Maerquin 43 - Zo Moeder, Zo Dochter(s)
Nov. 4th, 2018 03:02 pmBij nader inzien had ik lang zo paranoïde niet hoeven zijn voor Maerquin. Want hoeveel van de originele club spelers van vijf jaar geleden zouden er nog over zijn? Het bleken er niet zo veel te zijn. Wel kreeg ik voor tijd-in veel vragen of ik Marianne weer kwam spelen, waar ik natuurlijk glashard over loog. Kalleïs hielp me zelfs mijn rok omhoog te gespen zodat hij niet onder de lange grijze mantel uitpiepte tijdens het tijd-in praatje.
-----
Salvatore, Kalleïs, en Marianne togen op weg naar de handelspost. In het donker werd Kalleïs, de priesteres van Shelindra, blij verwelkomd door een hele fijn bromstem door het duister. "Vrouwe, uw schoonheid schijnt als de maan." Fedor boog zich over haar hand heen.
Kalleïs stelde Salvatore aan hem voor, en Fedor's blik verschoof naar mij, ietsje verder naar achteren. "En de andere vrouwe...?"
"Je gaat me toch niet vertellen dat je me niet meer herkent, Fedor?"
Ik pakte de Shelindra-paladijn in een warme omhelzing, en ik voelde zijn lijf schokken van een vrolijke giechel. "Oooooh Marianne. Wat is het fijn om jou weer te zien!"
Eenmaal binnen keek ik de gelagkamer rond. Er waren een hoop nieuwe gezichten te zien. Ik schoof aan een tafeltje bij de muur waar mijn staf veilig uit de weg stond en schreef een brief op verzoek van een aantal dames. Een bizar geklede vrouw vroeg of ik ook voor de Orde van de Dag schreef.
"Dat deed ik vroeger wel..." antwoordde ik, terwijl ik mijn veer schoonmaakte met een lapje. "Maar op het moment nog even niet."
Even later schoof ik aan de tafel bij een vrouwelijke zwarte gardist en een lange statige man in zwart en wit. Luitenant Lianna vond het wel prima om even kennis te maken, en ook de gepensioneerde tempelwachter Telamon knoopte een praatje aan. De luitenant kneep haar ogen samen en bekeek de gelagkamer uitgebreid terwijl we wat keuvelden. Vanaf de verhoging aan de korte kant van de lange gelagkamer had ze een perfect overzicht over alle tafels en daar aanwezige avonturiers. Zo kon ik ook in het voorpoortaal van de handelspost een bekend gezicht ontwaren.
Niet lang daarna had Hugo zich een weg gebaand tussen de schots en scheve tafels en kwam hij voor de luitenant staan. "Zo, Marianne! Ik dacht dat je dood was! Onder welke steen ben jij vandaan gekropen?"
Hij wendde zich direct tot Lianna en Telamon. "Geloof geen woord van wat ze zegt."
De toon was alvast gezet.
De natuurlijke rivaliteit tussen de Ranaa-volgelingen en mij als Kharnun-priesteres bleef bestaan, maar met een knipoog. Zo noemde Telamon me tussen neus en lippen door steeds "je schaduw" en hoorde ik na tijd-uit van de luitenant dat ze doorhad dat ik wel een bepaalde visie kon toevoegen, en me daarom gedoogde aan tafel.
Zaterdag
De volgende ochtend bleken er mensen te zijn die raar gedroomd hadden. De kleuren zwart en wit die wild om elkaar heen draaiden, en uiteindelijk uit elkaar spatten en veranderden naar geel en oranje. Ondanks de wilde theorieën dat het om Dinea en Septish zou draaien, was geen van de dromers en geen van de volgelingen van Dinea bereid om op verder onderzoek uit te gaan. Ergens snapte ik dat dan ook wel weer, mijn eigen god zou het ook niet op prijs stellen als ik domme vragen stel.
Ik ontmoette Garulf, een vrouw gekleed in een paars vestje die een zeer grote hanger van een spin, bezet met edelstenen, om haar nek droeg. Zij vertelde dat ze verliefd is op Octavius, maar dat deze bezeten was door een andere persoonlijkheid. Door een verleden van slavernij en psychologische tyrannie was Acht ontstaan, iets wat Octavius zelf een "weekdier" noemde. "Tja, die moet er gewoon uit;" zei Octavius zeer resoluut.
