Rond vier uur vannacht kwam Doortje op bed me wakker maken. Ze komt al tijden niet meer op het hoofdend dus toen er een lik over mijn voorhoofd kwam, werd ik daar (een beetje) wakker van.
Ze ging zelfs mee naar de wc, iets wat ze eigenlijk nooit doet, en draaide drie rondjes om de pot, onderwijl mijn benen en handen kopjes gevend. Onderweg terug naar bed viel het me op dat er meer buiten-geluiden te horen waren dan gebruikelijk. Even kijken bij de balkondeur...die potdorie open stond! Blijkbaar had ik de grendel niet goed in het sleufje gedaan. Laat het dan maar aan Kwibus over om eens te testen of de deur wel goed dicht zit. Hij is nogal van het 'poetsen' van deuren om te kijken of ze open kunnen. Ook kastdeuren. Ook midden in de nacht. Je weet immers maar nooit.
Over Kwibus gesproken...waar was die jongen? Ik keek rond en keek ook buiten op het balkon, maar hij was nergens te bekennen. Alle lichten aan gedaan en gezocht, geroepen, maar geen Kwibus. Hij zou toch niet van het balkon af gevallen of gesprongen zijn?
Ik zag niks in de tuin van de buren, maar ik schoot snel een broek en een vest aan en graaide de kattensnoepjes mee van het aanrecht. Ik begon achter de flat, bij de tuinen van de buren. Zachtjes riep ik zijn naam. Het was niet de bedoeling dat de hele wijk van mij wakker zou worden, en Kwibus komt in huis echt aanrennen als ik hem roep. Er was nergens een teken van leven te bekennen.
Als hij inderdaad in één van de tuinen was gevallen of gesprongen, dan zou hij over de schutting kunnen klimmen en zo de wijde wereld in kunnen trekken. Vanuit het paadje tussen de huizenrij en onze flat waren zo al drie routes die hij kon nemen. Ik begon een rondje om de flat te lopen en maakte de cirkel steeds groter. De meeste obscure achteroms en paadjes sloeg ik in, ik keek onder auto's en bleef maar zachtjes roepen. Ik kwam voornamelijk een boel andere katten tegen, en ook een man die waarschijnlijk net naar zijn werk ging. Hij had geen zwart-witte kater gezien. Een rode kater die ik tegenkwam onderweg ging gezellig met mij mee, want ik had immers brokjes!
Na het parkje en de doorgaande weg door de wijk begon ik redelijk radeloos te worden. Geen spoor van Kwibus! Hij was echt kwijt. Het was al ruim na vijven en ik ging weer naar huis en ging op bed liggen, maar regelmatig keek ik uit het raam. Er spookten beelden door mijn hoofd van Kwibus die aangereden was door een auto. Of Kwibus die in het park ging wonen. Of Kwibus die net als Schooier de Rooie bij het Kastelenplein ging bedelen voor eten en aandacht. Of dat hij zo bij een andere familie zou gaan wonen, en we hem pas maanden later terug zouden krijgen als zijn chip bij de dierenarts zou worden uitgelezen.
Aan de voorkant is er maar heel weinig zicht op straat, maar toen ik aan de achterkant naar beneden keek zag ik ineens iets bewegen toen er een mus over de tuin vloog. Nu de zon echt op was en er meer licht was kon ik een zwart-wit koppie zien onder de drie struiken in de betegelde tuin onder onze flat.
Inmiddels was rond zes uur, en ik haastte me naar beneden. De schutting van de onderburen was hoog en sloot naadloos aan op de betegeling van hun tuin. Ik riep Kwibus maar hij reageerde totaal niet. Pas toen ik een takje over de schutting tegen hem aan gooide bewoog hij.
Tussen de kieren van de schutting door kon ik maar zeer beperkt zien hoe hij eraan toe was. Dat hij niet reageerde op mijn stem betekende waarschijnlijk dat hij helemaal in shock was. Maar gelukkig begon hij zich om te draaien en langzaam maar zeker kwam hij tegen de schutting aan zitten. Hij was duidelijk geschrokken maar wist dat hij dicht bij mij wilde zijn. Grote ogen keken bang door de kier tussen twee planken.
