janestarz: (Default)
[personal profile] janestarz
Na het knuffelen van de juiste mensen heb ik na Emphebion een kneiter van een verkoudheid opgelopen en ben ik sinds woensdagmiddag aan het snotteren. Maar zoals gewoonlijk moet er een verslag komen van het evenement, en zelfs met mijn zieke harses kan ik daar best een tijdje voor gaan zitten.

Het was wederom een heerlijk evenement. Ik had nog even snel twee bergkristallen armbanden geknutseld die morgen, wat natuurlijk veel langer duurde dan verwacht. Daardoor had ik veel minder moeite met 'storende' invloeden van buitenaf en kon ik me heerlijk richten op mijn eigen spel. De storende invloeden zochten me ook minder op. Ik heb tijdens het winterlive nog wel eens het idee gehad dat ik door één specifiek persoon achtervolgd werd omdat ze steeds aan mijn tafeltje kwam zitten, waar ik me ook naartoe verplaatste. Dat was nu een heel stuk minder!



Helaas spookten er dit evenement geen liedjes door mijn hoofd zoals met het winterlive. Ik kwam zelf ook veel minder in de spotlight te staan, iets waar spelleiders en verhaalleiders me al voor gewaarschuwd hadden op al-dan-niet subtiele wijze. Waar Kat nog zei "Kijk nou maar eerst hoe de andere spelers reageren [voor je een tiara op AliExpress koopt]" bulldozerde Gérard met "Je denkt toch niet écht dat je keizerin gaat blijven" al mijn roze barbiedromen kapot.
Vóór tijd-in kwam Quadim nog even naar me toe. "Tja, als we al die tijd samen hebben gereisd, dan is er nog wel wat gebeurd sinds deze winter." Direct zonk hij op zijn knie. "Ik zal u dienen, als u mij wilt hebben als uw dienaar."
Waar het op neerkwam was simpel. Als ik de titel keizerin zou claimen als de mijne, zou hij mij volgen tot het einde van de wereld. Als ik de titel niet zou claimen, was ik hem ook niet waardig. Ik rolde met mijn ogen en stelde de beslissing uit.

Ondanks al mijn roze barbiedromen (een koets, een prinselijk gemaal, een troonopvolger, een mooie nieuwe jurk en een tiaaaaaaaraaaaaa) was het nog altijd aan Zafira om te beslissen. En Zafira wil die verantwoordelijkheid voor andermans leven helemaal niet. Zij zag zichzelf al recht moeten spreken, waarbij ze de wet die ooit met de beste bedoelingen geschreven was, zou moeten handhaven. Hoe kon zij, als eenvoudige vrouw, het recht krijgen om te beslissen over leven of dood?

Dag 1.
In alle tijd die verstreken was sinds de winter had Zafira trouw de ring en ketting van het keizerrijk Osdorxka omgehouden. Nu volgde zij Dorian en Tornashuk in de richting van Meierkuil en Hindeveldt, op zoek naar een groep vervelende elven in het Zugli woud. Veel werd er niet gesproken over de artefacten. Tornashuk stond zich enigzins verbaasd aan de snor te krabben en sprak af en toe over "de keizerin" met een guitige blik in zijn ogen, tot Zafira hem vroeg om ermee op te houden. "Ik ben gewoon Zafira." zei ze dan.

[[ Het was trouwens waarschijnlijk niemand opgevallen dat ik tot en met het winterlive nooit de naam Zafira had geclaimd voor dit personage. Altijd "degene die ze Zafira noemen" of "mijn Emhpebion personage". Als ik het goed gedaan heb, tenminste, en me niet versproken heb. Nu duidelijk is dat Zafira zelf de herinneringen van haar vorige leven achter zich heeft gelaten en vrede heeft gevonden met het feit dat dit haar nieuwe leven is, is de naam onderdeel van haar nieuwe indenteit en accepteer ik hem dan ook met liefde. Nu, met de blik op de toekomst gericht, gaat ze nieuwe vaardigheden leren en is ze echt Zafira geworden. En ben ik ook op deze spelling uitgekomen, want met 'ph' ziet het er raar uit. ]]

In de herberg was het eigenlijk niet anders. Na de initiële commotie en verwarring als er een troep avonturiers allemaal op zoek is naar een kamer en een stoel en een glas drinken met schuim, rommelden de dwergen in de hoek van de gelagkamer, schoven er addellijken van links naar rechts door de zaal. Een man, later werd mij verteld dat het een Baron was, vroeg naar de 'zogenaamde keizerin zonder land' en wuifde in één klap de titel en alle macht die daar mogelijk mee samen zou hangen aan de kant. Pas later werd me duidelijk waarom.
Het was de jonkvrouwe die met Luca samen reisde die de tijd nam met me te gaan zitten. Haar aversie straalde als vuur van haar af. Het was duidelijk dat ze geen zin had in een gesprek met mij, maar ze zou me wel eventjes op mijn plek zetten.
"Dat je die ring draagt, betekent dat je de titel wilt uitdragen." zei ze kortaf. "Een heleboel mensen zullen hem niet herkennen, de meesten zullen gewoon denken 'dat is een mooie dure ring.' Maar degenen die hem wel herkennen, zullen zien dat je hem draagt met de bedoeling om de titel van keizerin te claimen. En die titel bestaat helemaal niet meer."
Ze legde uit dat de lage adel van het land ook verantwoordelijkheden had naar de koning, en dat de koning ook de titel keizerin niet zou erkennen. Pas toen ze helemaal klaar was met haar verhaal kreeg ik de mogelijkheid om een vraag te stellen.
De dame in kwestie bleek enige constructeurs-vaardigheden te hebben, en wilde best kijken naar de items die ik al zo lang droeg. Ik durfde de ring en hanger niet zomaar af te doen, gezien de aantrekkingskracht die zij vertoond hadden. Nadat de jonkvrouwe ze bestudeerd had, vertelde ze het goede nieuws. "Voor zover ik kan zien, zijn ze nu leeg. Maar er heeft wel iets in de ketting gezeten. Mogelijk, gezien de markeringen aan de binnenkant, een demonische entiteit."
Fantastisch. Niet alleen waren de juwelen die ik droeg een openlijke uitdaging voor alle adellijken daar aanwezig, het was ook nog eens een gevangenis voor een demon geweest. Wat een feest. Maar in ieder geval kon ik ze nu veilig afdoen, zodat ik de aanwezige adel niet nog verder op hun tenen zou trappen.

