vloog mijn theekopje door de ruimte naar een andere tafel. De klopgeesten waren zich met mijn les aan het bemoeien!
"Ja, zo schiet het niet op natuurlijk." zei Jarek geërgerd.
"Denk nog maar eens na over welke bewoordingen je zou willen gebruiken voor je spreuk." moedigde ik hem aan, terwijl hij wegliep uit de ruimte.

Niet lang daarna kwam hij bij me terug. "Hoorde jij ook een stem?"
Blijkbaar hadden de klopgeesten een mening over kapitein Caspar. Ze zeiden dat een Goudhaan rare dingen had uitgehaald en hun uitspraak "Een ziel voor een ziel;" maakte me ongerust. Ik ging op zoek naar Tiberius. Als Meester Monsterjager zou hij ook wel een mening hebben. Jarek ging mee, hij had ook een goede verstandhouding met Tiberius ook al was hij geen lid van het monsterjagersgilde.
"Kapitein Caspar is bezig met een rechtszaak maar haar eigen loyaliteiten worden nu in twijfel getrokken;" zei Jarek tegen Tiberius. "Hoe kan dit nog een eerlijk proces zijn?"
Tiberius fronste. "Het is mij niet geheel duidelijk in hoeverre dit nu een rechtszaak is. Volgens mij had zij alleen een brief gekregen met instructies, en hoeft zij helemaal geen rechtszaak te doen."
We keken naar de hoek bij de haard, waar onder andere Caspar, Luca en David de verdachte ondervroegen. Er waren al eerder geruchten geweest, en er was iemand met een waarheidsritueel ondervraagd, maar was dat dezelfde persoon?
En dan Kapitein Caspar: als er iemand van hoge status de wet zou breken moesten er drie anderen van hoge status over haar rechtspreken, maar Tiberius leek niet geheel overtuigd. "Dus er is een stem, niet een persoon maar een stem van een geest, die haar beschuldigd? Laten ze eerst maar eens met bewijs komen."
"We kunnen haar allicht vragen hoe de vork in de steel zit." drong Jarek aan.
Tiberius was nog niet overstag, en weigerde in te breken in waar Caspar mee bezig was.

Stanislav stond veel op wacht bij de ingang naar de kerkers. Ik liep af en toe langs hem en vroeg hoe het met hem ging en of hij misschien iets te drinken wilde. Hij was ingehuurd door meestertroubadour Luciano om op wacht te staan, maar die leek zich niet echt om Stanislav te bekommeren. Bij de bar zat de beste man zelf, hij prikte met een vinger in mijn zij en knipoogde naar mij toen ik koffie haalde voor Stanislav. Luciano leek maar niet te begrijpen waarom zijn gebruikelijke versiertrucs niet het gebruikelijke effect hadden, maar de koffie voor Stanislav werd gewaardeerd.
Pas toen Stanislav klaar was met zijn wacht herinnerde ik dat ik ook voor hem een gedenkpenning had gekregen van Vrouwe Welgeborene. Ik verontschuldigde me naar de beste man dat ik het was vergeten.
"It's alright, Highness. You are very busy." reageerde hij beleefd.
Ik vertelde hem over de ceremonie, het geld wat Welgeborene nog voor hem zou hebben, en dat ik doorgegeven had aan hun scribent dat ik de penning voor Stanislav in ontvangst had genomen, dus dat ze op de hoogte zouden zijn als hij aan zou kloppen. Stanislav bedankte me uitvoerig.

Er was ook nog een aankondiging: de trol Khaylynn en de mens Lourens wilden een ritueel doen om van ras te wisselen. Ze kondigden hun intenties aan en ik had er niet veel op gelet, tot ik ineens Lourens langs zag lopen met een verband om zijn voorhoofd gewikkeld.
"Is alles in orde?" vroeg ik hem, en ik tastte voorzichtig met mijn vingers op het verband. Het leek droog te zijn en had geen bloedvlekken, dus de verwonding kon niet erg zijn. Lourens vertelde dat er een knobbeltje onder de huid zat. Mogelijk dat zijn horens door aan het komen waren. Het ritueel was duidelijk gelukt, en Khaylynn haar huid begon er gladder en minder trolachtig uit te zien.
"Hm;" dacht ik hardop; "Ik kan natuurlijk een incisie maken zodat de hoorn niet meer de huid onder spanning zet, maar gewoon door de incisie heen komt. Maar mogelijk is dit een normaal iets voor een trol. Gewoon een teken dat je volwassen wordt, zullen we maar zeggen."
Lourens wilde geen incisie, maar ik nam me voor een oogje in het zeil te houden.