Hij was met geen mogelijkheid te bewegen om over de schutting te klimmen, zo angstig en geschrokken als hij was. Alhoewel hij goed kan rennen ontmoedigen we zijn klimgedrag, dus over een schutting klimmen is voor een binnen-kat als Kwibus niet het eerste waar hij aan zou denken, laat staan als hij in shock verkeert. Ik bleef hem bemoedigend toespreken maar hij leek niet alerter te worden. Voor zover ik kon zien was hij verder gelukkig niet gewond.
Ik ging weer even naar boven om wat brokjes in mijn zak te doen. Misschien dat het eten van wat lekkers hem wat meer terug zou halen naar de normale wereld. Het was inmiddels na zes uur en ik hoopte dat Eisirt gauw thuis zou komen van zijn nachtdienst. Omdat ik vrij zeker wist dat Kwibus niet op eigen houtje uit de tuin zou komen, bleef ik even voor de voordeur op het muurtje zitten. Met de hulp van Eisirt zag ik het al iets beter zitten om over de schutting te klimmen. Dat zou sowieso al een hele onderneming voor één van ons zijn en de nodige herrie maken, maar terug klimmen met een Kwibus in je armen zag ik nog veel minder zitten. Ook heb ik heel even overwogen of ik de lockpick set uit de berging zou halen om het slot van de schutting open te prutsen, maar ik besefte me dat inbreken me net een stap te ver zou gaan voor een kat die verder niet gewond is.
Na enige tijd zag ik dat iemand in het huis onder onze flat de ramen aan de voorkant open zwaaide. Ik bleef nog even op Eisirt wachten maar liep toen richting hun huis om te kijken of er al iemand wakker was. Om nou om zes uur aan te bellen zag ik sowieso niet zitten, maar als er iemand wakker was en beneden in de woonkamer of keuken rondliep, kon ik zachtjes op het raam kloppen.
Helaas waren de gordijnen allemaal nog dicht. Ik liep het achterpad weer in en schoof de brokjes tussen de planken van de schutting door. Kwibus schrok ervan, en vond ze inderdaad heel lekker ruiken, maar hij ging ze niet opeten. 't Arme joch was daar nog veel te bang voor.
Gelukkig zag ik, toen ik over de schutting keek, een gezicht in de kamer. Ik zwaaide en wenkte ernaar, en de buurvrouw kwam naar buiten. "Oh, wat ben ik blij dat u vroeg wakker bent!"
Kwibus kwam nieuwsgierig onder de struiken vandaan en ik vertelde dat hij van ons balkon was gevallen vannacht. De buurvrouw ging rustig op hem af en kon hem zo optillen. De arme sul is gelukkig altijd heel rustig en heel nieuwsgierig naar andere mensen. Voorzichtig gaf de buurvrouw hem over de schutting aan, en ik pakte hem stevig vast.
Onderweg terug naar de voordeur bleef hij heel angstig in het rond kijken naar de grote enge wereld waar hij nooit komt. De sleutels uit mijn broekzak frutselen was even lastig maar al snel waren we weer thuis. Hij liep richting de brokjes en ik ging richting Doortje, die achter het gordijn in het raamkozijn lag. Zo gauw ik aanwees dat Kwibus weer thuis was, sprong ze op de grond en ging ze hem besnuffelen. Ze likte zijn heup en bips terwijl hij snel het bakje met brokjes leeg at.
Tegen de tijd dat Eisirt thuiskwam lagen we met zijn drieën weer in bed. Kwibus heeft vooral schrik eraan over gehouden, maar is druk bezig om alle stress weg te slapen (als plakbont tegen mij aan, en nu op de krabpaal). De grote held van dit verhaal is natuurlijk Doortje, die mij wakker kwam maken omdat ze Kwibus kwijt was.
De balkondeur blijft vandaag mooi even dicht...