Ik vertelde dat Kharnun, als god van de Verandering, bij uitstek daar de helpende hand bij kon zijn. "Maar daar moet wel iets tegenover staan." waarschuwde ik.
"Nouja, dat moet dan maar." zei Octavius stellig. "Ik zal hem wel dienen, als dat vereist is."
Hij liet in het gesprek wat volgde vallen dat er ook nog een ritueel naar Septish gepland was. Even na de lunch zou een ritualist hem ophalen om op een veilige locatie het ritueel te doen. Dat betekende dat ik niet veel tijd had om deze nieuwe dienaar onder de neus van Septish weg te grissen. Ik stelde voor om een donker hoekje op te zoeken, en we baden tot Kharnun, vroegen hem om de verandering.
Octavius sprak zijn wens uit, en zijn belofte om Kharnun te dienen, maar er was natuurlijk nog geen antwoord. Na het gebed rechtte Octavius zijn schouders. "Nouja, we zullen het wel zien."
Garulf had de hele tijd met een lichtelijk manisch verliefde blik naar haar Octavius gekeken. De verminkingen op haar arm spellen de naam van Octavius. Het zou een interessante tijd worden met deze twee.
"Eén dingetje." zei Garulf. "Als Vincent je vraagt wat het doel is van het ritueel, zeg dan dat we balans zoeken. Hij zal het niet toestaan als hij weet dat we Acht willen uitbannen."
Ze wees aan wie Vincent was. Zo gezegd zo gedaan: Vincent pakte mijn arm terwijl we met de ritualist meeliepen, en ik loog met glad gezicht. "Balans tussen Acht en Octavius."
Ik had Giebretius gevraagd een oogje in het zeil te houden, omdat ik slechte ervaringen heb met rituelen waar Septish-aanhangers instaan. Helaas weigerde de ritualist pottekijkers mee te nemen. We reisden als in een droom naar een rituele cirkel. Tekens op de bakstenen muren van Septish. Een edelsteen werd in mijn hand gedrukt en de ritualist wees waar we mochten gaan staan. De ritualist vroeg ons allemaal hoe we de man in het midden zagen, zodat ons beeld van hem zijn nieuwe 'ik' mocht worden.
En ik mocht als eerste.
Ik keek de man voor me aan, hield het oogcontact indringend vast. Eén, twee, drie lange ademteugen hield ik hem daar.
"Ik ken jou, Octavius." zei ik. "Ik zie jou als de sterke man die je bent. Vastberaden sta je naast me, als dienaar van Kharnun. Met jou aan mijn zijde ben ik sterker. Samen gaan wij mooie dingen doen voor onze Heer."
Garulf stond tegenover me in de cirkel en keek indringend naar Octavius. Met onze wil vormden we de man die in het midden stond. De Septish-volgelingen leidden het ritueel in goede banen. Tot het moment dat de verandering in Octavius begon. Acht kwam naar boven, het weekdier stribbelde tegen. "Ik wil niet dood." kermde het.
Siebrand bood een uitweg. Hij pakte Octavius achter zijn hoofd en fluisterde; "Kom dan maar bij mij, hier is het veilig."
De worsteling was zichtbaar op het gezicht van Octavius en hij haalde zijn vingers door zijn haar, alsof iets in zijn hoofd kriebelde. Na een eeuwigheid en een tel daalde er een kalmte neer. Zijn gelaat werd rustig, zijn blik berekenend. Hij keek in mijn ogen, knikte dankbaar.
Octavius had de worsteling doorstaan. Van Acht was geen sprake meer.
Terug bij de handelspost wandelde ik naar binnen om een kopje thee te zoeken. Boze stemmen werden verheven. De familieleden van Octavius, de mensen die met hem aan de Ketting hadden gezeten, hadden elk zo hun eigen mening. Het was één en al drama. Als er geen liefdesdrankjes en huwelijksaanzoeken werden gedaan, dan was er wel een Septish-ritueel om drama te creëren. Garulf was stapelverliefd op Octavius, maar Kaja was verliefd op Acht. Nu rende Kaja huilend naar buiten omdat Acht verloren was.
En erger nog, later die dag bedachten Garulf en Octavius nog een leuke grap. Ze zouden doen alsof Acht weer terugwas, om Kaja valse hoop te geven. Ik hoorde van een afstandje het huilen van Garulf toen Octavius deed alsof hij Acht was. Kaja was in de wolken. Tot het moment dat het huilen van Garulf over ging in een dikke schaterlach. Ze rolden over de grond van het lachen.