Kapitein Caspar was nog steeds druk bezig met haar opdracht, en Ridder David, Luca en anderen hielden het nauwlettend in de gaten. Ik dwaalde een beetje van de zitkamer met de openhaard waar hun onderzoek aan de gang was naar de algemene gelagkamer met de toog, waar ook de ingang naar de kerkers zat. Aan een tafel bij de muur zaten een aantal monsterjagers bij elkaar. Meester Tiberius was geanimeerd in gesprek met een aantal mensen die ik niet kende, en één bekend gezicht. Zijn lange haar, brede schouders, en slome glimlach. Hij luisterde naar Tiberius, maar zijn ogen volgden mij toen ik naar de toog liep. Ik draaide me terug om te zien of hij inderdaad naar me keek, en hij knikte met een schalkse glimlach.
Mijn adem stokte in mijn keel, en ik schonk een kopje thee voor mezelf in. Toen ik terug beende naar de zitkamer met de open haard, zei hij zachtjes "Dag Zaphira..."

Roland Wildekind. Ik hapte naar adem en liep snel door, om neer te ploffen op een bank in de andere kamer, ver genoeg weg van de rechtszaak dat ik ze niet zou storen, maar ook veilig ver weg van Roland.
Wat deed hij nou weer hier!? Ik had hem in jaren niet gezien, en dat was maar goed ook. De boosheid en pijn die ik diep begraven had kwamen weer naar boven, en mijn maag draaide van de emoties. Ik had niet verwacht hem nog eens tegen het lijf te lopen, maar natuurlijk kon ik het niet zomaar negeren dat hij mijn leven weer ingelopen was.

Ik schrok op uit mijn overpeinzingen toen Ridder David naast me kwam zitten. Blijkbaar was er even pauze bij de rechtzaak, of waren ze misschien al klaar?
"Roland Wildekind is hier." kondigde ik aan.
Blijkbaar wist David ook wie dat was. Hij knikte. "Ik had hem gezien, ja. Hij is nu leider van het monsterjagersgilde."
Ik was eventjes stil. "Ik wil hem het liefste een klap in zijn gezicht geven voor wat hij in het verleden geeft gedaan."
"Dat lijkt me onverstandig;" zei David. "Daar komt niks goeds van. Hij is ook van hoge status nu, dus dat krijgt repercussies. Je kunt niet zomaar een gildemeester slaan, Zaphira."
Ik dacht even na. "Misschien niet. Maar hij kan ten minste zijn excuses aanbieden."

Na zijn gesprek met de monsterjagers zag ik dat Roland buiten bezig was. Ik had het binnen veel te warm, en vond het niet erg om even buiten in de frisse lucht te staan. Ik had mijn omslagdoek om mijn schouders geslagen, dat was warm genoeg voor de zwoele decemberavond. Het was niet mijn bedoeling om hem te storen, maar zo gauw zijn kompanen naar binnen gingen, zei Roland dat ze maar moesten gaan en kwam hij naar me toe.
"Je wilde me spreken." stak Roland van wal.
Ik probeerde mijn woorden te vinden, mijn gedachten te ordenen.
"Ik heb je niet meer gezien in jaren;" begon ik; "De laatste keer dat we elkaar zagen kon ik nog niet eens praten, was ik mijn stem nog kwijt. En nu zie je me weer, hoor je mijn stem, en het enige wat je zegt is 'je wilde me spreken!?'."
Roland was duidelijk van zijn apropos. "Het is goed om je stem te horen." zei hij. Het was voor hem vast niet makkelijk om weer oog in oog met mij te staan, om te doorgronden wat ik van hem wilde.