De Hermandant die ook tussen de reizigers rondliep, had zijn handen op een wetsvoorstel gekregen. Een aantal lokale dames waren aan het leuren geweest met wetten die verdacht veel leken op de oude wetten van Osdorxka. Het was nogal de vraag hoe ze aan die wetten gekomen waren, want het originele boek van de archivaris was nog steeds veilig bij Mira. Maar de Hermandant was niet avers tegen het idee van nieuwe wetten. "Als u, allen, ze zou willen herschrijven. Dan kan ik ze nog eens doornemen en besluiten of ik ze ga voorleggen aan de Markgraaf."
Het klonk als een heel erg vuil spelletje: doen jullie je best, en misschien, MISSCHIEN dat ik ze dan meeneem in mijn volgende bespreking.
Maar anderzijds: als je zo toch invloed kon hebben op het land, waarom dan niet? Wellicht dat het voor de gewone man verbeteringen met zich mee zou brengen.

's Avonds in bed bedacht ik me hoe sip ik het eigenlijk vond. Ondanks alle waarschuwingen vooraf en alle afzwakkingen van spelleiding en verhaalleiding, het blijft sip om in vijf uur van Keizerin naar nobody te gaan. En natuurlijk is het waar dat ik alleen maar Keizerin was (zou zijn geweest) door de stem van 1 speler die het hardste riep, maar toch. Als alle spelers voor je knielen, wat moet je dan nog denken? Natuurlijk houd je dan je roze barbie zo hard mogelijk vast.
Bovendien helpt het zéker niet mee als zelfs je eigen personage niet eens keizerin wil zijn....dus eigenlijk was het al vanaf het begin een innerlijke strijd.
Maar dit zou ik niet mijn evenement laten vergallen. Je kunt wel heel hard vasthouden aan een idee, maar eigenlijk ga je naar een larp om een leuk avontuur te beleven. De hoeveelheid onverschilligheid en de manier waarop Zafira en de hele titel genegeerd zijn, drukken mij op veel teveel gevoelige plekjes. Dus screw it. Ik maakte een plan voor de volgende dag en viel uiteindelijk toch in slaap in het smalle bed.

Dag 2.
Bij het ontbijt benaderde ik Tabitha met een ideetje waar ik al een hele tijd mee rondliep. "Mag ik eens meekijken bij jouw ochtendritueel?" vroeg ik. Tabitha was nog een beetje verbouwereerd, met een boterham halverwege haar mond. Ze knikte woordloos en slikte door. "Ja, natuurlijk. Maar ik moet wel even mijn koffie opdrinken."
Toen zij zich installeerde op het grasveld naast de herberg werd me pas duidelijk hoe ritualistisch haar bewegingen waren. Ze deed precies zoals anders, maar beschreef wat ze deed en waarom.
"Ik begin altijd met het aansteken van een stuk wierook." Haar bewegingen waren afgemeten en het was duidelijk dat ze dit al jaren precies zo deed. "Ga jij maar voor me staan, dan kun je goed zien wat ik doe en waarom."
"Mag ik met je meedoen?" vroeg ik.
"Euh....ja! Ja, natuurlijk mag dat!" stammelde ze. Even sloot ze haar ogen. "Ik begin altijd met een klein beetje meditatie."
Ze snoof een diepe ademteug door haar neus, en ik probeerde haar zo precies mogelijk te volgen. Haar handen maakten een grote cirkel van haar dijbenen omhoog, en daarna vouwde ze de handen voor haar borst terwijl ze langzaam uitademde.
Ik probeerde Tabitha zo goed mogelijk na te doen, ook toen zij haar zwaard oppakte en toevoegde aan de rituele handelingen. Ik gebruikte mijn handen. Het zwaard maakte een grote zwier boven haar hoofd. Ik verloor nog al eens mijn evenwicht. Het was zeker niet makkelijk, wat ze deed, maar ik voelde me energiek en blij toen we klaar waren met de bewegingen.
"En kijk, en tor!" wees Tabitha voor haar in het gras. "Ik kijk altijd naar een teken van het Wezen van het Leven, en soms is het een juweeltje, zoals vandaag." Een blijde glimlach verscheen op haar gezicht.

Ik werd door Aru uitgenodigd om mee te gaan bloemen te gaan plukken of kruiden te gaan zoeken in het bos, maar ik had het eventjes te druk. Wel haalde ik een mooie veer uit mijn mandje, die ik gevonden had tijdens een wandeling.
"Voor jou."
"Buizerd." zei Aru. Hij stak de veer in zijn haar, tussen de andere veren die hij al had. Ik kreeg een knuffel. "Dank."
Hij liep het bos in, en ik ging op zoek naar de mensen die ik nodig had.