Ik sprak even kort met Jelle, de broer van Siebrand. "Het lijkt erop dat Siebrand Acht heeft uitgenodigd in zijn hoofd. Ik weet niet of dat kan of hoe dat werkt...." zei ik; "...maar ik vond dat je ervan op de hoogte moest zijn. Wellicht dat het de dame in kwestie ook wat verlichting kan brengen."
Die avond zat ik aan tafel bij de luitenant toen een man met grijze haren en baard twee bloederige dolkjes bij de luitenant voor de neus op tafel legde. "Ik stel voor dat u mij onder arrest plaatst." zei de man. "Dit zijn de dolken waarmee ik zojuist de oren van Siebrand heb afgesneden."
Een chaotisch moment volgde, waarbij de man, Pieter Vroegindewei, in een alkoofje onder arrest werd geplaatst.
Ineens stuiterde de deur van de handelspost open tegen de muur. In de deuropening stond een korte dame, met vurig rood haar. Ze was gekleed in witte gewaden en stalen plaatharnas. Ik zat toevallig bij de luitenant aan tafel te keuvelen toen ze verscheen. Twee zwaargewapende mannen (waarvan één groenhuid!!) volgden haar naar binnen. Luitenant Lianna stond voor haar op. "Bisschop Ariane!"
Ik bleef lang genoeg bij de tafel om mijn plaats daar zeker te stellen, er zeker van te zijn dat de bisschop en Lianne niet zouden vergeten dat ik daar zat, en haalde toen glazen en water bij de bar. Eén van de paladijnen van Ranaa stopte zijn vinger in het water om het te proeven, en knikte naar de Bisschop.
"Ga Telamon halen." blafte de Luitenant naar Kaja, die toevallig in de buurt stond. Even later kwam ze terug.
"Hij zit in bad...10 minuten." zei Kaja.
"Nu!" Lianna prikte met haar wijsvinger in het tafellaken.
"Hij hoeft zich niet aan te kleden, een handdoek is al voldoende;" mompelde ik.
Kaja ging op een drafje die kant op. Weer even later kwam ze terug.
"...eh...vijf minuten." zei Kaja.
"Nee, NU!" blafte Lianne nogmaals.
"Het hoeft geen groot handdoekje te zijn." merkte ik droogjes op.
De bisschop en Lianne glimlachten achter een hand, en namen een slokje water. Niet veel later kwam Telamon eindelijk opdagen, zijn pantser onder de arm en zijn haren nog nat. Hij bood zijn verontschuldigingen aan de bisschop en luitenant aan.
"De arrestant bewaken!" blafte de luitenant. Het duurde even voor Telamon doorhad wat er precies speelde. De bisschop keek geamuseerd en geïntrigeerd toe. Ze stuurde één van de paladijnen erop uit om Tanya te halen en Siebrand erbij te halen. Hugo schoof aan tussen de luitenant en mijzelf, en Tanya en Siebrand schoven ook aan.
Vanaf mijn plekje aan de kopse kant van de tafel kreeg ik het verhaal mee. Nadat de Bisschop een inspire truth spreuk had gebruikt, kwam het verhaal eruit. Tanya had zichzelf vergiftigd en was feitelijk al dood. Ze vertelde dat het een hoop problemen zou oplossen. Pieter had Siebrand de schuld gegeven van haar acties, en daarom zijn oren afgesneden.
Tanya vertelde verder een verhaal waar mijn oren van gingen klapperen. Ik vond het bijzonder dat ik gewoon mocht blijven zitten aan tafel, en probeerde me zo onopvallend mogelijk te houden.
Niet lang nadat Tanya uitgepraat was, werden we allemaal naar buiten geleid voor het oogstritueel van de Tajern. Terwijl de avonturiers en Tajern allemaal in een ritueel stonden, keek ik vanaf de rand toe. Zo zag ik in het duister onder de bomen de bisschop zich terugtrekken met Tanya om haar laatste wens uit te voeren. Ik knielde in het zand voor deze dappere vrouw, terwijl de bisschop de executie voltrok.
Na het ritueel werden we allemaal naar binnen geleid voor een toast op de goede oogst. Zo gauw we gedronken hadden, brak pandemonium uit. Een aantal mensen zakten in elkaar, anderen leken wel te hallucineren, en mijn huid begon te kriebelen. Terwijl ik met knikkende knietjes een flauwte probeerde tegen te gaan kon ik de neiging tot krabben niet meer onderdrukken.