"Ik werd met de andere seizoenen ontboden aan het hof van de Faye." begon ik mijn verhaal. "We werden ernaartoe gebracht en Oberyn, Titania en Banshee waren daar allemaal. Baldyr als zomer was altijd al vrolijk, maar nu stond hij te wippen op zijn tenen. De Faye court maakte alle emoties sterker, dat merkte ik ook heel goed."
"Banshee wilde met mij praten en ik gebaarde mijn antwoorden naar haar, maar dat wilde ze niet hebben. 'Dit volstaat niet.' zei ze resoluut." Ik stak mijn vinger omhoog zoals Banshee bij mij ook had gedaan. "Ze moedigde me aan om te praten, en onder haar strenge blik en daar in de Faye court kon ik praten. Toen onze audiëntie voorbij was werden we teruggebracht naar het landhuis, en ik wilde Dorian vinden. Hij had veel tijd gestoken in de hoop mij weer te helpen praten en ik kon niet wachten om hem te vertellen van Banshee. Maar toen ik hem vond, kreeg ik niet meer uit mijn keel dan 'Ba...', en jij hoorde dat en deed het geluid van een schaap na!"
Ik viel stil en keek Roland aan. Zijn gezicht was serieus. "Ik ben een botte hork." Hij keek erbij alsof hij vooral in zichzelf teleurgesteld was. "Het was nooit mijn bedoeling om je belachelijk te maken. Ik dacht niet na, het was een reflex, een grapje wat ik vaker maakte. Het spijt me."
Er viel een stilte. Ik was verbaasd. Er was geen moment geweest dat ik niet nijdig was op Roland, maar zoals hij nu tegenover me stond...grote, sterke Roland, die de wereld met een grap tegemoet trad. Ik zag nu ineens een hele andere kant van hem.
"Dankjewel." fluisterde ik.

Tijdens het eten draaiden mijn hersenen overuren. Roland had me gekwetst met zijn woorden en er waren jaren overheen gegaan. Natuurlijk had ik nog vaak aan hem gedacht, aan zijn onnadenkendheid, zijn 'grappige' grapje wat me zoveel pijn had gedaan.
Ik wist ook precies waaróm het zoveel pijn had gedaan.
Roland, knappe, stoere, sterke Roland. Ik had hem ontmoet op dezelfde dag dat ik bij de avonturiers was gekomen. Ik was op zoek geweest naar antwoorden die maar niet leken te komen. Naar iemand die mij kon redden.
Mijn hart had een sprongetje gemaakt van blijdschap omdat Banshee iets in mij los had gemaakt, en toen was daar die knappe, stoere, sterke man met zijn grote laars bovenop gaan staan. Een knappe man waar ik meer voor voelde dan ik eigenlijk had durven toegeven. Dáárom had het zo verschrikkelijk veel pijn gedaan. Dáárom had ik gezworen het hem nooit te vergeven.
In mijn gedachten zag ik weer hoe hij naar me had gekeken. Hij leek geschokt te zijn geweest toen ik hem vertelde over de Faye, over Banshee. Alsof hij nu pas begreep hoe diep zijn ongelukkige grap mij had gekwetst. Alsof dat absoluut niet zijn bedoeling was geweest.
Alsof er onder dat stoere, sterke imago een onzeker, zacht persoon verscholen zat...
...ik moest nog een keer met hem praten.

Roland was echter druk met zijn gildezaken en ook ik zat niet stil. Ik maakte kennis met twee journalisten van de Zware Pers, en ze vertelden over hun werk. Ik luisterde maar half, en was in mijn hoofd al bezig om een oproep te formuleren. Ik vertelde ze dat ik op zoek was naar familie van een alchemiste, die een aantal jaren geleden in een explosie was verdwenen. De journalist schreef braaf mijn oproep in zijn boekje, en beloofde dat het bericht bij de volgende editie van de Zware Pers gepubliceerd zou worden.

