Het vordert nog niet zo heel erg met de Zeeuwse meebrei-deken. Dit komt voornamelijk omdat ik ruzie (met hoofdletters) heb met blok A5. Ik lag zo mooi op schema en dan gaat het ineens mis. Blok A5 is een damask patroon: ribbelsteken op een tricot ondergrond.
Het rapport van blok A5 is 38 steken breed, maar het stukje tussen de ribbelsteken is 51 steken breed. Dat miste ik de eerste keer, dus mijn ribbelsteken zaten ernstig uit het midden. Ik moest meerdere keren tellen en rekenen om er uiteindelijk achter te komen dat het rapport dus smaller is dan het stukje waar het in moest komen. Ik zat zelfs zo ernstig mis te kijken dat ik de steken ging tellen die ik op mijn naald had. Zo erg twijfelde ik aan mezelf. *)
Uiteindelijk kwam ik erachter wat er mis was. 65 steken, 14 steken voor de beide randen, dus 51 steken in het midden. Dat zijn er toch zomaar 13 meer dan het rapport. Ik haalde de misser af en begon overnieuw bij de ribbelsteek. Ook mailde ik de dames van de Zeeuwse lappendeken, die me terugschreven dat mijn conclusie juist was.
Het lijkt mij, als niet zo ervaren breister, toch fijn als het er expliciet bijgezet wordt in het patroon. Ik had het namelijk compleet gemist dat het rapport niet zo breed was als het stukje wat ik ging breien. Het is maar 1 zinnetje wat de boel ontzettend zou verduidelijken. Want met een zin als "steek 19 is de middelste (26e) steek van het werk" kwam ik als semi-intelligent persoon niet direct tot de conclusie dat ik er dus nog maar wat steken bij moest bedenken. Misschien ligt dat aan mij, maar als je zo'n breed rapport al hebt, ga je niet zo snel natellen of je uitkomt.
Ik breide nog wat meer steken erbij en kwam weer niet uit! Potverdrie. Weer terug naar het begin van het rapport. Het scheelt dat ik de 21 toeren tricotsteek daarvoor gewoon kon laten staan. Ik tekende blokjes links en rechts aan het rapport vast, en telde de steken na. Ik zette er dan maar mijn eigen telling onder (dus 19 werd inderdaad 26, en zo telde ik per vijf steken terug naar 1).
Ik begon weer met enigszins gerecyclede moed aan het rapport.
En faalde compleet aan de averechtse zijde om het rapport op de juiste manier te volgen. Ik had al eens eerder steken laten vallen en weer opgehaald, maar de ervaring van blok A2 leerde dat het breiwerk daar niet mooier van werd, iets wat ook hier weer duidelijk werd. Inmiddels ben ik dus nogal een beetje afgeknapt op de ruit van Philippine en moet ik nog even nieuwe zin kweken om weer verder te gaan.
Wel kon ik met de mooie mist van vanochtend en het diffuse licht wat daardoor naar binnen valt een stel mooie foto's maken van de blokken A3 en A4. Ook ben ik begonnen met de blokken te blocken om ze allemaal precies 30 x 30 cm te maken. Mijn nieuw schuimrubber blocking mats van KnitPro zijn hierbij heel handig. (Ik ben fan van KnitPro omdat ik ook hun Symfonie houten naalden met verwisselbare tips gebruik). Het scheelt ook file als ik straks 25 blokken moet blocken. Om die reden werk ik ook alle draadjes al weg.


A3 - Brouwershaven in lichtgrijs en A4 - Tholen in grijsblauw.
De blokjes van blok A3 waren erg leuk om te doen en ook blok A4 was ontzettend leuk. In de februari editie van het patroon zitten meer blokjes, dus daar verheug ik me nu al op. Helaas zit er ook meer damask breien in, dus uitdagingen genoeg!