"Iedereen die niet gewond is naar buiten!" riep iemand. "Dan kunnen we beter zien wie er hulp nodig heeft!"
Buiten stond een heel groepje krabbende mensen. "Heb jij ook zo'n jeuk?"
"Zeg dat nou niet!" zei een ander. "Dat jeukt!"
De dwergendame probeerde onzichtbare vuurvliegjes te vangen, en Alrik rende halsoverkop naar de toiletten, zijn buik vastgrijpend.
Toen de gevelde mensen weer genezen waren, stelden de Tajern een onderzoek in, wat er precies gebeurd was. Blijkbaar had iemand met het eeuwenoude recept geknoeid.
Maar het oogstritueel had ook bijzondere effecten. Blijkbaar hadden Giebretius en de andere Shelindra-aanhangers rozen uitgedeeld. Ik vond een verloren roos en pakte hem op, net op het moment dat er drie engeltjes van Shelindra binnen kwamen lopen. Met bloemen in hun haar en glitters op hun huid waren het de mooiste wezens die ik ooit gezien had.
"Is er een bijzondere man in je leven?" fluisterde één van de mannelijke Shelindra-engeltjes.
"Ja." bloosde ik.
"Waarom ga je er niet voor?" vroeg hij.
"Hij is onbereikbaar!" zuchtte ik verloren.
"Niemand is onbereikbaar. Ga ervoor! Zorg dat hij je opmerkt."
Ik maakte een rondje door de herberg. Overal lagen vergeten en verloren rozen, en ik raapte ze bij elkaar. Een blonde man die langsliep had er een in zijn handen, en ik tilde de roos uit zijn vingers en liet hem verbouwereerd achter. Ik had ruim tien rozen, en liep blindelings het donkere bos in. Ergens onder de bomen in een schaduwrijk plekje strooide ik ze voor me neer en ik riep Kharnun aan.
Zou ik de enige zijn die Kharnun ooit rozen offerde?
"Ieder offer is er één." bromde Zijn stem.
Ik zuchtte blij. Zijn stem in mijn hart. Ik was zo bang geweest dat Hij me niet meer zou willen als Zijn dienaar.
"Je loopt al lang in mijn Schaduw."
Ik knikte in het donker. "Ik hoop mooie dingen voor U te doen, met Garulf en Octavius om me te helpen."
"Eén van hen heeft nog een Ander die naar hem kijkt."
Ik wist genoeg. Daar moest nog iets mee gebeuren, en het was ook wel te verwachten dat Septish zijn vingers ook om Octavius zou sluiten.
Het was heerlijk in het schaduwrijke bos. Ik bleef nog geruime tijd zitten.
Zondag
Op zondag gebeurde er niet zo veel. Ik maakte af en toe een klein wandelingetje met Fedor en Edith, en stelde wat gerichte vragen aan bisschop Ariane, die nog steeds in de buurt was. De Tajern waren nog steeds op zoek naar een nieuwe gravin om hen te leiden, maar verder gebeurde er niet veel. Tot Edith Octavius begeleidde in een meditatie.
Vincent en Garulf zaten erbij, beiden bezorgd en aandachtig luisterend. Ook een Zwarte Gardist die deel was geweest van de Ketting stond erbij en hij waarschuwde me om me nergens mee te bemoeien. Ik ging in kleermakerszit erbij zitten en beloofde alleen te luisteren.
Octavius beschreef een wijngaard in de nacht, met een halve maan die de schaduwen dieper maakte dan ze waren. Aan het einde van de meditatie daalde hij af naar de kelder, waar hij eigenlijk niet naartoe wilde. Daar stond een kist met een kaars, de kaars die maar niet uit wilde. De kaars stond in de kist, maar de kist was op slot en op de kist stond het teken van Septish.
Vincent en zijn vrienden wisten genoeg. De invloed van Septish moest verwijderd worden. Ik kan niet anders dan het daar roerend mee eens zijn.
-----
Al met al een heerlijk weekend weg in een stralend bos. Het was thuiskomen in het warme nest wat Maerquin altijd is geweest voor me.
Ik heb oude vrienden weer gezien, nieuwe personages ontmoet en veel informatie van vroeger uit de setting gedeeld -- want Marianne was erbij. Het is bijzonder om als een oud personage weer rond te lopen, met een boekje met zoveel informatie van vroeger er nog in. En de setting leeft als geen ander!