Enige tijd later zat ik met Luca, Dorian, David, Quadim and de jonkvrouwe Isabella aan tafel. Vos luisterde vanaf de andere kant van de tafel mee. Ik pulkte wat aan de hanger, waar nu de ring ook aanhing, in mijn decolleté. "Ik heb jullie gevraagd omdat ik graag jullie mening hoor over deze artefacten. Deze zijn bij mij terecht gekomen afgelopen winter, maar ik weet niet zo goed wat mijn volgende stap gaat zijn. Het is niet mijn intentie om deze items te dragen of mezelf uit te roepen tot Keizerin, maar ik ben bang dat als ik ze zomaar terugplaats in het archief, er heel snel misbruik van gemaakt kan worden."
"Sowiezo kun je geen keizerin zijn." zei David. "Zonder land en een titel die niet meer bestaat." Ik besloot niet op zijn opmerking in te gaan, want hij had net zelf zijn titel als kapitein naast zich neergelegd om zijn god beter te kunnen dienen en, oh ja, wellicht de titel van Ridder te veroveren.
De jonkvrouwe sprak al snel van het onderzoek wat zij gedaan had. "Als deze items in de handen komen van een ambitieuze adellijke die er misbruik van wil maken, kan dat heel makkelijk. Het zou zijn zaak kracht bij kunnen zetten als hij een greep doet naar de macht."
"We kunnen natuurlijk altijd een stukje deceptie gebruiken." zei Quadim. "Tegen de wereld verkondigen dat deze items in het archief geplaatst gaan worden maar dan;" hij maakte een gebaar met zijn handen; "door rovers ontvreemd zouden worden, en op onverklaarbare wijze in het moeras verloren raken. Dan komt er mogelijk een heksenjacht op gang om de ring van de Keizerin terug te vinden, terwijl wij al die tijd weten dat hij veilig is. Hij is alleen niet waar men verwacht dat hij is."
"Nee wacht even," brak Dorian in. "Waarom ga je niet naar het hof van de koning, kniel je voor hem, en ontkracht je daarmee de mythe van de keizerin volledig? Door zijn superieuriteit te benadrukken geef je hem de hogere status, verlaag je je eigen status en voorkom je automatisch dat de ring en ketting misbruikt worden voor een ander doel. Na dat moment hebben ze die hele hoge status niet meer, immers."
"Vooropgesteld dat zij dat zou willen." zei Jonkvrouwe Isabella. "En dan nog moet zij claimen die status te hebben." Haar stem sprak boekdelen, dat was wel het laatste wat ze zou toejuichen.
Ik dacht na. "Het klinkt als een veilige oplossing om te voorkomen dat men deze items misbruikt. Alleen één probleem blijft: de koning zal zijn eigen invloed willen laten gelden op de drager van de ring en ketting. Of mij willen gebruiken om zijn eigen positie te versterken."
De jonkvrouwe knikte, en Dorian zei wat we allemaal dachten: "Dan is een politiek huwelijk waarschijnlijk het beste waar je op kan hopen."
"Of de beul zijn bijl." zei ik droogjes.
Vos brak in de discussie in. "Maar waarom kunnen de items niet gewoon terug naar het archief waar je ze gevonden hebt? Is dat geen veilige oplossing?"
"Het is wel wat ik de archivaris beloofd heb." zei ik bedachtzaam. "Maar ik weet niet zeker dat ze daar veilig zouden zijn."
"De barrière is nu terug, versterkt door de magie van de nieuwe goden." zei Dorian.
"Maar met avonturiers weet je nooit hoe lang het huidige pantheon zal blijven bestaan." zei ik met mijn gebruikelijke gebrek aan nuance.
Een aantal van de mensen aan tafel reageerde geschokt en begonnen tegenwerpingen te roepen. "Ik zeg niet dat dat zou moeten gebeuren, goden nee, laat alsjeblieft het pantheon veilig blijven." zei ik snel. "Maar waar avonturiers bij elkaar komen gebeuren hele rare dingen. Ik weet niet of de dingen veilig zijn in het archief! We hebben afgelopen winter wel gezien dat de demonen zichzelf misschien wel stuklopen op de barrière maar dat ze er alles aan zullen doen om erdoorheen te komen. Het was gewoon een kwestie van tijd!"
"Zeker nu dat klooster van de Hoeder erbij gebouwd is." zei Quadim. "We weten allemaal dat de Hoeder ook voor de tradities staat. Het zou dus geheel in hun straatje liggen om de oude tradities weer nieuw leven in te blazen. Voor je het weet pakken zij de ring en de ketting en ontketenen ze daarmee het probleem wat wij proberen in te dammen!"
De discussie kabbelde tot rust. "Goed." zei ik. "Ik heb jullie adviezen gehoord, en ik heb, hoop ik, ook duidelijk verwoord dat ik niet ambiëer keizerin te zijn. Het belangrijkste vind ik dat deze items niet misbruikt kunnen worden. Dat ze veilig blijven. Ik ga hier later een beslissing over maken."

Ondanks meerdere uitnodigingen van vrienden om een rondje in het bos te gaan lopen en kruiden of bloemen te plukken, kwam het daadwerkelijke plukken er maar steeds niet van. Tabitha en Mira bogen zich met een manspersoon in rare brokaat gewaden over de nieuwe wetten, en raadpleegden het boek wat Mira van de archivaris had gekregen. Andere mensen gingen het bos in om uit te zoeken hoe het nu zat met de elven die de omgeving zo plaagden. Dit werd behoorlijk bemoeilijkt omdat er maar een man of drie waren die daadwerkelijk de taal uit Pallax meester waren, en de elven zo mogelijk nog minder Dosforks praatten.
Ik was blij om Harman mijn hand te geven zodat hij mij door het kreupelgewas kon leiden. Na de gebeurtenissen van de winter waardeerde ik zijn hulp alleen maar meer. Hij was een jaar eerder ook degene geweest die de moeite had genomen om een zwijgzame dame te leren zich te verdedigen met een dolk, iets wat me die winter een hoop pijn had gescheeld toen er Kraaien uit de bosjes waren gesprongen tijdens een wandeling met Abe.
De hand van Harman was warm en stevig, bezaaid met eelt, en hij twijfelde nooit bij het zoeken van een veilig pad. Een man om op te bouwen.
We vonden Vos vlakbij een rare pilaar die wel ontploft leek, en jonkvrouwe Isabella wilde deze pilaar graag onderzoeken. Het clubje mensen wat zich daar verzameld had bewoog zich steeds verder weg, en alhoewel ik hen al snel verloor in de dichte begroeiing, kon ik hun stemmen nog wel een tijdje volgen. Steeds zachter.
Op mijn aandringen sprongen Vos en Harman overeind en nam Harman mijn hand weer, om me terug te begeleiden naar het pad en de herberg. Van kruiden zoeken kwam overduidelijk niets. Het was wel jammer dat ik het gesprek van Vos en Harman onderbroken had, ze leken erg begaan met elkaar. Gelukkig namen ze er later tijd genoeg voor, ik heb ze veel samen zien zitten praten. Ik denk dat Vos ook een goede steun is voor Harman. Ik zou er bijna jaloers van worden, ware het niet dat ik snel een stap achteruit doe als ik zie dat iemand oprecht een connectie heeft met een ander. Daar hoef ik dan niet tussen te gaan staan....

Ork fotografie: Emphebion Zomerlive 2018 &emdash;
Foto door Ork de Rooij.