Ook was er een uitbraak van Rode Rot. Eén van de mensen van de bouwplaats foeterde op ons. "Wat voor genezers hebben jullie, dat ze de geur van Rode Rot niet eens herkennen?"
Ik gaf opdracht de zitkamer te ontruimen, zodat de zieken daar in quarantaine geplaatst konden worden. Eén van de andere genezers ging aan de slag met een ritueel om de aandoening te genezen.

Luciano hing nog steeds bij de bar, en probeerde me uit te horen. Hij maakte plagerige opmerkingen, want hij zag wel dat er iets gebeurd was, maar hij kreeg het niet uit me gewriemeld.
"Nou, ik heb alweer twee dames gevraagd, maar slaap jij eigenlijk alleen?" vroeg Luciano. Ik ging er niet op in, en hij prikte weer met zijn vinger in mijn zij. Ik ontweek zijn blik.
"Oho, echt?" reageerde Luciano op mijn blijkbaar veelzeggende stilte. "Wie?!"
"Dat hangt van het gesprek af." wimpelde ik Luciano af.
"Nee, echt. Wie? Wie is het?"
Ik draaide me naar hem toe. "Je kunt natuurlijk iemand inhuren om me te volgen;" zei ik; "Of je wacht braaf en dan zal ik je morgen vertellen wat er is gebeurd. Jouw keus."

Aan het einde van de avond zag ik Roland zijn gesprekken met de monsterjagers afronden. Ik keek voorzichtig de bar rond, en Luciano leek diep in gesprek te zijn met Rosie en een andere dame. Prima. Ik pakte mijn cloak en ging naar buiten met Roland. We zochten een plekje onder de overkapping voor het landhuis, in de diepste schaduwen een stukje verderop zodat we niet direct gestoord zouden worden. Er waren wel aanvallen van ondoden geweest maar inmiddels leek het weer wat rustiger te zijn.
Roland haalde zijn gehandschoende hand even over zijn baard. "Ik had niet verwacht dat het zoveel werk zou zijn om een gilde te leiden. Gelukkig kan ik delegeren."
Hij vertelde dat hij Tiberius aan het werk had gezet om het contact voor het monsterjagersgilde in de buurt van de nieuw te bouwen handelpost op te zetten.
"Ik zag waar Meester Tiberius aan werkte. Had al een hele lijst opgesteld." reageerde ik.
"Oh? Dan is hij goed bezig."

"Roland, ik merk dat ik er nog meer over kwijt wil. Ik ben zo lang boos geweest, ik was zo diep gekwetst... maar dat was niet alleen maar door jouw woorden." zei ik.
Hij probeerde wat te zeggen, maar ik ging door. "De reden dat jouw woorden me zo raakten, was omdat ik gevoelens voor je had. Een kalverliefde, een tienerdroom. En jouw woorden kwamen daardoor duizend keer zo hard aan. Maar met wat je vanavond zei, zie ik een hele andere kant van je."

We praatten verder, Roland vertelde over zijn werk voor het gilde, hoe het zoveel tijd koste en zo wisselend en onvoorspelbaar was. "De ene dag sta je tot je enkels in het bloed, de andere dag is het een berg papierwerk." Hij vertelde over dat hij een broer had die nog bij de Faye was, daar was opgegroeid.
Ik vertelde hem over de ring en de ketting, de bloedlijn van de keizerin en de contracten. Dat er een tijd zou kunnen komen dat er een servitar, een demon of een engel, voor me zou staan en iets zou opeisen. Uiteindelijk kwamen we beiden tot de conclusie dat we niet wisten wat de toekomst zou kunnen brengen.
"Ik kan niet over de toekomst nadenken." zei Roland. "Ik weet niet wat er komen gaat, ik kan daar geen plannen voor maken."
Ik legde mijn hand naar hem toe, midden op tafel. Hij legde zijn gehandschoende hand erop. Ik wist niet of hij zou kunnen voelen dat ik zat te trillen, het was inmiddels koud genoeg en mijn armen staken onder de mantel vandaan, maar ik vermoedde dat zelfs door de handschoenen heen hij het rillen zou kunnen voelen.
"Misschien moeten we dan ook maar geen plannen willen maken;" zei ik zachtjes. "Misschien is het genoeg om gewoon te genieten van het moment."
Er viel een korte pauze. Roland keek me aan. Ik besloot nog iets brutaler te zijn. "Ik heb een luxe kamer met een groot bed..."