Het moeilijkste is weer gebeurd: alles staat weer op papier. Nu komt het andere werk: de IC brieven schrijven naar de Baron en de Orde van de Dag, het konkelen met IC vriendjes en plannen maken voor de volgende.
-----
Salvatore, Kalleïs, en Marianne togen op weg naar de handelspost. In het donker werd Kalleïs, de priesteres van Shelindra, blij verwelkomd door een hele fijn bromstem door het duister. "Vrouwe, uw schoonheid schijnt als de maan." Fedor boog zich over haar hand heen.
Kalleïs stelde Salvatore aan hem voor, en Fedor's blik verschoof naar mij, ietsje verder naar achteren. "En de andere vrouwe...?"
"Je gaat me toch niet vertellen dat je me niet meer herkent, Fedor?"
Ik pakte de Shelindra-paladijn in een warme omhelzing, en ik voelde zijn lijf schokken van een vrolijke giechel. "Oooooh Marianne. Wat is het fijn om jou weer te zien!"
Eenmaal binnen keek ik de gelagkamer rond. Er waren een hoop nieuwe gezichten te zien. Ik schoof aan een tafeltje bij de muur waar mijn staf veilig uit de weg stond en schreef een brief op verzoek van een aantal dames. Een bizar geklede vrouw vroeg of ik ook voor de Orde van de Dag schreef.
"Dat deed ik vroeger wel..." antwoordde ik, terwijl ik mijn veer schoonmaakte met een lapje. "Maar op het moment nog even niet."
Even later schoof ik aan de tafel bij een vrouwelijke zwarte gardist en een lange statige man in zwart en wit. Luitenant Lianna vond het wel prima om even kennis te maken, en ook de gepensioneerde tempelwachter Telamon knoopte een praatje aan. De luitenant kneep haar ogen samen en bekeek de gelagkamer uitgebreid terwijl we wat keuvelden. Vanaf de verhoging aan de korte kant van de lange gelagkamer had ze een perfect overzicht over alle tafels en daar aanwezige avonturiers. Zo kon ik ook in het voorpoortaal van de handelspost een bekend gezicht ontwaren.
Niet lang daarna had Hugo zich een weg gebaand tussen de schots en scheve tafels en kwam hij voor de luitenant staan. "Zo, Marianne! Ik dacht dat je dood was! Onder welke steen ben jij vandaan gekropen?"
Hij wendde zich direct tot Lianna en Telamon. "Geloof geen woord van wat ze zegt."
De toon was alvast gezet.
De natuurlijke rivaliteit tussen de Ranaa-volgelingen en mij als Kharnun-priesteres bleef bestaan, maar met een knipoog. Zo noemde Telamon me tussen neus en lippen door steeds "je schaduw" en hoorde ik na tijd-uit van de luitenant dat ze doorhad dat ik wel een bepaalde visie kon toevoegen, en me daarom gedoogde aan tafel.
Zaterdag
De volgende ochtend bleken er mensen te zijn die raar gedroomd hadden. De kleuren zwart en wit die wild om elkaar heen draaiden, en uiteindelijk uit elkaar spatten en veranderden naar geel en oranje. Ondanks de wilde theorieën dat het om Dinea en Septish zou draaien, was geen van de dromers en geen van de volgelingen van Dinea bereid om op verder onderzoek uit te gaan. Ergens snapte ik dat dan ook wel weer, mijn eigen god zou het ook niet op prijs stellen als ik domme vragen stel.
Ik ontmoette Garulf, een vrouw gekleed in een paars vestje die een zeer grote hanger van een spin, bezet met edelstenen, om haar nek droeg. Zij vertelde dat ze verliefd is op Octavius, maar dat deze bezeten was door een andere persoonlijkheid. Door een verleden van slavernij en psychologische tyrannie was Acht ontstaan, iets wat Octavius zelf een "weekdier" noemde. "Tja, die moet er gewoon uit;" zei Octavius zeer resoluut.
Ik vertelde dat Kharnun, als god van de Verandering, bij uitstek daar de helpende hand bij kon zijn. "Maar daar moet wel iets tegenover staan." waarschuwde ik.
"Nouja, dat moet dan maar." zei Octavius stellig. "Ik zal hem wel dienen, als dat vereist is."