Ze ging zelfs mee naar de wc, iets wat ze eigenlijk nooit doet, en draaide drie rondjes om de pot, onderwijl mijn benen en handen kopjes gevend. Onderweg terug naar bed viel het me op dat er meer buiten-geluiden te horen waren dan gebruikelijk. Even kijken bij de balkondeur...die potdorie open stond! Blijkbaar had ik de grendel niet goed in het sleufje gedaan. Laat het dan maar aan Kwibus over om eens te testen of de deur wel goed dicht zit. Hij is nogal van het 'poetsen' van deuren om te kijken of ze open kunnen. Ook kastdeuren. Ook midden in de nacht. Je weet immers maar nooit.
Over Kwibus gesproken...waar was die jongen? Ik keek rond en keek ook buiten op het balkon, maar hij was nergens te bekennen. Alle lichten aan gedaan en gezocht, geroepen, maar geen Kwibus. Hij zou toch niet van het balkon af gevallen of gesprongen zijn?
Ik zag niks in de tuin van de buren, maar ik schoot snel een broek en een vest aan en graaide de kattensnoepjes mee van het aanrecht. Ik begon achter de flat, bij de tuinen van de buren. Zachtjes riep ik zijn naam. Het was niet de bedoeling dat de hele wijk van mij wakker zou worden, en Kwibus komt in huis echt aanrennen als ik hem roep. Er was nergens een teken van leven te bekennen.
Als hij inderdaad in één van de tuinen was gevallen of gesprongen, dan zou hij over de schutting kunnen klimmen en zo de wijde wereld in kunnen trekken. Vanuit het paadje tussen de huizenrij en onze flat waren zo al drie routes die hij kon nemen. Ik begon een rondje om de flat te lopen en maakte de cirkel steeds groter. De meeste obscure achteroms en paadjes sloeg ik in, ik keek onder auto's en bleef maar zachtjes roepen. Ik kwam voornamelijk een boel andere katten tegen, en ook een man die waarschijnlijk net naar zijn werk ging. Hij had geen zwart-witte kater gezien. Een rode kater die ik tegenkwam onderweg ging gezellig met mij mee, want ik had immers brokjes!
Na het parkje en de doorgaande weg door de wijk begon ik redelijk radeloos te worden. Geen spoor van Kwibus! Hij was echt kwijt. Het was al ruim na vijven en ik ging weer naar huis en ging op bed liggen, maar regelmatig keek ik uit het raam. Er spookten beelden door mijn hoofd van Kwibus die aangereden was door een auto. Of Kwibus die in het park ging wonen. Of Kwibus die net als Schooier de Rooie bij het Kastelenplein ging bedelen voor eten en aandacht. Of dat hij zo bij een andere familie zou gaan wonen, en we hem pas maanden later terug zouden krijgen als zijn chip bij de dierenarts zou worden uitgelezen.
Aan de voorkant is er maar heel weinig zicht op straat, maar toen ik aan de achterkant naar beneden keek zag ik ineens iets bewegen toen er een mus over de tuin vloog. Nu de zon echt op was en er meer licht was kon ik een zwart-wit koppie zien onder de drie struiken in de betegelde tuin onder onze flat.
Inmiddels was rond zes uur, en ik haastte me naar beneden. De schutting van de onderburen was hoog en sloot naadloos aan op de betegeling van hun tuin. Ik riep Kwibus maar hij reageerde totaal niet. Pas toen ik een takje over de schutting tegen hem aan gooide bewoog hij.
Tussen de kieren van de schutting door kon ik maar zeer beperkt zien hoe hij eraan toe was. Dat hij niet reageerde op mijn stem betekende waarschijnlijk dat hij helemaal in shock was. Maar gelukkig begon hij zich om te draaien en langzaam maar zeker kwam hij tegen de schutting aan zitten. Hij was duidelijk geschrokken maar wist dat hij dicht bij mij wilde zijn. Grote ogen keken bang door de kier tussen twee planken.