Bij het vallen van de avond kreeg ik Aminia zover dat ze de tijd nam om me magie te leren. Zij was één van de weinige nog oprecht elementaire magiërs die zich niet had laten beïnvloeden door een god. Quadim, zoals hem gebruikelijk is, had zich met zijn neus er al snel weer tussen gewurmd. Hij wilde óók magie leren, en wel snel! Met zijn gebruikelijke ongeduld en recht-door-zee gedrag interpreteerde hij de les van Aminia niet altijd even handig.
"Maak de connectie tussen jezelf en de bron. Dit moet je dagelijks doen, net zoals priesters 's morgens een connectie tussen henzelf en hun god terugvinden. Hiervoor moet je een eigen ochtendritueel bedenken." vertelde Aminia.
Ik had haar al verteld dat ik die ochtend de bewegingen van Tabitha gevolgd had. "Het was heel bijzonder. Alsof sommige bewegingen me herinnerden aan de wind over het graanveld. Of een vlam die boven een kaars danst." Ik sprong op en liet één van de bewegingen van die ochtend zien. "Van hier stapt ze uit naar buiten, zo, naar rechts of naar links. En terwijl ze dat doet, brengt ze haar arm naar buiten en trekt ze met de andere hand terug naar haar lijf. Alsof ze een boog spant."
Ik wriemelde met mijn vingers. "Oh ja, dit moet zo. Je houdt je wijsvinger, duim en middelvinger gestrekt, en buigt je ringvinger en pink. Die blijven zo staan, wijzend als een kaars. En van daar trek je met de andere hand de energie open, over je arm, naar je hart!"
Ik sprong op en landde met mijn voeten bij elkaar. "En ik werd hier heel warm van, en onrustig, net alsof er een vuur in me groeit."
De dwergen die mee hadden geluisterd naar mijn vragen in de herberg, waren meegelopen naar het veldje waar we les kregen, en mompelden in hun baard. "Duz tog fuur!"
"Misschien...?" zei ik onzeker. "Maar misschien ook lucht...."

"Hebben jullie al eens magie gevoeld?" Vroeg Aminia. Ze kruiste haar benen onder zich en stak een hand uit naar Quadim en mij. Met een kleine waarschuwing vertelde ze hoe ze aan haar magie was gekomen: de bliksem was ingeslagen in een ritueel wat zij deed op dat moment, en daardoor was ze aan haar markeringen op haar gezicht gekomen, en tevens haar magie. "Ik zal jullie voorzichtig laten voelen..."
Niet lang daarna lagen Quadim en ik op onze rug op het gras, met tintelende vingers en tenen. Dus dát is magie...bliksemmagie, maar toch. Magie.

Aminia gaf me een oefening te doen. "Bedenk de woorden die je wilt gebruiken, oefen ze maar een paar keer voor jezelf. Maar denk ook na over hoe je het element iets kan laten doen voor je. Bij de spreuk Duw probeer je om iets omver te duwen. Hoe zou je dat met lucht willen bereiken? Of met water? Met vuur?"
Terwijl ik probeerde om de luchtmagie voor de geest te halen, bewogen mijn handen zich als vanzelf. Enige afstand uit elkaar lagen ze in mijn schoot, en als ik me concentreerde leek het net alsof ik een stroming kon voelen, als een kleine bal tussen mijn handen.
Ik slaakte een kreetje. De bal lucht tussen mijn handen was uit elkaar gespat en de ontlading was als een tik tegen mijn linkerhand gevlogen.
Animia probeerde Quadim nog eens de basis uit te leggen en ik concentreerde me weer. Hetzelfde gebeurde nogmaals.
"Heel goed. Nu wordt het tijd om je woorden helder voor de geest te halen. Want straks moet je alles tegelijk doen." zei Animia.
Ik stamelde een excuus. Nu leek het wel heel echt te worden. "Maar zeg je dan 'de wind die door de bomen gaat' of moet het sterker zijn zoals 'een orkaan boven zee' en moet het rijmen want met 'zee' kan je veel rijmen maar 'gaat' vind ik weer moeilijker en 'duw' rijmt weer op heel weinig woorden?"
"Wat voor jou het beste werkt, en nee, het hoeft niet te rijmen tenzij je dat graag wilt." zei Animia.
Het was heel lastig om me voldoende te concentreren, en om de woorden er uit te laten komen in de juiste volgorde terwijl ik ook nog eens een bal van magie in mijn handen probeerde te balanceren zonder mezelf op te blazen was écht onmogelijk. De eerste keer duwde ik mezelf omver en de tweede keer gleed mijn voet onder me weg en eindigde mijn spreuk in een rare gil terwijl ik ter aarde stortte en probeerde te rollen. Het was een wonder dat de magie niet terugklapte maar gewoon langzaam leek te verstuiven in de lucht. Dat is dan wellicht nog een zegen geweest.
Ik stofte mijn jurk af en wierp een blik over mijn schouder. Naast de dwergen waren ook Blossom en andere avonturiers komen kijken. Blossom zat op zijn knieën maar leunde geïnteresseerd naar voren op zijn knots, en guitige blik op zijn gezicht.
"Nog één keer!" spoorde Animia me aan, maar ik wuifde haar weg. "Nee, nu is het Quadim zijn beurt."
Quadim nam mijn plek over en toen ik zijn gezicht nog wat beter bekeek nam ik nog een stap achteruit. Terwijl hij vooral de wetenschappelijke methode van het alchemische brouwen kende, laveerde ik tussen alle chaos door puur op het kompas van mijn hart. Waar hij met de ratio probeerde te werken, trad ik de magie met mijn hart tegemoet.
"Probeer het te voelen, Quadim." zei ik nog, maar zijn gedachtengang was al als een paard op hol geslagen.
"Dus jij zegt dat de magie ín me zit." zei Quadim tegen Animia. Hij pakte zijn dolk. "Dus dan moet het ook uít me te krijgen zijn." Hij haalde de dolk over zijn handpalm en zei een incantatie.
Ik liep weg voordat ik hem een hele harde trap voor zijn hol kon geven....bovendien moest ik nog even mijn excuses aan Dorian aan gaan bieden. Hoe vaak en duidelijk Aminia me ook gewaarschuwd had, toen ik probeerde het element vuur te benaderen en ik op zoek ging naar mijn frustratie, had ik een ontlading zijn kant op gevoeld. Dat was natuurlijk ook niet helemaal netjes van mij.