Hij liet in het gesprek wat volgde vallen dat er ook nog een ritueel naar Septish gepland was. Even na de lunch zou een ritualist hem ophalen om op een veilige locatie het ritueel te doen. Dat betekende dat ik niet veel tijd had om deze nieuwe dienaar onder de neus van Septish weg te grissen. Ik stelde voor om een donker hoekje op te zoeken, en we baden tot Kharnun, vroegen hem om de verandering.
Octavius sprak zijn wens uit, en zijn belofte om Kharnun te dienen, maar er was natuurlijk nog geen antwoord. Na het gebed rechtte Octavius zijn schouders. "Nouja, we zullen het wel zien."
Garulf had de hele tijd met een lichtelijk manisch verliefde blik naar haar Octavius gekeken. De verminkingen op haar arm spellen de naam van Octavius. Het zou een interessante tijd worden met deze twee.
"Eén dingetje." zei Garulf. "Als Vincent je vraagt wat het doel is van het ritueel, zeg dan dat we balans zoeken. Hij zal het niet toestaan als hij weet dat we Acht willen uitbannen."
Ze wees aan wie Vincent was. Zo gezegd zo gedaan: Vincent pakte mijn arm terwijl we met de ritualist meeliepen, en ik loog met glad gezicht. "Balans tussen Acht en Octavius."
Ik had Giebretius gevraagd een oogje in het zeil te houden, omdat ik slechte ervaringen heb met rituelen waar Septish-aanhangers instaan. Helaas weigerde de ritualist pottekijkers mee te nemen. We reisden als in een droom naar een rituele cirkel. Tekens op de bakstenen muren van Septish. Een edelsteen werd in mijn hand gedrukt en de ritualist wees waar we mochten gaan staan. De ritualist vroeg ons allemaal hoe we de man in het midden zagen, zodat ons beeld van hem zijn nieuwe 'ik' mocht worden.
En ik mocht als eerste.
Ik keek de man voor me aan, hield het oogcontact indringend vast. Eén, twee, drie lange ademteugen hield ik hem daar.
"Ik ken jou, Octavius." zei ik. "Ik zie jou als de sterke man die je bent. Vastberaden sta je naast me, als dienaar van Kharnun. Met jou aan mijn zijde ben ik sterker. Samen gaan wij mooie dingen doen voor onze Heer."
Garulf stond tegenover me in de cirkel en keek indringend naar Octavius. Met onze wil vormden we de man die in het midden stond. De Septish-volgelingen leidden het ritueel in goede banen. Tot het moment dat de verandering in Octavius begon. Acht kwam naar boven, het weekdier stribbelde tegen. "Ik wil niet dood." kermde het.
Siebrand bood een uitweg. Hij pakte Octavius achter zijn hoofd en fluisterde; "Kom dan maar bij mij, hier is het veilig."
De worsteling was zichtbaar op het gezicht van Octavius en hij haalde zijn vingers door zijn haar, alsof iets in zijn hoofd kriebelde. Na een eeuwigheid en een tel daalde er een kalmte neer. Zijn gelaat werd rustig, zijn blik berekenend. Hij keek in mijn ogen, knikte dankbaar.
Octavius had de worsteling doorstaan. Van Acht was geen sprake meer.
Terug bij de handelspost wandelde ik naar binnen om een kopje thee te zoeken. Boze stemmen werden verheven. De familieleden van Octavius, de mensen die met hem aan de Ketting hadden gezeten, hadden elk zo hun eigen mening. Het was één en al drama. Als er geen liefdesdrankjes en huwelijksaanzoeken werden gedaan, dan was er wel een Septish-ritueel om drama te creëren. Garulf was stapelverliefd op Octavius, maar Kaja was verliefd op Acht. Nu rende Kaja huilend naar buiten omdat Acht verloren was.
En erger nog, later die dag bedachten Garulf en Octavius nog een leuke grap. Ze zouden doen alsof Acht weer terugwas, om Kaja valse hoop te geven. Ik hoorde van een afstandje het huilen van Garulf toen Octavius deed alsof hij Acht was. Kaja was in de wolken. Tot het moment dat het huilen van Garulf over ging in een dikke schaterlach. Ze rolden over de grond van het lachen.
Ik sprak even kort met Jelle, de broer van Siebrand. "Het lijkt erop dat Siebrand Acht heeft uitgenodigd in zijn hoofd. Ik weet niet of dat kan of hoe dat werkt...." zei ik; "...maar ik vond dat je ervan op de hoogte moest zijn. Wellicht dat het de dame in kwestie ook wat verlichting kan brengen."