Blocken! Het scheelt bij dit blok niet zo heel veel, maar anderen zijn echt in rare vorm.
-----
*) Breien is vooral tellen. Tellen van het aantal steken wat je opzet. Tellen van het aantal steken van het patroon. Tellen hoeveel steken je in de hiel van je sok moet hebben. Tellen of je geen steken hebt laten vallen. En tellen als je aan jezelf twijfelt. Voordat ik goed en wel begin met breien heb ik vaak al vier of vijf keer mijn steken geteld om erachter te komen hoeveel ik er nog op moet zetten. Pffff....
Het rapport van blok A5 is 38 steken breed, maar het stukje tussen de ribbelsteken is 51 steken breed. Dat miste ik de eerste keer, dus mijn ribbelsteken zaten ernstig uit het midden. Ik moest meerdere keren tellen en rekenen om er uiteindelijk achter te komen dat het rapport dus smaller is dan het stukje waar het in moest komen. Ik zat zelfs zo ernstig mis te kijken dat ik de steken ging tellen die ik op mijn naald had. Zo erg twijfelde ik aan mezelf. *)
Uiteindelijk kwam ik erachter wat er mis was. 65 steken, 14 steken voor de beide randen, dus 51 steken in het midden. Dat zijn er toch zomaar 13 meer dan het rapport. Ik haalde de misser af en begon overnieuw bij de ribbelsteek. Ook mailde ik de dames van de Zeeuwse lappendeken, die me terugschreven dat mijn conclusie juist was.
Het lijkt mij, als niet zo ervaren breister, toch fijn als het er expliciet bijgezet wordt in het patroon. Ik had het namelijk compleet gemist dat het rapport niet zo breed was als het stukje wat ik ging breien. Het is maar 1 zinnetje wat de boel ontzettend zou verduidelijken. Want met een zin als "steek 19 is de middelste (26e) steek van het werk" kwam ik als semi-intelligent persoon niet direct tot de conclusie dat ik er dus nog maar wat steken bij moest bedenken. Misschien ligt dat aan mij, maar als je zo'n breed rapport al hebt, ga je niet zo snel natellen of je uitkomt.
Ik breide nog wat meer steken erbij en kwam weer niet uit! Potverdrie. Weer terug naar het begin van het rapport. Het scheelt dat ik de 21 toeren tricotsteek daarvoor gewoon kon laten staan. Ik tekende blokjes links en rechts aan het rapport vast, en telde de steken na. Ik zette er dan maar mijn eigen telling onder (dus 19 werd inderdaad 26, en zo telde ik per vijf steken terug naar 1).
Ik begon weer met enigszins gerecyclede moed aan het rapport.
En faalde compleet aan de averechtse zijde om het rapport op de juiste manier te volgen. Ik had al eens eerder steken laten vallen en weer opgehaald, maar de ervaring van blok A2 leerde dat het breiwerk daar niet mooier van werd, iets wat ook hier weer duidelijk werd. Inmiddels ben ik dus nogal een beetje afgeknapt op de ruit van Philippine en moet ik nog even nieuwe zin kweken om weer verder te gaan.
Wel kon ik met de mooie mist van vanochtend en het diffuse licht wat daardoor naar binnen valt een stel mooie foto's maken van de blokken A3 en A4. Ook ben ik begonnen met de blokken te blocken om ze allemaal precies 30 x 30 cm te maken. Mijn nieuw schuimrubber blocking mats van KnitPro zijn hierbij heel handig. (Ik ben fan van KnitPro omdat ik ook hun Symfonie houten naalden met verwisselbare tips gebruik). Het scheelt ook file als ik straks 25 blokken moet blocken. Om die reden werk ik ook alle draadjes al weg.


A3 - Brouwershaven in lichtgrijs en A4 - Tholen in grijsblauw.
De blokjes van blok A3 waren erg leuk om te doen en ook blok A4 was ontzettend leuk. In de februari editie van het patroon zitten meer blokjes, dus daar verheug ik me nu al op. Helaas zit er ook meer damask breien in, dus uitdagingen genoeg!

Blocken! Het scheelt bij dit blok niet zo heel veel, maar anderen zijn echt in rare vorm.
-----
*) Breien is vooral tellen. Tellen van het aantal steken wat je opzet. Tellen van het aantal steken van het patroon. Tellen hoeveel steken je in de hiel van je sok moet hebben. Tellen of je geen steken hebt laten vallen. En tellen als je aan jezelf twijfelt. Voordat ik goed en wel begin met breien heb ik vaak al vier of vijf keer mijn steken geteld om erachter te komen hoeveel ik er nog op moet zetten. Pffff....
no subject
Date: 2015-02-18 11:51 am (UTC)voor mij uit geschoventot later bewaard)