Later die avond, na het eten, had ik een rondje gelopen. Bij het begin van het bospad stonden een aantal figuren onzeker te draaien, waaronder de jonkvrouwe. Een groepje van vijf man wilde het bos inlopen, en omdat zij nummer zes zou zijn twijfelde ze. Zeven is een ongelukkig getal, waardoor haar beschermer Luca niet mee zou kunnen gaan.
"Ach, ik weet zeker dat u veilig bent met zulke mannen om u heen." zei ik, en ik hield mijn hand uit.
Ze glimlachte, dronk haar glas leeg, en zette het in mijn hand. "Dank u."
Terwijl jonkvrouwe Isabella het bos inliep, draaide ik mij op mijn hielen om en liep ik op mijn gemakje terug de gelagkamer in. Gelukkig zag ik daar vrij direct Luca staan, die een eed had gezworen aan de vader van de jonkvrouwe om haar veilig te houden. Met een theatraal gebaar zette ik het delicate glaasje van jonkvrouwe Isabella voor Luca's neus op tafel.
"De jonkvrouwe liep zojuist het bos in." zei ik tegen Luca.
Hij sprong direct op van zijn stoel en sprintte de gelagkamer uit. Ik had mijn hand nog niet eens van het voetje van het glas kunnen halen en hij was de deur al uit.
Ik volgde hem naar buiten en zag Linda aan komen lopen. De bijzondere band tussen haar en Luca was me die winter wel duidelijk geworden, toen Linda problemen had gekregen met demonen en Luca koste wat kost wilde helpen. Ik had me toen afzijdig gehouden, maar nu stak een jaloerse streek zijn kop op. "Luca is zojuist in zijn eentje het bos in gerend. Achter de jonkvrouwe aan."
En ook Linda spurtte weg, zonder te wachten of er nog iemand met haar mee zou gaan. Een vertwijfeld groepje liep richting het bos, en ik voegde me bij hen.
"Wie zijn er allemaal het bos in?" vroeg Quadim naast me.
"De jonkvrouwe met een groepje. Luca en Linda daarna, alleen." ik draaide me naar hem toe. "Ik heb er geen spijt van dat ik het hen verteld heb..."

Maar die woorden heb ik in moeten slikken later. Veel later die avond, nadat we met alle avonturiers het bos ingedreven werden door rare wezens en Bryce Linda een keuze liet maken welke avonturiers mee zouden gaan om het artefact van de dwergen op te graven uit het bos. Toen de avonturiers meegenomen werden door Bryce, daalde een dikke duisternis neer. Ik zag geen hand voor ogen, maar de wezens die om ons heen krioelden kon ik nog horen snuiven. Ik was een tijdje gefascineerd geweest door een vuurelementaal die bij mij in de buurt rondzweefde. Hij was echter te warm om aan te raken, en de rauwe kracht die van hem afstraalde was beangstigend geweest. Zelfs zijn vuur werd gedempt door de duisternis om ons heen en als hij vijf meter van me af liep was ik zelfs zijn licht kwijt.
Bollen van licht die een zachte gloed verspreidden, dansten langzaam door de duisternis. Ik werd door ze verblind als ze te dichtbij kwamen, en kroop bijna weg van het felle licht. Met één hand beschermde ik mijn ogen.
Dorian, Luca, Aru, Isabella...er waren er in totaal zes meegegaan met Bryce, en we moesten hun namen roepen om hen te verankeren aan de werkelijkheid. In deze duisternis kon ik mijzelf niet eens terugvinden, en al snel verstomde mijn stem en bleef ik me vooral beschermen tegen de harde lichtbollen die me verblindden.

Na een eeuwigheid leek de duisternis enigzins op te trekken, en de wezens die ons het bos in geduwd hadden begonnen nu aanstalten te maken om ons er vooral weer uit te verstoten. In ons midden lagen de dapperen die de reis met Bryce waren aangegaan.
Ik tilde een arm over mijn schouder, en pas toen de duisternis weer teruggekeerd was naar de normale nachtelijke lucht en de sterren en maan ons pad belichtten, merkte ik dat het Luca was. Wat er uit zijn mond kwam, was geenzins iets wat ik ooit verwacht had dat Luca zou zeggen.
Luca, de meest eerlijke man, die nooit van het pad van de Heer van het Licht zou afwijken. Die zelfs toestemming vroeg om dames aan te raken, zelfs als zij dodelijk gewond waren, om te voorkomen dat zijn handelingen onproper zouden kunnen zijn.
"Geef mij maar een vergiftigde dolk!" riep Luca. "Dan zal ik het werk van de Vader doen!"
Zijn benen konden zijn gewicht nog niet dragen, en wie er aan de andere kant zijn gewicht ondersteunde kon ik door de tranen niet zien.
"Linda!" riep ik naar achteren, voor zover ik mijn hoofd kon draaien. "Linda moet NU hier naartoe komen."
"Ik ben hier Zafira, wat moet ik doen." vroeg Linda.
"Vertel hem over de Heer van het Licht." snikte ik. "Het licht wat zijn pad altijd verlicht heeft. Wat hem nooit heeft doen dwalen."
Toen we bij de herberg aankwamen kon Luca alweer zelf lopen. Hij trok zijn armen van onze schouders en liep alleen verder. Ik stopte bij de haag die langs het pad begon, een klein stukje voordat ik bij Harman was. Harman keek de avonturiers na, die één voor één de herberg binnendruppelden, en draaide zich toen naar mij toe.
"Zafira, wat is er?" vroeg hij bezorgd.
"Het is Luca." snikte ik, terwijl ik mijn gezicht in zijn wambuis begroef. "Hij is van zijn geloof gevallen, volgens mij."

Harman hield me vast tot ik mezelf weer onder controle had, en toen veegde ik mijn tranen weg. Ik ademde een paar keer diep in, en liep toen ook de gelagkamer in, alsof een gewicht aan mijn voeten hing.
Luca stond daar ook. Hij plukte ongeduldig aan zijn kleren, en trok al snel zijn bovenkleding uit. Zijn hemd ging met de tuniek mee en hij raakte bijna verstrikt in de amulet die hij daar overheen droeg. In frustratie gooide hij de opgefrommelde kleding op een tafel en liep hij weg. Even keek hij nog naar de wollen jas, met de afbeeldingen van de Orde van de Eenhoorn en de kaars van de Heer van het Licht erop, en toen gooide hij die in walging op de grond.
De andere avonturiers keken geschokt. Degenen die met Bryce mee waren gegaan waren op banken gelegd om bij te komen, de jonkvrouwe was buiten bewustzijn en ook Dorian kon amper zijn hand optillen. Niemand durfde verder te bewegen, gehypnotiseerd volgden ze Luca's voortgang terwijl hij zijn kleding afwierp en op zoek ging naar geschiktere kleding, en groot glas drank, een vrouw voor op zijn knie, en een moordenaars dolk.
Ik knielde bij de afgeworpen mantel en viste het amulet eruit. Deze gaf ik eerbiedig aan Linda in bewaring, als Luca niet meer terug zou keren uit deze krankzinnigheid, zou zij er het meeste aan hebben.
Daarna begon ik de andere kledingstukken op te vouwen. Tranen rolden over mijn wangen. Ik rouwde bij het vouwen van de kleding, om de man die het ooit gedragen had; de man die ik nu niet meer herkende. Daarna stelde ik mezelf op bij de muur, mijn handen voor me gevouwen. Stilletjes huilde ik om de man die Luca ooit was geweest.