Hij was met geen mogelijkheid te bewegen om over de schutting te klimmen, zo angstig en geschrokken als hij was. Alhoewel hij goed kan rennen ontmoedigen we zijn klimgedrag, dus over een schutting klimmen is voor een binnen-kat als Kwibus niet het eerste waar hij aan zou denken, laat staan als hij in shock verkeert. Ik bleef hem bemoedigend toespreken maar hij leek niet alerter te worden. Voor zover ik kon zien was hij verder gelukkig niet gewond.
Ik ging weer even naar boven om wat brokjes in mijn zak te doen. Misschien dat het eten van wat lekkers hem wat meer terug zou halen naar de normale wereld. Het was inmiddels na zes uur en ik hoopte dat Eisirt gauw thuis zou komen van zijn nachtdienst. Omdat ik vrij zeker wist dat Kwibus niet op eigen houtje uit de tuin zou komen, bleef ik even voor de voordeur op het muurtje zitten. Met de hulp van Eisirt zag ik het al iets beter zitten om over de schutting te klimmen. Dat zou sowieso al een hele onderneming voor één van ons zijn en de nodige herrie maken, maar terug klimmen met een Kwibus in je armen zag ik nog veel minder zitten. Ook heb ik heel even overwogen of ik de lockpick set uit de berging zou halen om het slot van de schutting open te prutsen, maar ik besefte me dat inbreken me net een stap te ver zou gaan voor een kat die verder niet gewond is.
Na enige tijd zag ik dat iemand in het huis onder onze flat de ramen aan de voorkant open zwaaide. Ik bleef nog even op Eisirt wachten maar liep toen richting hun huis om te kijken of er al iemand wakker was. Om nou om zes uur aan te bellen zag ik sowieso niet zitten, maar als er iemand wakker was en beneden in de woonkamer of keuken rondliep, kon ik zachtjes op het raam kloppen.
Helaas waren de gordijnen allemaal nog dicht. Ik liep het achterpad weer in en schoof de brokjes tussen de planken van de schutting door. Kwibus schrok ervan, en vond ze inderdaad heel lekker ruiken, maar hij ging ze niet opeten. 't Arme joch was daar nog veel te bang voor.
Gelukkig zag ik, toen ik over de schutting keek, een gezicht in de kamer. Ik zwaaide en wenkte ernaar, en de buurvrouw kwam naar buiten. "Oh, wat ben ik blij dat u vroeg wakker bent!"
Kwibus kwam nieuwsgierig onder de struiken vandaan en ik vertelde dat hij van ons balkon was gevallen vannacht. De buurvrouw ging rustig op hem af en kon hem zo optillen. De arme sul is gelukkig altijd heel rustig en heel nieuwsgierig naar andere mensen. Voorzichtig gaf de buurvrouw hem over de schutting aan, en ik pakte hem stevig vast.
Onderweg terug naar de voordeur bleef hij heel angstig in het rond kijken naar de grote enge wereld waar hij nooit komt. De sleutels uit mijn broekzak frutselen was even lastig maar al snel waren we weer thuis. Hij liep richting de brokjes en ik ging richting Doortje, die achter het gordijn in het raamkozijn lag. Zo gauw ik aanwees dat Kwibus weer thuis was, sprong ze op de grond en ging ze hem besnuffelen. Ze likte zijn heup en bips terwijl hij snel het bakje met brokjes leeg at.
Tegen de tijd dat Eisirt thuiskwam lagen we met zijn drieën weer in bed. Kwibus heeft vooral schrik eraan over gehouden, maar is druk bezig om alle stress weg te slapen (als plakbont tegen mij aan, en nu op de krabpaal). De grote held van dit verhaal is natuurlijk Doortje, die mij wakker kwam maken omdat ze Kwibus kwijt was.
De balkondeur blijft vandaag mooi even dicht...
no subject
Date: 2017-06-17 11:14 am (UTC)no subject
Date: 2017-06-18 08:17 am (UTC)no subject
Date: 2017-06-18 07:46 am (UTC)no subject
Date: 2017-06-18 08:16 am (UTC)no subject
Date: 2017-06-18 11:30 am (UTC)Heel veel knuffels aan die arme Kwibus.