Die avond zat ik aan tafel bij de luitenant toen een man met grijze haren en baard twee bloederige dolkjes bij de luitenant voor de neus op tafel legde. "Ik stel voor dat u mij onder arrest plaatst." zei de man. "Dit zijn de dolken waarmee ik zojuist de oren van Siebrand heb afgesneden."
Een chaotisch moment volgde, waarbij de man, Pieter Vroegindewei, in een alkoofje onder arrest werd geplaatst.
Ineens stuiterde de deur van de handelspost open tegen de muur. In de deuropening stond een korte dame, met vurig rood haar. Ze was gekleed in witte gewaden en stalen plaatharnas. Ik zat toevallig bij de luitenant aan tafel te keuvelen toen ze verscheen. Twee zwaargewapende mannen (waarvan één groenhuid!!) volgden haar naar binnen. Luitenant Lianna stond voor haar op. "Bisschop Ariane!"
Ik bleef lang genoeg bij de tafel om mijn plaats daar zeker te stellen, er zeker van te zijn dat de bisschop en Lianne niet zouden vergeten dat ik daar zat, en haalde toen glazen en water bij de bar. Eén van de paladijnen van Ranaa stopte zijn vinger in het water om het te proeven, en knikte naar de Bisschop.
"Ga Telamon halen." blafte de Luitenant naar Kaja, die toevallig in de buurt stond. Even later kwam ze terug.
"Hij zit in bad...10 minuten." zei Kaja.
"Nu!" Lianna prikte met haar wijsvinger in het tafellaken.
"Hij hoeft zich niet aan te kleden, een handdoek is al voldoende;" mompelde ik.
Kaja ging op een drafje die kant op. Weer even later kwam ze terug.
"...eh...vijf minuten." zei Kaja.
"Nee, NU!" blafte Lianne nogmaals.
"Het hoeft geen groot handdoekje te zijn." merkte ik droogjes op.
De bisschop en Lianne glimlachten achter een hand, en namen een slokje water. Niet veel later kwam Telamon eindelijk opdagen, zijn pantser onder de arm en zijn haren nog nat. Hij bood zijn verontschuldigingen aan de bisschop en luitenant aan.
"De arrestant bewaken!" blafte de luitenant. Het duurde even voor Telamon doorhad wat er precies speelde. De bisschop keek geamuseerd en geïntrigeerd toe. Ze stuurde één van de paladijnen erop uit om Tanya te halen en Siebrand erbij te halen. Hugo schoof aan tussen de luitenant en mijzelf, en Tanya en Siebrand schoven ook aan.
Vanaf mijn plekje aan de kopse kant van de tafel kreeg ik het verhaal mee. Nadat de Bisschop een inspire truth spreuk had gebruikt, kwam het verhaal eruit. Tanya had zichzelf vergiftigd en was feitelijk al dood. Ze vertelde dat het een hoop problemen zou oplossen. Pieter had Siebrand de schuld gegeven van haar acties, en daarom zijn oren afgesneden.
Tanya vertelde verder een verhaal waar mijn oren van gingen klapperen. Ik vond het bijzonder dat ik gewoon mocht blijven zitten aan tafel, en probeerde me zo onopvallend mogelijk te houden.
Niet lang nadat Tanya uitgepraat was, werden we allemaal naar buiten geleid voor het oogstritueel van de Tajern. Terwijl de avonturiers en Tajern allemaal in een ritueel stonden, keek ik vanaf de rand toe. Zo zag ik in het duister onder de bomen de bisschop zich terugtrekken met Tanya om haar laatste wens uit te voeren. Ik knielde in het zand voor deze dappere vrouw, terwijl de bisschop de executie voltrok.
Na het ritueel werden we allemaal naar binnen geleid voor een toast op de goede oogst. Zo gauw we gedronken hadden, brak pandemonium uit. Een aantal mensen zakten in elkaar, anderen leken wel te hallucineren, en mijn huid begon te kriebelen. Terwijl ik met knikkende knietjes een flauwte probeerde tegen te gaan kon ik de neiging tot krabben niet meer onderdrukken.
"Iedereen die niet gewond is naar buiten!" riep iemand. "Dan kunnen we beter zien wie er hulp nodig heeft!"
Buiten stond een heel groepje krabbende mensen. "Heb jij ook zo'n jeuk?"