Even later, toen Bryce met enige moeite binnen kwam lopen, draaide ik me briesend om en stormde ik naar buiten. Bryce, die deze hele zooi had bedacht. Als hij dit niet meer goed kon maken, zou ik niet voor mezelf instaan. Ik nam me voor de Servitar te wurgen als ik daar de kans toe had.
Eenmaal buiten viel mijn oog op Aru. Iemand had hem bij de tafels buiten neergezet, en hij lag daar met zijn hoofd op de tafel te slapen. Eventjes streelde ik zijn haar en hij opende een oog. In zijn ogen herkende ik de Aru die ik altijd al gekend had, en ik trok hem tegen me aan. "Moe." mompelde hij nog.
"Ga maar even slapen. Ik ben bij je." zei ik, terwijl ik zijn haar streelde.
Toen ik veel later de herberg weer binnen liep, was Bryce diep in gesprek met Luca, en Linda zat aan hun voeten. Ik hoopte dan maar dat het toch nog goed zou komen...

Dag 3.
Nog uitgeput van de emoties van de vorige dag, besloot ik het deze dag rustiger aan te doen. Ik probeerde me te concentreren op de bewegingen van mijn ochtendritueel, maar of ik een merkbaar verschil maakte in mijn connectie met mijzelf en daarna de connectie naar de bron van alle magie, zou ik niet kunnen zeggen. Ik verloor een paar keer mijn evenwicht in de bewegingen en probeerde dan een betere houding te vinden, maar misschien overdacht ik alles wel teveel.
In de tussentijd was Quadim nog veel verder gegaan in zijn rare gedachtenkronkels. Het was me wel duidelijk geworden in de laatste paar dagen dat hij intelligent was, maar gevaarlijk. Ik vermoedde zelfs dat zijn knieval, het uitroepen van keizerin Leonie Zafira de Eerste, een poging waren geweest om zijn vingers tussen de deur te krijgen en mij te bespelen en te manipuleren. Hij had me verteld waar hij vandaan kwam en hoe hij de ring herkende, maar ik geloofde er geen woord van. Machtswellustig en bereid tot de meest rare sprongen om zijn doel te bereiken, was mijn conclusie.
Het feit bleef echter dat hij zich met mij wilde bezig houden, en ik probeerde de boot af te houden. Een hondsdolle hond die je op de voet volgt leek me niet zo'n goed plan.

Die middag werd ik voorgesteld aan een dame van stand. Snel werd er in mijn oor gefluisterd: "Dit is de dochter van de Markgraaf! Ze was ontvoerd geweest en nu is ze vrij."
De hooggeboren dame heette onder andere Antoinette en had natuurlijk nog een hele rij met andere namen en een titel, maar Antoinette bleef hangen. Gekleed in een mooie groene jurk commandeerde ze respect zelfs als ze met een kopje thee in een hoekje van de gelagkamer zat. De ogen van de avonturiers dwaalden steeds naar de nobele dame af, maar ze wilde met Zafira praten. Ze vertelde hoe ze ontvoerd was geweest door de Baron van Hogenpief, en hoe ze ontsnapt was toen het bos door de constructen die daar ronddwaalden in de hens was gezet. Ik vond het verhaal een beetje bijzonder, want als ze zo ontvoerd was geweest, waarom zou de deur niet op slot hebben gezeten? Maar ik durfde het niet te vragen, de vrouwe had vast genoeg aan haar hoofd.

De vrouwe was echter vastberaden om kennis te maken met het volk. "Als mijn vader overlijdt, ben ik als eerstgeborene de volgende in lijn en zal ik Markgravin worden. Dan zal ik niet meer de tijd hebben of krijgen om de gewone man te ontmoeten en met hem te praten. Dus maak ik daar nu gebruik van -- en daarom was ik ook op rondreis door de Mark en daarom kon de Baron zijn slag slaan. Als ik thuis was geweest, was dat nooit gebeurd."
Later die middag zaten de hooggeborene vrouwe en ik weer bij elkaar, waarbij zij een bijzondere uitspraak deed die haar duur zou kunnen komen te staan. Ik slikte een paar keer. Dat zij dit risico nam met iemand die ze net ontmoet had... ik besloot haar te vertrouwen, zoals ze mij vertrouwde, en viste de ring en de hanger uit mijn decolleté.
"Dat is een mooie ring." merkte Antoinette op. Ik vertelde haar het verhaal erachter, en een deel van de plannen, maar vooral dat het niet mijn intentie was om mezelf uit te roepen tot Keizerin.

Die avond werd het nog ingewikkelder. Terwijl de andere avonturiers druk bezig waren met de wetten, het construct van de Dwergen wat zich diep in het bos begraven had, en het nieuwe artefact wat met de hulp van Bryce boven water was gekomen, werd ik met mijn neus weer op de feiten gedrukt.
Er waren twee heren uit Iis (ie-jis), die vragen stelden over 'de keizerin die was uitgeroepen.' Gelukkig was vrouwe Antoinette nog steeds in de buurt, en zij onderschepte de heren met alle charisma die haar status, titel en schoonheid kon uitstralen. Ik stond aan haar schouder en stelde mezelf op als dienstmaagd, met mijn handen voor mijn rok samengevouwen en mijn hoofd eerbiedig gebogen. De ketting en ring hingen laag om mijn nek, verstopt achter mijn warme omslagdoek die hoog om mijn nek gewonden zat. Nerveus voelde ik even aan de doek om er zeker van te zijn dat er niets zichtbaar zou zijn van de ring of de hanger.
Nadat de heren hadden verteld wat ze precies kwamen doen, nam vrouwe Antoinette een momentje voor zichzelf en voerde me naar een rustig plekje achter de herberg waar niemand ons kon horen.
"Dit is jouw beslissing." zei vrouwe Antoinette. "Ik heb bevestigd dat de items gevonden zijn, maar ik heb ze niet verteld in wiens bezit ze zijn of wat de intenties van die persoon zijn. Je hoeft niet naar voren te stappen."
Ik dacht na. Ik wist helemaal niets van Iis, behalve dan dat Dorian en Juno er iets van leken te weten. Maar Dorian was al dagen met zijn eigen dingen bezig en ook Luca werd compleet in beslag genomen door zijn eigen sores, oftewel, vrouwe Isabella. Ik wilde hen niet per se storen met mijn triviale dingen, maar ik vond wel dat ik zoveel mogelijk informatie bij elkaar moest proberen te halen. Ik haalde de ring van de ketting af en schoof hem aan mijn vinger.