De volgende ochtend kwam ik meester Raistlin bij het ontbijt tegen. Hij had de vorige ochtend geklaagd over een snurker in kamer 8 en nu mopperde hij weer. "Ik hoorde allemaal rare geluiden, maar nu leek het van de andere kant te komen. Het kan niet uit uw kamer gekomen zijn natuurlijk, misschien iemand verderop in de gang. Had u er ook last van?"
Ik smeerde gauw mijn boterham, hopend dat ik niet al te hard bloosde.
Luciano vond me niet lang daarna. "Dus, hoe was de meestermonsterjager?"
"Dus je zat wel op te letten." reageerde ik. "Dan hoef ik je verder niets te vertellen."
Luciano glimlachte breed en prikte nog maar eens in mijn zij.

Na het ontbijt ging ik naar buiten met mijn zijden waaiers voor mijn ochtendritueel. Normaal gesproken dans ik met de wind, maar de wind was die dag zo stevig dat het meer een worsteling leek. Eén van mijn waaiers draaide zijn sliert om mijn hals en ik liet de waaier uit mijn hand vallen -- hij zat vast genoeg dat hij niet op de grond zou vallen, maar niet zo vast dat ik niet meer kon ademen -- en vervolgde mijn dans. Het was een bijzonder gevoel om maar met één waaier te dansen, maar ik wist mijn balans te hervinden. Na de dans voelde ik me energiek genoeg ondanks de druilerige miezerregen die maar niet op leek te houden.

Jarek leek ook even bezig te zijn met zijn ochtendritueel. Hij stond klaar om een spreuk te proberen en ik knikte hem bemoedigend toe, maar hij leek nog te onzeker. "Vroeg of laat zul je het toch moeten gaan doen." zei ik.
"Ja, maar dat is misschien niet vandaag." was zijn droge antwoord.

De gebeurtenissen van de vorige avond speelden nog door mijn hoofd. Ik probeerde eventjes met Luca te gaan zitten, maar zoals gebruikelijk ging Luca's gesprek over een heel ander onderwerp dan waar ik het over wilde hebben.
Ook met Nadine kwam ik niet tot een goed gesprek. Ze was ingehuurd door kapitein Caspar en moest van hot naar her rennen. Ons gesprek werd ruw afgebroken omdat zij weer elders nodig was. Wel kon ik haar een opdracht geven om een portret van Roland voor me te tekenen.
Ik was er toch niet helemaal gerust op. Misschien vond Roland het wel heel normaal om één nacht met een dame door te brengen en daarna weer verder te reizen. Misschien zou hij wel net doen alsof er niets gebeurd was.
Roland liep achter me langs, en aaide me zachtjes over mijn rug. Ik keek over mijn schouder en op zijn gezicht prijkte een warme glimlach.
Oké, dus hij deed *niet* alsof er niets gebeurd was. Dat was een geruststelling. Ik beantwoordde zijn warme glimlach met een minstens net zo warme glimlach. <3

De aanvallen van ondoden bleven maar doorgaan en de avonturiers waren met veel zaken druk. In de kerkers gebeurde van alles en als ze daar niet bezig waren, waren ze buiten bezig. Harman vond tussen de gevechten tijd om toe te treden tot het monsterjagersgilde, en Blossom raakte regelmatig gewond en ik moest hem en een aantal anderen weer oplappen. Mijn geneeskrachtige kruiden raakten snel op, en ook de schone verbandjes waren bijna op.
Dat was snel genoeg geregeld, Rosie de barvrouw wilde de verbandjes wel voor me koken en drogen voor de schamele prijs van drie kristal. Dat was heel fijn. Ook kon ik bij een handelaar kruiden kopen, maar ik zag mijn kristal snel slinken.
Het was een hele geruststelling dat er af en toe avonturiers kruiden en dergelijke kwamen doneren. Ik wilde niet teveel vragen stellen, want ik vermoedde dat ze deze dingen vonden op de lichamen van de ondoden die ze neerhakten. Pezen van dieren waar ik wonden mee kon hechten, houten stokken die als spalk dienst konden doen, en zelfs minerale oliën die littekenvorming tegen konden gaan. Ik deed het netjes in mijn buidel, want het zou vast nog wel van pas komen.