"Zeg dat nou niet!" zei een ander. "Dat jeukt!"
De dwergendame probeerde onzichtbare vuurvliegjes te vangen, en Alrik rende halsoverkop naar de toiletten, zijn buik vastgrijpend.
Toen de gevelde mensen weer genezen waren, stelden de Tajern een onderzoek in, wat er precies gebeurd was. Blijkbaar had iemand met het eeuwenoude recept geknoeid.
Maar het oogstritueel had ook bijzondere effecten. Blijkbaar hadden Giebretius en de andere Shelindra-aanhangers rozen uitgedeeld. Ik vond een verloren roos en pakte hem op, net op het moment dat er drie engeltjes van Shelindra binnen kwamen lopen. Met bloemen in hun haar en glitters op hun huid waren het de mooiste wezens die ik ooit gezien had.
"Is er een bijzondere man in je leven?" fluisterde één van de mannelijke Shelindra-engeltjes.
"Ja." bloosde ik.
"Waarom ga je er niet voor?" vroeg hij.
"Hij is onbereikbaar!" zuchtte ik verloren.
"Niemand is onbereikbaar. Ga ervoor! Zorg dat hij je opmerkt."
Ik maakte een rondje door de herberg. Overal lagen vergeten en verloren rozen, en ik raapte ze bij elkaar. Een blonde man die langsliep had er een in zijn handen, en ik tilde de roos uit zijn vingers en liet hem verbouwereerd achter. Ik had ruim tien rozen, en liep blindelings het donkere bos in. Ergens onder de bomen in een schaduwrijk plekje strooide ik ze voor me neer en ik riep Kharnun aan.
Zou ik de enige zijn die Kharnun ooit rozen offerde?
"Ieder offer is er één." bromde Zijn stem.
Ik zuchtte blij. Zijn stem in mijn hart. Ik was zo bang geweest dat Hij me niet meer zou willen als Zijn dienaar.
"Je loopt al lang in mijn Schaduw."
Ik knikte in het donker. "Ik hoop mooie dingen voor U te doen, met Garulf en Octavius om me te helpen."
"Eén van hen heeft nog een Ander die naar hem kijkt."
Ik wist genoeg. Daar moest nog iets mee gebeuren, en het was ook wel te verwachten dat Septish zijn vingers ook om Octavius zou sluiten.
Het was heerlijk in het schaduwrijke bos. Ik bleef nog geruime tijd zitten.
Zondag
Op zondag gebeurde er niet zo veel. Ik maakte af en toe een klein wandelingetje met Fedor en Edith, en stelde wat gerichte vragen aan bisschop Ariane, die nog steeds in de buurt was. De Tajern waren nog steeds op zoek naar een nieuwe gravin om hen te leiden, maar verder gebeurde er niet veel. Tot Edith Octavius begeleidde in een meditatie.
Vincent en Garulf zaten erbij, beiden bezorgd en aandachtig luisterend. Ook een Zwarte Gardist die deel was geweest van de Ketting stond erbij en hij waarschuwde me om me nergens mee te bemoeien. Ik ging in kleermakerszit erbij zitten en beloofde alleen te luisteren.
Octavius beschreef een wijngaard in de nacht, met een halve maan die de schaduwen dieper maakte dan ze waren. Aan het einde van de meditatie daalde hij af naar de kelder, waar hij eigenlijk niet naartoe wilde. Daar stond een kist met een kaars, de kaars die maar niet uit wilde. De kaars stond in de kist, maar de kist was op slot en op de kist stond het teken van Septish.
Vincent en zijn vrienden wisten genoeg. De invloed van Septish moest verwijderd worden. Ik kan niet anders dan het daar roerend mee eens zijn.
-----
Al met al een heerlijk weekend weg in een stralend bos. Het was thuiskomen in het warme nest wat Maerquin altijd is geweest voor me.
Ik heb oude vrienden weer gezien, nieuwe personages ontmoet en veel informatie van vroeger uit de setting gedeeld -- want Marianne was erbij. Het is bijzonder om als een oud personage weer rond te lopen, met een boekje met zoveel informatie van vroeger er nog in. En de setting leeft als geen ander!
Het moeilijkste is weer gebeurd: alles staat weer op papier. Nu komt het andere werk: de IC brieven schrijven naar de Baron en de Orde van de Dag, het konkelen met IC vriendjes en plannen maken voor de volgende.
no subject
Date: 2018-11-09 01:02 pm (UTC)