Uiteindelijk trok ik Linda aan haar schouder. De laatste dagen hadden we regelmatig contact gehad en nu vroeg ik om haar hulp. Waar ik een kwartier eerder nog de dienstmaagd van de hooggeborene vrouwe probeerde neer te zetten, ging Linda nu compleet op in die rol. De heren uit Iis waren inmiddels in het hoekje van de herberg neergestreken, met vrouwe Antoinette op de hoge stoel. Toen ik aan kwam lopen keken ze geïnteresseerd op, alsof ik kwam vragen of ze thee wilden. In plaats daarvan trok ik mijn omslagdoek los en liet ik Linda de warme mantel van mijn schouders halen.
Toen stak ik mijn hand uit, met de ring prominent naar voren.

"Bijzonder." mompelde de ene man, terwijl de andere even zijn hand langs zijn ringbaardje haalde en "Uitmuntend." ademde.
De heren begonnen nogmaals met hun introductie. Theodoor, historicus, en....in de herrie van de gelagkamer verstond ik de naam van de andere man niet. Hij was expeditieleidier, gestuurd om uit te zoeken of de geruchten waar zouden zijn.
"Iis is in wederopbouw, en het zou heel veel mensen, nouja, een heleboel HOOP geven als we zoiets bijzonders als dit zouden vinden. Als de geruchten waar zouden zijn. Veel inwoners kijken nog steeds op naar het oude keizerrijk, en als er artefacten van toen, nu teruggevonden zouden worden, geeft dat een connectie met een stukje historie waar ze trots op kunnen zijn. Het zou de wederopbouw versnellen."
"Mag ik u vragen, hoe deze items bij u terecht zijn gekomen?" vroeg Theodoor.
Ik vertelde hen het verhaal van het archief. Ik vertelde van de archivaris, die zoveel kennis over het oude keizerrijk had gehad, die ons de vier kamers liet zien. Over wat er te zien en te leren viel in de vier kamers, en uiteindelijk, hoe alle deuren in het oude archief waren geopend.
Ik haalde Mira erbij, zodat zij met de Iisianen kon praten over het boek, en de twee mannen even afgeleid waren. Mijn hoofd ging nog steeds in cirkeltjes, en ik wist nog niet zo goed wat ik ervan moest denken. Ook werd de gelagkamer om ons heen steeds luidruchtiger. Uiteindelijk leek het me verstandiger om de volgende dag nogmaals bij elkaar te komen, en verder te spreken.

Dag 4.
Na het ontbijt was het tijd om mijn ochtendritueel te herzien, maar Aminia kwam gelijk naast me in het zonnetje zitten en knoopte een gesprek aan over magie. We theoriseerden er een tijdje rustig op los, waarbij ik haar vertelde over de bewegingen die Tabitha me had laten zien en mijn zoektocht naar de juiste bewegingen. Aminia wilde graag mijn bewegingen proberen, dus we liepen samen door een aantal poses heen. Ze liet mij ook haar veel explosievere en krachtige gebaren en bewegingen zien die ze in haar ritueel gebruikte. Net toen we tegen het einde van het gesprek liepen, kwamen zowel de heren uit Iis als Tabitha het veldje achter de herberg oplopen.
"Ik vrees dat zij mij zoeken." ik knikte in de richting van de heren uit Iis. "Ons gesprek is nog niet afgelopen."
Ik zuchtte, en voegde me bij de heren, die een tweede veldje verderop aanwezen. "Zullen we daar gaan zitten?"

Terwijl ik voor de heren uitliep, keek ik even terug naar waar Tabitha zat. Dorian, Yanis en Luca waren er nu ook bij gaan zitten en Tornashuk sloot zich bij hen aan. Gelukkig sprak ik nog steeds mijn zelf-bedachte gebarentaal, en ik gebaarde naar Dorian met drie handgebaren dat hij een oogje op ons moest houden. Ik wist nog niet zeker of ik veilig was bij de heren, en zo voelde ik me al ietsje beter.

De voorgaande avond hadden de heren al wat door laten schemeren, en dat was de reden dat vrouwe Isabella en Aminia met ons meeliepen. Er was blijkbaar nog een derde onderdeel van deze set. Maar eerst wilden de heren de ring en ketting onderzoeken. Ik stond dat natuurlijk toe, en na een aantal bedachtzame blikken beaamden ze dat de ring en hanger inderdaad heel erg oud waren, maar dat ze nog niet zeker konden zijn dat ze onderdeel waren van de set waar hun eeuwenoude item vandaan kwam.
Toen kwam het derde item tevoorschijn. Voorzichtig werd het stukje zijde opengerold en ik zag dat het een prachtige armband was. Voor mij als
leek was direct duidelijk dat het in dezelfde stijl was, maar eerst zou vrouwe Isabella een blik werpen. Met haar constructeursvaardigheden keek zij toch anders naar voorwerpen. Al snel kwam haar oordeel: het was onderdeel van dezelfde set.

"Dan nu aan u de vraag, vrouwe. Wilt u de armband dragen?" vroeg Theodoor. Hij had de voorgaande avond uitgelegd dat de ring alleen niet zo'n groot risico was om te dragen. De ring en de hanger samen konden alleen aangeraakt worden door iemand uit de directe hofhouding van de keizerin. Maar de armband was de beslissende factor. Alleen iemand uit de directe bloedlijn van de keizerin zou alle drie de items zonder verdere narigheden kunnen dragen. Ik hoopte dat hun beschrijving van lichte misselijkheid niet de understatement van de eeuw was. De ketting had me ontzettend ziek en naar gemaakt, maar dat was waarschijnlijk alleen omdat er een demon in gevangen had gezeten. Een demon die ik had vrijgelaten toen de ring dicht genoeg bij de hanger was gekomen.
Voor hetzelfde geld zou het dragen van de drie items de dood betekenen voor ieder die niet afstamde van de originele bloedlijn....