Ook kwam Waldemar nog even bij mij langs. Dat was op zich al een verrassing, want de beste man en ik konden niet altijd door één deur. Hij had een vraag voor me, en vertelde me een lang verhaal over waar hij vandaan kwam. Ik stond half met mijn oren te klapperen! Uiteindelijk liet hij me een brief lezen die hij had gekregen van een dame uit Zoltanax. Of ik wellicht de Junkherr uit Zoltanax kon vragen of hij meer van de dame in kwestie wist. Maar subtiel, Waldemar wilde niet dat de Junkherr zou weten waar het nu echt om ging.
Ik had gelukkig nu ook Zoltanxisch leren spreken, dus ik wendde dat aan als excuus om even met de Junkherr te gaan babbelen, en ook vrouwe Hilde kwam erbij zitten. Ik vroeg ze naar hun cultuur, en hoorde het verhaal aan dat in Zoltanax een ondode maken heel normaal was. Helaas kenden beiden de dame in kwestie niet, maar de Junkherr zou eens rondvragen. Dat was niet helemaal wat ik voor ogen had, maar het was in ieder geval een antwoord voor Waldemar. Wel hielp ik Waldemar met het formuleren van een antwoord, wat ik daarna ook nog even mocht goedkeuren voor het met de postduif op pad ging.

Rowena had ongeduldig zitten wachten op een handelaar, die ze een grote som kristal had betaald, maar die maar niet op kwam dagen. Toen de beste man eindelijk aankwam, was zijn neus gebroken en zijn assistent verwond. Rowena was zichtbaar opgelucht en ging met de man handelen, terwijl ik de verstuikte enkel van zijn leerling zwachtelde. Er gingen weer wat kruiden in het verband die ik eigenlijk maar moeilijk kon missen.
Luciano probeerde de handelaar te overtuigen dat hij best zijn neus wilde zetten, maar droop af. Ik had opgevangen dat er vijf kristal mee gemoeid was, dus ik bood aan zijn neus te zetten voor vijf kristal. Daar keek de handelaar wat moeilijk bij.
"Ik kan het ook doen voor wat geneeskrachtige kruiden. Maar misschien zijn er wel dames die een scheve neus juist wel stoer vinden..."
De handelaar vond geneeskrachtige kruiden te duur om aan mij te geven, maar betaalde me wel vijf kristal voor het recht zetten van zijn neus. Dat was dan alvast iets.

Uit de kerker kwam nog een probleem. Een vrouw die haar levensenergie had willen opofferen om een machtig wapen mee te versterken (of te helpen maken) maar dat was maar half gelukt. Nu was ze half levend, en half ondood. De avonturiers bedachten een plan om haar missie te volbrengen. Omdat de kerker haar beïnvloedde, moest dat erbuiten gebeuren en daarnaast moest zij vrijwillig haar leven opgeven. Het was een verschrikkelijke keuze voor de vrouw zelf, maar ook voor de avonturiers zoals Luca en Jarek die omstanders waren. Uiteindelijk werd er een plan bedacht, een cirkel tergrokken, en de vrouw naar de gelagkamer gebracht. Moros begeleidde haar terwijl anderen het ritueel uitvoerden, en Moros liet haar uit de cirkel stappen in de hoop haar vertrouwen te winnen. Uiteindelijk koos de vrouw zelf, de uitkomst die iedereen gehoopt had waarschijnlijk.
De gastvrouwe van Ruhwald hoorde ik echter in het Zoltanax vloeken, maar omdat ik me niet bezig had gehouden met wat er allemaal gebeurde in haar landhuis, weet ik niet precies wat ze bedoelde.
Ik volgde Jarek naar buiten, zacht genoeg dat hij mijn voetstappen misschien niet hoorde. Hij was zichtbaar aangedaan door het ritueel en de keuze van de vrouw om haar leven op te geven. Hij staarde in het donker, en trapte hard tegen één van de tafels die daar stond. Ik hield hem even in de gaten maar sprak hem verder niet aan. Hij had misschien gewoon even een momentje voor hemzelf nodig om dingen een plekje te geven.