Ik knikte.
"Iets zegt mij dat deze gelegenheid bijna vereist dat we staan." zei ik, en we krabbelden snel uit het gras omhoog.
De heren wisten niets over de volgorde waarin de juwelen aangedaan zouden worden, en ik hoopte dat het niet uit zou maken. Dat ik niet met gruwelijke pijnen ter aarde zou storten. Maar het was wel duidelijk dat de armband aan de rechterpols gedragen diende te worden. Ik hield mijn arm uitgestoken en de expeditieleider klikte eerbiedig de armband om mijn pols.
Er gebeurde niets.
Tenminste, er gebeurde niets verschrikkelijks. Aminia knikte vragend, en begon toen haar ritueel om de magie te onderzoeken die mogelijk aanwezig was in de juwelen.
"Wel, gefeliciteerd vrouwe;" sprak Theodoor de historicus. "Blijkbaar bent u één van de mogelijk duizenden mensen die afstamt van de directe bloedlijn van de keizerin."
"Ik zie een soort magische ring. De energie lijkt als het ware te stromen van de ene, naar de andere, naar de derde. Van de ring naar de hanger naar de armband naar de ring. Het lijkt een soort barrière te scheppen, een magische bescherming. " zei Aminia. Dit kwam overeen met de vermoedens van de Iisianen.
"Naar het schijnt kon de Keizerin twee aartsvijanden met elkaar laten praten, puur door haar kalmerende aanwezigheid." zei de expeditieleider. "Misschien dat u met oefening dit kalme aura zelfs verder uit kunt stralen, zolang u de drie juwelen samen draagt."

Veel tijd om te oefenen kreeg ik echter niet. De expeditieleider wees op de armband en vroeg of hij die weer af mocht doen. Ik zuchtte eventjes zachtjes. Het was een fijn gevoel geweest om zo beschermd te zijn, om de set compleet te zien, en niet zoals ik gevreesd had, kermend ter aarde te storten.
"Een woord van waarschuwing nog." zei Theodoor, terwijl hij zijn grijze lokken achter zijn oor streek. "De bloedlijn van het keizerlijk huis is op een bepaald moment vervuild geraakt toen demonen zich met de troonopvolging en het keizerrijk gingen bemoeien. Dit zou ik niet met iedereen zomaar delen, maar er is dus een kans dat u iets van demonenbloed in u draagt."

De heren liepen met ons mee terug naar de herberg. "Wij gaan een verslag schrijven van wat we vandaag te weten zijn gekomen. We zullen u later vragen wat u besloten heeft." zei Theodoor.
"U bent de eigenaar van de ring en de ketting." sprak de expeditieleider. "Maar het is dan nu aan u om te besluiten wat u wilt doen. Het zou mooi zijn als u de ketting en ring met ons mee wilt geven naar Iis, als teken van hoop. En als u besluit mee te gaan naar Iis: het is een lange reis van enkele maanden zo niet jaren. Maar u bent natuurlijk welkom om mee te reizen, als u dat wilt. U mag hier even rustig over nadenken, maar we zullen later vragen wat u besloten heeft."

Nadat de heren naar boven waren verdwenen, ging het heel hard. De rovers die steeds uit de bossen kwamen zetten, zetten hun aanvallen nu volop voort. Tot uiteindelijk hun leider gevangen werd genomen: Baron van Hogenpief.
Gelukkig was ook de Hermandant teruggekeerd, zodat Jonkvrouwe Isabella het verhaal kon doen. Hoe Van Hogenpief de dochter van de Markgraaf ontvoerd had, en hoe hij plande dat de huidige Markgraaf om het leven zou komen kort na de trouwerij, waarna zijn nieuwe echtgenote een klein ongelukje bij de jacht zou hebben. De rechterhand van Van Hogenpief was de dag ervoor al naar ons toe gekomen, in de hoop dat zijn hulp en getuigschrift beloond zou worden met kristal of een titel. Ook waren een aantal rovers gevangen genomen, en werden deze door Quadim (wie anders?) en Mandra gemarteld in de hoop dat ze de Baron aan zouden wijzen als hun leider.
De Hermandant stelde Baron van Hoogenpief direct in staat van beschuldiging, belastte de avonturiers met hem te begeleiden naar de Markgraaf, alwaar een Raad van Adellijken samengeroepen zou worden om de Baron te berechten. En oh ja, doe even een zak over zijn hoofd zodat niet alle boeren, burgers en buitenlui hem kunnen herkennen.

Daarnaast was er het dingetje met de journaliste. Mevrouw Porter had gedurende ons verblijf de berichten die per postduif binnenkwamen op een groot prikbord uitgestald en spande draadjes tussen de berichten die met elkaar te maken hadden. Ze had ook een buiging gekregen van de schaduwwezens die uit het bos kwamen, en tevens de drukpers van de dwergen gebruikt om opruiiende pamfletten te drukken. Ik had haar verhaal niet gevolgd of meegekregen (misschien ben ik gewoon te lui), maar ook mevrouw Porter probeerde, net als de baron, verschillende rovers en bandieten, onder haar lot uit te komen door het bos in te sprinten (massive facepalm).
En als laatste nam de Hermandant de herschreven wetten in ontvangst met de belofte deze door te nemen en aan de Markgraaf te laten zien.

En zo eindigde mijn Emphebion 55!

Alhoewel het 4 dagen larpen heerlijk is en echt een minivakantie midden in de hectiek van het jaar, is het uitschrijven van het hele verhaal altijd een titanenklus. Ik heb vanaf dag 3 dan ook geprobeerd om beknopter te schrijven, mogelijk ten koste van de kwaliteit. Maar ik ben bang dat ik de helft vergeet als ik het te lang laat liggen. Zo schrijf ik nu ook niks over de vloek die over Aru was uitgesproken, hoe Sergeant Waldemar zich heel goed gedroeg in mijn bijzijn en zichzelf zelfs nuttig heeft gemaakt, het gesprek met Ryas waar ik nog steeds niet aan toegkomen ben, de halve gesprekken met Harman, die broodnodig afgemaakt moeten worden en het bijna helemaal niet uitpraten van wat er met Luca gebeurd was op vrijdagavond....

Er zijn al wel ontzettend leuke plannen en het winterlive is hier voor je er erg in hebt. Nog maar een kleine vier maanden!

En alle foto's van Ork, die hij op het zomerlive maakte, vind je hier.

Oh ja! En supertrots: De prachtige groene jurk van de jonkvrouwe, de hele outfit van Theodoor de historicus, en de tuniek van één van de monsters waren allemaal Echte Dolle Grieten. Verover de wereld met één kledingstuk tegelijk!

Profile

janestarz: (Default)
janestarz

April 2026

S M T W T F S
    1234
5 678 910 11
12 1314 15 161718
19202122232425
2627282930  

Tags

Style Credit

Expand Cut Tags

No cut tags
Page generated Apr. 17th, 2026 06:37 pm
Powered by Dreamwidth Studios