Ook kwamen er vluchtelingen uit Waterdiep aan. Tim en Willem waren gevlucht met een aantal anderen, en vertelden dat hun dorp overspoeld was door ondoden. Ik kocht hete soep voor ze, en hompen brood. Niet het meest rijke eten, maar ze bedankten me uitvoerig.
Er waren geruchten dat er een hele grote aanval aan zat te komen. De vluchtelingen uit Waterdiep vertelden dat de klopgeesten ook bij hun dorp waren geweest, en dat dat het begin was geweest van het einde van hun dorp.
Ridder David, Harman en ik overlegden even wat we konden doen, en Roland nam me even apart. "Wij moeten verder reizen, maar we zullen proberen om een deel van de ondoden mee te lokken zodat jullie het iets minder zwaar gaan hebben."
"Wees veilig;" zei ik; "Wij houden hier stand. Waar kan ik je schrijven?"
"Het monsterjagersgilde in Tweskadoor." antwoordde Roland. Hij kneep in mijn hand en ik hield hem in een stevige omhelzing vast. Samen met Marius en Ravena liep hij het landhuis uit, en ik ging gauw aan de slag om de ziekenboeg in te richten.

De voorman benaderde Ridder David en mij met een theedoek. Er staken kruiden en andere componenten uit de hoekjes.
"Dit zijn allemaal dingen die we eigenlijk zouden gebruiken voor de bouw, maar wellicht zit er iets tussen wat jullie kunnen gebruiken." zei de voorman, en hij overhandigde de theedoek met spullen aan David, die ze direct doorgaf aan mij.
Ondertussen was Abe druk bezig met natte verbandjes drogen op de warme kachel in de zitkamer van het landhuis.

Ik zorgde dat de vier tafels het dichtst bij de deur leeg waren, en zette de stoelen recht. Mijn mandje stond in het midden, en Torg zette op een andere tafel zijn spullen klaar. We verdeelden de kruiden. Torg kon de mineralen en metalen het beste gebruiken, ik ontfermde me over de kruiden en de pezen die als hechtdraad gebruikt konden worden. Het duurde niet lang voor de eerste gewonden binnengedragen werden.
Het was een bloederige slag, en gelukkig waren de vluchtelingen uit Waterdiep meer dan bereid om ons te helpen. Ik had ze opgedragen om de gewonden naar binnen te brengen maar veelal kwamen zij zelf ook gewond binnen. De grote voorraad kruiden slonk snel, en ik had een moeilijke beslissing te maken.
De vluchtelingen konden niet zo goed vechten als de avonturiers, dus hen kon ik wel verbinden, maar ik zou de kruiden rantsoeneren. Ook het hechten moest maar wachten, dat vrat teveel tijd. De vluchtelingen uit Waterdiep waren zo ontzettend blij om ons te helpen, dat het haast leek alsof ze ons meer in de weg wilden lopen dan dat ze echt nuttige dingen wilden doen. Maar daar had ik natuurlijk geen bewijs voor. Ze waren overvol van liefde en vredelievendheid en predikten luidkeels over Willem, die hun dorpje leidde. Maar Willem had ik al een tijdje niet meer gezien.

De gewonden druppelden één voor één binnen en Torg en ik konden ons prima staande houden. Het was echter een bijna niet ophoudende stroom aan gewonden, en ik had de nacht ervoor natuurlijk niet veel geslapen. Ik onderdrukte de vermoeidheid en drukte iedereen op het hart om echt even rust te nemen nadat ik ze verbonden had, maar zelf bleef ik maar heen en weer lopen. Ook Rowena had het moeilijk met mijn instructies. Ik had haar gemaand te blijven zitten, maar ik zag haar de deur uitsluipen met een schuldige blik. Ergens ook wel begrijpelijk. Ze kwam niet veel later terug met een zwaargewonde Blossom, en keek me verwachtingsvol aan.
"Ik heb niet gevochten!" zei ze trots.
"En je hebt Blossom naar binnen gebracht;" zei ik; "Daar ben ik je heel dankbaar voor."
Net als veel van de avonturiers had ik zwak voor Blossom. Ik ging snel aan de slag. De metalen krammetjes waren niet Blossom's favoriete manier om wonden dicht te maken, maar het was wel snel. Zijn kreun ging wel recht door mijn hart, maar het was voor een goed doel: Blossom weer op de been krijgen zodat hij het Kwaad kon bevechten.

Na wat uren leek, leverde ik de laatste stapel vieze verbanden in bij Rosie om nog uit te koken, en stommelde ik naar de zitkamer. Bij de haard zaten wel wat mensen, maar er was nog een bankje vrij. Ik ging even liggen, ik moest maar eventjes mijn ogen dichtdoen, maar voor een paar minuutjes...
...en werd wakker omdat Khaylynn een kussentje onder mijn hoofd schoof.
Ik bleef nog even liggen, maar ik was te bezorgd. Ik stommelde weer overeind en begon aan mijn ronde om de gewonden na telopen. Ik controleerde verbandjes en spalken en mobiliteit van degenen die ik had verbonden, en verzamelde nog wat meer vies verband om uit te laten koken.

Stanislav was gelukkig nog in orde, maar zijn maliënkolder was compleet stuk en zijn hemd gescheurd. Ik bedacht me ineens dat ik hem beloofd had tijdens het eten Dosforks te leren. Omdat hij alleen maar Iis sprak kreeg hij niet alles mee wat er om hem heen gebeurde, en ondanks dat er veel mensen Iis spreken, waren er niet veel die de moeite namen om hem bij te praten zoals ik dat nog wel eens deed. Maar tijdens het eten was ik hem helemaal vergeten. Ik bood mijn excuses aan. Wellicht dat er in de komende dagen nog tijd voor zou zijn.

De voorman zocht Ridder David en mij op, en ik gaf hem de restanten van wat hij ons had gegeven terug.
"Ik denk niet dat we binnenkort nog verder bouwen." zei de voorman; "Maar dankuwel. Wellicht komt het nog van pas."
De voorman vroeg ons wat de plannen waren. Wat ik begrepen had uit de wandelgangen is dat er een datum was gesteld waarop er iets met het wapen gedaan kon worden. Het was even de vraag wie er zouden blijven, en voor hoelang, of wie er weg zouden reizen en later terug zouden komen.
"Ik zou graag nog even blijven, maar de luxe kamer is wellicht een beetje overdadig." zei ik voorzichtig. "Ik had Stanislav beloofd hem Dosforks te leren en we zouden graag een week blijven, en hij heeft een kamer die..."
Cornelis, de voorman, wuifde mijn bezwaren weg. "Niks daarvan, die krijgt u van mij. U bent welkom om nog een week te blijven."

En zo kwam aan het Winterlive van Emphebion 2022 een einde!

Date: 2023-01-09 11:54 am (UTC)
From: [personal profile] anemoona
Een paniekaanval is echt niet fijn. Weet je wat het triggerde? Niet dat je straks paniekaanvallen krijgt omdat je bang bent om in paniek te raken (bin there, done that), dat is lastig om vanaf te komen.

Profile

janestarz: (Default)
janestarz

April 2026

S M T W T F S
    1234
5 678 910 11
12 1314 15 161718
19202122232425
2627282930  

Tags

Page Summary

Style Credit

Expand Cut Tags

No cut tags
Page generated Apr. 18th, 2026 01:25 am
Powered by Dreamwidth Studios